26 Grondwet: HET SOCIALE SYSTEEM
26 Constitution: THE SOCIAL SYSTEM
Artikel 108.
Article 108.
De primaire rol van een vrouw is die van moeder en echtgenote. Zij is een eer die beschermd moet worden.
The primary role of a woman is that of a mother and wife. She is an honor that must be protected.
Artikel 109.
Article 109.
Mannen en vrouwen dienen in de basis van elkaar gescheiden te zijn, en zij zouden niet samen moeten komen, behalve uit een noodzaak die de shar’a toestaat en de ontmoeting in dat opzicht toestaat, zoals handel en de hadj.
Men and women are basically to be segregated from each other, and they should not meet together except for a need that the shar’a allows it and allows the meeting for its sake, such as trading and pilgrimage (Hajj).
Artikel 110.
Article 110.
Vrouwen hebben dezelfde rechten en plichten als mannen, behalve die welke door de shar’ai bewijzen specifiek aan hem of haar zijn toegewezen. Zo heeft zij het recht om deel te nemen aan handel, landbouw en industrie; om deel te nemen aan contracten en transacties; om alle vormen van eigendom te bezitten; om haar middelen zelfstandig (of via anderen) te investeren; en om alle zaken van het leven zelfstandig te regelen.
Women have the same rights and obligations as men, except for those specified by the shar’ai evidences to be for him or her. Thus, she has the right to practice in trading, farming, and industry; to partake in contracts and transactions; to possess all form of property; to invest her funds by herself (or by others); and to conduct all of life's affairs by herself.
Artikel 111.
Article 111.
Een vrouw kan deelnemen aan de verkiezing en het afleggen van de eed van trouw (Bay’ah) aan de kalief, stemmen, en tevens lid zijn van de Majlis al-Ummah, en kan worden aangesteld als een functionaris van de Staat in een niet-besturende positie.
A woman can participate in the election and giving of the bai’ah to the Khaleefah, and elect, and also be a member of the Majlis al-Ummah, and can be appointed as an official of the State in a non-ruling position.
Artikel 112.
Article 112.
Vrouwen mogen geen leiding nemen over het bestuur, daarom kunnen vrouwen niet de posities van Khalifah mu’awin, wali, ‘aamil bekleden, noch enige van de handelingen van het bestuur uitvoeren. Zij is niet toegestaan om hoofdrechter te zijn, een rechter in mahkamat ul-MuDHalim, noch leider (Ameer) van jihad.
Women are not allowed to take charge of ruling, thus women cannot hold the positions of Khaleefah mu’awin, wali, ‘aamil, nor to practice any of the actions of ruling. She is not allowed to be a chief judge, a judge in mahkamat ul-MuDHalim nor amir of Jihad.
Artikel 113.
Article 113.
Vrouwen leven binnen een publiek en een privédomein. Binnen hun publieke leven is het hen toegestaan te leven met andere vrouwen, mahram-mannen [mannen met wie zij niet mogen trouwen] en vreemde mannen (met wie zij kunnen trouwen), op voorwaarde dat niets van het lichaam van de vrouw wordt onthuld, behalve haar gezicht en handen, en dat de kleding niet onthullend is en haar aantrekkingskracht niet wordt getoond. Binnen het privédomein is zij niet toegestaan te leven behalve met vrouwen of haar mahram-mannen; en zij is niet toegestaan samen te leven met vreemde mannen. In beide gevallen moet zij zich beperken tot de regels van de shar’a.
Women live within a public and private life. Within their public life, they are allowed to live with other women, maharam males [males forbidden to them in marriage] and foreign men (whom they can marry) on condition that nothing of the women's body is revealed, apart from her face and hands, and that the clothing is not revealing nor her charms displayed. Within the private life she is not allowed to live except with women or her mahram males;and she is not allowed to live together with the foreign men. In both cases she has to restrict herself with the rules of shar’a.
Artikel 114.
Article 114.
Vrouwen is het verboden om in afzondering (khulwah) te zijn met mannen met wie zij kunnen trouwen; het is hen ook verboden om hun schoonheid te tonen of hun lichaam te onthullen in het bijzijn van vreemde mannen.
Women are forbidden to be in private (khulwah) with any men they can marry, they are also forbidden to display their charms or to reveal their body in front of foreign men.
Artikel 115.
Article 115.
Mannen en vrouwen mogen geen werkzaamheden verrichten die een gevaar vormen voor de moraal of corruptie in de samenleving veroorzaken.
Men and women must not practice any work that poses danger to the morals or causes corruption in society.
Artikel 116.
Article 116.
Het huwelijksleven is er een van rust en kameraadschap. De verantwoordelijkheid van de echtgenoot jegens zijn echtgenote (quwamah) is er een van zorg dragen, en niet van heersen. Zij is verplicht haar echtgenoot te gehoorzamen en hij is verplicht de kosten van haar levensonderhoud te dekken volgens een fatsoenlijke levensstandaard.
Marital life is one of tranquility and companionship. The responsibility of the husband on behalf of his wife (quwamah) is one of taking care, and not ruling. She is obliged to obey her husband and he is obliged to meet the costs of her livelihood according to the seemly standard of living.
Artikel 117.
Article 117.
Het echtpaar moet elkaar volledig bijstaan bij het uitvoeren van de huishoudelijke taken, waarbij de echtgenoot alle handelingen verricht die normaal gesproken buiten het huis worden ondernomen, en de vrouw die handelingen die normaal gesproken binnen het huis worden ondernomen zo goed als zij kan uitvoert. De echtgenoot dient hulp in het huishouden te bieden waar nodig om te assisteren bij de huishoudelijke taken die zij niet alleen aankan.
The married couple must fully assist each other in performing the household duties, with the husband performing all the actions normally undertaken outside of the house, and the woman performing those actions normally undertaken inside the house as best as she can. The husband should provide home-help as required to assist with the household tasks she cannot manage herself.
Artikel 118.
Article 118.
Het voogdijschap over kinderen is zowel een recht als een plicht van de moeder, of zij nu moslim is of niet, zolang het kind deze zorg nodig heeft. Wanneer kinderen, meisjes of jongens, niet langer zorg nodig hebben, moeten zij zelf kiezen bij welke ouder zij willen wonen, ongeacht of het kind een jongen of een meisje is. Indien slechts één van de ouders moslim is, heeft het kind geen keuze en moet het zich bij de moslim ouder voegen.
The custody of children is both a right and duty of the mother, whether Muslim or not, so long as the child is in need of this care. When children, girls or boys, are no longer in need of care, they are to choose which parent they wish to live with, whether the child is male or female. If only one of the parents is Muslim, there is no choice for the child is to join the Muslim parent.