4 Het Kitaab
4 The Kitaab
29. De Kitaab is de edele Qur'an die aan onze Boodschapper Muhammad ﷺ is geopenbaard via de tong van Jibreel. De Kitaab is datgene wat aan ons is overgeleverd tussen de twee omslagen van de Mus-haf in de zeven Harfs (“recitaties”) via een massaal overgeleverde (Mutawatir) transmissie.
29. The Kitaab is the noble Qur’an revealed to our Messenger Muhammad (PBUH) on the tongue of Jibreel. The Kitaab is that which has been transmitted to us between the two binds of the Mus-haf in the seven Harfs (“recitations”) through a mutawaatir transmission.
30. Wat aan ons is overgeleverd uit de Edele Qur'an is een massaal overgeleverde (Mutawatir) overlevering. Wij weten dat dit de Qur'an is en alleen dit is een bewijs. Wat ons daarentegen is overgeleverd als ahaad (enkelvoudige overleveringen), zoals de Mus-haf van Ibn Mas’ud en anderen, is geen bewijs. Dit komt doordat de Profeet ﷺ is toevertrouwd om datgene wat aan hem was geopenbaard uit de Edele Qur'an over te dragen aan een groep wier woord een doorslaggevend bewijs zou zijn. Het is onvoorstelbaar dat degenen wier woord een doorslaggevend bewijs is, ermee zouden instemmen om iets dat zij hebben gehoord niet over te dragen. Als wij iets vinden dat niet is overgeleverd door degenen wier woord een doorslaggevend bewijs is, dan is het een enkelvoudige overlevering, die niet wordt erkend (als doorslaggevend bewijs). Dit komt doordat het is gekomen op een andere wijze dan diegene waartoe de Boodschapper ﷺ is toevertrouwd om over te dragen, in die zin dat het van enkelvoudige overlevering is. Dit is niet vergelijkbaar met de wijze waarop de Boodschapper ﷺ de Qur'an heeft overgebracht, waarbij hij deze overbracht aan vele moslims die het zouden memoriseren en wier woord een doorslaggevend bewijs zou zijn; dit staat naast zijn bevel om het op te schrijven.
30. What has been transmitted to us from the Noble Qur’an is a mutawaatir transmission. We know that this is Qur’an and only this is a proof. As for what has been narrated to us as ahaad (single narrations), such as the Mus-haf of Ibn Mas’ud and others, they are not a proof. This is because the Prophet (PBUH) was entrusted to convey what had been revealed to him from the Noble Qur’an to a group whose speech would be decisive proof. It cannot be imagined that those whose speech is a decisive proof would agree to not transmit something they had heard. If we find something not transmitted by those whose speech is a decisive proof, then it is a single narration, which is not recognised (as decisive proof) This is because it has come in a manner other than that which the Messenger (PBUH) has been entrusted to convey, in terms of it being of singular transmission. This is unlike the way the Messenger (PBUH) conveyed the Qur’an, where he conveyed it to many Muslims who would memorise it and whose speech would be a decisive proof; this is beside his order for it to be written.
31. De Nobele Qur’an heeft geen zaahir (uiterlijke) of baatin (verborgen) betekenis. Het is een Arabische spraak, die is gekomen in de taal van de Arabieren. Hij (SWT) zei:
31. The Noble Qur’an does not have a zaahir (outer) or baatin (secret) meaning. It is an Arabic speech, which has come in the tongue of the Arabs. He (SWTH) said:
“Wij hebben het als een Arabische Qur’ân neergezonden” [Yusuf: 2] En Hij (SWT) zei:
“We have sent it down as an Arabic Qur’ân” [Yusuf: 2] And He (SWTH) said:
“In de duidelijke Arabische taal” [Ash-Shu’araa’: 195] Het wordt op dezelfde manier begrepen als elk ander Arabisch taalgebruik wordt begrepen. Wat Allah bedoelt met de Qur’an is wat is uitgedrukt door de Edele Qur’an zelf; Allah (SWT) bedoelde niets anders dan wat is uitgedrukt. Zijn bedoeling kan alleen worden begrepen door het begrijpen van de syntaxis. Dus,
“In the plain Arabic language” [Ash-Shu’araa’: 195] It is understood the same way as any Arabic speech is understood. What Allah intends by the Qur’an is what has been expressed by the Noble Qur’an itself; Allah (SWTH) did not intend anything other than what was expressed. His intention is only understood from understanding of the syntax. Thus,
De bedoeling van Allah (SWT) is uitsluitend datgene wat is geuit. De Arabische betekenis is wat Allah (SWT) bedoelde in Zijn spraak, die Hij heeft geuit in de Arabische woorden en de Arabische stijl. Dienovereenkomstig is de strekking van de spraak datgene wat de spraak aangaf, door middel van de taalkundige bewijzen en de islamitische (Shar’i) indicatie die in de Kitaab of de profetische traditie (Sunnah) wordt vermeld. Dit heeft geen 'uiterlijke' of 'innerlijke' betekenis; het heeft eerder een betekenis die wordt aangeduid door de Arabische spraak, door middel van het Arabische begrip van de Arabische woorden en Arabische stijlen.
the intention of Allah (SWTH) is only what was expressed. The Arabic meaning is what Allah (SWTH) intended in His speech, which He expressed in the Arabic words and Arabic style. Accordingly, the import of the speech is what the speech indicated, through the linguistic proofs and the Shar’ee indication mentioned in the Kitaab or Sunnah. This has no ‘outer’ or ‘inner’; it rather has a meaning indicated by the Arabic speech, through the Arabic understanding of the Arabic words and Arabic styles.
32. De Qur'an bestaat uit verzen (Ayah's) die MuHkamaat (duidelijk) zijn en verzen (Ayah's) die mutashaabihaat (ambigu) zijn, vanwege de uitspraak van Allah (SWT):
32. The Qur’an is composed of aayaat which are MuHkamaat (clearcut) and aayaat which are mutashaabihaat (ambiguous), due to the saying of Allah (SWTH):
“Daarin zijn verzen die volkomen duidelijk zijn, zij zijn de fundamenten van het Boek; en andere zijn niet volkomen duidelijk.” [Aali ‘Imraan: 7] Wat betreft het deel van de MuHkam, dit is de tekst waarvan de betekenis duidelijk en evident is, zodanig dat het de mogelijkheid van een andere betekenis uitsluit, oftewel de aanwijzing ervan is expliciet en niet vatbaar voor interpretatie, zoals de uitspraak van Allah (SWT):
“In it are Verses that are entirely clear, they are the foundations of the Book; and others not entirely clear.” [Aali ‘Imraan: 7] As for the MuHkam part, it is the text whose meaning is apparent and clear such that it precludes the possibility of having any other meaning, i.e. its indication is explicit and not open to interpretation, Such as the saying of Alla (SWTH):
“Allah heeft handel toegestaan en woeker (Riba) verboden.” [Al-Baqarah: 275] En Zijn (SWT) zeggen:
Allah has permitted trading and forbidden Riba (usury).” [Al-Baqarah: 275] And His (SWTH) saying:
“Snijd (bij het polsgewricht) de (rechter)hand van de dief af, man of vrouw.” [Al-Maa`idah: 38] En Zijn (SWT) zeggen:
“Cut off (from the wrist joint) the (right) hand of the thief, male or female.” [Al- Maa`idah: 38] And His (SWTH) saying:
“En er is (een redding van) leven voor jullie in Al-Qisas (de wet van gelijkheid in straf), o mensen van begrip” [Al-Baqarah: 179] Wat betreft het mutashaabih-gedeelte, dit is het tegenovergestelde van muhkam. Het is de tekst die openstaat voor meer dan één betekenis, dat wil zeggen waar de mogelijke betekenissen met elkaar in strijd zijn. Het staat open voor een aantal tegenstrijdige betekenissen. Bijvoorbeeld,
“And there is (a saving of) life for you in Al-Qisas (the Law of Equality in punishment), O men of understanding” [Al-Baqarah: 179] As for the mutashaabih part, it is the opposite of muhkam. It is the text which is open to more than one meaning, i.e. where the possible meanings conflict. It is open to a number of conflicting meanings. For example,
“En gescheiden vrouwen zullen (wat hun huwelijk betreft) drie menstruatieperioden wachten.” [Al-Baqarah: 228] Hij (SWT) zei:
“And divorced women shall wait (as regards their marriage) for three menstrual periods.” [Al-Baqarah: 228] He (SWTH) said:
“tenzij zij (de vrouwen) ermee instemmen het op te geven, of hij (de echtgenoot), in wiens handen de huwelijksband is.” [Al-Baqarah: 237] Hij (SWT) zei:
“unless they (the women) agree to forego it, or he (the husband), in whose hands is the marriage tie.” [Al-Baqarah: 237] He (SWTH) said:
“of of u heeft contact gehad met vrouwen.” [Al-Maa’idah: 5] Hij (SWT) zei:
“or you have been in contact with women.” [Al-Maa’idah: 5] He (SWTH) said:
“En het Gelaat van jouw Heer, vol Majesteit en Eer, zal voor altijd blijven bestaan.” [Ar-Rahman: 27] Hij (SWT) zei:
“And the Face of your Lord full of Majesty and Honour will abide forever.” [Ar-Rahman: 27] He (SWTH) said:
“Want werkelijk, jullie zijn onder Onze Blik.” [Al-Tur: 48] Hij (SWT) zei ook:
“For verily, you are under Our Eyes.” [Al-Tur: 48] He (SWTH) also said:
“van Onze schepping” [Yaaseen: 71], en andere dergelijke voorbeelden waarvan de bewoording een aantal tegenstrijdige betekenissen heeft die niet met elkaar verzoend kunnen worden. In plaats daarvan hebben ze een taalkundige qareenah (verbinding) nodig, die een van de betekenissen zou specificeren. Het kan ook een schijnbare betekenis hebben die antropomorfisme (van Allah (SWT)) impliceert, een zaak die het woord noch rationeel noch volgens de islamitisch (Shar’i) wet mogelijk is om aan te duiden. Daarom is er een taalkundige of islamitisch (Shar’i) qareenah (verbinding) nodig om de bedoelde betekenis vast te stellen.
“from Our Handiwork” [Yaaseen: 71], and other such examples whose wording have a number of conflicting meanings and cannot be reconciled. Rather they need a linguistic qareenah (linkage), which would specify one of the meanings. It might also have an apparent meaning that implies anthropomorphisation (of Allah (SWTH)), a matter that is not possible, either rationally or by shar’, for the word to indicate. So, it needs a linguistic or shar’ee qareenah (linkage) to determine the intended meaning.