4.4 De overlevering (Hadith) van Abdullah bin ‘Amr bin Al-‘Aas: “Dat zij het losgeld voor hun gevangenen betalen”
4.4 The Hadith of Abdullah bin ‘Amr bin Al-‘Aas: “That they pay the ransom of their captives”
- Imam Abu Bakr bin Abi Shaibah bracht het volgende over in zijn Musannaf (5/419/27577) en (6/496/3325):
- Imam Abu Bakr bin Abi Shaibah related the following in his Musannaf (5/419/27577) and (6/496/3325):

“Hafs bin Ghiyath overleverde van Hajjaj, van Al-Hakam, van Miqsam van Ibn ‘Abbas, dat hij zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ schreef een Kitab (geschreven document) tussen de emigranten (Muhajirun) en de helpers (Ansar); dat zij het bloedgeld moesten betalen voor hen waarvoor zij verantwoordelijk zijn (d.w.z. in termen van bloedgeld binnen hun clan) en dat zij het losgeld voor hun gevangenen moesten betalen op een passende en goede wijze en op een manier die verzoenend is onder de moslims”.
“Hafs bin Ghiyath related from Hajjaj, from Al-Hakam, from Miqsam from Ibn ‘Abbas, that he said: “The Messenger of Allah (peace be upon him) wrote a Kitab (written document) between the Muhajirin (emigrants) and the Ansar (helpers); that they should pay the blood money for those they are responsible for (i.e. in terms of blood money in their clan) and that they should pay the ransom for their captives in a fitting and good manner and in a way that is conciliatory among the Muslims”. .
Imam Abu Ya’la heeft het ook opgenomen in zijn Musnad (4/367/2484): [Abu Bakr heeft het aan ons overgeleverd met hetzelfde wat betreft de Isnad (overleveringsketen) en de Matn (woordelijke inhoud)].
Imam Abu Ya’la also recorded it in his Musnad (4/367/2484): [Abu Bakr related it to us with the same in terms of Sanad (chain) and Matn (worded content)]..
- Imam Ahmad bin Hanbal legde het volgende vast in zijn Musnad (1/271/2443):
- Imam Ahmad bin Hanbal recorded the following in his Musnad (1/271/2443):

“Suraij rapporteert van ‘Abbad, van Hajjaj, van ‘Amr bin Shu’aib, van zijn vader, van zijn grootvader: dat de Profeet ﷺ een Kitab (geschreven document) opstelde tussen de emigranten (Muhajirun) en de helpers (Ansar); dat zij het bloedgeld moeten betalen voor hen waarvoor zij verantwoordelijk zijn (dat wil zeggen in termen van bloedgeld binnen hun clan) en dat zij het losgeld voor hun gevangenen moeten betalen op een passende en goede wijze en op een manier die verzoenend is onder de moslims”.
“Suraij related from ‘Abbad, from Hajjaj, from ‘Amr bin Shu’aib, from his father, from his grandfather: That the Prophet (peace be upon him) wrote a Kitab (written document) between the Muhajirin and the Ansar; that they should pay the blood money for those they are responsible for (i.e. in terms of blood money in their clan) and that they should pay the ransom for their captives in a fitting and good manner and in a way that is conciliatory among the Muslims”.
Ahmad bin Hanbal heeft het ook overgeleverd in zijn Musnad (2/204/6904): [Nadr bin Bab heeft het overgeleverd van Hajjaj met hetzelfde wat betreft de Isnad (overleveringsketen) en de Matn (tekstuele inhoud)].
Ahmad bin Hanbal also related it in his Musnad (2/204/6904): [Nadr bin Bab related it from Hajjaj with the same in terms of Sanad (chain) and Matn (worded content)].