2.1 De tekst van de Sahifah van Al-Madinah
2.1 The Text of the Sahifah of Al-Madinah
Het volgende staat vermeld in “As-Seera An-Nabawiyah” van Ibn Hisham, die bekendstaat onder de naam “Seera Ibn Hisham” (1/501): Ibn Ishaq stelde:
The following came stated in “As-Seera An-Nabawiyah” of Ibn Hisham, which is well known by the name “Seera Ibn Hisham” (1/501): Ibn Ishaq stated:




“De Boodschapper van Allah ﷺ schreef een geschreven document tussen de emigranten (Muhajirun) en de helpers (Ansar) en daarin sloot hij een vredesovereenkomst (Muwada’ah) en een verdrag (Mu’ahadah) met de Joden en bevestigde hun recht om hun religie uit te oefenen en over hun eigendommen, en stelde voorwaarden en bepalingen voor hen vast:
“The Messenger of Allah (peace be upon him) wrote a written document between the Muhajirin (emigrants) and the Ansar (helpers) and within it he made a peace agreement (Muwada’ah) and treaty (Mu’ahadah) with the Jews and affirmed their right to practise their religion and over their properties, and made conditions for them and stipulations upon them:
In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige.
“In the name of Allah, Ar-Rahman Ar-Rahim.
Dit is een document van Muhammad ﷺ, tussen de moslims en gelovigen uit Quraish en Yathrib, en degenen die hen volgden, zich bij hen aansloten en met hen samen streden, dat zij één enkele moslimgemeenschap (Ummah) vormen, uitgesloten van alle andere volkeren.
This is a document from Muhammad, the Prophet (peace be upon him), between the Muslims and believers from Quraish and Yathrib, and those who followed them, joined with them and strove alongside them, that they are one single Ummah (nation) to the exclusion of all the people.
De emigranten (Muhajirun) van de Quraish zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld onder henzelf. En zij lossen de loskoop van hun gevangenen op een redelijke, eerlijke basis af en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen.
The Muhajirun of the Quraish are upon their standard practise responsible for dealing with their cases of blood money among them. And they ransom their captives on a reasonable fair basis and according to justice among the believers.
Banu ‘Auf zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu Sa’idah zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu Al-Harith zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu Jusham zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu An-Najjar zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu ‘Amr bin ‘Awf zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu An-Nabit zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu Aws zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen.


In de naam van Allah. Ar-Rahman Ar-Rahim. Dit is een document van Muhammad ﷺ, tussen de gelovigen en moslims van Quraish en Yathrib, en degenen die hen volgden, zich bij hen aansloten en met hen streden, dat zij één enkele moslimgemeenschap (Ummah) vormen, uitgesloten van alle andere volkeren. De emigranten (Muhajirun) van de Quraish zijn verantwoordelijk voor het betalen van bloedgeld aan degenen voor wie zij verantwoordelijk zijn en voor het vrijkopen van hun gevangenen op een redelijke, eerlijke basis en volgens de rechtvaardigheid die tussen gelovigen bestaat. Banu ‘Auf zijn verantwoordelijk voor het betalen van bloedgeld aan degenen voor wie zij verantwoordelijk zijn. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke, eerlijke basis en volgens de rechtvaardigheid van de gelovigen. (Hij noemde vervolgens dezelfde bewoordingen met betrekking tot Banu Al-Harith, Banu Sa’idah, Banu Jusham, Ban An-Najjar, Banu ‘Amr bin ‘Awf, Banu An-Nabit en Ban Al-Aws). Hij zei daarna: “Voorwaar, de gelovigen zullen geen behoeftige of schuldenaar onder hen achterlaten zonder zijn losgeld of bloedgeld te betalen op een eerlijke en redelijke basis)”. [End of Quote]
In the name of Allah. Ar-Rahman Ar-Rahim. This is a document from Muhammad, the Prophet (peace be upon him), between the believers and Muslims from Quraish and Yathrib, and those who followed them, joined with them and strove alongside them, that they are one single Ummah (nation) to the exclusion of all the people. The Muhajirun of the Quraish are responsible for paying blood money to those they are responsible for and ransoming their captives on a reasonable fair basis and according to the justice which exists between believers. Banu ‘Auf are responsible for paying blood money to those they are responsible for. Each group will ransom their captives on a reasonable fair basis and according to justice from the believers. (he then mentioned the same wording in respect to Banu Al-Harith, Banu Sa’idah, Banu Jusham, Ban An-Najjar, Banu ‘Amr bin ‘Awf, Banu An-Nabit and Ban Al-Aws). He then said: “Verily, the believers shall not leave any destitute or indebted person from among them without paying his ransom or blood money on a fair and reasonable basis)”.[End of Quote]
Ik zeg: Wij zullen de authenticiteit van deze overleveringsketen (Isnad) in een onafhankelijk gedeelte bespreken.
I say: We shall discuss the authenticity of this Isnad (chain of narration) in an independent section.
Na het presenteren van de tekst van de Sahifah van Al-Madinah, zoals geciteerd door Ibn Ishaq, stelde Ibn Sayed An-Nas het volgende in zijn “’Uyun Al-Athar Fee Funun Al-Maghazi Wa As-Shama’il Wa As-Sair” (1/330):
After presenting the text of the Sahifah of Al-Madinah, as quoted by Ibn Ishaq, Ibn Sayed An-Nas stated the following in his “’Uyun Al- Athar Fee Funun Al-Maghazi Wa As-Shama’il Wa As-Sair” (1/330):

“Dit is hoe Ibn Ishaq het vermeldde en Ibn Abi Khaithama vermeldde het met de overleveringsketen (Isnad): Ahmad bin Janab Abu Al-Walid vertelde van ‘Iesa bin Yunus van Katheer bin ‘Abdullah bin ‘Amr Al-Muzani van zijn vader van zijn grootvader dat: “De Boodschapper van Allah ﷺ een document schreef tussen de emigranten (Muhajirun) en de helpers (Ansar) … (en hij ging verder met het vermelden ervan)”. Deze weg (van overlevering) is onafhankelijk, volledig onafhankelijk van de weg van de overlevering van Ibn Ishaq. Ibn Sayed an-Nas citeerde niet de volledige tekst van Ibn Abi Khaithama en volstond met de tekst van Ibn Ishaq, wat erop wijst dat zij met elkaar overeenstemmen of dat zij dicht bij elkaar liggen wat betreft de bewoording. Echter, helaas ontbreekt dat deel van het boek “At-Tarikh Al-Kabir” door Ibn Abi Al-Khaithama nog steeds.”
“This is how Ibn Ishaq mentioned it and Ibn Abi Khaithama mentioned it with the Isnad: Ahmad bin Janab Abu Al-Walid related from ‘Iesa bin Yunus from Katheer bin ‘Abdullah bin ‘Amr Al-Muzani from his father from his grandfather that: “The Messenger of Allah (peace be upon him) wrote a document between the Muhajirin (emigrants) and the Ansar (helpers) … (and he went on to mention it)”. This path (of transmission) is independent, completely independent from the path of the narration of Ibn Ishaq. Ibn Sayed an-Nas did not quote the whole of the text from Ibn Abi Khaithama and sufficed with the text of Ibn Ishaq, which indicates that they conform to one another or to their closeness to each other in terms of wording. However, unfortunately, that part of the book “At-Tarikh Al-Kabir” by Ibn Abi Al-Khaithama still remains missing.
Daarnaast kwamen sommige bepalingen van de Sahifah voort uit de overlevering van Kathir bin Abdullah bin ‘Amr bin ‘Awf Al-Muzani, via onafhankelijke paden:
In addition, some of the clauses of the Sahifah came from the narration of Kathir bin Abdullah bin ‘Amr bin ‘Awf Al-Muzani, through independent paths:
Het volgende staat vermeld in “As-Sunan Al-Kubra” van Al-Baihaqi (8/106/16809):
The following came in “As-Sunan Al-Kubra” of Al-Baihaqi (8/106/16809):
“Kathir bin Abdullah bin ‘Amr bin ‘Awf vertelde van zijn vader, van zijn grootvader, die zei: “Het volgende stond in het document van de Profeet ﷺ:
“Kathir bin Abdullah bin ‘Amr bin ‘Awf related from his father from his grandfather, who said: “The following was in the document of the Prophet (peace be upon him):

“Elke groep zal haar gevangenen vrijkopen op een redelijk eerlijke basis en volgens de rechtvaardigheid van de gelovigen. Voorwaar, de gelovigen zullen geen behoeftige of schuldenaar onder hen achterlaten zonder zijn losgeld of bloedgeld op een eerlijke en redelijke basis te hebben betaald.” Wij werden hierover geïnformeerd door Abu Abdullah Al-Hafizh en Abu Bakr Al-Qadi, die beiden zeiden: Abu Al-‘Abbas informeerde ons van Muhammad bin Ya’qub, van Muhammad bin Ishaq As-Saghani, van Mu’awiya bin ‘Amr, van Abu Ishaq (Al-Faraziy), van Kathir bin Abdullah, die het vermeldde.
“Each group will ransom their captives on a reasonably fair basis and according to justice from the believers. Verily, the believers shall not leave any destitute or indebted person from among them without paying his ransom or blood money on a fair and reasonable basis”. We were informed this by Abu Abdullah Al-Hafizh and Abu Bakr Al- Qadi who both said: Abu Al-‘Abbas informed us from Muhammad bin Ya’qub, from Muhammad bin Ishaq As-Saghani, from Mu’awiya bin ‘Amr, from Abu Ishaq (Al-Faraziy), from Kathir bin Abdullah who mentioned it.
Al-Asma’iy zei dat het woord “Mufrah” (behoeftig/verschuldigd) [vermeld in de Sahifah] wordt geschreven met een “ءاح” (Haa’) en betekent: Degene die zwaar belast is door schulden. [End of Quote]
Al-Asma’iy said that the word “Mufrah” (destitute/indebted) [mentioned in the Sahifah] is written with a “ءاح” (Haa’) and means: The one who has become overburdened by debt” [End of Quote]
Het volgende werd genoteerd in “Al-Matalib Al-‘Aliyah Bi Zawa’id Al- Masanid Ath-Thamaniya” (2/2/1442): “Abu Bakr vertelde van Hafs bin Ghiyath, van Kathir bin Abdullah bin ‘Amr bin ‘Awf, van zijn vader, van zijn grootvader (moge Allah tevreden met hem zijn) van de Profeet ﷺ dat hij zei:
The following came recorded in “Al-Matalib Al-‘Aliyah Bi Zawa’id Al- Masanid Ath-Thamaniya” (2/2/1442): “Abu Bakr related from Hafs bin Ghiyath, from Kathir bin Abdullah bin ‘Amr bin ‘Awf, from his father, from his grandfather (may Allah be pleased with him) from the Prophet (peace be upon him) that he said:

“De schuldenaar (Al-Mufrah) wordt in de Islam niet ongemoeid gelaten” of hij zei: “Mufraj”. Het is een Da’if (zwakke) overlevering (Hadith). De betekenis is: Degene die een schuld heeft, wordt niet ongemoeid gelaten totdat deze is voldaan. Er is gezegd: Dat het woord Mufrah verwijst naar wanneer een schuld een te zware last is geworden. Het (de overlevering (Hadith)) is ook overgeleverd met een “ميج” (Jeem) (d.w.z. Mufraj in plaats van Mufrah). [End of Quote]
“The indebted (Al-Mufrah) is not left in Islam” of he said: “Mufraj”. It is a Da’if (weak) Hadith. The meaning is: The one who has a debt is not left except that it is settled. It is said: That the word Mufrah relates to when a debt has become over burdensome. It (the Hadith) has also been related with a “ميج” (Jeem) (i.e. Mufraj instead of Mufrah)” [End of Quote]
In “Ittihaf Al-Khaira Al-Muhra” (3/378/2933) in het “Hoofdstuk: Degene die een schuld heeft, wordt niet onberoerd gelaten totdat deze is voldaan” werd het volgende vermeld: “Abu Bakr bin Abi Shaiba rapporteerde van Hafs bin Ghiyath, van Kathir bin Abdullah bin ‘Amr bin ‘Awf, van zijn vader, van zijn grootvader, van de Profeet ﷺ, dat hij zei:
In “Ittihaf Al-Khaira Al-Muhra” (3/378/2933) in the “Chapter: The one who has a debt is not left except that it is settled” the following came mentioned: “Abu Bakr bin Abi Shaiba related from Hafs bin Ghiyath, from Kathir bin Abdullah bin ‘Amr bin ‘Awf, from his father, from his grandfather, from the Prophet (peace be upon him), that he said:

“De Mufrah (schuldenaar) wordt niet in de Islam achtergelaten” of hij zei: “Mufraj”. Deze overleveringsketen (Isnad) is Da’if vanwege Kathir bin Abdullah” [Einde van het citaat].
“The Mufrah (indebted) is not left in Islam” or he said: “Mufraj”. This Isnad (chain of narration) is Da’if because of Kathir bin Abdullah” [End of Quote].
Het volgende is overgeleverd in ‘Al-Mu’jam” van At-Tabarani (14/435/13512): “Ibrahim bin Duhaim vertelde van zijn vader, van Marwan bin Mu’awiyah, van Kathir bin Abdullah bin ‘Amr bin ‘Awf, van zijn vader, van zijn grootvader die zei: De Boodschapper van Allah ﷺ zei:
The following came transmitted in ‘Al-Mu’jam” of At-Tabarani (14/435/13512): “Ibrahim bin Duhaim related from his father, from Marwan bin Mu’awiyah, from Kathir bin Abdullah bin ‘Amr bin ‘Awf, from his father, from his grandfather who said: The Messenger of Allah (peace be upon him) said:


“Wie de zorg op zich neemt voor iemand die niet tot zijn Mawaali (vrijgelaten slaven die trouw zijn of een bondgenoot) behoort, zal op de Dag des Oordeels de vloek en de toorn van Allah over zich hebben. Allah zal niets van hem aanvaarden. Wie iemand doodt die niet zijn dader is, zal op de Dag des Oordeels de vloek en de toorn van Allah over zich hebben. Allah zal niets van hem aanvaarden. Wie een misdaad pleegt of asiel verleent aan een crimineel, zal op de Dag des Oordeels de vloek en de toorn van Allah over zich hebben. Allah zal niets van hem aanvaarden” [Einde van het citaat].
“Whoever takes charge of other than his Mawaali (freed slaves who maintain loyalty or an ally) will have the curse and anger of Allah upon him on the Day of Judgement. Allah will not accept anything from him. Whoever kills other than his killer will have the curse and anger of Allah upon him on the Day of Judgement. Allah will not accept anything from him. Whoever perpetrates a crime or gives sanctuary to a criminal will have the curse and anger of Allah upon him on the Day of Judgement. Allah will not accept anything from him” [End of Quote].
Het volgende is genoteerd in Al-Bukhari’s “Khuluq Af’aal Al- ‘Ibaad” (p. 75-79 volgens het elektronische Shamela-programma):
The following came recorded in Al-Bukhari’s “Khuluq Af’aal Al- ‘Ibaad” (p75-79 According to the Shamela electronic program):
“Ibrahim bin Al-Mundir overleverde van Ishaq bin Ja’far bin Muhammad, van Kathir bin Abdullah bin ‘Amr bin ‘Awf, van zijn vader, van zijn grootvader, dat de Profeet ﷺ schreef:
“Ibrahim bin Al-Mundir related from Ishaq bin Ja’far bin Muhammad, from Kathir bin Abdullah bin ‘Amr bin ‘Awf, from his father, from his grandfather, that the Prophet (peace be upon him) wrote:

“Waarover jullie ook van mening verschillen in een zaak, verwijs die dan naar Allah ‘Azza Wa Jallah en naar Muhammad ﷺ” [Einde citaat].
“Whatever you have differed upon in any matter, then it must be referred to Allah ‘Azza Wa Jallah and to Muhammad (peace be upon him)” [End of Quote].
Het werd ook genoteerd in “Al-Amwal” van Al-Qasim bin Salam (Abu Ubaid) (p 260-580) via een derde, volledig onafhankelijke weg van de vorige twee:
It was also recorded in “Al-Amwal” of Al-Qasim bin Salam (Abu Ubaid) (p 260-580) via a third completely independent path from the previous two:
[Yahya bin Abdullah bin Kathir rapporteert van Abdullah bin Salih, van Al-Laith bin Sa’d, van ‘Uqail bin Khalid, van Ibn Shihab, dat hij zei: “Het is mij overgekomen dat de Boodschapper van Allah ﷺ het volgende document schreef:
[Yahya bin Abdullah bin Kathir related from Abdullah bin Salih, from Al-Laith bin Sa’d, from ‘Uqail bin Khalid, from Ibn Shihab, that he said: “It reached me that the Messenger of Allah (peace be upon him) wrote the following document:



“Dit is een document van Muhammad ﷺ, de Profeet, de Boodschapper van Allah, tussen de gelovigen en moslims van Quraish en de mensen van Yathrib, en degenen die hen volgden, zich vervolgens bij hen aansloten, bij hen woonden en met hen streden, dat zij één moslimgemeenschap (Ummah) zijn, uitgesloten van de andere mensen.
“This is a document from Muhammad, the Prophet, the Messenger of Allah, between the believers and Muslims from Quraish and the people of Yathrib, and those who followed them, then joined with them, resided with them and strove with them, that they are one Ummah to the exclusion of the people.
De emigranten (Muhajirun) van de Quraish houden vast aan hun gebruikelijke praktijk bij het afhandelen van zaken betreffende bloedgeld, waarbij zij onderling verantwoordelijk zijn voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. En zij lossen hun gevangenen los op een redelijke, eerlijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen.
The Muhajirun of the Quraish are upon their standard practise when dealing with their cases of blood money, responsible among themselves for dealing with their cases of blood money. And they ransom their captives on a reasonable fair basis and according to justice among the believers.
Banu ‘Auf zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu Al-Harith bin Al-Khazraj zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu Sa’idah zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu Jusham zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu An-Najjar zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu ‘Amr bin ‘Awf zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu An-Nabit zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen. Banu Aws zijn volgens hun gebruikelijke praktijk verantwoordelijk voor het afhandelen van hun zaken betreffende bloedgeld. Elke groep zal hun gevangenen vrijkopen op een redelijke basis en volgens rechtvaardigheid onder de gelovigen.