De uitleg van: “…zegent mij in wat U mij heeft gegeven…”
The Explanation of: “…bless me in what You have given…”
Het woord Barakah (zegening) betekent letterlijk een grote hoeveelheid van iets goeds dat continu aanwezig is. De geleerden herleiden dit woord en de beteken ervan zelfs naar het woord Birkah, wat een grote hoeveelheid water betekent. Het verwijst naar een brede container of een verzameling water die continu een grote hoeveelheid water bevat. Op dezelfde manier is een zegening ook een continu grote hoeveelheid goed. De betekenis van deze uitspraak is dus: Laat Uw zegeningen neerdalen op datgene wat U mij heeft gegeven.
The word E!?' (Barakah) “blessing” literally means a lot of anything good that is continuous. The scholars even trace this word and its meaning back to the word E!?' (Birkah) which means a large amount of water. It is any wide container or gathering of water that continuously contains a large amount of water. Similarly, blessing is also a continuously large amount of good. So the meaning of this statement is: Send blessings down upon that which You have given me.
De bewoording “in wat U ons heeft gegeven” is allesomvattend en omvat alles wat Allaah ons heeft geschonken aan rijkdom, kinderen, kennis en alles wat anders Allaah (SWT) ons heeft verleend. Daarom vraagt u Allaah om zegeningen in dat alles te plaatsen. Als Allaah geen zegeningen plaatst in datgene wat Hij u heeft gegeven, zal een grote hoeveelheid goed zeker van u worden tegengehouden.
The wording, “in what You have given” is comprehensive including anything Allaah has given us of wealth, children, knowledge, and everything else Allaah () has bestowed upon us. Therefore, you ask Allaah to put blessings in all of that. If Allaah does not put blessings into that which He has given you, a great amount of good will surely be prevented from you.
Hoeveel mensen bezitten een enorme hoeveelheid rijkdom, maar het is alsof zij in armoede leven?
How many people possess a vast amount of wealth, yet it is as if they are living in poverty?
Dit komt doordat zij geen werkelijk voordeel uit hun rijkdom halen; zij verzamelen het simpelweg en maken er nooit gebruik van. Dit is het gevolg van het wegnemen van de zegeningen (barakah) ervan.
This is because they gain no real benefit from their wealth; they simply collect it and never benefit from it. This is the result of the blessings being removed from it.
Evenzo hebben veel mensen veel kinderen en kleinkinderen, maar zij bevoordelen hun ouders in niets vanwege hun ongehoorzaamheid en ondankbaarheid. Dergelijke mensen zijn niet gezegend in hun kinderen.
Likewise, many people have lots of children and grandchildren, yet they do not benefit their parents in anything due to their disobedience and ungratefulness. Such people have not been blessed in their children.
Je vindt ook mensen aan wie Allaah een grote hoeveelheid kennis heeft geschonken, maar het is alsof hij ongeletterd is. Je ziet geen sporen van kennis bij hem in zijn aanbidding, in zijn karakter, in zijn manieren, of in de manier waarop hij anderen behandelt. Integendeel, zijn kennis kan hem zelfs doen toenemen in arrogantie en het idee dat hij boven de rest van de dienaren van Allaah staat, waarbij hij hen veracht en vernederend behandelt. Zo iemand beseft niet dat Degene die deze kennis aan hem heeft geschonken niets anders is dan Allaah. Je ziet dat hij mensen nooit voordeel laat hebben van zijn kennis, noch met lessen, noch met advies, noch met geschriften. Integendeel, hij is uitsluitend op zichzelf gericht. Dit is zonder twijfel een grote beroving, ook al is religieuze kennis een van de meest gezegende zaken die Allaah aan een dienaar schenkt.
You also find some people to whom Allaah has given a great amount of knowledge, yet it is as if he is illiterate. You see no traces of knowledge upon him in his worship, in his character, in his manners, or in the way he treats others. Rather, his knowledge may even increase him in arrogance and thinking himself to be above the rest of Allaah’s servants, belittling and humiliating them. Such a person does not realize the one who bestowed this knowledge upon him is none other than Allaah. You see that he never benefits people with his knowledge, neither with lessons, nor advice, nor with writings. On the contrary, he is exclusively centered only upon himself. This is without doubt a great deprivation, even though religious knowledge is one of the most blessed things Allaah gives to a servant.
Eén reden hiervoor is dat wanneer u het aan anderen leert en deze kennis onder de mensen verspreidt, u daarvoor wordt beloond, en dit is vanuit vele verschillende perspectieven:
One reason for this is that when you teach it to others and spread this knowledge among the people, you are rewarded for that and this is from many different perspectives:
1. Wanneer u deze religieuze kennis verspreidt, doet u dit voor de religie van Allaah (SWT).
1. When you spread this religious knowledge, you do so for the religion of Allaah ().
Zo word je een van de Mujaahidoon in het pad van Allaah: dat is omdat je de harten hebt geopend voor religieuze kennis, zoals de Mujaahid die een land verovert met rectificatie en geloof.
So you become from the Mujaahidoon in the path of Allaah: that is because you have opened the hearts to religious knowledge like the Mujaahid who conquers a land with rectification and faith.
2. Tot de zegeningen van het verspreiden van kennis en het onderwijzen ervan is dat men door dit te doen, de instandhouding en bescherming van de wetgeving van Allaah (de sharia) waarborgt. Als het niet voor de overdracht van kennis was, zou de wetgeving niet bewaard zijn gebleven.
2. From the blessings of spreading knowledge and teaching it is that by doing so, there is the preservation and protection of Allaah’s legislation (the Sharee’ah). If it were not for the passing on of knowledge, the legislation would not have been preserved.
3. Ook behoort het tot de zegeningen van het verspreiden van kennis dat wanneer u anderen onderwijst, u hen een groot goed doet. U geeft hen inzicht in de religie van Allaah (SWT). Bovendien, wanneer de dienaar vervolgens Allaah aanbidt met kennis en inzicht, zullen de soortgelijke beloningen die zij ontvangen uw beloning zijn, omdat u hen naar een specifiek goed hebt geleid. Degene die een ander leidt om iets goeds te doen, is net als degene die het daadwerkelijk doet.9
3. Also from the blessings of spreading knowledge is that when you teach others, you are doing them a great deal of good. You give them insight into the religion of Allaah (). Moreover, when the servant then worships Allaah with knowledge and insight, similar rewards they are given will be your reward, because you directed them towards a particular good. The one who directs another to do something good is just like the one who actually does it.9
4. Bovendien neemt de eigen kennis toe door het verspreiden en onderwijzen ervan. Het is bekend dat iemands kennis over een bepaald onderwerp zal toenemen wanneer hij die kennis aan mensen onderwijst. Dit komt doordat men bij het onderwijzen herhaalt wat hij eerder heeft geleerd en gememoriseerd, en tegelijkertijd nieuwe zaken leert die hij moet voorbereiden. In deze zin bestaat er een bekend (Arabisch) spreekwoord over rijkdom: "Het neemt toe door het vaak uit te geven, en het neemt af als het in een gesloten vuist wordt gehouden." Op dezelfde manier zal kennis, indien het wordt achtergehouden en niet wordt onderwezen, uiteindelijk afnemen.
4. Also, by spreading and teaching knowledge, one’s own knowledge increases. It is known that anyone who teaches a particular knowledge to people, his knowledge in that subject will increase. This is because in teaching, one is recalling what he previously learned and memorized as well as learning new things that he must prepare. In this meaning, there is a famous (Arabic) proverb regarding wealth, “It increases by spending it often, and it decreases if held in a tight fist.” Similarly, if knowledge is withheld and not taught, it will eventually decrease.
9 Een bewijs hiervan is de overlevering (Hadith) die is opgetekend door Muslim (no. 1893), at-Tirmidhee (no. 2671), Aboo Daawood (no. 5129), en door imam Ahmad, dat de Profeet ﷺ zei: “Wie iemand aanwijst om iets goeds te doen, zal een beloning krijgen die precies gelijk is aan die van degene die het daadwerkelijk heeft gedaan.”
9 A proof of this is the Hadeeth recorded by Muslim (no. 1893), at-Tirmidhee (no. 2671), Aboo Daawood (no. 5129), and by Imaam Ahmad that the Prophet () said, “Whoever directs someone to do something good, he will have a reward just like the one who actually did it.”