2.3 De opkomst en neergang van de Islam
2.3 The Rise and Decline of Islam
De uitbreiding van de Islam
The Expansion of Islam
De missie van de Islam, die begon in Mekka en bloeide in Medina, had alles in huis om uit te groeien tot een wereldwijde missie. De Koran stelde expliciet dat Mohammad ﷺ een boodschapper was, niet alleen voor de Arabieren, maar voor de gehele mensheid.28 Er werd ook gesteld dat een van de doelstellingen van deze missie is om andere religies en systemen over te nemen. In essentie legde het de basis voor de verspreiding van de Islam en de expansie van haar staat. Inderdaad, op het moment dat de Profeet ﷺ deze wereld verliet, bevonden de legers van de Islamitische staat zich op de grenzen van zowel het Romeinse als het Perzische rijk.
The mission of Islam which began in Mecca and flourished in Medina had all what it takes to grow into a global one. The Quran explicitly stated that Mohammad was a messenger not only for the Arabs but for all mankind.28 It also stated that one of the objectives of this mission is to take over other religions and systems. In essence it laid down the foundation for the spread of Islam and the expansion of its state. Indeed, the moment the Prophet (PBUH) departed this world, the armies of the Islamic state were on the borders of both the Roman and the Persian empires.
Minder dan honderd jaar na de stichting van de islamitische staat in Medina had de islam zich verspreid van Spanje (Andalusië) tot Sumatra. De moslimschepen domineerden de Middellandse Zee en de Indische Oceaan. Tijdens de expansie kwam er zeer weinig weerstand van zowel de Romeins-Byzantijnse als de Perzische troepen. Beide rijken hadden te lijden onder interne chaos, corruptie en een afname van het moreel. De islam bood de nieuw veroverde naties een religie met een rationele en eenvoudige geloofsleer, evenals een systeem dat werd gekenmerkt door rechtvaardigheid en billijkheid. Veel mensen gaven de voorkeur aan monotheïsme en vonden de Byzantijnse drie-eenheid en het Perzische dualisme afstotelijk. De islam sloot beter bij hen aan, en zij bekeerden zich niet alleen tot de islam, maar hielpen deze ook verder te verspreiden.
Less than one hundred years after the creation of the Islamic state in Medina, Islam had spread from Spain (Andalusia) to Sumatra. The Muslim ships dominated the Mediterranean Sea and the India Ocean. During its expansion, very little resistance came from either the Roman Byzantine or the Persian troops. Both empires have suffered from internal chaos, corruption, and decline of morale. Islam provided to the newly conquered nations a religion with rational and simple creed as well as a system characterized with justice and fairness. Many people favored monotheism and found the Byzantine trinity and Persian dualism distasteful. Islam was more to their liking, and they not only converted to Islam, but helped to spread it further.
De Islam nam een groot deel van de financiële last en de belastingen weg die werden opgelegd aan de mensen in de veroverde gebieden. Het hief de grenzen tussen naties op en behandelde alle naties en volkeren volgens dezelfde standaard. Er was geen sprake van nationale of etnische superioriteit. De moslims pasten het principe dat door de Koran werd verklaard tot in de volle breedte toe: “Eer wordt gemeten aan de hand van vroomheid in plaats van aan de hand van nationale identiteit.”29 Lynn Nylson in Medieval History,30 zegt dat “moslims religieuze tolerantie beoefenden, en de sociale en economische doctrines van de Islam veel menselijker waren dan die van de andere volkeren uit die tijd.” Zij concludeert dat de Koran de volkeren van de Romeinse en Perzische rijken een gemeenschappelijk geheel van wetten en waarden gaf.
Islam removed much of the financial burden and taxation which was imposed upon the people of the conqured lands. It removed the boundaries between nations and treated all nations and peoples by the same standard. There was no national or ethnic supremacy. The Muslims practiced to the fullest extent the principle declared by the Quran: “Honor is measured by piety rather than by national identity.”29 Lynn Nylson in Medieval History,30 says that “Muslims practiced religious toleration, and the social and economic doctrines of Islam were far more humane than those of the other peoples of the time.” She concludes that the Quran gave the peoples of the Roman and Persian empires a common set of laws and values.
Samen met de verspreiding van de Islam en de expansie van haar staat, ontstond er een nieuwe beschaving. Deze beschaving vertaalde het theoretische model, dat gedurende een lange periode was opgebouwd, naar een praktisch model. Het was in staat om nomadische krijgers-Arabieren te transformeren tot een beschaafde groep mensen die in staat was om de zaken van anderen te verzorgen, enkel in ruil voor het genoegen van de Almachtige Allah. De beschaving creëerde een nieuw beeld van de heersers van het land: nooit boven de wet of boven het volk. Er wordt verteld dat toen een gezant van de Perzische koning naar Medina kwam om de kalief Omar Bin Al-Khattab te zoeken, hij er verbaasd over was hem slapend onder een boom te vinden. Hij vond geen paleis zoals dat van zijn eigen koning of bewakers zoals hij die gewend was. Zijn opmerkingen karakteriseerden op elegante wijze de eigenschappen van de leiders van de nieuwe beschaving: “Regeer met rechtvaardigheid en rust met een gevoel van veiligheid.”31
Together with the spread of Islam and the expansion of its state, a new civilization emerged. This civilization translated the theoretical model which was constructed over an extended period of time into a practical one. It was able to transform nomad warrior Arabs into a civilized group of people capable of looking after the affairs of others in return only for the pleasure of the Almighty Allah. The civilization created a new imagery of the rulers of the land: never above the law or above the people. It is reported that when an envoy of the Persian king came to Medina looking for the caliph Omar Bin Al-Khattab, he was astonished to find him lying asleep under a tree. He did not find a palace like that of his own king or guards like those he was used to. His comments elegantly characterized the traits of the leaders of the new civilization: “Rule with justice and rest with a sense of security.”31
De snelle en soepele expansie van de Islam werd gedocumenteerd in het boek World Civilization: The Global Experience, 32, waarin de auteurs stellen,
The rapid and smooth expansion of Islam was documented in the book World Civilization: The Global Experience, 32 in which the authors state,
In de zevende eeuw n.Chr. trokken de Arabische volgelingen van Muhammad ﷺ vanuit het Arabisch Schiereiland om de eerste wereldwijde beschaving te stichten.
In the seventh century C.E. the Arab followers of Muhammad surged from the Arabian Peninsula to create the first global civilization.
Ze veroverden snel een rijk dat elementen van de klassieke beschavingen van Griekenland, Egypte en Perzië omvatte. Islamitische kooplieden, mystici,
They quickly conquered an empire incorporating elements of the classical civilizations of Greece, Egypt, and Persia. Islamic merchants, mystics,
en krijgers zetten de expansie voort in Europa, Azië en Afrika. Dit proces zorgde voor verbindingen voor uitwisseling tussen beschaafde centra en smeedde een werkelijk wereldwijde beschaving.
and warriors continued its expansion in Europe, Asia, and Africa. The process provided links for exchange among civilized centers and forged a truly global civilization.
Als technoloog zelf vond ik de opmerkingen van de voormalige CEO van Hewlett Packard (HP) in een toespraak gehouden tijdens een conferentie onder het thema “Technology, Business and Our Way of Life: What Is Next” het meest intrigerend. Zij merkte op dat de islamitische beschaving, die de wereld meer dan achthonderd jaar domineerde, werd gedreven door uitvindingen. Het islamitische leger maakte een mate van vrede en welvaart mogelijk die “nooit eerder was gekend.” Ter erkenning van de bijdrage van de islamitische beschaving merkt zij op dat de technologie van vandaag “niet zou bestaan zonder de bijdragen van Arabische wiskundigen.” Op filosofisch vlak daagden moslimfilosofen zoals Rumi “onze opvattingen over het zelf en de waarheid uit.” Op het gebied van tolerantie en burgerlijke codes droegen leiders zoals Suleiman “bij aan onze opvattingen over tolerantie en burgerlijk leiderschap.” Wat Fiorina's observaties onderscheidend en uniek maakt, is dat ze twee weken na de terroristische aanslagen van 11 september kwamen, waardoor de islam onterecht onder de loep werd genomen vanwege opvattingen over terrorisme en barbaars gedrag.
Being a technologist myself, I found most intriguing the comments of former CEO of Hewlett Packard (HP) in a speech delivered to a conference held under the theme “Technology, Business and Our Way of Life: What Is Next.”33 She noted that the Islamic civilization which dominated the world for more than eight hundred years was one driven by invention. The Islamic military allowed a degree of peace and prosperity that “had never been known.” In recognition of the Islamic civilization contribution, she notes that today’s technology “would not exist without the contributions of Arab mathematicians.” On the philosophical front, Muslim philosophers like Rumi “challenged our notions of self and truth.” In the domain of tolerance and civic code, leaders like Suleiman “contributed to our notions of tolerance and civic leadership.” What makes Fiorina’s observations distinct and unique is that they came two weeks after the 9/11 acts of terrorism which rendered Islam unjustly scrutinized for notions of terrorism and savage behavior.
Op economisch gebied kenmerkte de islamitische beschaving zich door welvaart op maatschappelijk niveau en de uitbanning van armoede op individueel niveau. Ira Marvin Lapidus merkt in haar boek The History of Islamic Society op dat de beschaving in Noord-Afrika en Spanje werd gestimuleerd door “buitengewone economische welvaart.”34 Historici zoals Ibn Katheer en Al-Tabari rapporteren dat de islam binnen de eerste zestig jaar van haar opkomst erin slaagde om armoede op alle niveaus weg te nemen. De belangrijkste liefdadigheidsinstelling in de islam, armenbelasting (Zakah), ervoer een positieve overvloed aan geld toen de ontvangers van deze vorm van liefdadigheid vrijwel verdwenen door welvaart en financiële stabiliteit.
On the economic side, the Islamic civilization was characterized by prosperity at the societal level and poverty elimination at the individual level. Ira Marvin Lapidus notes in her book The History of Islamic Society that the civilization in North Africa and Spain was fostered by “extraordinary economic prosperity.”34 Historians like Ibn Katheer and Al-Tabari report that within the first sixty years of its rise, Islam managed to remove poverty at all levels. The main charity institution in Islam, Zakah, experienced a positive overflow of money when recipients of this form of charity virtually disappeared due to prosperity and financial stability.
Historici, politici, schrijvers en critici zijn het erover eens dat de islam zich met een verbijsterende snelheid heeft verspreid en uitgebreid. Zij beschrijven verschillende aspecten van de beschaving en sommigen hebben een vorm van verklaring gegeven voor dat fenomeen. Noah Feldman schreef in zijn boek The Fall and the Rise of Islamic State de opkomst en verspreiding van de eerste islamitische staat toe aan de implementatie van de sharia (de islamitische rechtscode), gekoppeld aan een mechanisme van checks and balances dat werd gehandhaafd door zelfverklaarde geleerden. De Franse historicus Lamartine schreef het fenomeen toe aan een momentum 35
Historians, politicians, writers, and critiques agree that Islam spread and expanded at a breathtaking speed. They describe different aspects of the civilization and some have provided some sort of explanation for that phenomenon. Noah Feldman in his book The Fall and the Rise of Islamic State attributed the rise and spread of the first Islamic state to the implementation of the Shari’ah (the Islamic legal code) coupled with a check-and-balance mechanism maintained by self-proclaimed scholars. French historian Lamartine attributed the phenomenon to a momentum 35
gegenereerd door het buitengewone karakter van de Profeet Muhammad ﷺ. Vergelijkbare observaties werden gedaan door Sir Bernard Shaw.
generated by the extraordinary character of Prophet Mohammad (PBUH). Similar observations were made by Sir Bernard Shaw.
Het is waar dat de persoonlijkheid en het karakter van Mohammad ﷺ een grote impact hadden op de opkomst en verspreiding van de islam. Maar om die impact vele eeuwen voort te laten duren, is een uitgebreidere discussie vereist. In hetzelfde opzicht was de implementatie van de regels van de islam in de vorm van sharia instrumenteel voor de duurzaamheid van de islamitische staat en beschaving. Maar om die sharia gedurende zo'n lange periode relevant te houden, is meer analyse vereist.
It is true that the personality and character of Mohammad had a great impact on the rise and spread of Islam. But for that impact to last many centuries ahead requires more elaborate discussion. Similarly, the implementation of the rules of Islam in the form of Shari’ah was instrumental to the sustainability of the Islamic state and civilization. But for that Shari’ah to remain relevant for such a long period of time requires more analysis.
Het leiderschap en de methodologie die door de Profeet Muhammad ﷺ werden geboden, bleven om één eenvoudige reden relevant en invloedrijk. Muhammad ﷺ werd door moslims gezien als iemand die openbaringen van Allah ontving. Het geloof in Muhammad ﷺ als een boodschapper van Allah was gelijk aan het geloof in Allah als God. Dus toen de moslims zich ermee bezighielden om het leven van Muhammad ﷺ vast te leggen, wisten zij dat zij, naast de Koran, nog een bron van de openbaring samenstelden. Het is geen toeval dat de vroege moslims een geheel nieuwe methodologie formuleerden voor het verzamelen van de uitspraken, de handelingen en het gedrag van de Profeet ﷺ.
The leadership and methodology provided by Prophet Mohammad remained relevant and influential for one simple reason. Mohammad was perceived by Muslims as one who receives revelation from Allah. The belief in Mohammad as a messenger from Allah was tantamount to the belief in Allah as a god. So when the Muslims set out to document Mohammad’s life, they knew that they were compiling another source for the revelation in addition to the Quran. It is not a coincidence that early Muslims formulated a whole new methodology for compiling the statements, the actions, and behavior of the Prophet (PBUH).
Islamitische geleerden creëerden wat neerkomt op een database met profileringskennis, waarin zij alle mogelijke details verzamelden over iedereen die direct of indirect contact heeft gehad met de Profeet ﷺ. Dit werd als noodzakelijk beschouwd om elk stuk dat aan de Profeet ﷺ werd toegeschreven te authenticeren. In dit proces slaagden islamitische geleerden zoals Bukhari, Muslim, Nisa’i, Tirmidhi en Abu Dawoud erin om duizenden verwijzingen die onterecht aan de Profeet Muhammad ﷺ waren toegeschreven, te filteren. Voor de moslims maakten het leven en de werken van de Profeet Muhammad ﷺ deel uit van het geloof. De Koran bevestigde dit feit op verschillende plaatsen. Op één plek legde het een directe link tussen het liefhebben van Allah en het volgen van Muhammad ﷺ.36 Op een andere plaats vroeg de Koran de moslims om alles wat de Boodschapper van Allah ﷺ hen bood, aan te nemen en te accepteren.37
Muslim scholars invented what amounts to a profiling knowledge database in which they collected all possible details about each and every one who has been in direct or indirect contact with the Prophet. This was deemed necessary to authenticate any piece that was attributed to the Prophet. In the process, the Muslim scholars like Bukhari, Muslim, Nisa’i, Tirmidhi, and Abu Dawoud managed to filter out thousands of references falsely attributed to Prophet Mohammad (PBUH). To the Muslims, the life and products of Prophet Mohammad were part of the creed. The Quran confirmed this fact in several places. In one location, it made a direct link between loving Allah and following Mohammad.36 In another place, the Quran asked the Muslims to take and accept everything that the Messenger of Allah provided to them.37
Bij het nastreven van de verspreiding van zijn missie, hanteerde de Profeet Muhammad ﷺ strategieën, tactieken en plannen die zowel tastbaar als praktisch waren. Hij vertrouwde nooit op bijgelovige of bovennatuurlijke krachten bij het schetsen of uitvoeren van de plannen. Op het moment dat hij predikte dat overwinning uiteindelijk door God wordt geschonken, hield hij vol dat alle voorbereidingen en voorzorgsmaatregelen door de mensen moesten worden uitgevoerd. Met andere woorden, hij maakte duidelijk dat het succes of falen van de missie afhangt van de mate van toewijding, devotie en opoffering van de mensen die de missie uitvoeren. Het feit dat de ideeën, concepten, regels, voorschriften en waarden rechtvaardig, eerlijk en superieur zijn, volstaat niet voor de boodschap van de Islam om op te staan en te floreren. Het bestaan van een groep mensen die geloven in de ideeën en de bijbehorende systemen is even essentieel als de juistheid van de ideeën zelf.
In pursuing the prevalence of his mission, Prophet Mohammad assumed strategies, tactics, and plans which are both tangible and practical. He never relied on superstitious or supernatural forces in sketching or implementing the plans. At the time when he preached that victory is ultimately provided by god, he insisted that all preparations and precautions need to be carried out by the people. In other words, he made it clear that the success or failure of the mission depends on the degree of commitment, devotion, and sacrifice of the people who carry the mission. The fact that the ideas, concepts, rules, regulations, and values are just, fair, and supreme do not suffice for the message of Islam to rise and prosper. The existence of a group of people who believe in the ideas and its systems is as essential as the correctness of the ideas themselves.
De Koran trok zorgvuldig de lijn tussen de persoonlijkheid van de Profeet ﷺ en de goddelijke openbaring. De nadruk lag op de goddelijke openbaring. Op talrijke plaatsen waarschuwde de Koran de Profeet ﷺ zelf om een strikte naleving van de geopenbaarde wet aan te houden.38 In soera Al-Maidah (hoofdstuk 5, vers 49) legt de Koran de volgende beperking op: “En oordeel onder hen naar wat Allah heeft geopenbaard en volg niet hun ijdele verlangens, maar wees voor hen gewaarschuwd, opdat zij u afleiden van een deel van datgene wat Allah u heeft neergezonden.” Het punt is dat het islamitische geloofsovertuigingsleer geen twijfel liet bestaan dat de Profeet ﷺ slechts een mens was die openbaring van Allah ontving, en dat de moslims God pas zullen aanbidden wanneer zij de Boodschapper ﷺ volgen. Zolang het geloof levend blijft in de geest en de harten van de gelovigen, blijft de impact van de Profeet Muhammad ﷺ levend en actief.
The Quran carefully drew the line between the personality of the Prophet and the divine revelation. The emphasis was on the divine revelation. In numerous locations, the Quran warned the Prophet himself to keep a strict observation of the revealed code.38 In Surah Al-Maidah (chapter 5, verse 49), the Quran makes the following restriction “And so judge ( O Muhammad) among them by what Allah has revealed and follow not their vain desires, but beware of them lest they turn you far away from some of that which Allah has sent down to you.” The point is that the Islamic creed left no doubt that the Prophet was but a man who receives revelation from Allah, and that the Muslims will only be worshiping god when they follow the Messenger. Then as long as the creed remains alive in the minds and hearts of the believers, the impact of Prophet Mohammad remains alive and active.
Op dezelfde manier, toen de Koran een gedragscode openbaarde, deed zij dit in samenhang met het geloof zelf. De Koran vroeg de gelovigen niet simpelweg om een goede daad te verrichten of een kwade daad na te laten. In plaats daarvan benadrukte zij de link tussen de handeling en de goddelijke bron die achter het gebod van de handeling staat. Wanneer de Koran bijvoorbeeld een regel openbaarde met betrekking tot het verbod op alcoholische dranken, sloot zij de regel in binnen een reeks andere hoogste waarden. In soera Al-Maidah (hoofdstuk 5, vers 90) staat: “O jullie die geloven! Bedwelmende middelen (alle soorten alcoholische dranken), gokken, Al-Ansâb en Al-Azlâm (vormen van loterij) zijn een afschuwelijk werk van de hand van de duivel (Shaytan). Vermijd daarom (strikt) dat (afschuwelijke), opdat jullie succesvol mogen zijn.” Let op hoe het vers begint met een aanspreking “O jullie die geloven!”, wat het publiek herinnert aan hun geloof, wat belangrijk is voor hun naleving van het gebod. Vervolgens legt het de verboden handelingen, zoals alcoholische dranken, te linken aan de daden van de duivel (Shaytan). Toen dit vers werd geopenbaard, gooiden de moslims alle wijn die zij eerder hadden opgeslagen weg, tot op het punt dat de straten van Medina overstroomden met wijn.
By the same token, when the Quran revealed code of conduct, it did so in conjunction with the creed itself. The Quran did not simply ask the believers to do a good deed or to refrain from doing an evil deed. Rather it emphasized the link between the action and the divine source that stands behind the command of the action. For example, when the Quran revealed a rule regarding the prohibition of alcoholic drink, it wrapped the rule within a set of other supreme values. In Surah Al-Maidah (chapter 5, verse 90) it says, “O you who believe! Intoxicants (all kinds of alcoholic drinks), and gambling, and Al-Ansâb, and Al-Azlâm (forms of lottery) are an abomination of Shaitân’s (Satan) handiwork. So avoid (strictly all) that (abomination) in order that you may be successful.” Note how the verse begins with an address “O you who believe!” reminding the audience of their belief, which is important for their compliance with the command. Then it links the prohibited acts, e.g., alcoholic drinks, to the acts of the devil (Shaitan). When this verse was revealed, the Muslims dumped all the wine they had previously stored to the extent that the streets of Medina were flooded with wine.
Toen de Koran de gelovigen verzocht om geld te geven aan degenen die in behoefte waren, deed zij dit op een wijze die bevorderlijk was voor vrijgevigheid en ruimhartigheid. In soera Al-Baqara (hoofdstuk 2, vers 245) motiveert de Koran de gelovigen om hun geld aan hun medemensen te lenen door te zeggen dat deze daad gelijkstaat aan het verlenen van een lening aan Allah. Op andere plaatsen herhaalt zij het feit dat Allah de gelovigen verzoekt om de rijkdom uit te geven die aan hen door Allah is geschonken. Dit concept is het duidelijkst in soera Al-Hadeed (hoofdstuk 57, vers 7), waarin staat: “Geloof in Allah en Zijn Boodschapper en geef van datgene waarvan Hij jullie tot beheerders heeft gemaakt. En degenen onder jullie die geloven en geven (in de weg van Allah), voor hen is een grote beloning.” Deze stijl is consistent door de gehele Koran, of de regels nu betrekking hebben op rijkdom, handel, eetgewoonten, huwelijk, scheiding, oorlog, vrede, familierelaties, moraal, ethiek, of welk ander onderwerp dan ook.
When the Quran requested of the believers to give money to those who are in need, it did so in a style conducive to generosity and munificence. In Surah Al-Baqara (chapter 2, verse 245), the Quran motivates the believers to lend their money to their fellow men saying that this act is equivalent to giving Allah a loan.39 In other places it repeats the fact that Allah requests the believers to expend the wealth that has been provided to them by Allah. This notion is most clear in Surah Al-Hadeed (chapter 29, verse 7), which states, “Believe in Allah and His Messenger and spend of that whereof He has made you trustees. And such of you as believe and spend (in Allah’s Way), theirs will be a great reward.” This style is consistent throughout the Quran, whether the rules are related to wealth, trade, food habits, marriage, divorce, war, peace, family relations, morals, ethics, or any other issue.
Het punt is dat de Islam zeer toegewijd was aan het behouden van de ultieme soevereiniteit aan Allah de Schepper, in plaats van aan de wetten en regels die van Hem komen. Het naleven van de wetten en de gedragscode is uiteindelijk een bewijs voor de oprechtheid van iemands geloof in de leer van de Islam. In soera Al-Nisa’a (hoofdstuk 4, vers 65) bevestigt de Koran deze conclusie: “Nee, bij uw Heer, zij zullen geen gelovigen zijn, totdat zij u (o Muhammad ﷺ) als rechter in al hun geschillen aanstellen, en geen weerstand tegen uw beslissingen in zichzelf vinden, en deze met volledige onderwerping aanvaarden.” Dit brengt het feit weer in beeld dat de Profeet Muhammad ﷺ meer dan 65% van zijn levensduur als profeet heeft doorgebracht met het opbouwen en versterken van de leer als fundament van het geloof en de ideologie.
The point is that Islam was very keen about maintaining the ultimate sovereignty to Allah the creator rather than to the laws and regulations that come from him. The adherence to the laws and code of conduct is eventually a proof for the sincerity of one’s belief in the creed of Islam. In Surah Al-Nisa’a (chapter 4, verse 65), the Quran confirms this conclusion: “But no, by your Lord, they can have no Faith, until they make you (O Muhammad) rule in all disputes between them, and find in themselves no resistance against your decisions, and accept (them) with full submission.” This brings back into play the fact that Prophet Mohammad spent more than 65% of his life span as a prophet building and strengthening the creed as a foundation of faith and the ideology.
De verspreiding van de islam, de expansie van de islamitische staat en de dominantie van haar beschaving waren een natuurlijk gevolg van de naleving en toewijding van de moslimgemeenschap (Ummah) in het algemeen aan de intellectuele fundamenten van het geloof. Wat Noah Feldman via zijn onderzoek en analyse observeerde, is de manifestatie van deze naleving van het geloofsovertuigingsleer door de implementatie van de sharia. De rol van de geleerden was louter om de verbindingen tussen de sharia-wetgeving zelf en de bron van de wetgeving, namelijk Allah de Allerhoogste, te onderhouden. Wanneer mensen een islamitisch oordeel over een kwestie vroegen, gaven de geleerden (Ulama) niet simpelweg een abstract islamitisch oordeel over de specifieke kwestie (bijv. toegestaan, verplicht, aanbevolen, verboden of afgeraden). In plaats daarvan leidden zij de regel af uit gegeven teksten in de Koran of de profetische traditie (Sunnah) (de uitspraken en daden van de Profeet ﷺ). Zij gaven de regel door samen met de bewijzen die werden gebruikt om die regel af te leiden. Op deze manier hielden zij het publiek verbonden met de goddelijke openbaring, die kracht geeft aan de regel en het publiek de reden geeft om de regel na te leven.
The spread of Islam, the expansion of the Islamic state, and the dominance of its civilization were a natural consequence of the adherence and devotion of the Muslim community at large (the Muslim Ummah) to the intellectual foundations of the faith. What Noah Feldman observed through his research and analysis is the manifestation of this observance to the creed through the implementation of the Shari’ah. The role of the scholars was merely to sustain the links between the code of Shari’ah itself and the source of the code, i.e., Allah the supreme. When people requested an Islamic opinion on any issue, the scholars (ulama) did not simply provide an abstract Islamic opinion on the particular issue (e.g., allowed, obligated, recommended, banned, or discouraged). Rather, they would derive the rule from given texts in the Quran or the Sunnah (Prophet’s statements and acts). They would pass on the rule together with the evidences used to derive that rule. This way, they kept the audience connected to the divine revelation which gives power to the rule and provides the audience with the reason to adhere to the rule.
Deze praktijk werd uitvoerig gedocumenteerd in de literatuur van de vooraanstaande geleerden rondom wie de belangrijkste rechtsscholen waren georganiseerd. De beroemde boeken van de grote geleerden Abu Hanifah, Ja’afar, Al-Shafi’i, Ahmad Bin Hanbal en Malik Bin Anas leveren een uitstekend bewijs hiervoor. Binnen elke school werden honderden boeken geschreven. Elk en ieder van deze boeken biedt een verzameling regels met alle relevante teksten uit de Koran en de profetische traditie (Sunnah) en de logica die werd gebruikt om de regels uit deze teksten af te leiden.
This practice was thoroughly documented in the literature of the prominent scholars around whom the main schools of thought were organized. The famous books of the major scholars Abu Hanifah, Ja’afar, Al-Shafi’i, Ahmad Bin Hanbal, and Malik Bin Anas provide an outstanding proof to this effect. Within each school hundreds of books were composed. Each and every one of these books provides a collection of rules with all relevant texts from the Quran and Sunnah and the logic used to derive the rules from these texts.
Het verval van de Islam
The Decline of Islam
De staat van het kalifaat, gesticht door de Profeet Muhammad ﷺ in het jaar 623, kwam op 3 maart 1924 volledig tot stilstand. Na dertienhonderd jaar van groei, expansie en dominantie verloor de Islam het instrument dat verantwoordelijk was voor de realisatie ervan in het economische, politieke en sociale leven van de mensen. Het besluit om de staat van het kalifaat af te schaffen werd genomen door de Nationale Vergadering in Istanbul onder de leiding van Mustafa Kemal Atatürk. De beëindiging van de staat was niet het begin van de neergang; het was in feite het resultaat van een langdurig proces van verval dat al in een veel eerder stadium in de geschiedenis begon.
The state of khilafah established by Prophet Mohammad in the year 623 came to a complete halt on March 3, 1924. After thirteen hundred years of growth, expansion, and dominance, Islam lost the instrument responsible for its realization in the economic, political, and social lives of people. The decision to abolish the state of khilafah was taken by the National Assembly in Istanbul under the direction of Mustafa Kemal Atatürk. The termination of the state was not the beginning of the decline; in fact it was a result of a long process of decline which began at a much earlier stage in history.
Noah Feldman schrijft in zijn boek The Fall and Rise of the Islamic State de neergang toe aan de afnemende rol van de geleerden in het handhaven van een controle op de verplichtingen van de heersers om de sharia van de Islam te implementeren. Dit proces begon meer dan honderd jaar voordat de uiteindelijke ineenstorting plaatsvond. Er is geen twijfel mogelijk dat de rol van de geleerden essentieel is voor het voortbestaan van de sharia. Hun rol is echter om voortdurend de energie van het geloof te verjongen in de geesten en harten van zowel het volk als de heersers. Toen de regels van de staat werden samengesteld en gecodificeerd in een boek genaamd de Majillah, werden ze gegeven als abstracte regels, ontdaan van de goddelijke bron die hen in de eerste plaats hun kracht gaf. De regels waren correct afgeleid van islamitische bronnen. Niemand kon hun legitimiteit vanuit een islamitisch perspectief tegenspreken. Door de scheiding tussen de regels van de sharia en de goddelijke code achter deze regels, verloor het publiek bijna de verbinding tussen hun geloof en hun dagelijkse levenszaken, behalve misschien voor de dagelijkse rituelen. Toen het besluit om het kalifaat af te schaffen in 1924 werd genomen, voelde het algemene publiek niet dat de basis van hun Islam en het fundament van hun geloof werden ontworteld.
Noah Feldman, in his book The Fall and Rise of the Islamic State, attributes the decline to the diminishing role of the scholars in maintaining a check against the rulers’ obligations to implement the Shari’ah of Islam. This process began more than one hundred years before the final collapse took place. There is no doubt that the role of the scholars is instrumental to the sustainability of the Shari’ah. Their role, however, is to continuously rejuvenate the energy of the creed in the minds and hearts of the people and the rulers alike. When the rules of the state were compiled and coded in a book called the Majillah, they were given as abstract rules stripped off the divine source that gave them power in the first place. The rules were correctly derived from Islamic sources. No one could argue against their legitimacy from an Islamic perspective. Due to the separation between the rules of the Shari’ah and the divine code behind these rules, the public almost lost the connection of their creed to their daily life affairs, except maybe for the daily rituals. When the decision to abort the khilafah came in 1924, the general public did not feel that the base of their Islam and the foundation of their faith were being uprooted.
De tweede opkomst van de Islam
The Second Rise of Islam
Het moet onmiddellijk worden vermeld dat de neergang van de Islam en het verdwijnen van haar staat en beschaving uit de wereld niet te wijten was aan interne fouten en gebreken in de fundamenten van de Islam, zoals het geval was bij het socialisme en het kapitalisme. Integendeel, het was het afwijken van de fundamenten van de Islam die tot de neergang leidde, in plaats van het naleven van haar principes. De nauwgezette naleving van de goddelijke openbaring en de strikte conformiteit met haar verordeningen en regels veroorzaakten en vergemakkelijkten de eerste opkomst, expansie en verspreiding van de Islam, haar staat en haar beschaving. Het is dezelfde oorzaak en reden die vandaag de dag de tweede opkomst aandrijft.
It should be immediately stated that the decline of Islam and the removal of its state and civilization from the world was not due to internal faults and defects in the foundation of Islam as was the case with socialism and capitalism. On the contrary, it was the departure from the foundation of Islam which led to the decline rather than the compliance with its principles. The close observance of the divine revelation and the strict compliance of its ordinance and rules caused and facilitated the first rise, expansion, and spread of Islam, its state and civilization. It is the same cause and reason that is driving the second rise today.
Men kan betogen dat de opkomst van de islam vandaag de dag wordt veroorzaakt door zowel noodzaak als door goddelijke verordening en verplichting. Sinds de ineenstorting van de islamitische staat en de verwijdering van de sharia, hebben de moslims in landen met een moslimmeerderheid enkele van de slechtste omstandigheden ooit ervaren. De geopolitieke verdeling van de moslimlanden vertoont een grote ongelijkheid en onregelmatigheid. Dit is duidelijk zichtbaar in de samenstelling van kleine staten met minder dan een half miljoen inwoners maar met een extreem grote rijkdom, en zeer grote staten met meer dan honderd miljoen extreem arme mensen. Koeweit heeft bijvoorbeeld minder dan één miljoen Koeweitse staatsburgers met een bbp van meer dan $140 miljard. Egypte heeft daarentegen een bevolking van meer dan vierentachtig miljoen en een bbp van $165 miljard. Deze enorme ongelijkheid in rijkdom heeft onhoudbare omstandigheden gecreëerd die ernstige oproepen hebben gestimuleerd voor de integratie van moslimlanden en de vereniging van moslims onder één staat. Aanvankelijk werden de oproepen tot vereniging aangewakkerd door het Arabisch pannationalisme.42 Na verschillende tegenslagen die door Arabische nationalisten werden ervaren, werd de oproep tot de integratie van Arabische landen en staten voortgezet door islamitische voorstanders.43
It can be argued the rise of Islam today is caused by necessity as well as ordinance and obligation. Since the collapse of the Islamic state and the removal of the Shari’ah, the Muslims in Muslim-majority countries have experienced some of the worst conditions ever. The geopolitical distribution of the Muslim lands shows a great disparity and irregularity. This is evident in the composition of small states with less than a half million population but with extremely large wealth and very large states with more than one hundred million extremely poor people. Kuwait, for example, has less than one million Kuwaiti nationals with more than $140 billion GDP. Egypt, on the other hand, has a population of more than eighty-four millions and a GDP of $165 billion. This huge disparity in wealth created unbearable conditions which have promoted serious calls for the integration of Muslim lands and the unification of Muslims under one state. Initially, the unification calls were prompted by Arab pan nationalism.42 After several setbacks experienced by Arab nationalists, the call for the integration of Arab lands and states was carried forward by Islamic advocates.43

De corruptieperceptie-index (CPI) meet de “misbruik van toevertrouwde macht voor persoonlijk gewin.”44 Met uitzondering van vier staten scoorden de Arabische en moslimstaten minder dan 5 op een schaal van 1 tot 10, wat duidt op een hoog niveau van corruptie. De 37,5% van de staten wereldwijd die een score van minder dan of gelijk aan 3 hadden, zijn ofwel Arabische ofwel moslimstaten. Corruptieomstandigheden hebben alle aspecten van het leven in deze landen beïnvloed en zijn een drijvende kracht geworden voor regime- en systeemveranderingen.
The corruption perception index (CPI) measures the “abuse of entrusted power for private gain.”44 Except for four states, the Arab and Muslim states scored less than 5 on a scale from 1 to 10, indicating a high level of corruption. The 37.5% of the states worldwide which had score less than or equal to 3 are either Arab or Muslim states. Corruption conditions have impacted all aspects of life in these countries and have become a driving force for regime and system changes.
Vóór de neergang stonden islamitische scholen en universiteiten in Andalusia, Baghdad en Cairo aan de wereldtop en waren zij de bron van kennis en verlichting. De Britse historicus Sir John Davenport rapporteert over een brief die door koning George II van Groot-Brittannië naar de kalief in Andalusia werd gestuurd, waarin hij hem vroeg om een delegatie uit Engeland in te schrijven bij de islamitische universiteiten.45 Sinds de neergang van de islamitische beschavingen zijn de universiteiten in de islamitische wereld achtergebleven. Figuur 30 toont de ranglijst van universiteiten over de hele wereld. Er is slechts één Arabische universiteit binnen de top 200 universiteiten ter wereld, twee onder de 500 beste universiteiten, en slechts vier onder de top 1.000 universiteiten. Gebaseerd op een berekende scoreboard voor hoger onderwijs, lopen alle moslim- en Arabische landen achter in hun score voor hoger onderwijs, waarbij Saudi-Arabië, het olie-rijke land, de score leidt met 38%! In de bredere context van de moslimwereld heeft Turkije één universiteit onder de top 500 en heeft Iran er één in de top 1.000 scholen ter wereld. Gezien deze verwoestende en ontmoedigende cijfers in het hoger onderwijs, is het volkomen natuurlijk om een parallelle neergang in de industriële sector te verwachten, zoals eerder besproken.
Before the decline, Islamic schools and universities in Andalusia, Baghdad, and Cairo ranked top in the world and were the source of knowledge and enlightenment. British historian Sir John Davenport reports on a letter sent by King George II of Britain to the caliph in Andalusia asking him to enroll a delegation from England into Islamic universities.45 Since the decline of the Islamic civilizations, the universities in the Islamic world have fallen behind. Figure 30 shows the ranking of universities around the world. There is only one Arab university within the top 200 universities in the world, two among the 500 top universities, and only four among the top 1,000 universities. Based on a calculated higher education scoreboard, all Muslim and Arab countries lag behind in their higher education score with Saudi Arabia, the oil-rich country leading the score with 38%! In the wider scope of the Muslim world, Turkey has one university among the top 500 and Iran has one in the top 1,000 schools in the world. Given these devastating and demoralizing figures in higher education, it is only natural to expect a parallel decline in the industrial sector as discussed earlier.

Dit was het gevolg van de totale ineenstorting van het geopolitieke systeem van de islamitische wereld na de verwijdering van de islamitische staat en haar systemen. Minder dan twintig jaar later (in 1967) leden dezelfde landen een andere nederlaag door de Israëlische strijdkrachten en verloren zij meer land in de oorlog. Of het nu op het diplomatieke, politieke of militaire front was, de Arabische en islamitische landen konden geen enkel redelijk succes behalen in het oplossen van het conflict in Palestina. Andere geopolitieke problemen laaiden op in Kashmir, Eritrea, Bosnië, Kosovo en Azerbeidzjan.
This was a result of total collapse of the geopolitical system of the Muslim world after the removal of the Islamic state and its systems. Less than twenty years later (in 1967), the same countries suffered another defeat by the Israeli forces and lost more land in the war. Whether it is in the diplomatic, political, or military fronts, the Arab and Muslim countries could not achieve any reasonable success in resolving the conflict in Palestine. Other geopolitical problems surged in Kashmir, Eritrea, Bosnia, Kosovo, and Azerbaijan.
Interne oorlogen tussen moslimlanden hebben, ondanks het strikte verbod op strijd onder moslims, miljoenen levens geëist. Een van de meest overweldigende en schokkende was de oorlog tussen Iran en Irak, die bijna tien jaar duurde (1980-1989) en meer dan een miljoen slachtoffers aan beide zijden eiste. Jemen, Saudi-Arabië en Egypte vochten in de vroege jaren '60 een bloedige burgeroorlog uit. Pakistan en Bangladesh vochten verschillende oorlogen voordat Bangladesh zich afsplitste van Pakistan. Irak viel Koeweit binnen in 1991, en de gevolgen van de oorlog hielden aan totdat Irak zelf slachtoffer werd van de bezetting door de VS. Langs de grenzen van Turkije, Irak en Iran woedt er al decennia een oorlog tussen moslimkoerden en moslims uit Turkije en Irak. De tol van de achteruitgang van de eenheid, integriteit en veiligheid van moslims is meer dan schokkend geweest.
Internal wars between Muslim countries, despite the strong prohibition of fight among Muslims, have consumed millions of lives. Among the most overwhelming and shocking was the war between Iran and Iraq, which lasted for almost ten years (1980-1989) and consumed more than one million casualties on both sides. Yemen, Saudi Arabia, and Egypt fought a bloody civil war in the early 1960s. Pakistan and Bangladesh fought several wars before Bangladesh broke away from Pakistan. Iraq invaded Kuwait in 1991, and the consequences of the war ensued until Iraq itself became a victim of occupation by the USA. Along the boarders of Turkey, Iraq, and Iran, a war has been going on for decades between Muslim Kurds and Muslims from Turkey and Iraq. The toll of the decline on the unity, integrity, and security of Muslims has been more than shocking.
Semi-Islamitische modellen
Semi-Islamic Models
Toen de Profeet Muhammad ﷺ in het jaar 632 naar Medina migreerde, bouwde hij een islamitische staat en een islamitische samenleving, met een structuur, fundament en zuilen die voortkwamen uit de zuivere goddelijke openbaring. Hij werd in de Koran herhaaldelijk gewaarschuwd om het rechte pad te bewandelen, zoals bevolen door zijn Heer. In soera Al-Shura (hoofdstuk 42, vers 15) richt de Koran deze oproep tot Muhammad: “Roep mensen uit tot deze religie van de Islam; en houd stand op alles wat door Allah is bepaald, zoals u bevolen is; en volg niet hun verlangens, maar zeg: Ik geloof in alles wat Allah heeft neergezonden, en ik ben bevolen om rechtvaardigheid onder u te laten zegevieren.” Met dit type bevel had de Profeet ﷺ geen staat kunnen bouwen met een nationalistisch of kannibalistisch karakter. Hij had geen samenleving kunnen bouwen met specifieke voorkeuren voor Arabieren, of rijke mannen, of speciale elites. Het enige kenmerk van de staat en de samenleving die hij bouwde, was islamitisch. De enige soevereiniteit die in zijn staat bestond, was die van de Islam. Dit karakter gaf die oorspronkelijke staat genoeg kracht en energie om vele eeuwen te overleven. Zelfs toen de zaden van verval de staat troffen, duurde het honderden jaren voordat deze instortte.
When Prophet Mohammad (PBUH) migrated to Medina in the year 632, he built an Islamic state and an Islamic society, with a structure, foundation, and pillars derived from the pure divine revelation. He was warned time and again in the Quran to keep a straight path as ordered by his Lord. In Surah Al-Shura (chapter 42, verse 15), the Quran directs this call to Mohammad, “So unto this religion of Islam invite people; and stand firm on all that is ordained by Allah as you are commanded; and follow not their desires but say: I believe in whatsoever Book Allah has sent down, and I am commanded to do justice among you.” With this type of order, the Prophet could not have built a state with nationalistic or cannibalistic flavor. He could not have built a society with specific favors to Arabs, or rich men, or special elites. The only characteristic of the sate and the society he built was Islamic. The only sovereignty that existed in his state was that of Islam. This character gave that initial state enough power and energy to survive for nanny centuries. Even when the seeds of decline hit the state, it took hundreds of years before it collapsed.
Het is interessant om op te merken dat hij in een van de profetieën van de Profeet Muhammad ﷺ de stadia van het islamitische bewind beschreef. Hij 54
It is interesting to note that in one of the prophecies of Prophet Mohammad (PBUH) he described the stages of the Islamic reign. He 54
beschreef de eerste fase als de fase van het profentschap en de barmhartigheid, waarover historici het erover eens zijn dat het de periode was waarin de Profeet ﷺ de heerser was, gevolgd door de vier rechtgeleide kaliefen. Vervolgens beschrijft hij een fase van dynastieën die over de islamitische staat heersten. De derde fase is de staat van dictatuur, waarbij de regels van de islam met geweld worden afgeschaft en de heersers hun posities eveneens met geweld verkrijgen. Daarna beschreef de Profeet ﷺ een laatste fase waarin de islam opnieuw opstaat en hij beschrijft deze fase als “een kalifaat volgens het model van het profentschap.” Gezien het feit dat dit is gezegd, is het niet moeilijk in te zien dat de islamitische modellen die de afgelopen decennia zijn ontstaan, slechts semi-modellen zijn in vergelijking met wat de Profeet ﷺ had beschreven. Het eerste van deze modellen was de Islamitische Republiek Iran. Hoewel de Iraniërs erin slaagden een massale revolutie te ontketenen, eindigden ze met het opbouwen van een islamitische staat met sektarische sjiitische en nationalistische Iraanse kenmerken. De lokale regels en wetten zijn grotendeels islamitisch, maar het algemene karakter van de samenleving en de staat blijft specifiek voor Iran en de sjiitische stroming.