1.2 Voorbeelden van de schade en het misbruik gepleegd door de Joden en de polytheïsten en de daden van Ka’b bin Al-Ashraf
1.2 Examples of the harm and abuse undertaken by the Jews and the polytheists and the acts of Ka’b bin Al-Ashraf
De overleveringen (Hadith) die wij tot nu toe hebben gepresenteerd, kunnen een voldoende verklaring bieden voor de daden van Ka’b bin Al-Ashraf in het bijzonder, en de schade die de moslims hebben geleden van de Joden en polytheïsten in het algemeen. Daarnaast zijn er meer overleveringen (Hadith) die de verzamelaars van de boeken van overlevering (Hadith) aan deze realiteit hebben verbonden. Bijvoorbeeld:
The narrations which we have presented so far may well provide a sufficient explanation of the acts of Ka’b bin Al-Ashraf specifically and the harm which the Muslims suffered from the Jews and polytheists in general. There are, in addition, more narrations which the compilers of the books of Hadith connected to this reality. For example:
Het werd overgeleverd in de Sunan Al-Kubra van Al-Baihaqi (9/309/18630) dat Abdullah bin Abi Bakr bin Hazm en Salih bin Abi Umamah bin Sahl bin Hanif overleverden:
It was related in the Sunan Al-Kubra of Al-Baihaqi (9/309/18630) that Abdullah bin Abi Bakr bin Hazm and Salih bin Abi Umamah bin Sahl bin Hanif related:

“De Boodschapper van Allah ﷺ stuurde na Badr Zaid bin Al-Harithah en Abdullah bin Rawahah als brengers van goed nieuws (over de overwinning) naar de mensen van Al-Madinah. Toen het nieuws Ka’b bin Al-Ashraf bereikte, zei hij: “Wee, is dit werkelijk waar? Dat waren de koningen van de Arabieren en de meesters van de mensen (verwijzend naar de gesneuvelde Quraish)”. Hij vertrok daarna naar Makkah en begon te rouwen om de gesneuvelde Quraish (met emotionele poëzie) en de (Quraish) aan te zetten tegen de Boodschapper van Allah ﷺ.”
“The Messenger of Allah (peace be upon him), following Badr, sent Zaid bin Al-Harithah and Abdullah bin Rawahah as bearers of glad tidings (of the victory) to the people of Al-Madinah. When the news reached Ka’b bin Al-Ashraf he said: “Woe, is this really true? Those were the kings of the Arabs and the masters of the people (referring to the slain Quraish)”. He then departed for Makkah and started to mourn the slain of Quraish (i.e. with emotive poetry) and incite (the Quraish) against the Messenger of Allah (peace be upon him)”.
Bovendien werd in de Sunan Al-Kubra van Al-Baihaqi (9/309/18629) overgeleverd dat Ibn ‘Abbas, moge Allah tevreden met hen beiden zijn, zei:
Also, in the Sunan Al-Kubra of Al-Baihaqi (9/309/18629), it was related that Ibn ‘Abbas, may Allah be pleased with them both, said:

“Toen de Boodschapper van Allah ﷺ de Quraish versloeg op de dag van Badr en terugkeerde naar Al-Madinah, verzamelde hij de Joden op de markt van Qanuqaa’ en zei: ‘O Joden die hier verzameld zijn, aanvaard de Islam voordat datgene wat de Quraish overkwam, jullie treft’. Zij antwoordden: ‘O Muhammad, bedrieg jezelf niet. Je hebt een kleine groep van de Quraish gedood, die onervaren waren en niet wisten hoe ze moesten vechten. Als je tegen ons zou strijden, zou je weten dat wij het echte werk zijn en dat je inderdaad nooit ons gelijke hebt ontmoet’. Toen onthulde Allah ‘Azza Wa Jalla als antwoord op hun uitspraak: Zeg tegen hen die ongeloven, “Jullie zullen overwonnen worden en bij de Hel verzameld worden, en ellendig is de rustplaats”. Er is reeds voor jullie een teken geweest in de twee legers die elkaar ontmoetten – de een strijdend in de zaak van Allah (verwijzend naar de metgezellen van de Boodschapper ﷺ bij Badr) en de ander van ongelovigen. Zij zagen hen [als] tweemaal hun [eigen] aantal met hun eigen ogen. Maar Allah steunt met Zijn overwinning wie Hij wil. Voor degenen die inzicht hebben, is daarin inderdaad een les” (TMQ Aali ‘Imran: 12-13). [Einde van citaat].
“When the Messenger of Allah (peace be upon him) defeated the Quraish on the day of Badr and returned to Al-Madinah, he gathered the Jews in the market of Qanuqaa’ and said: “O Jews who have gathered here, embrace Islam before what befell the Quraish befalls you”. They replied: “O Muhammad, do not deceive yourself. You have killed a small group of the Quraish, who were inexperienced and did not know how to fight. If you were to fight against us, you would know that we are the real deal and indeed you have never met the like of us”. Then Allah ‘Azza Wa Jalla revealed in response to their statement: Say to those who disbelieve, “You will be overcome and gathered together to Hell, and wretched is the resting place”. Already there has been for you a sign in the two armies which met - one fighting in the cause of Allah (referring to the companions of the Messenger at Badr) And another of disbelievers. They saw them [to be] twice their [own] number by [their] eyesight. But Allah supports with His victory whom He wills. Indeed, in that is a lesson for those possessing vision” (TMQ Aali ‘Imran: 12-13). [End of Quote].
Deze overlevering is ook overgeleverd in de Sunan van Abu Dawud (4/616/3001) (met dezelfde bewoordingen, zij het met een lichte afwijking).
This narration was also related in the Sunan of Abu Dawud (4/616/3001) (with the same wording albeit with a slight).