Structuur van een partij: Pagina 3 - 11
Structuring of a Party : Page 3 - 11
Sinds de 13e eeuw Hijri (19e eeuw n.Chr.) zijn er verschillende bewegingen opgericht om de moslimgemeenschap (Ummah) te doen herleven, maar zij waren allemaal onsuccesvol in hun pogingen. Desondanks hadden deze bewegingen een sterke invloed op degenen die na hen kwamen om de pogingen te herhalen. Bij een nauwkeurige bestudering van deze bewegingen en hun pogingen tot herleving, kan men concluderen dat de oorzaken van hun falen (vanuit een structureel oogpunt) te wijten zijn aan de volgende vier factoren:
Since the 13th century Hijri (19th century AD), several movements were established to revive the Ummah but were all unsuccessful in their attempts. However, these movements had a strong influence over those who came after them to repeat the attempts. Upon scrutinizing these movements and their attempts for revival, one can conclude that the causes for their failure (from a structural point of view) are due to the following four factors:
1. De bewegingen werden gevestigd op een algemeen ongedefinieerd idee (fikrah), dat vaag of onduidelijk was. Bovendien ontbrak het het idee aan focus, zuiverheid en helderheid.
1. The movements were established upon a general undefined idea (fikrah), which was vague, or unclear. In addition, the idea lacked focus, purity, and clarity.
2. De bewegingen definieerden geen methode (Tareeqah) om hun idee te implementeren; in plaats daarvan gingen zij te werk via geïmproviseerde en verdraaide middelen. Bovendien waren hun middelen ongedefinieerd en ambigu.
2. The movements did not define a method (Tareeqah) to implement their idea; rather, they proceeded through improvised and twisted means. Furthermore, their means were undefined and ambiguous.
3. De bewegingen vertrouwden op individuen die een gebrek hadden aan volledig bewustzijn en een goed gefocuste vastberadenheid. Individuen werden uitsluitend gedreven door hun verlangen of ijver om te werken.
3. The movements relied upon individuals who lacked full awareness, and a well-focused determination. Individuals were driven solely by their desire or zeal to work.
4. De individuen die de verantwoordelijkheid voor deze bewegingen droegen, hadden geen correcte onderlinge band. Zij waren slechts verbonden door lid te zijn van een structuur die zich manifesteerde in bepaalde handelingen en titels.
4. The individuals carrying the responsibility of these movements did not have a correct bond amongst themselves. They were merely bound by being members in a structure that manifested itself in certain actions and titles.
Gevolgelijkerwijs was het volkomen natuurlijk dat dergelijke bewegingen vooruitstormden totdat hun inspanningen en enthousiasme uitgeput waren, wat ertoe leidde dat hun activiteiten afnamen en ze uiteindelijk uitstierven. Daarna ontstonden er andere bewegingen, die hetzelfde patroon volgden totdat ook zij uitstierven. Het falen van al deze bewegingen was volkomen natuurlijk, omdat ze niet gebaseerd waren op een correct, duidelijk en gedefinieerd idee. Daarnaast beschikten ze niet over een correcte methode; ze waren afhankelijk van individuen die een gebrek aan bewustzijn hadden en niet gebonden waren aan een correcte band.
Consequently, it was only natural for such movements to surge forward until their efforts and enthusiasm were exhausted, causing their activities to die down and they eventually became extinct. Other movements emerged thereafter, who followed the same pattern until they, too, became extinct. The failure of all these movements was only natural, because they were not based on a correct, clear and a defined idea. In addition, they did not have a correct method, they depended upon individuals who lacked awareness, and were not bound by a correct bond.
De “idee en de methode” (Fikrah en Tareeqah) van deze bewegingen waren onjuist omdat ze gebaseerd waren op incorrecte filosofieën of ideeën (indien zij die hadden). Sommige van deze bewegingen waren islamitisch, terwijl andere nationalistisch waren. De leiders van de islamitische bewegingen riepen op tot de islam op een algemene en ongedefinieerde wijze. Zij probeerden de islam te interpreteren enkel om te voldoen aan de status quo, of om hun proces van het introduceren van niet-islamitische systemen in de islam te rechtvaardigen. De leiders van de nationalistische bewegingen riepen op tot een herleving gebaseerd op een vage en ambigue nationalistische basis die zowel de islam als de moslims negeerde. Zij gebruikten termen als nationalisme, waardigheid, trots, Arab, arabisme, onafhankelijkheid en anderen, zonder een helder concept van dergelijke termen te hebben, en zonder te weten of dergelijke concepten tot een herleving zouden leiden of niet. De Arabische nationalisten riepen de Arabieren op tot een “Arabische herleving”, terwijl de nationalistische Turken opriepen tot de herleving van het Turkse vaderland, op basis van het Turks nationalisme. Zowel de nationalistische Arabieren als de Turken werden in feite geleid door de kolonialisten. Daarnaast gebruikten de kolonialisten soortgelijke nationalistische bewegingen om de mensen van de Balkan aan te zetten tot het afsplitsen van de Ottomaanse Islamitische Staat.
The “idea and the method” (Fikrah and Tareeqah) of these movements were wrong because they were based upon incorrect philosophies or ideas (if they had any). Some of these movements were Islamic whereas others were nationalistic. Those in charge of the Islamic movements called for Islam in a general and undefined manner. They tried to interpret Islam just to comply with the status quo, or to justify their process of introducing non-Islamic systems into Islam. Those in charge of the nationalistic movements called for a revival based upon a vague and ambiguous nationalistic foundation that disregarded Islam as well as the Muslims. They used such terms as nationalism, dignity, pride, arab, arabism, independence and others, without having any clear concept of such terms, and whether such concepts lead towards revival or not. The Arab nationalists called the Arabs towards an “Arab revival”, while the nationalist Turks called for the revival of the Turkish homeland, on the basis of Turkish nationalism. Both the nationalist Arabs, as well as the Turks, were in fact led by the colonialists. In addition, the colonialists used similar nationalistic movements to instigate the people of the Balkans to break away from the Ottoman Islamic State.
Discussies tussen de islamitische en nationalistische Arabieren vonden plaats in de pers. Dit draaide om de vraag of een Arabische Liga of een Islamitische Liga beter en haalbaarder zou zijn. Dit debat duurde lange tijd en verspilde de inspanningen van de mensen, omdat zowel de Arabische Liga als de Islamitische Liga ongeldig waren vanuit het islamitische perspectief. Bovendien waren beide liga's koloniale projecten die ontworpen waren om de aandacht van de mensen af te leiden van de kwestie van de Islamitische Staat. Gevolgelijk leidden deze projecten niet alleen tot de uitputting van de inspanningen van de mensen, maar slaagden ze er ook in om de kwestie van de Islamitische Staat te verwijderen uit het zicht en het denken van de mensen.
Arguments between the Islamic and nationalistic Arabs took place in the press. This centered around whether an Arab League or an Islamic League would be better and more feasible. This debate lasted for a long time and wasted the efforts of the people, because both the Arab League and the Islamic League were invalid from the Islamic perspective. Moreover, both of these leagues were Colonial projects designed to divert the people’s attention away from the issue of the Islamic State. Consequently, these projects not only led to the exhaustion of the people’s efforts, but also succeeded in distancing the issue of the Islamic State from people’s vision and thinking.
Naast de islamitische en nationalistische bewegingen werden in diverse islamitische landen ook enkele patriottische bewegingen opgericht. Deze patriottische bewegingen ontstonden als een reactie op de koloniale bezetting van verschillende delen van de Islamitische Staat. De politieke en economische onderdrukking van de moslims door de kolonisten, als gevolg van de implementatie van het kapitalistische systeem, leidde tot de oprichting van deze patriottische bewegingen. Hoewel die bewegingen een reactie waren op dit lijden, werden sommige van deze bewegingen beïnvloed door islamitische emoties, terwijl andere puur werden gedreven door patriottische emoties die het gevolg waren van doelbewuste manoeuvres van de koloniale machten. Omdat deze bewegingen werden gedreven door patriottische emoties, ontbrak het hen aan enige serieuze overweging om hun koers te bepalen. Toen zij voorwaarts drongen, betrokken zij de moslimgemeenschap (Ummah) bij een goedkope strijd, wat de voet aan de grond van de vijanden in de islamitische landen verder versterkte.
Besides the Islamic and the nationalistic movements, some patriotic movements were also established in various Islamic countries. These patriotic movements emerged as a reaction to the colonial occupation of various parts of the Islamic State. The political and economic oppression of the colonialists upon the Muslims, as a result of the implementation of the capitalist system, led to the establishment of these patriotic movements. Although those movements were a reaction to this suffering, some of these movements were influenced by Islamic emotions, while others were driven purely by patriotic emotions resulting from deliberate manoeuvers undertaken by the Colonial powers. Since these movements were driven by patriotic emotions, they lacked any serious thought to define their course of action. When they surged forward, they engaged the Ummah in a cheap struggle, which further strengthened the enemies’ foothold in the Islamic lands.
Wij geloven dat de enige ware filosofie voor een renaissance een ideologie (Mabdaa’) is die zowel het idee als de methode omvat. Deze ideologie is de Islam, omdat het een geloofsleer (Aqeedah) is waaruit een systeem voortvloeit dat alle zaken van de Staat en de moslimgemeenschap (Ummah) beheerst, en een oplossing biedt voor alle problemen van het leven.
We believe that the only true philosophy for revival is an ideology (Mabdaa’) that encompasses both the idea and the method. This ideology is Islam because it is an Aqeedah (doctrine) from which emanates a system governing all the affairs of the State and the Ummah, and a solution to all of life’s problems.
Hoewel de islam een universeel systeem is, behoort het niet tot de methode om op een universele schaal te werken aan de implementatie ervan. De islam moet universeel worden verspreid, terwijl het werken aan de implementatie ervan beperkt moet blijven tot één of meerdere landen totdat het stevig is gevestigd. Zodra het is gevestigd, zou de Islamitische Staat op natuurlijke wijze groeien totdat deze alle islamitische landen omvat. Vervolgens zou de staat de islam verspreiden naar de rest van de wereld, omdat de Islamitische Staat de islamitische oproep tot de islam (Da’wah) moet overbrengen als een eeuwige en universele boodschap voor de gehele mensheid.
Although Islam is a universal system, it is not part of its method to start working on a universal scale towards its implementation. Islam should be propagated universally while working to implement it must be confined to one or several countries until it becomes firmly established. Once established, the Islamic State would naturally grow until it encompasses all the Islamic countries. Then the state would propagate Islam to the rest of the world, because the Islamic State must convey the Islamic da’wah as an eternal and universal message for all mankind.
De gehele wereld is geschikt voor de oproep tot de islam (Da’wah); aangezien de mensen in de islamitische landen echter moslims zijn, moet de oproep tot de islam (Da’wah) daar beginnen. Ook aangezien de mensen in Arabische gebieden (als onderdeel van de islamitische wereld) Arabisch spreken, en aangezien Arabisch een essentieel onderdeel is van de islam en haar cultuur, moet de prioriteit aan de Arabische gebieden worden gegeven. Bovendien is het combineren van de kracht van de Arabische taal met die van de islam noodzakelijk, omdat beide de capaciteit hebben om te beïnvloeden, uit te breiden en te verspreiden. Daarom is het volkomen natuurlijk dat de Islamitische Staat in de Arabische gebieden wordt heropgericht, zodat deze zal dienen als een kern voor de Islamitische Staat die alle islamitische landen zal omvatten.
The entire world is suitable for the Islamic Da’wah; however, since the people in the Islamic lands are Muslims, the Da’wah must start there. Also, since the people in Arab territories (being part of the Islamic world) speak Arabic, and since Arabic is an essential part of Islam and its culture, the priority must be given to the Arab territories. Furthermore, combining the power of the Arabic language with that of Islam is necessary, because each has the ability to influence, expand and propagate. Therefore, it is only natural for the Islamic State to be re-established in the Arab territories, so that it will serve as a nucleus for the Islamic State which will encompass all Islamic lands.
Hoewel het noodzakelijk is om de islamitische oproep tot de islam (Da’wah) in de Arabische gebieden te dragen, is het ook noodzakelijk dat de islamitische oproep tot de islam (Da’wah) de rest van de islamitische wereld bereikt. Desondanks betekent het starten van het werk in de Arabische gebieden niet dat er geen werk verricht mag worden buiten de Arabische gebieden voordat de Arabische gebieden zijn verenigd in de Islamitische Staat. Het werk moet in de Arabische gebieden worden uitgevoerd om de Islamitische Staat te herstellen, waarna de Staat zal groeien en de naburige gebieden zal omvatten, ongeacht of deze uit Arabieren bestaan of niet.
Though carrying the Islamic Da’wah in the Arab territories is necessary, it is also necessary for the Islamic Da’wah to reach out to the rest of the Islamic world. Notwithstanding this, initiating the work in the Arab territories does not mean that no work be done outside Arab territories before unifying the Arab territories in the Islamic State. The work must be carried out in the Arab territories to re-establish the Islamic State, then the State will grow and encompass the neighboring territories, regardless of whether they consist of Arabs or not.
We hebben reeds gesteld dat de ware filosofie voor de renaissance (NahDah) een ideologie is die het idee en de methode combineert, en elke groep die serieuze inspanningen onderneemt voor de renaissance, moet beide begrijpen.
We have already stated that the real philosophy for revival (NahDah) is an ideology that combines the idea and the method, and any group that undertakes serious efforts towards revival must understand both.
Nu deze ideologie (Islam) duidelijk is geworden, is het daarom mogelijk om het juiste begrip te verwerven dat nodig is om de correcte Hizbi-structuur op te bouwen. De structuur, die voortvloeit uit dit juiste begrip, zal van nature effectief, creatief en progressief zijn. De samenleving zou deze structuur volledig moeten ondersteunen en haar last moeten dragen, omdat deze structuur haar idee volledig omvat, zich bewust is van haar correcte methode en haar missie begrijpt.
Since this ideology (Islam) has now become clear, it is therefore possible to acquire the proper understanding needed to establish the correct Hizbi structure. The structure, which emanates from this correct understanding, will naturally be effective, creative and progressive. The society should fully support this structure and carry its burden, because this structure fully comprehends its idea, is aware of its correct method, and understands its mission.
Het louter begrijpen van de ideologie zonder het vestigen van de structuur is echter niet voldoende voor een correcte revival. De individuen daarbinnen moeten geschikt zijn voor deze structuur, en de band (RaabiTah) die de leden verbindt, moet correct en productief zijn. De geschiktheid van de individuen wordt bepaald door de methode van de structuur om haar leden te binden aan de Hizb (Tareeqat ur-rabT). In een ideologische Hizb is de methode om individuen binnen de Hizb te binden de absolute naleving van de geloofsleer (Aqeedah) door het individu, en volwassenheid in de Hizbi-cultuur. Daarom zou de geschiktheid van een persoon natuurlijk worden bepaald doordat het individu wordt gevormd tot de Hizb wanneer de Daw’ah met hem interageert, en niet door ceremoniële of organisatorische procedures. De band die deze individuen in een groep bindt, is de geloofsleer (Aqeedah) en de Hizb-cultuur die voortvloeit uit deze geloofsleer (Aqeedah).
However, merely understanding the ideology without establishing the structure is not enough for a correct revival. The individuals within it must be suitable for this structure, and the bond (RaabiTah) that binds the members must be correct and productive. The suitability of the individuals is determined by the structure’s method of binding its members to the Hizb (Tareeqat ur-rabT). In an ideological Hizb, the method of binding individuals within the Hizb, is the individual’s absolute adherence to the Aqeedah, and maturity in the Hizbi culture. Therefore, the suitability of any person would be determined naturally through the individual being molded into the Hizb when the Daw’ah interacts with him, and not through ceremonial or organizational procedures. The bond, which binds these individuals in a group, is the ‘Aqeedah and the Hizb culture emanating from this ‘Aqeedah.
Bij het bestuderen van de bewegingen die in de vorige eeuw zijn verschenen, wordt men geconfronteerd met het feit dat hun onjuiste structuren een fundamentele oorzaak waren van hun mislukking. Hun structuren waren niet gebaseerd op een Hizb die een correct begrip volgt. In plaats daarvan waren ze gebaseerd op ofwel een organisatorische basis, ofwel een nominale partijbasis.
Reviewing the movements which appeared in the last century, one finds that their incorrect structures were a fundamental cause for their failure. Their structures were not established on the basis of a Hizb that follows a correct understanding. Instead, they were established either upon an organizational basis or a nominal party basis.
Vóór de Eerste Wereldoorlog wisten moslims dat zij de Islamitische Staat hadden. Ondanks de zwakte, de neergang en de uiteenlopende opvattingen erover, bleef de Staat het middelpunt van hun denken en visie. Hoewel de Arabieren het beschouwden als iets dat aan hen was opgelegd en dat hun rechten onderdrukte, zagen zij de Islamitische Staat nog steeds als hún Staat, en probeerden zij deze met hun hart en geest te hervormen. De Arabieren begrepen echter de aard van de herleving of de methode daarvan niet. Hierdoor vond er geen structurering onder hen plaats. Dit was het geval bij de meerderheid van de moslims in de islamitische wereld.
Prior to World War One, Muslims knew that they had the Islamic State. Despite its weakness, decline and the diverse views towards it, the State remained the focus of their thought and vision. Although the Arabs viewed it as being imposed upon them, and that it suppressed their rights, they still looked at the Islamic State as their State, and attempted to reform it with their hearts and minds. However, the Arabs did not understand the nature of revival or its method. Thus, no structuring occurred amongst them. This was the case with the majority of the Muslims in the Islamic world.
Tegen deze tijd had de vreemde cultuur de islamitische landen al binnengedrongen. Als gevolg hiervan slaagden de kolonialisten erin een aantal moslims aan te trekken en hen te rekruteren om groepen binnen de Islamitische Staat op te richten die gebaseerd waren op de concepten van onafhankelijkheid en separatisme. De kolonialisten trokken een aantal Arabieren aan en verzamelden hen in Paris om een blok te vormen om de Ottomaanse Staat te bestrijden onder het voorwendsel van Arabische onafhankelijkheid. De vreemde cultuur en denkwijzen, samen met patriottische en nationalistische emoties die door de kolonialisten waren geïntroduceerd, waren de belangrijkste krachten die de Arabieren samenbrachten. Met hun gedachten en emoties verenigd, werden zij door hetzelfde denkproces samengebracht, wat op zijn beurt leidde tot een verenigd doel — de onafhankelijkheid van de Arabieren, aangezien de Ottomaanse Staat hun belangen negeerde en zichzelf toestond hen te onderdrukken en hun rechten te onderdrukken. Dit verenigde doel diende als een middel om een nominale partij te vormen, wat leidde tot de Arabische opstand, en resulteerde in de verspreiding van ongeloof (Kufr) en kolonialisme over de islamitische landen, in het bijzonder de Arabische landen. Het doel van deze partijen eindigde op dat punt, en zij deelden de buit van hun inspanningen door te worden benoemd tot heersers van sommige islamitische landen en agenten van koloniale machten.
By this time, the foreign culture had already invaded Islamic lands. As a result, the colonialists managed to attract a number of Muslims and recruited them to establish groups within the Islamic State that were based on the notions of independence and separation. The colonialists attracted a number of Arabs and gathered them in Paris to form a bloc to fight the Ottoman State under the guise of Arab independence. The foreign culture and thoughts, along with patriotic and nationalist emotions, introduced by the colonialists, were the main forces that brought the Arabs together. With their thoughts and emotions united, they were brought together by the same process of thought, which in turn led to a unified aim — independence of the Arabs, since the Ottoman State disregarded their interests and allowed itself to oppress them and suppress their rights. This unified aim served as a means of gathering a nominal party, which led to the Arab revolt, and resulted in the spread of Kufr and Colonialism over the Islamic countries, especially the Arab countries. The purpose of these parties ended at that point, and they shared the spoils of their efforts by being appointed as rulers of some Islamic countries and agents of Colonial powers.
Na het vernietigen van de Islamitische Staat namen de kolonialisten de controle over de islamitische landen over, door de Arabische landen rechtstreeks te besturen en hun invloed over de gehele islamitische wereld uit te breiden. Zij bezetten de Arabische landen fysiek en vestigden een voet aan de grond in elk deel van de Arabische wereld via heimelijke en kwaadaardige stijlen en middelen. De meest effectieve van deze stijlen en middelen waren de koloniale cultuur, geld en hun agenten.
After destroying the Islamic State, the colonialists took control of the Islamic lands, by directly ruling the Arab countries, and extending their influence over the entire Islamic world. They physically occupied the Arab countries and established a foothold in every part of the Arab world through covert and malicious styles and means. The most effective of these styles and means were the colonialist culture, money and their agents.
De vreemde cultuur had het grootste effect bij het vestigen en in stand houden van de koloniale invloed. Het droeg in grote mate bij aan het belemmeren van de herleving, en aan het falen van alle bewegingen, organisaties en partijen die probeerden de moslimgemeenschap (Ummah) te doen herleven. Een dergelijk doordringend effect ontstond door de impact die cultuur heeft op het denken van de mens, wat zijn leven stuurt. De kolonisten implementeerden educatieve en culturele curricula gebaseerd op een vaste filosofie, die hun levensvisie weerspiegelde – de scheiding van materie van geest en van religie (Deen) van de staat. De kolonisten maakten hun persoonlijkheid tot de enige basis van onze cultuur (thaqafah). Zij maakten ook hun cultuur (HaDarah), concepten, mensen, geschiedenis en levensstijl de primaire bron van onze gedachten. Alsof dit niet genoeg was, zouden de kolonisten opzettelijk hun persoonlijkheden vervormen en deze aan ons presenteren als modellen. Zij kozen selectief bepaalde aspecten en concepten uit en benadrukten deze, terwijl zij het ware gezicht van het kolonialisme verborgen, wederom gebruikmakend van kwaadwillige middelen. Zij grepen zelfs in in de kleinste details van de curricula, om te waarborgen dat er zelfs geen geringe afwijking van dit algemene beleid zou optreden. Als gevolg hiervan werden de moslims opgevoed met een corrupte cultuur, die ons leerde hoe anderen denken, waardoor wij niet in staat waren om te leren hoe we zelf moeten denken. Dit kwam doordat ons denken gescheiden was van onze omgeving, onze persoonlijkheid en onze geschiedenis, en niet was afgeleid van onze ideologie. Hierdoor werden wij (als intellectuelen) individuen, vervreemd van het volk, en onbewust van onze situatie en de behoeften ervan. Gevolglik raakten de emoties van de intellectuelen gescheiden van hun gedachten, en raakten de intellectuelen zelf gescheiden van de moslimgemeenschap (Ummah) en haar emoties. Natuurlijk zou een gedachte, afgesneden van emoties of ontdaan van deze, er niet in slagen een correct begrip te krijgen van de situatie en de behoeften van de moslimgemeenschap (Ummah). Het zou ook niet leiden naar een correct bewustzijn van de methode voor de wederopstanding. Bovendien zou een dergelijke vreemde gedachte van nature niet leiden naar een correcte structuur die voortvloeit uit een correct begrip, omdat het een vreemde gedachte is, gedragen door een persoon met islamitische emoties. Het effect van de vreemde cultuur was niet beperkt tot de intellectuelen. In feite raakte het denken van de gehele samenleving gescheiden van haar emoties door de invloed van de vreemde cultuur, wat de problemen van de samenleving nog verder bemoeilijkte. Hierdoor nam de uitdaging voor de wederopstanding die de correcte Hizb-structuur tegemoet stond toe, toe in vergelijking met de situatie voor de Eerste Wereldoorlog. De kwestie na de Eerste Wereldoorlog is niet langer hoe de islamitische samenleving te doen herleven, maar eerder hoe de gedachten te harmoniseren met de emoties onder de intellectuelen, naast het creëren van harmonie tussen de individuen (vooral de intellectuelen) en de samenleving. De intellectuelen raakten gefascineerd door de abstracte vreemde gedachte, die ontdaan was van emoties. Dit leidde ertoe dat zij zich vervreemd voelden van de samenleving, deze minachtten, zich ervan distantieerden en haar met onverschilligheid tegemoet traden. Het veroorzaakte dat zij een gehechtheid ontwikkelden aan de buitenlanders, hen respecteerden, hen benaderden en meer aandacht aan hen besteedden, ook al waren zij kolonialisten. Daarom konden de intellectuelen de situatie van de samenleving niet begrijpen, behalve door de buitenlanders na te bootsen in hun begrip van hun eigen situatie. De opgeleide persoon, wanneer hij sprak over wederopstanding, kon aan niets anders denken om de moslimgemeenschap (Ummah) te doen herleven dan de nabootsing van de buitenlanders. Zo werden de emoties van de intellectuelen niet gemotiveerd door de ideologie, maar door gevoelens voor het vaderland en het volk, wat de verkeerde bronnen van motivatie waren. Gevolglijk zouden zij niet eens naar behoren in opstand komen, noch zouden zij zich volledig opofferen voor het welzijn van het volk. Zij zouden noch de situatie die hen omringde op basis van een specifieke gedachte voelen, noch zouden zij de behoeften van de mensen waarnemen. Als we ervan uitgaan dat zij in opstand zouden komen en zouden oproepen tot een herleving, dan zou dit een reactie zijn op hun persoonlijke belangen, of een imitatie van de revoluties van andere volkeren. Daarom zou een dergelijke opstand spoedig verdwijnen, ofwel wanneer hun belangen zijn veiliggesteld, of wanneer hun ego is bevredigd, of zodra deze revolutie botst met hun eigen belangen of hen schade berokkent.
De juiste structuur kan niet worden opgebouwd uit dergelijke individuen, voordat er harmonie is gecreëerd tussen hun gedachten en emoties, door hen vanaf het begin te vormen met een ideologisch correcte cultuur – de islamitische cultuur. Het doorlopen van dit vormingsproces vereist dat ieder van hen de rol van een beginner (student) aanneemt, wiens geest opnieuw moet worden gevormd. Nadat er harmonie in het individu is gecreëerd, zou de volgende taak zijn om harmonie te creëren tussen het individu en de samenleving. Indien het niet voor de vreemde cultuur was, zou het probleem van het doen herleven van de samenleving veel gemakkelijker zijn.
The correct structure cannot be built from such individuals, before generating harmony between their thoughts and emotions, by culturing them from the beginning with an ideologically correct culture - the Islamic culture. Taking them through this culturing process requires that each one of them assumes the role of a beginner (student), whose mind has to be reshaped anew. After generating harmony in the individual, the next task would be to generate harmony between the individual and the society. Had it not been for the foreign culture, the problem of reviving the society would be much easier.
Zo is het onmogelijk voor een correcte Hizbi-structuur om in de samenleving naast deze vreemde cultuur te bestaan. Het is evenmin mogelijk voor de correcte Hizbi-structuur om op basis van deze vreemde cultuur te ontstaan.
Thus, it is impossible for a correct Hizbi structure to coexist in society with this foreign culture. Nor is it possible for the correct Hizbi structure to emerge on the basis of this foreign culture.