Hoofdstuk Drie: De Objectiviteit van de Critici van de Overlevering (Hadith)
Chapter Three: The Objectivity Of The Hadith Critics
Objectiviteit bij het analyseren van overleveringen (Hadith) en het bepalen van de authenticiteit ervan betekent om de overlevering (Hadith) historisch te bestuderen en te oordelen op basis van het bewijs dat elke overlevering (Hadith) omringt; ongeacht de persoonlijke vooroordelen en meningen van de criticus. Het vaststellen van de objectiviteit en onpartijdigheid van de critici van de overlevering (Hadith) is cruciaal bij het verdedigen van de methode van de overlevering (Hadith). Als zij niet objectief zouden zijn, zouden hun uitspraken willekeurig zijn en dus zonder waarde. Hoe zou de methode van de overlevering (Hadith) geschikt kunnen zijn om transmissies te filteren als deze niet objectief wordt toegepast? Als Sunniten wordt de objectiviteit van de critici van de overlevering (Hadith) als vanzelfsprekend beschouwd; een feit dat geen verder onderzoek behoeft, waardoor sommigen kunnen wankelen wanneer zij worden bevraagd over de rechtvaardiging van deze positie, ook al is er meer dan genoeg reden om dit te geloven. De reden waarom dit als vanzelfsprekend wordt beschouwd, is niet simpelweg het resultaat van het Sunnitische dogma, maar omdat het volkomen duidelijk is voor iedereen die de informatie onpartijdig bekijkt. De objectieve toepassing van de methode van de overlevering (Hadith) door de critici van de overlevering (Hadith) wordt getoond door vele voorbeelden en praktijken. Ik heb ervoor gekozen om slechts drie scenario's te belichten waarin hun onpartijdigheid het meest duidelijk is. In het eerste scenario (Sectie A) kijken we naar hoe de critici van de overlevering (Hadith) omgingen met hun theologische tegenstanders. In het tweede scenario (Sectie B) kijken we naar hoe de critici van de overlevering (Hadith) omgingen met sommigen van hen die hun theologische standpunten deelden.
Objectivity in analyzing hadith and determining its authenticity means to study the hadith historically and judge according to the evidence surrounding each hadith; irrespective of the Critic’s personal biases and opinions. Establishing the objectivity and impartiality of the Hadith Critics is crucial in defending the Hadith Method. If they were not objective, their rulings would be arbitrary and thus, without value. How could Hadith Method be suitable to sift through transmission if it is not practiced objectively? As Sunnis, the objectivity of the Hadith Critics is taken for granted; a fact that needs no further research, hence if questioned about the justification for this position, some may falter even though there is ample reason to believe so. For this, the reason why it is taken for granted is not simply the result of Sunni dogma, but because it is quite apparent to whoever looks at the information impartially. The objective application of Hadith Method by Hadith Critics is exhibited through many examples and practices. I have chosen to only highlight three scenarios where their impartiality is most obvious. In the first scenario (Section A), we look at how Hadith Critics dealt with their theological opponents. In the second scenario (Section B), we look at how Hadith Critics dealt with some of those who shared their theological stances.
In het derde scenario (Sectie C) kijken we naar hoe critici van de overlevering (Hadith) omgingen met overleveringen (Hadith) die hun theologische vooroordelen expliciet ondersteunen.
In the third scenario (Section C), we look at how Hadith Critics dealt with hadith reports that expressly support their theological biases.
Deze drie scenario's zijn gekozen omdat het om omstreden scenario's gaat waarin ware objectiviteit wordt getest. Het is niet moeilijk voor een persoon die niets te verliezen heeft in een kwestie om objectief te zijn, maar ware objectiviteit wordt opgemerkt wanneer een persoon een standpunt moet innemen tussen persoonlijke vooringenomenheid en principe. Zal een criticus een betrouwbare overleveraar (Hadith) van een concurrerende theologische school ondermijnen? Zal een criticus de zwakte van een overleveraar over het hoofd zien die toevallig tot zijn eigen theologische overtuiging behoort? Zal een criticus gebreken die de overlevering (Hadith) aantasten over het hoofd zien, simpelweg omdat het zijn eigen theologische overtuiging ondersteunt?
These three scenarios where chosen, because they are contentious scenarios where true objectivity is tested. It is not hard for a person who has nothing at stake in an issue to be objective, but true objectivity is noted when a person must take a stand between personal bias and principle. Will a Critic undermine a reliable transmitter from a competing theological school? Will a Critic overlook the weakness of a transmitter who happens to be from his own theological persuasion? Will a Critic overlook impairing defects in hadith simply because it supports his own theological persuasion?
Sectie A - Critici van de overlevering (Hadith) en hun theologische tegenstanders
Section A - Hadith Critics And Their Theological Opponents
Yahya b. Ma’in (d. 233) is een van de beroemdste en meest invloedrijke overlevering (Hadith) critici die uitgebreid spraken over de overleveraars van de overlevering (Hadith), waarbij hij hen bekritiseerde en bekrachtigde. Vanwege dit heb ik ervoor gekozen om zijn uitspraken te gebruiken als lens waarmee de objectiviteit van overlevering (Hadith) critici kan worden waargenomen bij het toepassen van de overlevering (Hadith) methode op de theologische tegenstanders van een criticus. De objectiviteit die Yahya hier vertoont, is echter niet exclusief voor hem, maar kan ook worden waargenomen in de geschriften van vele andere overlevering (Hadith) critici in het vormende tijdperk van de overlevering (Hadith) transmissie en kritiek. In mijn oorspronkelijke werk geef ik tientallen vergelijkbare voorbeelden van Ahmed b. Hanbal, de twee Razis (Abu Zur’ah en Abu Hatim) en Al-Jawzajani.
Yahya b. Ma’in (d. 233) is one of the most famous and influential Hadith Critics who spoke extensively on hadith transmitters, criticizing and endorsing them. Due to this, I have chose to use his rulings as lense by which the objectivity of hadith critics may be observed in applying the hadith method to a critic’s theological opponents. Yet, the objectivity exhibited by Yahya here is not exclusive to him, but can also be observed in the writings of many other Hadith Critics in the formative era of hadith transmission and Criticism. In my original work, I give dozens of similar examples from Ahmed b. Hanbal, the two Razis (Abu Zur’ah and Abu Hatim) and Al-Jawzajani.
Yahya B. Ma’in en Sji'itische overleveraars
Yahya B. Ma’in And Shi’i Transmitters
Wat betreft de superioriteit van de metgezellen en de juiste volgorde waarin zij vallen, was Yahya zeer duidelijk over zijn mening. Yahya zei: “En ik zeg: Abu Bakr, ‘Umar, ‘Uthman en ‘Ali. Dit is onze mening en visie.15” Bovendien beschouwde Yahya iedereen die ‘Ali verprefereerde boven ‘Uthman als een Shi’i16. Hieruit is duidelijk dat de Shi’a duidelijk in oppositie staan tegen Yahya. De vraag die zich stelt: Hoe gaat Yahya dan om met hun overleveraars? Laat hij zijn theologische vooroordelen de overhand krijgen? Of beoordeelt hij hen objectief, ongeacht de verschillen?
When it comes to the superiority of the companions and the proper order they fall into, Yahya was very clear about his opinion. Yahya said, “And I say: Abu Bakr, „Umar, „Uthman and „Ali. This is our opinion and view.15” Furthermore, Yahya considered anyone who preferred „Ali over „Uthman to be a Shi’i16. From this, it is clear that the Shi’a are clearly in opposition to Yahya. The question that asks itself: How then does Yahya deal with their transmitters? Does he let his theological biases get the best of him? Or does he objectively rate them, irrespective of the differences?
In theorie geeft Yahya b. Ma’in toe dat Sjii'itische overleveraars betrouwbaar kunnen zijn. Hij zei: “Een Sjii kan betrouwbaar zijn.17” Deze theorie wordt verder ondersteund door de praktijk van Yahya. Laten we de volgende citaten van Yahya b. Ma’in overwegen.
In theory Yahya b. Ma’in admits that Shi’i transmitters can be reliable. He said, “A Shi’i can be reliable.17” This theory is further supported by Yahya’s practice. Let us consider the following quotes from Yahya b. Ma’in.
1. Yahya zei: “Fatr b. Khalifah is betrouwbaar (thiqah) en hij is een Shi’i.18” 2. Yahya zei: “Muhammad b. Kathir Al-Kufi rapporteert van Layth. Hij was een Shi’i en er was niets mis met hem (Lam yakun bihi ba’s).19” 3. Ibn Al-Junayd zei: Ik vroeg Yahya b. Ma’in naar Sa’id b. Khuthaym Al-Hilali en hij zei: “Hij is een Kufaanse Shaykh, er is niets mis met hem (Laysa bihi ba’s), betrouwbaar (thiqah).” Een man zei toen tegen Yahya: “Is hij Shi’i20?” Hij zei: “Een Shi’i kan betrouwbaar zijn en een Qadari kan betrouwbaar zijn.21” Yahya b. Ma’in en Qadari-overleveraars Een andere groep waar Yahya lijnrecht tegenover stond, was de Qadariyyah. Yahya zei: “Ik bid niet achter een Qadari als hij [zijn overtuiging] propageert.
Sectie B - Critici van de overlevering (Hadith) en de overleveraars van hun overtuiging
Section B - Hadith Critics And Transmitters Of Their Persuasion
Een ander belangrijk aspect om naar dit vraagstuk te kijken, is te zien hoe critici van de overlevering (Hadith) omgingen met hun eigen soort; zij die dezelfde theologische neigingen en oriëntatie hadden als zijzelf. Kregen zij de vrijheid om met vervalsing weg te komen? Werd hun zwakte genegeerd vanwege de gedeelde theologie tussen de criticus en de overleveraar?
Another important angle to look at this issue from is to see how Hadith Critics dealt with their own kind; those who were of the same theological leanings and orientation as them. Were they allowed to get away with forgery? Was their weakness ignored for the sake of the shared theology between the Critic and the transmitter?
Al-Jawzjani (d. 259) was een criticus van de overlevering (Hadith) die bekendstond als streng, evenals als een soort theologisch fanaticus. In zijn boek “Ahwal Al-Rijal” maakt hij verschillende punten over dit onderwerp. Naast het aantonen dat niet alle ketters leugenaars zijn, maar dat sommigen feitelijk eerlijk zijn, wijst hij erop dat er sommige vervalsers zijn die bij hem niet bekend stonden om ketterij, hoewel hij opmerkt dat “liegen een voldoende ketterij is28.” Dit is een belangrijk citaat, aangezien het laat zien dat in theorie zelfs iemand die bekendstond als een theologisch fanaticus en zeer streng was, niet bereid was om degenen die dezelfde theologische oriëntatie als hij hadden, een vrijbrief te geven. Deze theorie wordt in de praktijk ondersteund door critici van de overlevering (Hadith), die hun theologische broeders kritiseerden wanneer dat nodig was.
Al-Jawzjani (d. 259) was a hadith critic who has a reputation of being strict, as well as being a theological bigot of sorts. In his book “Ahwal Al-Rijal” he makes several points on the subject. Besides showing that not all heretics are liars, but some are actually honest, he points out that there are some forgers who were not known to him for heresy, though he notes “lying is a sufficient heresy28.” This is an important quote, as it shows that in theory even someone who has a reputation for being a theological bigot and very strict was not willing to give those who may have the same theological orientation as him a free pass. This theory is backed up in practice by Hadith Critics, who did criticize their theological brethren as needed.
Laten we eens kijken naar Kharijah b. Mus’ab b. Kharijah. Hij was een belangrijk genoeg figuur om geciteerd te worden door Al-Bukhari in zijn “Khalq Af’al Al-’Ibad”, waarin hij de Jahmiyyah excommuniceerde en de manieren waarop zij ongelovig waren, gedetailleerd beschreef. Toch schreef Al-Bukhari zelf over hem:
Let’s take a look at Kharijah b. Mus’ab b. Kharijah. He was important enough of a figure to be quoted by Al-Bukhari in his “Khalq Af’al Al-’Ibad” excommunicating the Jahmiyyah, and detailing the ways in which they disbelieved29. Yet Al-Bukhari himself wrote about him:
Sectie C - Critici van de overlevering (Hadith) en overleveringen (Hadith) ter ondersteuning van hun vooroordelen
Section C - Hadith Critics And Hadith In Support Of Their Biases
De laatste invalshoek waarlangs wij dit vraagstuk zullen beschouwen, is hoe critici van de overlevering (Hadith) de overleveringen (Hadith) behandelden ter ondersteuning van hun vooroordelen. De volgende vier voorbeelden hebben allemaal betrekking op theologische vooroordelen. Al-Duri vertelt dat Yahya b. Ma’in een specifieke overdrager noemde en over hem zei:
The last angle through which we will consider this issue is how hadith critics treated hadith reports in support of their biases. The following four examples all relate to theological biases. Al-Duri relates that Yahya b. Ma’in mentioned a specific transmitter and said about him:
Hij leverde een kwaad (Munkar) overlevering (Hadith) over van „Ali b. Thabit, van Isra’il, van Ibn Abi Layla, van Nafi’, van Ibn „Umar, die zei: De Profeet ﷺ zei: “Twee groepen die geen aanspraak maken op de Islam: de Murji’ah en de Qadariyyah.” In ons eerste voorbeeld verwerpt Yahya b. Ma’in deze overlevering (Hadith) die zijn theologische tegenstanders fel bekritiseert en berispt: de murji’ah en qadariyyah. Yahya's verzet tegen de Qadariyyah is eerder behandeld in Sectie B. Wat betreft de Murji’ah is Yahya tegen hen, zoals hij expliciet stelt, in tegenstelling tot hen: “Geloof is spraak en daden; het neemt toe en neemt af.” Bovendien lijkt hij een vrij ongunstige kijk op hen te hebben, aangezien hij Shareek citeert die over de Murji’ah zegt: “De Murji’ah zijn de vijanden van Allah.” Yahya geeft geen commentaar op de uitspraak van Shareek. In zijn compilatie over gebrekkige overleveringen (Hadith) stelde Ibn Abi Hatim de volgende vraag aan zijn vader Abu Hatim Al-Razi:
He transmitted an objectionable (munkar) hadith from „Ali b. Thabit from Isra’il from Ibn Abi Layla from Nafi’ from Ibn „Umar who said: The Prophet said, “Two groups who have no claim to Islam: The Murji’ah and the Qadariyyah.36” In our first example, Yahya b. Ma’in rejects this hadith that strongly criticizes and rebukes his theological opponents: the murji’ah and qadariyyah. Yahya’s opposition to the Qadariyyah has preceded in Section B. With regards to the Murji’ah, Yahya is opposed to them as he explicitly states, in opposition to them, “Belief is speech and actions; it increases and decreases.37” Furthermore, he seems to have a quite unfavorable view of them, as he quotes Shareek saying about the Murji’ah, “The Murji’ah are the enemies of Allah.38” Yahya doesn’t comment on Shareek’s statement. In his compilation on defective hadith, Ibn Abi Hatim posed the following question to his father Abu Hatim Al-Razi:
Ik vroeg mijn vader naar een overlevering (Hadith) overgeleverd door Baqiyyah van Habib b. 'Umar van zijn vader van Ibn 'Umar van 'Umar van de Boodschapper van Allah ﷺ die zei: "Een aankondiger zal op de Dag der Opstanding aankondigen: 'Laat de tegenstanders van Allah verschijnen', en zij zijn de Qadariyyah?" Hij antwoordde: "Deze overlevering (Hadith) is aanvechtbaar (Munkar); Habib b. 'Umar is zwak in overlevering (Hadith); onbekend; niemand behalve Baqiyyah overlevert van hem." Als we naar de overlevering (Hadith) kijken, wordt Abu Hatim hierover bevraagd; alles wat we zien is een overlevering (Hadith) die de gebeurtenissen van de Dag des Oordeels bespreekt, een bekend genre in overlevering (Hadith) waarbij Abu Hatim in principe geen bezwaar heeft om het als authentiek te beschouwen. Bovendien is de overlevering (Hadith) in essentie een sterke berisping van de Qadariyyah, een groep waar Abu Hatim tegenstander van was en als ketters beschouwde. Inderdaad, Abu Hatim en Abu Zur’ah dicteerden beiden aan Ibn Abi Hatim in hun tekst die bekend werd als “Aqidah Al-Raziyyayn”: “En de ketelse Qadariyyah zijn misleiders.” Toch, door vast te houden aan zijn principes met betrekking tot overlevering (Hadith), verwierp hij de overlevering (Hadith) vanwege Habib b. 'Umar, en liet hij de acceptatie van het genre of de inhoud niet zijn beslissing beïnvloeden ten gunste van zijn vooroordelen tegen de Qadariyyah.
15 Tarikh Ibn Ma’in - Riwayah Al-Duri (3/465).
15 Tarikh Ibn Ma’in - Riwayah Al-Duri (3/465) .
16 Ibid.
16 Ibid .
17 Su’alat Ibn Al-Junayd (421)
17 Su’alat Ibn Al-Junayd (421) .
18 Tarikh Ibn Ma’in - Riwayah Al-Duri (3/333) .
18 Tarikh Ibn Ma’in - Riwayah Al-Duri (3/333) .
19 Tarikh Ibn Ma’in - Riwayah Al-Duri (3/478).
19 Tarikh Ibn Ma’in - Riwayah Al-Duri (3/478) .
20 Dit kan ofwel worden begrepen als een vraag of als een bezwaar. Mijn aanname is dat het een bezwaar was, vandaar de uitleg van Yahya’s antwoord aan de man.
20 This can either be understood as a question or an objection. My assumption is that it was an objection, hence explaining Yahya’s reply to the man.
21 Su’alat Ibn Al-Junayd (421)
21 Su’alat Ibn Al-Junayd (421) .
22 Tarikh Ibn Ma’in - Riwayah Al-Duri (3/466).
22 Tarikh Ibn Ma’in - Riwayah Al-Duri (3/466).
23 Su’alat Ibn Al-Junayd (466)
23 Su’alat Ibn Al-Junayd (466) .
24 Su’alat Ibn Al-Junayd (421)
24 Su’alat Ibn Al-Junayd (421) .
25 Tarikh Ibn Ma’in - Riwayah Al-Duri (3/190).