1 De weg naar geloof
1 The Way to Belief
De mens herleeft (yanhaDu) op basis van wat hij draagt aan denken (fikr) over de mens, het leven en het universum, en over hun relatie als geheel met wat aan dit leven voorafging en wat erna komt. Daarom is het, om de mens te laten herleven (yanhaD), noodzakelijk om zijn huidige denken (fikr) radicaal en allesomvattend te veranderen en een ander denken (fikr) voor hem te genereren. Dit komt doordat het het denken (fikr) is dat de concepten over de dingen genereert en deze consolideert. De mens vormt zijn gedrag (sulook) in dit leven volgens zijn concepten (mafaaheem) erover. Zo vormt de concepten (mafaaheem) van de mens over een persoon die hij mag, zijn gedrag (sulook) naar hem toe. Dit staat in contrast met zijn gedrag naar een persoon die hij niet mag en over wie hij concepten van haat koestert. Ook zal hij een ander gedrag (sulook) vertonen naar een persoon die hij niet kent of over wie hij geen enkele concept (mafaaheem) heeft. Dus menselijk gedrag (sulook) is verbonden aan de concepten (mafaaheem) van de mens, en wanneer wij het gedrag (sulook) van de verzwakte mens willen veranderen en verfijnen, is het noodzakelijk om eerst zijn concepten (mafaaheem) te veranderen. Allah (SWT) zegt:
Man revives (yanhaDu) according to what he carries of thought (fikr) about man, life and the universe, and about their relationship, as a whole, with what preceded this life and what comes after it. Hence, in order for man to revive (yanhaD), it is necessary to radically and comprehensively change his current thought (fikr) and generate another thought (fikr) for him. This is because it is the thought (fikr) that generates the concepts about things and consolidates them. Man shapes his behaviour (sulook) in this life according to his concepts (mafaaheem) about it. So, man's concepts (mafaaheem) about a person he likes shapes his behaviour (sulook) towards him. This is in contrast with his behaviour towards a person he dislikes and holds concepts of hatred. Also he will exhibit different behaviour (sulook) towards a person he does not know or holds any concepts (mafaaheem) about. So, human behaviour (sulook) is linked to man's concepts (mafaaheem) and when we wish to change the behaviour (sulook) of the declined man and make it refined, it is imperative to change his concepts (mafaaheem) first. Allah (swt) says:
"Allah verandert de omstandigheden van een volk niet totdat zij veranderen wat er in henzelf is." [Ar-Ra’d: 11]
"Allah does not change the circumstances of any people until they have changed what is within themselves." [Ar-Ra’d: 11]
De enige manier om de concepten (mafaaheem) van de mens te veranderen, is door het genereren van het denken (fikr) over dit leven, om zo de juiste concepten (mafaaheem) erover vast te stellen. Het denken over dit leven zal niet productief geconsolideerd worden, tenzij het denken over de mens, het leven en het universum, en over wat aan dit leven voorafging evenals wat na dit leven komt, en de relatie ervan met wat ervoor en daarna komt, wordt gegenereerd. Dit kan worden bereikt door het geven van het allesomvattende idee (al-fikrah al kulliyah) over de mens, het leven en het universum, omdat dit de intellectuele basis (al-qa 'idah al-fikriyyah) is waarop alle ideeën over dit leven zijn gebouwd. Het geven van dit allesomvattende denken (fikrah) over deze zaken is de oplossing voor het grootste probleem van de mens. Zodra dit probleem is opgelost, zijn alle andere problemen opgelost, omdat ze ofwel deelachtig zijn in vergelijking met het hoofdprobleem, ofwel daaruit voortvloeien. Deze oplossing zou niet leiden tot de juiste wederopleving (nahDah), tenzij het een ware oplossing is die compatibel is met de aangeboren natuur (fitrah) van de mens en het verstand overtuigt en zo het hart met rust vervult.
The only way to change man's concepts (mafaaheem) is by generating thought (fikr) about this life in order to set up the correct concepts (mafaaheem) about it. Thought about this life will not be productively consolidated unless the thought about man, life and the universe and about what preceded this life as well as what comes after this life, and its relationship with what is before and after it, is generated. This can be achieved by giving the comprehensive idea (al-fikrah al kulliyah) about man, life and the universe, because it is the intellectual basis (al-qa 'idah al-fikriyyah) upon which all ideas about this life are built. Giving this comprehensive thought (fikrah) about these matters is the solution to man's greatest problem. Once this problem is solved all other problems are solved, because they are either partial compared to the main problem or branch from it. This solution wouldn't lead to the correct revival (nahDah), unless it is a true solution which is compatible with man's innate nature (fitrah) and convinces the mind and thus fills the heart with tranquillity.
De ware oplossing kan niet worden bereikt behalve door het verlichte denken (al-fikr ul-mustaneer) over het universum, de mens en het leven. Gevolgelijkerwijs moeten zij die verlangen naar een wedergeboorte (nahDah) en het pad van verheffing (ruqiy) nastreven, dit probleem eerst op de juiste wijze oplossen door gebruik te maken van verlicht denken (fikr). Deze oplossing is niets minder dan de geloofsleer (Aqeedah) die dient als de intellectuele basis (al-qa 'idah al-fikriyyah) waarop elke gedetailleerde gedachte over het gedrag van de mens en de systemen van dit leven is gebouwd.
The true solution cannot be reached except through the enlightened thought (al-fikr ul-mustaneer) about the universe, man and life. Consequently, those who yearn for revival (nahDah) and pursue the path of elevation (ruqiy), must first solve this problem in a correct manner by utilising enlightened thought (fikr). This solution is none other than the ‘aqeedah which serves as the intellectual basis (al-qa 'idah al-fikriyyah) upon which every detailed thought about man's behaviour and the systems ofthis life are built.
De Islam heeft het grootste probleem aangepakt en het op een wijze opgelost die in overeenstemming is met de menselijke natuur (fitrah), zijn verstand overtuigt en zijn hart vult met rust. De Islam maakte de rationele aanvaarding van deze oplossing een voorwaarde voor het omarmen ervan. Daarom is de Islam gebouwd op één basis, namelijk de geloofsleer (Aqeedah), die stelt dat er achter de mens, het leven en het universum een Schepper (khaaliq) is, die hen allen heeft geschapen en alles heeft geschapen: Hij is Allah. Deze Schepper heeft alles uit het niets ('adam) geschapen. Zijn bestaan is onontbeerlijk (wajib ul-wujood) en Hij is niet geschapen – anders zou Hij geen Schepper zijn. Het feit dat Hij een Schepper is, maakt het noodzakelijk dat Hij niet geschapen is en dat Zijn bestaan onontbeerlijk is, omdat alle dingen voor hun bestaan van Hem afhankelijk zijn en Hij van niets afhankelijk is.
Islam addressed the greatest problem and solved it in a manner that agrees with man's nature (fitrah), convinces his mind, and fills his heart with tranquillity. Islam made the rational acceptance of this solution a condition for embracing it. Therefore, Islam is built upon one basis, i.e. the ‘aqeedah, which states there is behind man, life and the universe a creator (khaaliq), who created all of them and created everything: He is AllahThis Creator created everything out of nothing ('adam). His existence is indispensable (wajib ul-wujood) and He is not created - otherwise, He wouldn't be a Creator. The fact that He is a Creator makes it necessary that He is not created and that His existence is indispensable, because all things depend for their existence on Him and He does not depend on anything.
De reden dat dingen een schepper moeten hebben, is omdat de zaken die begrijpelijk zijn voor de geest die de mens is, het leven en het universum, beperkt, zwak en imperfect zijn, en behoefte hebben aan iets anders dan zichzelf. De mens is beperkt, omdat hij in elk aspect groeit tot een bepaalde grens die hij niet kan overschrijden, dus is hij beperkt. Het leven is beperkt, omdat het zich alleen manifesteert in individuen, en wat door de zintuigen wordt opgemerkt, is dat het eindigt bij het individu, waardoor het beperkt is. Het universum is beperkt, omdat het de som is van hemellichamen, en elk lichaam is beperkt; en de som van beperkte zaken is vanzelfsprekend beperkt. Dus zijn de mens, het leven en het universum definitief beperkt. Wanneer we over het beperkte (ding) nadenken, zien we dat het niet azali (eeuwig - grenzeloos) is, anders zou het niet beperkt zijn, en daarom moet het geschapen zijn door iets anders, namelijk de Schepper van de mens, het leven en het universum. Deze Schepper is ofwel geschapen door iemand anders, de schepper van zichzelf, of azali (eeuwig - grenzeloos) wiens bestaan onontbeerlijk is (wajib ul-wujood). Het is absoluut onjuist dat Hij door iemand anders is geschapen, want dan zou Hij beperkt zijn. Het is ook onjuist dat Hij de schepper van zichzelf is en rationeel niet als de Schepper beschouwd kan worden. Wat betreft het zelfgeschapen zijn, waarvan de implicatie zou zijn dat Hij door zichzelf is geschapen en zichzelf tegelijkertijd schept; dit is simpelweg absurd. Daarom moet de schepper azali (eeuwig - grenzeloos) zijn, wiens bestaan onontbeerlijk is. Hij is Allah (SWT).
The reason that things must have a creator, is because the things which are comprehensible by the mind that is man, life, and the universe, are limited, weak, imperfect, and are in need for something other than themselves. Man is limited, because he grows in every aspect to a certain limit that he cannot surpass, so he is limited. Life is limited, because it manifests itself only in individuals, and what is noticed by the senses is that it is concluded with the individual, thus it is limited. The universe is limited, because it is the sum of celestial bodies, and each body is limited; and the sum of limited things is self-evidently limited. Thus, man, life, and the universe are definitely limited. When we ponder on the limited (thing), we see that it is not azali (eternal - limitless), otherwise it would not have been limited, and therefore, it must be created by something else, which is the Creator of man, life and the universe. This Creator, is either created by someone else, creator of himself, or azali (eternal - limitless) whose existence is indispensable (wajib ul-wujood). It is absolutely false that he is created by someone else, because he would then be limited. It is also false that he is the creator of himself and could not be rationally considered as the Creator. As for being self-created, the ramification of which would be he is created by himself and creating himself simultaneously. This is simply absurd. Hence, the creator must be azali (eternal - limitless) whose existence is indispensable. He is Allah (swt).
Iedereen die over het intellectuele vermogen beschikt, kan uit zaken die waarneembaar zijn begrijpen dat zij een schepper hebben. Dit komt doordat wat in al deze zaken wordt opgemerkt, is dat zij imperfect, zwak en afhankelijk zijn, waardoor zij ongetwijfeld geschapen zijn. Daarom is het voldoende om de aandacht te vestigen op alles in het universum, het leven en de mens, om daaruit de existentie van de Schepper en Organisator te concluderen. Dus, het kijken naar enig hemellichaam in het universum, het overpeinzen van enige facet van het leven, of het begrijpen van enig aspect van de mens, wijst onmiskenbaar op het bestaan van Allah (SWT). Daarom zien we dat de Qur'an de aandacht vestigt op deze zaken en de mens instrueert om over hen, hun omgeving en wat hiermee gerelateerd is na te denken, en uit zijn overpeinzing het bestaan van Allah (SWT) te concluderen. Zo kijkt de mens naar de zaken zoals zij behoefte hebben aan andere zaken, waardoor hij hieruit ongetwijfeld het bestaan van Allah (SWT), de Schepper, concludeert. Er zijn honderden Qur'anische vers (Ayah's) die deze betekenis uitdrukken. In soera Aali-Imran zegt Allah (SWT):
Anyone who has the mental faculty can comprehend from things that can be sensed that they have a creator. This is because what is noticed in all of them is that they are imperfect, weak and dependent, so they are definitely created. Therefore, it is sufficient to draw one's attention to anything in the universe, life and man to conclude from that the existence of the Creator and Organiser. Hence, looking at any celestial body of the universe, contemplating upon any facet of life, or comprehending any aspect of man, indicates definitely of the existence of Allah (swt). Therefore, we see that the Qur’an draws attention to these things and instructs man to ponder upon them, their surroundings, and what is related to them, and to conclude from his pondering the existence of Allah (swt). Thus man looks at things how they are in need of other things, so he definitely concludes from this the existence of Allah (swt), the Creator. There are hundreds of Qur’anic ayat expressing this meaning. In surat Aali-Imran, Allah (swt) says:
"Zie! In de schepping van de hemelen en de aarde en in de afwisseling van de nacht en de dag zijn er inderdaad tekenen voor mensen met begrip." [Aali-Imran: 190]
"Behold! In the creation of the heavens and the earth and the alteration of night and day, these are indeed signs for men of understanding." [Aali-Imran: 190]
en in soera ar-Rum,
and in surat ar-Rum,
"En van Zijn tekenen is de schepping van de hemelen en de aarde, en de diversiteit van jullie talen en kleuren. Zie! Voor mensen met kennis zijn hier inderdaad tekenen in." [Ar-Rum: 22]
"And of His signs is the creation of the heavens and the earth, and the difference of your languages and colours. Behold! herein indeed are signs for men of knowledge." [Ar-Rum: 22]
en in soera al-Ghashiya,
and in surat al-Ghashiya,
"Zal zij niet kijken naar de kamelen, hoe zij zijn geschapen! En naar de hemel, hoe zij is opgetrokken! En naar de bergen, hoe zij zijn neergezet! En naar de aarde, hoe zij is uitgespreid!" [Al-Ghashiya: 17-20] en in soera at-Tariq,
"Will they not look at the camels, how they are created! And the heaven, how it is raised! And the mountains, how they are set up! And the earth, how it is spread!" [Al-Ghashiya: 17-20] and in surat at-Tariq,
"Laat de mens dus nadenken over waaruit hij is geschapen. Hij is geschapen uit een uitstromende vloeistof, die voortkomt uit tussen de lendenen en de ribben." [At-Tariq: 5-7]
"So let man reflect, from what he is created. He is created from a gushing fluid, that is issued from between the loins and ribs." [At-Tariq: 5-7]
en in soera al-Baqarah,
and in surat al-Baqarah,
"Zie! In de schepping van de hemelen en de aarde, en het verschil tussen de nacht en de dag, en de schepen die op de zee varen met dat wat nuttig is voor de mensen, en het water dat Allah ﷺ uit de hemel doet neerdalen, waarmee Hij de aarde tot leven wekt na haar dood, en waarmee Hij allerlei soorten beesten daarin verspreidt, en in de sturing van de winden, en de wolken die gehoorzaam tussen de hemel en de aarde zweven, zijn er tekenen (van de soevereiniteit van Allah) voor een volk dat verstand heeft." [Al-Baqarah: 164]
" Behold! in the creation of the heavens and the earth and the difference of night and day, and the ships which run upon the sea with that which is of use to men, and the water which Allah sends down from the sky, thereby reviving the earth after its death, and dispersing all kinds of beasts therein, and in the ordinance of the winds, and the clouds obedient between heaven and earth are signs (of Allah's sovereignty) for people who have sense." [Al-Baqarah: 164]
Daarnaast zijn er zoveel verzen (Ayah) die de mens oproepen om diep na te denken over de zaken, de omgeving en datgene wat met hen verbonden is, om daaruit de conclusie te trekken van het bestaan van de Schepper, de Organisator. Zo wordt het geloof in Allah stevig gevestigd door middel van de rede en duidelijk bewijs.
In addition, there are so many ayat that call upon man to ponder deeply upon things and their surroundings and that which is related to them, thereby concluding from that the existence of the Creator, the Organiser. Thus belief in Allah is firmly established through reason and clear evidence.
Het geloof in de Schepper is inderdaad natuurlijk in ieder mens. Dit aangeboren geloof komt echter via de emoties, een pad dat noch tot betrouwbare resultaten, noch tot stabiliteit leidt als het onbegeleid blijft. De emoties (wijdaan) voegen vaak mythische en ongegronde ideeën toe aan het oorspronkelijke geloof. Deze onterechte elementen van geloof zorgen ervoor dat men verder afdwaalt van het juiste geloof en werpt men in ongeloof (Kufr) en ontrouw. Afgoderij (Shirk), bijgeloof en mythologie zijn slechts een resultaat van de fouten van het gebruik van emoties. Daarom laat de Islam de emoties niet als de enige weg naar geloof, om te voorkomen dat men bepaalde eigenschappen toeschrijft die in strijd zijn met de goddelijkheid, of dat men Allah beschouwt als incarnatie in materiële substanties, of dat men de mogelijkheid ziet om dichter bij Hem te komen door materiële objecten te aanbidden, wat leidt tot ongeloof (Kufr) of afgoderij (Shirk), of tot wanen en bijgeloof, waarvan ze allemaal worden verworpen door het ware geloof (Iman). Daarom dwingt de Islam het gebruik van het verstand samen met de emoties af en verplicht het de moslim om zijn verstand te gebruiken om in Allah te geloven, en verbiedt het imitatie in de geloofsleer (Aqeedah). Daarom heeft de Islam het verstand aangewezen als de arbiter in het geloof (Iman) in Allah en verbiedt het imitatie in de geloofsleer (Aqeedah). Allah zegt:
Indeed, belief in the Creator, is natural in every human being. However such innate belief comes through his emotions, a path that neither leads to trustworthy results nor to stability if left alone. The emotions (wijdaan) often add mythical and unfounded ideas to the original belief. These unwarranted elements of belief cause one to further stray from the correct belief and catapults one into Kufr and infidelity. Idolatry, superstitions, and mythology are but a result of mistakes of using emotions. Therefore, Islam does not leave the emotions as the only way to belief, so as not to ascribe certain attributes contradictory to deity, or to consider Allah incarnated in material substances, or to perceive the possibility of drawing closer to Him through worshipping material objects thus, leading to Kufr or shirk, or to delusions and superstitions all of which are renounced by true iman. That is why Islam compels the use of the mind with the emotions and obliges the Muslim to use his mind to believe in Allah and forbids imitation in ‘aqeedah. Therefore, Islam assigned the mind as the arbitrator in iman in Allah and forbids imitation in ‘aqeedah. Allah, says:
"Zie! In de schepping van de hemelen en de aarde, en in de afwisseling van de nacht en de dag, zijn er inderdaad tekenen voor mensen van begrip." [Aali-Imran: 190]
"Behold! In the creation of the heavens and the earth, and the alteration of night and day, these are indeed signs for men of understanding." [Aali-Imran: 190]
Daarom is het verplicht (Wajib) voor elke moslim om zijn geloof (Iman) voort te laten komen uit denken, studie en contemplatie, en om zijn verstand de absolute arbiter te maken in het geloof (Iman) in Allah (SWT). De oproep om diep in het universum te kijken om de wetten ervan te begrijpen en geleid te worden naar het geloof (Iman) in de Schepper ervan, wordt in de Qur'an honderden keren herhaald in de verschillende soera's, die allemaal gericht zijn op het intellectuele vermogen van de mens, waarbij hij wordt uitgenodigd om diep na te denken en te overpeinzen, zodat zijn geloof (Iman) gebaseerd is op rede en duidelijk bewijs, en hem wordt gewaarschuwd om niet het over te nemen wat hij bij zijn voorvaderen aantrof zonder het te onderzoeken, te kritisch te beoordelen en er persoonlijk zeker van te zijn dat het juist is. Dit is het geloof (Iman) waar de Islam toe heeft opgeroepen, en niet het zogenaamde geloof van de oude (volkeren). Het is het geloof van de verlichte en absoluut zekere persoon die zocht en overpeinsde totdat hij door contemplatie en denken kwam tot de zekere overtuiging in het bestaan van Allah (SWT).
Therefore it is obligatory (waajib) upon every Muslim to make his belief (Iman) result from, thinking, study and contemplation and to make his mind the absolute arbitrator in the belief (Iman) in Allah (swt). The call to look deeply in the universe so as to understand its laws and to be guided to the iman in its Creator is repeated in the Qur'an hundreds of times in its different surah, all of which are directed to man's intellectual faculty, inviting him to think deeply and to ponder so as his iman be based upon reason and clear evidence, and warning him not to adopt what he found his forefathers doing without investigating it, scrutinizing it, and being personally confident of its correctness. This is the iman which Islam called for, and not the so called faith of the old (people). It is the faith of the enlightened and absolutely assured person who searched and contemplated until he came through contemplation and thinking to the assured conviction in the existence of Allah (swt).
Ondanks de verplichting om het verstand te gebruiken om tot het juiste geloof (Iman) in Allah (SWT) te komen, is de mens niet in staat om zaken te begrijpen die buiten de grenzen van zijn zintuigen en mentale vermogens liggen. Dit komt doordat het verstand van de mens beperkt is binnen grenzen die het niet kan overschrijden, ongeacht hoeveel het zich ontwikkelt en groeit, waardoor het vermogen om te begrijpen beperkt is. Daarom zal het verstand tekortschieten in het begrijpen van de essentie van Allah (SWT), omdat Hij boven de mens, het leven en het universum staat en het menselijke verstand niet kan begrijpen wat boven de mens staat. Zo is het menselijke verstand niet in staat om de essentie van Allah (SWT) te begrijpen. Men mag niet zeggen: hoe kan de mens met zijn verstand in Allah geloven, terwijl zijn verstand de essentie van Allah (SWT) niet kan begrijpen? Dit komt doordat geloof (Iman) het geloof (Iman) in het bestaan van Allah (SWT) inhoudt, wiens bestaan wordt begrepen door het bestaan van Zijn schepping, namelijk het universum, de mens en het leven. Deze scheppingen vallen binnen de grenzen van wat het verstand kan begrijpen en dus begreep de mens hen; en door hen te begrijpen, begreep de mens het bestaan van een Schepper (van deze zaken) die Allah (SWT) is. Daarom is het geloof (Iman) in het bestaan van Allah rationeel en binnen de grenzen van het mentale vermogen van de mens. Dit staat in contrast met de essentie van Allah (SWT), wat onmogelijk is aangezien Hij boven de mens, het leven en het universum staat en daarom buiten de capaciteit van elk verstand valt. Het verstand is niet in staat om te begrijpen wat buiten zijn grenzen ligt vanwege de inherente beperking om dit te kunnen doen. Deze beperking zou een van de factoren moeten zijn die het geloof (Iman) versterken en niet een bron van achterdocht en twijfel. Bovendien, aangezien ons geloof (Iman) in Allah (SWT) via ons verstand wordt bereikt, is ons begrip van Zijn bestaan volledig. Omdat onze waarneming van Zijn bestaan verbonden is met het verstand, is onze waarneming van Zijn bestaan absoluut zeker. Dit wekt in ons een volledig begrip en een zeker gevoel op van alle goddelijke eigenschappen die verbonden zijn aan de Schepper. Al dit alles overtuigt ons ervan dat wij niet in staat zullen zijn de essentie van Allah (SWT) te begrijpen, ondanks ons vaste geloof (Iman) in Hem. Daarom moeten wij ons onderwerpen aan alles wat Hij ons heeft meegedeeld, waarvan de geest niet in staat is tot begrip of tot het bereiken van het begrip ervan. Dit komt door de natuurlijke onmacht van de menselijke geest, door haar relatieve en beperkte maatstaven, om te begrijpen wat daarbuiten ligt; want dit begrip zou absolute en onbeperkte maatstaven vereisen, zaken die de mens noch bezit, noch kan verwerven. Wat betreft het bewijs voor de noodzaak van Boodschappers ﷺ, het is bewezen dat de mens door Allah (SWT) is geschapen en dat religiositeit aangeboren (fitri) is in de mens, aangezien het een van zijn instincten is. Zo heiligt de mens, door zijn natuur, zijn Schepper, en deze heiliging betekent aanbidding, wat de relatie is tussen de mens en zijn Schepper. Het achterlaten van deze relatie zonder organisatie zal leiden tot onrust en tot het aanbidden van anderen dan de Schepper. Daarom is het noodzakelijk om deze relatie te organiseren met een correct systeem dat niet uit de mens kan voortkomen, omdat hij de aard van de Schepper niet kan begrijpen om deze relatie tussen hemzelf en de Schepper op te zetten. Daarom moet dit systeem van de Schepper komen. Aangezien de Schepper dit systeem aan de mens moet overbrengen, moeten er dus Boodschappers ﷺ zijn om de religie (Deen) van Allah (SWT) aan de mensen over te brengen.
Verder bewijs voor de behoefte van de mensen aan Boodschappers ﷺ is dat de bevrediging van de instincten en organische behoeften van de mens een noodzaak is. Als deze bevrediging zonder een systeem zou worden gelaten, zou dit leiden tot een foutieve en abnormale vervulling en dus resulteren in het ongeluk van de mens. Daarom is het noodzakelijk om een systeem te hebben om de instincten en organische behoeften van de mens te organiseren. Dit systeem komt niet van de mens, omdat zijn begrip van de organisatie van de instincten en organische behoeften van de mens vatbaar is voor ongelijkheid, verschillen en tegenstrijdigheden, en wordt beïnvloed door de omgeving waarin hij leeft. Dus als deze organisatie aan de mens zou worden overgelaten, zou het systeem vatbaar zijn voor ongelijkheid, verschillen en tegenstrijdigheden en zou het leiden tot het ongeluk van de mens. Daarom moet dit systeem van Allah (SWT) komen.
Further evidence of the peoples need for Messenger (saw)s is that the satisfaction of man's instincts and organic needs is a necessity. If this satisfaction were left without a system it would lead to an erroneous and abnormal fulfilment and thus result in man's misery. Therefore, it is necessary to have a system to organise man's instincts and organic needs. This system does not come from man, because his understanding of the organisation of man's instincts and organic needs is liable to disparity, differences, contradiction and is influenced by the environment in which he lives. Thus if this organisation was left to man, the system would be liable to disparity, differences and contradiction and would lead to man's misery. Therefore, this system must come from Allah (swt).
Wat betreft het bewijs dat de Qur'an door Allah (SWT) is geopenbaard, is het algemeen bekend dat de Qur'an een Arabisch boek is dat door Muhammad ﷺ is overgebracht. Het is dus ofwel van de Arabieren, ofwel van Muhammad ﷺ, ofwel van Allah (SWT), en het is niet mogelijk dat het van iemand anders komt dan deze drie, aangezien het Arabisch is in taal en stijl.
As for the proof that the Qur'an is revealed by Allah (swt), it is well known that the Qur'an is an Arabic book conveyed by Muhammad (saw) . Thus, it is either from the Arabs, from Muhammad (saw), or from Allah (swt), and it is not possible that it be from any other except these three since it is Arabic in language and style.
Het is onjuist om te zeggen dat de Qur'an van de Arabieren komt, omdat het hen uitdaagde om iets te produceren dat er gelijkaardig aan is. "Zeg: breng tien soera's voort die er gelijkaardig aan zijn." [Hud: 13]
It is false to say that the Qur'an comes from the Arabs because it challenged them to bring forth anything similar to it. "Say, bring ten surahs like unto it." [Hud: 13]
"Zeg: 'Breng één soera die er gelijk aan is.'" [Yunus: 38]
"Say, bring one surah like unto it." [Yunus: 38]
Zij probeerden iets soortgelijks te brengen, maar zij slaagden daar niet in. Daarom is dit boek niet van hun eigen woorden, aangezien zij niet in staat waren om iets soortgelijks te brengen, hoewel het hen uitdaagde en zij probeerden iets soortgelijks te brengen. Het is ook onjuist om te beweren dat het van Muhammad ﷺ is, aangezien Muhammad ﷺ een van de Arabieren is, en hoe groot zijn genialiteit ook moge zijn, hij is een menselijk wezen en een lid van zijn gemeenschap en natie. Aangezien de Arabieren zelf er niet in geslaagd waren om iets soortgelijks te brengen, geldt dit ook voor Muhammad ﷺ, de Arabier, dat hij niet in staat was om iets soortgelijks te brengen. Het is dus niet van hem. Bovendien heeft Muhammad ﷺ sahih overleveringen (Hadith) en massaal overgeleverde (Mutawatir) overleveringen (Hadith) nagelaten, waarvan de authenticiteit buiten alle twijfel staat. Indien een van deze overleveringen (Hadith) vergeleken zou worden met een vers uit de Qur'an, zou er geen gelijkenis in stijl tussen hen bestaan. Hij ﷺ sprak de geopenbaarde vers en de overlevering (Hadith) tegelijkertijd uit, en toch is er een verschil in stijl tussen hen. Wanneer een man probeert zijn taalgebruik te diversifiëren, zal het in stijl toch vergelijkbaar blijven, omdat het een deel van hem is. Aangezien er geen gelijkenis in stijl is tussen de overlevering (Hadith) en het vers, is de Qur'an absoluut niet de taal van Muhammad ﷺ. Naast dit beweerde niemand van de Arabieren, die het meest kundig waren in de stijlen van de Arabische taal, dat de Qur'an de taal van Muhammad ﷺ was, of dat het vergelijkbaar was met zijn taal. Het enige wat zij beweerden, was dat Muhammad ﷺ het had gebracht van een christelijke jongeman genaamd Jabr. Allah (SWT) weerlegde wat zij beweerden en zei:
They tried to bring the like of it but they failed to do so. Hence, this book is not of their speech because they were unable to bring the like, of it, though it challenged them, and they tried to bring the like of it. It is also false to say that it is from Muhammad (saw) , since Muhammad (saw) is one of the Arabs, and whatever the height of his genius, he is a human being and a member of his community and nation. Since the Arabs themselves had failed to bring the like of it, this also applies to Muhammad (saw) , the Arab, that he could not bring the like of it. Thus, it is not from him. Moreover, Muhammad (saw) has left saheeh ahaadeeth and mutawaatir ahaadeeth, whose authenticity is beyond doubt. If any of these ahaadeeth were to be compared with any verse of the Qur'an, there would be no similarity between them in style. He (saw) used to utter the revealed verse and say the hadeeth at the same time and yet there is a difference between them in style. Whenever any man attempts to diversify his speech, it will remain similar in style, because it is a part of him. Since there is no similarity between the hadeeth and the verse in style, the Qur'an is absolutely not Muhammad (saw) speech. Besides this, none of the Arabs, who were the most versed with the styles of the Arabic speech, alleged that the Qur'an is Muhammad (saw) speech, or that it is similar to his speech. The only thing that they claimed was that Muhammad (saw) had brought it from a Christian youth called Jabr. Allah (swt) refuted what they claimed and said:
"Wij weten inderdaad dat zij beweren dat het een man is die hem heeft onderwezen. De tong van degene naar wie zij kwaadwillig wijzen is duidelijk vreemd, terwijl dit Arabisch is, puur en helder." [An-Nahl: 103]
"We know indeed that they say it is a man that taught him. The tongue of him they wickedly point to is notably foreign, while this is Arabic, pure and clear." [An-Nahl: 103]
Aangezien is bewezen dat de Qur'an noch de spraak van de Arabieren noch de spraak van Muhammad ﷺ is, is het ongetwijfeld de spraak van Allah (SWT), en als gevolg daarvan is het een wonder voor degene die het bracht.
Since it is proved that the Qur'an is neither the speech of the Arabs nor the speech of Muhammad (saw) , it is definitely the speech of Allah (swt), and consequently it is a miracle for the one who brought it.
Omdat Muhammad ﷺ de Qur'an heeft gebracht, en de Qur'an het Woord van Allah (SWT) en Zijn goddelijke wet is, en omdat niemand de sharia van Allah (SWT) brengt behalve de profeten en de Boodschappers ﷺ, dan moet Muhammad ﷺ derhalve op basis van rationeel bewijs ongetwijfeld een profeet en een Boodschapper ﷺ zijn.
Because Muhammad (saw) brought the Qur'an, and the Qur'an is the speech of Allah (swt) and His divine law, and because no one brings Allah's (swt) Shari’ah (law) except the Prophets and the Messenger (saw)s, then accordingly Muhammad (saw) must definitely be a prophet and Messenger (saw), by rational proof.
Dit is een intellectueel bewijs voor het geloof (Iman) in Allah (SWT) en in de boodschap van Muhammad ﷺ, en dat de Qur'an de spraak van Allah (SWT) is.
This is an intellectual proof for the iman in Allah (swt) and in the message of Muhammad (saw), and that the Qur'an is the speech of Allah (swt).
Gevolgelijkerwijs komt het geloof (Iman) in Allah (SWT) via de rationele weg en dit geloof (Iman) moet via de rationele weg zijn. Zo wordt het, als zodanig, de basis waarop het geloof (Iman) in alle zaken buiten onze zintuigen en in al hetgeen Allah (SWT) ons heeft meegedeeld, is gebouwd. Dit komt doordat wij geloven in Allah (SWT), Die de goddelijke eigenschappen bezit; wij moeten absoluut geloven in alles wat Hij ons heeft meegedeeld, of het nu mentaal te begrijpen is of buiten het vermogen van het verstand valt, simpelweg omdat Allah (SWT) ons daarover heeft ingelicht. Wij moeten geloven in de Dag der Opstanding (ba'ath), in het Paradijs (Jannah) en de hel (naar), in de verantwoording (hisaab) en de straf ('adhaah), in engelen (malaaikah), in djinn, in ShayaaTeen en alle anderen die de Qur'an of een massaal overgeleverde (Mutawatir) overlevering (Hadith) hebben vermeld. Dit geloof (Iman), hoewel het via overlevering en het horen (tekstueel) komt, is oorspronkelijk rationeel, omdat de oorsprong ervan door het verstand (intellect) is bewezen. Daarom moet de geloofsleer (Aqeedah) van de moslim afhankelijk zijn van het verstand of van datgene waarvan de oorsprong via het verstand is bewezen. Zo moeten moslims alleen geloven in wat intellectueel is bewezen via de rationele weg of via de definitieve en beslissende teksten, dat wil zeggen, wat is bewezen door de Qur'an en de massaal overgeleverde (Mutawatir) overlevering (Hadith). Alles wat niet bewezen is via deze twee methoden: het verstand en de tekst van het Boek en van de definitieve overlevering (Hadith), is verboden om in te geloven, omdat geloofsleer (a'qaaid) niet mag worden aangenomen behalve met zekerheid (yaqeen).
Consequently, the iman in Allah (swt) comes through the rational way and this iman must be by the rational way. Thus, as such, it becomes the basis upon which the iman in all matters beyond our senses and in all of that which Allah (swt) informed us is built. This is because we believe in Allah (swt), Who has the divine attributes, we must definitely believe in everything that He has informed us of, whether it is mentally comprehended or it is beyond the minds capability, simply because Allah (swt) informed us of it. We must believe in the Day of Resurrection (ba'ath), in paradise (jannah) and hell (naar), in reckoning (hisaab) and punishment ('adhaah), in angels (malaaikah), in jinn, in ShayaaTeen and all others that the Qur'an or a hadeeth mutawaatir have mentioned. This iman, though it is through narration and hearing (textual) it is originally rational, because its origin was proven by the mind (intellect). Therefore, the Muslim's ‘aqeedah must depend on the mind or on that whose origin is proven through the mind. Thus, Muslims must believe only in what is proven intellectually through the rational way or the definite and decisive texts, that is, what is proven by the Qur'an and the hadeeth mutawaatir. Anything not proven through these two methods: the mind and the text of the book and of the definite hadeeth is prohibited to believe in, because creeds (a'qaaid) should not be taken except with certainty (yaqeen).
Daarom moet er geloof (Iman) zijn in wat voorafging aan dit leven, namelijk Allah (SWT), en in wat daarna komt, namelijk de Dag der Opstanding. Aangezien de geboden van Allah (SWT) de relatie vormen tussen het leven van deze wereld en wat eraan voorafging, naast de relatie van de schepping; en de verantwoording van iemands daden in dit leven de relatie is tussen wat na dit leven komt en dit leven, naast de relatie van de Dag des Oordeels, dan zou er een relatie moeten zijn tussen dit leven en datgene wat eraan voorafging en datgene wat daarna zal komen. Bovendien moet de situatie van de mens in dit leven beperkt zijn tot deze relatie. Met andere woorden, de mens moet in dit leven handelen in overeenstemming met de systemen van Allah (SWT), en moet geloven dat Hij hem verantwoording zal laten afleggen voor zijn daden op de Dag des Oordeels.
Therefore, there must be iman in what is before this life, which is Allah (swt), and in what is after it, which is the Day of Resurrection. Since the commands of Allah (swt) constitute the relationship of the life of this world with what is before it, besides the relationship of creation; and the reckoning of ones deeds in this life is the relationship of what is after this life with this life, in addition to the relationship of the Day of Judgement, then there should be a relationship between this life with that which is before it and that which will be after it. Furthermore man's situation in this life must be restricted to this relationship. In other words, man must proceed in this life in accordance with Allah's (swt) systems, and must believe that He will account him on his deeds on the Day of Judgement.
Door deze discussie is de verlichte gedachte gevestigd over wat voorbij de mens, het leven en het universum ligt, en over wat er vóór dit leven was en wat er na dit leven zal zijn, en dat het een relatie heeft met wat eraan voorafging en wat erop volgt. Zo is het grootste probleem volledig opgelost door de islamitische geloofsleer (Aqeedah).
By this discussion, the enlightened thought has been established concerning what is beyond man, life and the universe and about what is before this life and what is after it, and that it has a relationship with what is before it and what is after it. Thus, the greatest problem has been completely solved by the Islamic ‘aqeedah.
Zodra de mens deze oplossing heeft bereikt, kan hij overgaan naar de gedachte over het leven van deze wereld en naar het vestigen van gezonde en productieve concepten hierover. Deze oplossing wordt de basis waarop de ideologie, die dient als de weg van de wederopleving (nahDah), wordt gebouwd. Het is ook de basis waarop de beschaving (haDarah) van deze ideologie rust, de basis waaruit haar systemen voortvloeien, en de basis waarop haar staat wordt gesticht. Zo is de basis waarop de Islam wordt gesticht, zowel het idee (fikrah) als de methode (tareeqah), de Islamitische geloofsleer (Aqeedah).
Once man has reached this solution, he can move to the thought about the life of this world and to establish sound and productive concepts about it. This solution becomes the basis upon which the ideology, which serves as the way of revival (nahDah) is built. It is also the basis upon which the civilisation (haDarah) of this ideology rests, the basis from which its systems emanate, and the basis upon which its state is established. Thus, the basis upon which Islam is established, both the idea (fikrah) and method (tareeqah), is the Islamic ‘aqeedah.
"O jullie die geloven! Geloof in Allah en Zijn Boodschapper ﷺ, en het Boek dat Hij naar Zijn Boodschapper ﷺ heeft gezonden, en de Boeken die Hij heeft gezonden naar hen vóór hem. Degene die Allah, Zijn Engelen, Zijn Boeken, Zijn Boodschappers ﷺ en de Dag des Oordeels ontkent, is ver, ver dwaalachtig gegaan." [An-Nisa: 136]
"O you who believe! Believe in Allah and His Messenger (saw), and the Book which He sent to His Messenger (saw) and the Book which He sent to those before (him). Any who denies Allah, His Angels, His Books, His Messenger (saw)s, and the Day of Judgement, has gone far, far astray." [An-Nisa: 136]
Nadat dit is bewezen en het geloof (Iman) daarin een onvermijdelijke zaak is, is elke moslim verplicht te geloven in de islamitische sharia als geheel, omdat het voortkomt uit de glorieuze Qur'an en de Boodschapper ﷺ het heeft overgebracht; anders zou hij een ongelovige (Kafir) zijn. Daarom is het ongeloof (Kufr) om de ahkam van de sharia als geheel te ontkennen, of een enig definitief (qaT'ai) gedetailleerd rechtsregel (Hukm) daarvan. Dit is het geval of deze ahkam (regels) nu verbonden zijn met aanbidding (ibadaat), transacties (mu'amalaat), straffen (uqoobaat), voedsel, enzovoort. Dus is de verwerping van het vers "Stel daarom de gebedsverplichting in" [Al-Baraqah: 43]
After this has been proven and the Iman in it is an inevitable matter, every Muslim is obliged to believe in the Islamic Shari’ah as a whole, because it came in the glorious Qur'an, and the Messenger (saw) conveyed it, otherwise, he would be a Kafir. Therefore, it is Kufr to deny the AHkam Shari’ah as a whole, or any definite (qaT'ai) detailed hukm of them. This is the case whether these ahkam (rules) are connected with worships (ibadaat), transactions (mu'amalaat), punishments (uqoobaat), food, etc. So the rejection of the verse "So establish regular prayer" [Al-Baraqah: 43]
is hetzelfde als het verwerpen van het vers.
is the same as rejecting the verse.
"Maar Allah heeft de handel toegestaan en de rente verboden," [Al-Baraqah: 275]
"But Allah has permitted trade and forbidden usury," [Al-Baraqah: 275]
en is hetzelfde als het verwerpen van de volgende verzen:
and is the same as rejecting the following verses:
"Wat de dief betreft, man of vrouw, snijd zijn of haar handen af," [Al-Ma’idah: 38]
"As to the thief, male or female, cut off his or her hands," [Al-Ma’idah: 38]
"Verboden voor jullie zijn het dode dier, bloed, het vlees van varkens en dat waarop de naam van een ander dan Allah is aangeroepen." [Al-Ma’idah: 3]
"Forbidden to you (for food) are dead meat, blood, the flesh of swine, and that on which has been invoked the name of any other than Allah." [Al-Ma’idah: 3]
Het geloof (Iman) in de sharia is niet gebaseerd op het verstand. Men moet zich in plaats daarvan volledig overgeven aan alles wat van Allah (SWT) is geopenbaard.
The iman in the Shari’ah is not based on the mind. Rather, one must surrender completely to all that which was revealed from Allah (swt).
"Maar nee, bij jouw Heer, zij zullen geen (werkelijke) geloof hebben, totdat zij jou als rechter stellen in al de geschillen tussen hen, en in hun zielen geen weerstand vinden tegen jouw beslissingen, maar deze met de meest volledige overgave aanvaarden." [An-Nisa: 65]
"But no, by your Lord, they can have no (real) faith, until they make you judge in all the disputes between them, and find in their souls no resistance against your decisions, but accept them with the fullest submission." [An-Nisa: 65]