11 Huwelijk
11 Marriage
Uit de sociale bijeenkomsten (Ijtima) van mannen en vrouwen ontstaan relaties die betrekking hebben op hun eigen belangen en de belangen van de gemeenschap waarin beide geslachten leven. Deze verschillen van de maatschappelijke problemen die ontstaan wanneer mensen samenkomen met het oog op verkoop, verhuur, delegatie en dergelijke zaken. Het kan bij sommigen opkomen dat deze relaties uitsluitend het huwelijk vormen. De waarheid is dat het huwelijk slechts één van de relaties is, en dat zij meer omvatten dan alleen het huwelijk. Daarom is de seksuele associatie niet de enige manifestatie van het voortplantingsinstinct, maar is het eerder een van de manifestaties ervan, aangezien er andere zijn. Zo zijn moederschap, vaderschap, broederschap, het zoon-zijn en het oom-zijn (zowel materneel als paterneel) allemaal manifestaties van het voortplantingsinstinct. Gevolglik omvatten de relaties die voortvloeien uit de ontmoeting tussen mannen en vrouwen ook moederschap en vaderschap, net zoals het huwelijk. Het sociale systeem omvat deze, net zoals het het huwelijk omvat. De Shar’a kwam met regels voor het zoon-zijn, vaderschap en moederschap, net zoals zij kwam met regels voor het huwelijk.
From the social gathering (Ijtima) of men and women arise relationships which pertain to their interests and the interests of the community in the midst of which both sexes live. They are different to the problems in society that arise when people come together for the purpose of selling, renting, delegating and other such matters. It may occur to some that these relationships constitute only marriage. The truth is that marriage is only one of the relationships, and they include other than marriage. Therefore, the sexual association is not the only manifestation of the procreation instinct, but rather it is one of its manifestations since there are others. Thus, motherhood, fatherhood, brotherhood, sonship and unclehood (maternal and paternal) are all manifestations of the procreation instinct. Consequently, the relationships, which result from the meeting of men and women, include motherhood and fatherhood, just as marriage. The social system includes them, just as it includes marriage. The Shar’a came with rules for sonship, fatherhood and motherhood, just as it came with rules for marriage.
Echter, het huwelijk is de oorsprong van al deze relaties, en zij vertakken zich allemaal daaruit. Indien er geen huwelijken zouden plaatsvinden, dan zou er geen vaderschap, zoonerschap of moederschap enzovoort zijn. Dienovereenkomstig is het huwelijk hun oorsprong en vertakken zij zich allemaal daaruit wat betreft de behoefte aan organisatie. Toch ontspringt het gevoel van dergelijke behoeften op natuurlijke wijze om eraan te voldoen, op dezelfde manier als het gevoel van de behoefte aan seksuele associatie ontspringt. Het instinct eist bevrediging, veroorzaakt door de onrust van de manifestaties van moederschap of zoonerschap, net zoals het instinct bevrediging eist vanwege de onrust van de manifestaties van de seksuele associatie. Dit komt doordat het huwelijk, moederschap, vaderschap en zoonerschap allemaal manifestaties zijn van het voortplantingsinstinct. Hun gevoelens zijn eveneens gevoelens van het voortplantingsinstinct. De neiging tot een van deze manifestaties wordt gevormd door de realiteit van het voortplantingsinstinct, gekoppeld aan het concept over die manifestatie, een zaak die van toepassing is op alle manifestaties van het voortplantingsinstinct.
However, marriage is the origin of all these relationships, and all of them branch out from it. If marriages were not to take place, then there would be no fatherhood, sonship nor motherhood etc. Accordingly, marriage is their origin and all of them branch out from it in terms of the need for organisation. Yet, the feeling of such needs erupts naturally in order to satisfy them the same way the feeling of the need for sexual association does. The instinct demands satisfaction, caused by the agitation of motherhood or sonship manifestations, just as the instinct demands satisfaction due to the agitation of the manifestations of the sexual association. This is because marriage, motherhood, fatherhood and sonship, are all manifestations of the procreation instinct. Their feelings are also feelings of the procreation instinct. The inclination towards any of these manifestations is formed by the reality of the procreation instinct linked with the concept about that manifestation, a matter that applies to all the manifestations of the procreation instinct.
Het huwelijk is de organisatie van man-vrouwrelaties, dat wil zeggen de organisatie van de seksuele associatie tussen mannen en vrouwen door een specifiek systeem. Dit specifieke systeem dient de man-vrouwrelaties op een gedefinieerde wijze te organiseren. Voortplanting dient uitsluitend volgens het systeem plaats te vinden, en het moet de reproductie van de menselijke soort waarborgen. En hierdoor zal het gezin ontstaan en op basis daarvan zal de organisatie van het privéleven plaatsvinden.
Marriage is the organisation of male-female relationships i.e. organisation of the sexual association between the men and the women by a specific system. This specific system should organise the male-female relationships in a defined manner. Procreation should result according to the system only, and it should ensure the reproduction of the human species. And through it the family will come to exist and on its basis the organisation of the private life will proceed.
De Islam heeft het huwelijk aangemoedigd en geboden. Ibn Masud overlevert dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “O jullie jongeren. Wie van jullie de middelen heeft om te trouwen, moet trouwen, want dat helpt hem meer om zijn blik neer te slaan en zijn schaamte te bewaken (d.w.z. zijn geslachtsdelen te beschermen tegen onwettige seks). En wie niet in staat is om te trouwen, moet vasten, want dat zal een bescherming voor hem zijn.” Qatada overlevert van al-Hasan, die van Samura overleverde, dat hij zei dat de Profeet ﷺ ons verbood om ongehuwd te blijven. Qatada citeerde het vers:
Islam has encouraged marriage and ordered it. Ibn Masud narrates that the Messenger of Allah (pbuh) said: “O you youngsters. Whoever amongst you who can afford to marry should marry, because it will help Him more to lower his gaze, and guard his modesty (i.e. private parts from unlawful sex). And whoever is not able to marry He should fast, because it will be protection for Him.” Qatada narrated from al-Hasan who narrated from Samura that He said the Prophet (pbuh) forbade us from celibacy. Qatada quoted the verse:
“En voorwaar, Wij hebben voor jou voorheen boodschappers gezonden en Wij hebben voor hen echtgenotes en nakomelingen bepaald.” [Ar-Rad: 38] De betekenis van celibaat is het onthouden van het huwelijk en wat daarop volgt, namelijk het terugtrekken voor aanbidding. Abu Hurayrah (ra) vertelt dat de Profeet ﷺ zei: “Drie personen hebben recht op hulp van Allah: de Mujahid in de weg van Allah, de persoon die om het huwelijk zoekt en zijn kuisheid wil beschermen, en de slaaf die middelen zoekt om zichzelf te bevrijden.” Hij ﷺ zei: “Er is geen monnikenwezen in de Islam.” Monnikenwezen is celibaat, wat het onthouden van vrouwen en het verlaten van het huwelijk betekent vanwege de bezigheid met de aanbidding van Allah (SWT). De Qur'an heeft de kwestie van het huwelijk duidelijk vermeld. Hij (SWT) zei:
“And indeed We sent Messengers before you (O Muhammad) and made for them wives and offspring”. [Ar- Rad: 38] The meaning of celibacy is abstention from marriage and what follows that of retreating to worship. Abu Hurayrah (ra) narrates that the Prophet (pbuh) said: “Three (persons) have a right from Allah to be helped: the Mujahid in the way of Allah, the seeker for marriage who wishes to guard his chastity and the slave who seeks funds to free oneself.” He (pbuh) said: “There is no monasticism in Islam.” Monasticism is celibacy which is abstinence from women and abandonment of marriage due to being preoccupied with the worship of Allah (swt). The Qur'an has clearly mentioned the issue of marriage. He (swt) said:
“Huwelijk met vrouwen naar uw keuze, twee of drie, of vier”. [An-Nisa: 3] Hij (SWT) zei:
“Marry women of your choice, two or three, or four”. [An- Nisa: 3] He (swt) said:
“En trouw degenen onder jullie die alleenstaand zijn en de vrome onder jullie slaven, mannen en vrouwen.” [An-Nur: 32] De islam moedigde het huwen van maagdelijke vrouwen aan, die in staat zijn kinderen te baren en die beschikken over een islamitisch karakter. Anas (vrede zij met hem) vertelt dat de Profeet ﷺ de mensen beval te trouwen en hen strikt verbood om celibatair te leven. Hij ﷺ zei: “Trou met de zachte en vruchtbare (vrouwen), want voorwaar, ik zal wedijveren met de Profeten in jullie grote aantallen op de Dag des Oordeels.” M'aqal b. Yasar (vrede zij met hem) vertelt: Een man kwam naar de Profeet ﷺ en zei: “Ik heb een vrouw gevonden die mooi is en van nobele afkomst, maar zij kan geen kinderen baren. Zal ik met haar trouwen?” Hij ﷺ zei: “Nee.” Toen kwam hij voor de tweede keer naar hem en hij ﷺ hield hem tegen. Daarna kwam hij voor de derde keer naar hem, waarna de Profeet ﷺ zei: “Trou met de zachte en vruchtbare (vrouwen), want voorwaar, ik zal wedijveren in jullie grote aantallen.” Jabir vertelt dat de Profeet ﷺ tegen hem zei: “O Jabir, ben je getrouwd met een maagd of een niet-maagd (gescheiden of weduwe)?” Hij antwoordde: “een niet-maagd.” De Profeet ﷺ zei toen: “Waarom ben je niet getrouwd met een jong meisje, zodat je met haar kunt genieten en zij met jou?” Abu Hurayrah (vrede zij met hem) rapporteerde dat de Profeet ﷺ zei: “Een vrouw wordt getrouwd om vier redenen: haar rijkdom, afkomst, schoonheid en islamitisch karakter (Deen). Zoek dus succes met degene die een goed karakter (Deen) bezit.” Het is daarom aanbevolen voor een man om een maagdelijke vrouw (voor het huwelijk) te kiezen en iemand die bekend staat als vruchtbaar volgens de kennis van haar moeder, en haar moeders en vaders tantes. Ook moet hij iemand kiezen die van een goed Deen (karakter) is en ook mooi is, om kuis te blijven. Het is aanbevolen dat zij van nobele afkomst en bloedlijn is, oftewel opgevoed is in weldadigheid, godsvrucht (Taqwa) en onderscheidend vermogen. Maar dat betekent niet dat dit voorwaarden zijn voor het huwelijk; ze zijn eerder aanbevolen en geprefereerd. Anders heeft een man het recht om de vrouw te kiezen die hem behaagt, en de vrouw heeft het recht om de echtgenoot te kiezen die haar behaagt.
“And marry those among you who are single and the virtuous ones among your slaves, male and female”. [An- Nur: 32] Islam encouraged marrying virgin women, who are able to bear children and those possessing Islamic character. Anas (ra) narrates that the Prophet (pbuh) used to order people to marry and strictly forbade them from celibacy. He (pbuh) used to say: “Get married to the tender and fertile (women), for indeed I will vie with the Prophets in your great numbers on the day of judgement”. M'aqal b. Yasar (ra) narrates: A man came to the Prophet (pbuh) and said: “I have found a woman who is beautiful and of noble descent but she cannot bear children. Shall I marry her?” He (pbuh) said: “No”. Then He came to Him again for the second time and He (pbuh) prevented Him. Then He came to Him a third time, so the Prophet said: “Get married to the tender and fertile (women) for indeed I will vie in your great numbers”. Jabir narrates that the Prophet (pbuh) said to Him: “O Jabir, did you marry a virgin or a non-virgin (divorcee or widow)”. He replied: “a non-virgin.” So the Prophet (pbuh) said: “Why did you not marry a young girl so that you may have enjoyment with her and she with you?”. Abu Hurayrah (ra) reported that the Prophet (pbuh) said: “A woman is married for four things: her wealth, lineage, beauty and Islamic character (Deen). So gain success with the one who possesses a good character (Deen).” So it is preferred for a man to choose a virgin woman (for marriage) and someone who is known to be fertile according to the knowledge of her mother, maternal and paternal aunts. Also He should choose someone who is of good deen (character) and also beautiful in order to remain chaste. It is preferred that she is of noble descent and lineage i.e. brought up in beneficence, Taqwa (God fearing) and distinction. But that does not mean they are stipulations for marriage, rather they are recommended and preferred. Otherwise, a man has the right to choose the wife He pleases and the woman has the right to choose the husband she pleases.
Wat betreft de kwestie van gelijkwaardigheid (matching) tussen echtgenoot en echtgenote, dit heeft geen basis in de Shar’a. Het is niet vermeld behalve in gefabriceerde overleveringen (Hadith). De nobele Qur'an spreekt dit tegen, net als de authentieke overleveringen (Hadith). Elke moslimvrouw is een gelijke voor een andere moslimman en vice versa. Er is geen gewicht aan de verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft rijkdom, beroep, afkomst enzovoort. De zoon van een vuilnisman is een gelijke voor de dochter van de Amir al-Mumineen, en de dochter van de barbier is eveneens een gelijke voor de zoon van de leider (Ameer). Zo zijn moslims gelijken aan elkaar. Allah (SWT) zei:
As for the question of equivalence (matching) between husband and wife, it has no basis in the Shar’a. It was not mentioned except in fabricated Ahadith. The noble Qur'an contradicts it, as do the authentic Ahadith. Every Muslim woman is a match to another Muslim man and vice versa. There is no weight for the differences between men and women in terms of wealth, occupation, lineage etc. The son of a refuse collector is a match for the daughter of the Amir al-Mumineen, and the daughter of the barber is a match for the son of the Ameer as well. Thus Muslims are a match to each other. Allah (swt) said:
“Voorwaar, de meest eervolle van jullie bij Allah is degene die de meeste godsvrucht (Taqwa) heeft” [Al-Hujurat: 13]. De Profeet ﷺ gaf zijn nicht Zaynab bin Jahsh (ra), die uit de verheven mensen van de Quraish behoorde, in huwelijk aan Zayd bin Haritha (ra), die een vrijgelatene was. Abdullah b. Burayda (ra) vertelt op gezag van zijn vader dat een jong meisje naar de Boodschapper van Allah (SWT) kwam en zei: “Mijn vader heeft mij met zijn neef uitgehuwelijkt om zijn lage status te verhogen.” Dus de Profeet ﷺ gaf haar het recht om het huwelijk te ontbinden. Zij antwoordde: “Ik accepteer wat mijn vader heeft gedaan, maar ik wilde de (andere) vrouwen informeren dat vaders geen enkele autoriteit hebben om hun dochters in het huwelijk te geven tegen hun wil in.” De betekenis van haar uitspraak: 'om zijn lage status te verhogen' is dat haar vader de sociale status van zijn neef wilde verhogen door haar met hem te laten trouwen. Dit betekent dat de vader haar tegen haar wil in het huwelijk gaf omdat zij hem niet geschikt voor haar vond, niet omdat zij dacht dat hij geen geschikte partner voor haar was — hij was immers haar neef — maar omdat zij niet instemde met het huwelijk. Abu Hatim al-Muzani rapporteert dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Wanneer iemand wiens karakter en moraal aan jullie bevallen, bij jullie aankomt voor een huwelijk, geef dan uw dochter aan hem in het huwelijk. Als u dat niet doet, dan zal er beproeving en enorme corruptie op aarde zijn.” Zij zeiden: “O Boodschapper van Allah, zelfs als hij een zekere tekortkoming heeft?” Hij zei: “Wanneer iemand komt wiens karakter en moraal aan jullie bevallen en bij jullie aankomt voor een huwelijk, geef dan uw dochter aan hem in het huwelijk.” Hij zei dit drie keer. Ook Abu Hurayrah (ra) vertelde deze overlevering (Hadith). Zijn versie luidt: De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Wanneer iemand een huwelijksaanzoek doet voor uw dochter en zijn karakter en moraal aan u bevallen, geef haar dan aan hem in het huwelijk. Als u dat niet doet, dan zal er beproeving en enorme corruptie op aarde zijn.” En deze overlevering (Hadith) is ook via andere transmissielijnen overgeleverd. Abu Hurayrah (ra) overleverde dat Abu Hind de Profeet ﷺ aan de kruin van zijn hoofd liet aderlaten (voor behandeling). De Profeet ﷺ zei: “O zonen van Bayadha, trouw Abu Hind (een van jullie vrouwen) en zoek een vrouw voor zijn huwelijk”. Hanzala b. Abu Sufyan al-Jumahi (ra) overlevert dat zijn moeder zei: “Ik zag de zus van Abdur-Rahman b. Awf als vrouw van Bilal.” Al deze bewijzen tonen duidelijk aan dat gelijkenis tussen echtgenoten geen overweging of waarde heeft. Elke vrouw die ermee instemt dat een man haar echtgenoot wordt, kan trouwen zoals zij wenst, en elke man die ermee instemt dat een vrouw zijn echtgenote wordt, kan trouwen zonder de kwestie van gelijkenis te overwegen. Wat betreft wat er is overgeleverd van Ibn Umar dat de Profeet ﷺ zei: “De Arabieren zijn gelijk aan elkaar. Stam tot stam, familie tot familie en man tot man, behalve een kleermaker of een kapper (Hajjam).” Deze overlevering (Hadith) is een leugen, ongegrond en is niet geldig. Ibn Abu Hatim zei: “Ik vroeg mijn vader naar deze overlevering (Hadith). Hij antwoordde: deze is verworpen.” Ibn Abdel Birr zei dat deze overlevering (Hadith) vervalst is. Wat betreft wat Al-Bazzar heeft vastgelegd van de overlevering (Hadith) van Mu'adh: ‘De Arabieren zijn een gelijke voor elkaar en de vrijgelatenen (niet-Arabische beschermelingen) zijn een gelijke voor elkaar’. De overlevering (Hadith) hiervan is zwak. Wat betreft de overlevering (Hadith) van Barira, waarin staat dat de Profeet ﷺ tegen Barira zei: “Toen je was vrijgelaten, is dat deel van jou (d.w.z. het echtgenote zijn van een echtgenoot) vrijgelaten.” Dit duidt niet op gelijkenis, omdat haar echtgenoot een slaaf was, en wanneer een slavin die getrouwd is met een slaaf vrij wordt, kan zij ervoor kiezen om getrouwd te blijven met de slaaf of haar huwelijk te ontbinden. Er is in deze overlevering (Hadith) geen indicatie van gelijkenis. Het bewijs dat de echtgenoot van Barira een slaaf was, is wat Al-Qasim heeft overgeleverd van Aisha (ra), namelijk dat Barira getrouwd was met een slaaf toen zij (Aisha (ra)) hielp haar te bevrijden. De Boodschapper van Allah ﷺ zei tegen haar: “Kies, als je getrouwd wilt blijven met deze slaaf of wilt scheiden van hem.” Een ander bewijs is wat is overleverd (Hadith) in Muslim door Urwa op gezag van Aisha (vrede zij met haar) dat Barira werd vrijgelaten terwijl haar echtgenoot nog een slaaf was. Dus de Profeet ﷺ stond haar toe te kiezen (ofwel om getrouwd te blijven met hem of om de huwelijksband te ontbinden). Als hij een vrij man was geweest, dan zou hij haar niet de keuze hebben gegeven. Wat betreft wat is gerapporteerd van de Profeet ﷺ dat hij zei: “Trouw niet met vrouwen behalve zij die jouw gelijke zijn en trouw hen niet aan mannen behalve zij die hun voogden (Awliya) zijn.” Het is zwak (Daif) en ongegrond.
Zodoende wordt duidelijk dat er geen teksten zijn die duiden op gelijkwaardigheid (overeenstemming) en dat de teksten die worden gebruikt door de voorstanders van overeenstemming allemaal ongeldig zijn of geen aanwijzing bevatten voor deze zaak. De voorwaarde van overeenstemming spreekt de uitspraak van de Boodschapper ﷺ tegen: “Een Arabier is niet beter dan een niet-Arabier, behalve in godsvrucht (Taqwa)”. En het spreekt de eenduidige tekst van de Qur'an tegen:
Hence, it becomes clear that there are no texts to indicate equivalence (matching) and the texts used by the proponents of matching are all invalid or they have no indication for the matter. The stipulation of matching contradicts the saying of the Messenger (pbuh): “An Arab is not better than a non-Arab except in Taqwa (God fearing)”. And it contradicts the definite text of the Qur'an:
“Voorwaar, de meest eervolle van jullie bij Allah is degene die de meeste godsvrucht (Taqwa) heeft” [Al-Hujurat: 13]. Wat betreft het verschil in religie, die discussie gaat niet over het overeenkomen ervan. Het gaat eerder over moslims die met niet-moslims trouwen, wat een geheel ander onderwerp is. Het is evident dat Allah (SWT) het een moslim heeft toegestaan om te trouwen met een vrouw uit de mensen van het Boek, of zij nu een Joodse of een christelijke is, omdat Allah (SWT) zegt:
“Verily, the most honourable of you with Allah is that (believer) who has more Taqwa” [Al- Hujurat: 13] As for the difference of religion, that discussion is not about matching. Rather, it is about Muslims marrying non-Muslims, which is a different subject altogether. It is evident that Allah (swt) has permitted a Muslim to marry a woman from the people of the Book, whether a Jewess or Christian, because Allah (swt) says:
“Voor jullie is vandaag alle soorten toegestaan (Halal) voedsel toegestaan, en het voedsel van de mensen van het Boek (Joden en Christenen) is toegestaan voor jullie en jullie voedsel is toegestaan voor hen. Voor jullie is toegestaan in het huwelijk de kuisen vrouwen onder de gelovige vrouwen en degenen aan wie het Boek is gegeven voor jullie tijd, wanneer jullie hun bruidsschat hebben gegeven, met de bedoeling hun kuisheid te bewaren, niet als zijnde onkuis of om hen als minnaars te nemen.” [Al-Maidah: 5] Dus het vers (Ayah) is duidelijk in het feit dat kuisen vrouwen (Muhsanat) onder degenen die het Boek hebben ontvangen toegestaan (legaal) zijn voor de moslims, en hun rechten hun bruidsschatten zijn. Handelend in overeenstemming met dit vers is het voor een moslimman toegestaan om met een christelijke of joodse vrouw te trouwen. Aangezien het vers vermeldde dat kuisen vrouwen (Muhsanat) onder degenen die het Boek hebben ontvangen toegestaan zijn voor de moslims, oftewel het trouwen met hen is voor jullie toegestaan. Wat betreft een moslima die trouwt met een jood of christen, dat is verboden door de Shar’a. Het is absoluut verboden. Als het huwelijk plaatsvindt, dan zal het nietig en ongeldig zijn en zal het niet worden voltooid. Het verbod op een moslima die trouwt met een joodse of christelijke man is vastgesteld in de duidelijke tekst van de Qur'an. Allah (SWT) zei:
“It is Made lawful to you, this day, all kinds of halal (lawful) foods, and the food of the people of the Scripture (Jews and Christians) is lawful to you and yours is lawful to them. It is lawful to you in marriage the chaste women from the believing women and from those who were given the Scripture (Jews and Christians) before your time, when you have given their due (bridal-dower), intending to preserve their chastity not lewdness nor taking them as lovers.” [Al- Maidah: 5] So the Ayah is clear in that chaste women (Muhsanat) from amongst those who have received the Scripture are legal (allowed) for the Muslims, and their dues are their bridal-dowers. Acting in accordance with this verse it is permitted for a Muslim man to marry a Christian or Jewess woman. Since the verse mentioned that chaste women (Muhsanat) from amongst those who have received the Scripture are allowed for the Muslims i.e. marrying them is permitted for you. As for a Muslim woman marrying a Jew or Christian that has been prohibited by the Shar’a. It is absolutely forbidden. If the marriage takes place then it will be null and void and it will not be concluded. The prohibition of a Muslim woman marrying a Jewish or Christian man is established in the clear text of the Qur'an. Allah (swt) said:
“O jullie die geloven (Iman)! Wanneer gelovige vrouwen naar jullie komen als emigranten, onderzoek hen dan, Allah weet het beste wat hun geloof (Iman) betreft, en als jullie vaststellen dat zij ware gelovigen zijn, stuur hen dan niet terug naar de ongelovigen (Kafir); zij zijn niet wettig (vrouwen) voor de ongelovigen (Kafir) en de ongelovigen (Kafir) zijn niet wettig (mannen) voor hen.” [Al-Mumtahinah: 10] Deze tekst heeft slechts één betekenis, namelijk dat het voor moslimvrouwen niet toegestaan is om met ongelovigen (Kuffar) te trouwen en dat het voor ongelovige (Kuffar) mannen niet toegestaan is om met moslimvrouwen te trouwen. En dat het ongeloof (Kufr) van de echtgenoot het niet toestaat dat er een huwelijk wordt gesloten tussen hem en een moslimvrouw. Hij (SWT) zei:
“Oh you who believe! When believing women come to you as emigrants, examine them, Allah knows best as to their Iman (belief), then if you ascertain that they are true believers, send them back not to the disbelievers, they are not lawful (wives) for the disbelievers nor are the disbelievers lawful (husbands) for them”. [Al- Mumtahinah: 10] This text has only one meaning, that it is not permitted for Muslim women to marry disbelievers (Kuffar) and that disbelievers (Kuffar) men are not permitted to marry Muslim women. And that the disbelief (Kufr) of the husband does not allow a marriage to be concluded between Him and a Muslim woman. He (swt) said:
“Als je dan vaststelt dat zij ware gelovigen zijn, stuur hen dan niet terug naar de ongelovigen (Kafir); zij zijn niet wettig (vrouwen) voor de ongelovigen (Kafir) en de ongelovigen (Kafir) zijn niet wettig (echtgenoten) voor hen” [Al-Mumtahinah: 10]. Hij uitte het met het woord al-kuffar (de ongelovigen (Kafir)) en niet met het woord Al-Mushrikeen (polytheïsten), om alle ongelovigen (Kafir) in te sluiten, of zij nu polytheïsten zijn of behoren tot de mensen van het Boek. Wat betreft de mensen van het Boek, Joden en Christenen, zij zijn ongelovigen (Kuffar), dat is vastgesteld in de tekst van de Qur'an. Hij (SWT) zei:
“Then if you ascertain that they are true believers, send them back not to the disbelievers, they are not lawful (wives) for the disbelievers nor are the disbelievers lawful (husbands) for them” [Al- Mumtahinah: 10] He expressed it with the word al-kuffar (the disbelievers) and not with the word Al-Mushrikeen (idolaters) in order to include all disbelievers whether they be idolaters or from the people of the Book. As for the people of the Book, Jews and Christians, being disbelievers (Kuffar), that is established in the text of the Qur'an. He (swt) said:
“Niet de ongelovigen onder de mensen van het Boek (Joden en Christenen) noch de afgodendienaars, mogen wensen dat er iets goeds van jullie Heer naar jullie zou worden neergezonden.” [Al-Baqarah: 105] Het voorzetsel 'Min' (van) is hier verklarend en niet partitief. En Hij (SWT) zei:
“Neither those who disbelieve from among the people of the Scripture (Jews and Christians) nor from the idolaters, like, that there should be sent down unto you any good from your Lord”. [Al- Baqarah: 105] The preposition 'Min' (from) here is explanatory and not partative. And He (pbuh) said:
“Voorwaar, degenen die ongelovig zijn in Allah en Zijn Boodschappers en wensen onderscheid te maken tussen Allah en Zijn Boodschappers, zeggende: ‘Wij geloven in sommigen en verwerpen anderen’, en een weg daartussen willen volgen. Zij zijn in waarheid ongelovigen. En Wij hebben voor de ongelovigen een vernederende straf voorbereid” [An-Nisa: 150-151] De Mensen van het Boek geloven niet in het profentschap van Muhammad ﷺ en daarom zijn zij ongelovigen. Hij (SWT) zei:
“Verily, those who disbelieve in Allah and his Messengers and wish to make differentiation between Allah and his Messengers saying: We believe in some but reject others, and wish to adopt a way between. They are in truth disbelievers. And We have prepared for the disbelievers a humiliating torment” [An- Nisa: 150-151] The People of the Book do not believe in the Prophethood of Muhammad (pbuh) and therefore they are disbelievers. He (swt) said:
“Zeker, zij zijn ongelovigen die zeggen dat Allah de Messias is, de zoon van Maryam.” [Al-Maidah: 17] Hij (SWT) zei:
“Surely, they became disbelievers those who say that Allah is the Messiah, son of Maryam (Mary)”. [Al- Maidah: 17] He (swt) said:
“Zeker, zij zijn ongelovigen geworden, degenen die zeiden: Allah is de derde van de drie (in een Drie-eenheid).” [Al-Ma'idah: 73] En Hij (SWT) zei: “Degenen die ongelovig zijn van de mensen van het Boek (Joden en Christenen) en de almushrikun (afgodendienaars) waren niet...”. [Al-Bayyinah: 1] Het voorzetsel 'Min' (van) is hier verklarend en niet deelend. Hij (SWT) zei:
“Surely, they became disbelievers those who said: Allah is the third of the three (in a Trinity)”. [Al-Mai’dah: 73] And He (swt) said: “Those who disbelieve of the people of the Scripture (Jews and Christians) and almushrikun (idolaters) were not..”. [Al- Baiyinah: 1] The preposition 'Min' (of) here is explanatory and not partative. He (swt) said:
“Voorwaar, degenen die ongelovig zijn onder de mensen van het Boek en de afgodendienaars.” [Al-Bayyinah: 6] Het voorzetsel 'min' (van) is opnieuw verklarend en niet partitief. Hij (SWT) zei:
“Verily, those who disbelieve of the people of the Scripture and the idolaters.” [Al- Baiyinah: 6] The preposition 'min' (of) is again explanatory and not partative. He (swt) said:
“Hij is Degene Die de ongelovigen van de mensen van het Boek (d.w.z. de Joden van de stam Banu an-Nadhir) uit hun huizen heeft verdreven bij de eerste bijeenkomst” [Al-Hashr: 2] Hij (SWT) zei:
“He it is Who drove out the disbelievers of the people of the Scripture (i.e. Jews of the tribe of Banu an-Nadhir) from their homes at the first gathering” [Al- Hashr: 2] He (swt) said:
“Heb jij (o Muhammad ﷺ) niet waargenomen hoe de hypocrieten tegen hun vrienden van de ongelovigen onder de mensen van het Boek zeggen ...”. [Al-Hashr: 11] Uit deze verzen is het duidelijk dat de mensen van het Boek ongelovigen zijn vanwege de duidelijke tekst van de Qur'an. Daarom, de uitspraak van Allah (SWT):
“Have you (Oh Muhammad) not observed the hypocrites who say to their friends who disbelieved of the people of the Scripture ...”. [Al- Hashr: 11] From these verses it is evident that the people of the Book are disbelievers owing to the clear text of the Qur'an. Therefore, the saying of Allah (swt):
“Als je dan vaststelt dat zij ware gelovigen zijn, stuur hen dan niet terug naar de ongelovigen; zij zijn niet (vrouwen) toegestaan voor de ongelovigen noch zijn de ongelovigen (mannen) toegestaan voor hen.” [Al-Mumtahinah: 10] Het is duidelijk dat het moslimvrouwen niet is toegestaan om te trouwen met een man uit de mensen van het Boek, omdat de mensen van het Boek zonder twijfel ongelovigen zijn. Wat de Mushrikin (afgodendienaars (Mushrik)) betreft, zij behoren niet tot de mensen van het Boek, zoals de Magiërs (Majus), Sabianen (Sabia), Boeddhisten, afgodendienaars en andere dergelijke mensen. Het is absoluut niet toegestaan om met hen te trouwen. Het is voor een moslimman absoluut niet toegestaan om met een afgodendienares te trouwen, noch is het voor een moslimvrouw in de minste mogelijkheid toegestaan om met een afgodendienaar te trouwen. Dit wordt vermeld in de duidelijke en definitieve tekst van de Qur'an. Hij (SWT) zei:
“Then if you ascertain that they are true believers, send them back not to the disbelievers, they are not lawful (wives) for the disbelievers nor are the disbelievers lawful (husbands) for them”. [Al- Mumtahinah: 10] It is clear Muslim women are not permitted to marry a man from the people of the Book, because the people of the Book are, without doubt, disbelievers. As for the Mushrikin (polytheists), they are not from the people of the Book such as the Magians (Majus), Sabeans (Sabia), Buddhists, idol worshippers and other such people. It is absolutely not permitted to get married from them. It is absolutely not permitted for a Muslim man to marry an idolatrous woman nor is it at all allowed for a Muslim woman to marry a idolater man. This is mentioned in the clear and definite text of the Qur'an. He (swt) said:
“En huwelijkt (afgodendienaressen) niet totdat zij geloven. En voorwaar, een gelovige slavin is beter dan een (vrije) afgodendienares, ook al bevalt zij u. En geef (uw dochters) niet in huwelijk aan afgodendienaars totdat zij geloven, en voorwaar, een gelovige slaaf is beter dan een vrije afgodendienaar, ook al bevalt hij u” [Al-Baqarah: 221]. Deze vers heeft slechts één betekenis, namelijk het ondubbelzinnige verbod op het huwen van een afgodendienares met een moslimman en vice versa. Indien een dergelijk huwelijk zou plaatsvinden, zou het nietig zijn en zou het niet tot stand zijn gekomen. Al-Hasan b. Muhammad (ra) overleverde: dat de Boodschapper van Allah ﷺ schreef naar de Magiërs van (Hijr) om hen uit te nodigen tot de Islam. “Dus wie de Islam aanvaardt, hij zal worden opgenomen in de gemeenschap, en degenen die het verwerpen, zal de hoofdelijke belasting (Jizyah) worden opgelegd, hun geslachtenen zullen niet worden gegeten en hun vrouwen zullen niet worden uitgehuwelijkt”.
“And do not marry (idolatresses) till they believe. And indeed a slave woman who believes is better than a (free) idolatress, even though she pleases you. And give not (your daughters) in marriage to idolaters till they believe, and verily a believing slave is better than a free idolater, even though He pleases you” [Al- Baqarah: 221] This verse has only one meaning, which is the unequivocal prohibition of an idolatress woman marrying a Muslim man and vice versa. If such a marriage took place it would be void and it would not be contracted. Al- Hasan b. Muhammad (ra) narrated: that the Messenger of Allah (pbuh) wrote to the Magians of (Hijr) inviting them to Islam. “So whoever embraces Islam He would be accepted into the fold, and those who reject, Jizya would be imposed on them, their slaughtered animals would not be eaten and nor their woman married”.
Zo houdt de sharia niet op bij het aansporen van mensen om te trouwen. Integendeel, het gaat verder door te verduidelijken met wie de moslimman en -vrouw mogen trouwen en met wie zij verboden zijn te trouwen. Het maakt duidelijk wat de beste eigenschappen zijn die gezocht moeten worden in echtgenoten voor degenen die willen trouwen. Het bepaalt echter dat de vrouw niet de echtgenote van een andere man mag zijn en ook niet in haar iddah mag verkeren, aangezien de voorwaarde voor het huwelijk is dat zij vrij is van een huwelijk en de wachtperiode.
Thus, the Shari’ah does not stop at exhorting people to get married. Rather, it goes further to clarify who the Muslim man and woman are allowed to marry and who they are forbidden to marry. It makes clear the best characteristics that should be sought in spouses for those who wish to marry. However, it stipulates that the woman should not be the wife of another man nor be in her waiting period for Him, because the condition of marriage is that she is free from marriage and the waiting period.
Wat betreft de vrouw die verloofd is maar haar huwelijkscontract nog niet is gesloten, moet haar zaak worden onderzocht. Als zij of haar voogd heeft ingestemd met de aanstaande echtgenoot, of als zij haar voogd toestemming heeft gegeven om de verloving aan te gaan of het huwelijk te sluiten, of dat nu expliciet is uitgesproken of door middel van een hint, dan is het voor anderen verboden om een huwelijksaanzoek aan haar te doen. Dit is vanwege wat is overgeleverd door 'Uqba b. 'Amir (vrede zij met hem) dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “De gelovige is de broeder van een andere gelovige”. Het is dus niet toegestaan voor een gelovige om een overeenkomst te onderhandelen die al is afgesproken tussen andere personen (door een hogere prijs te bieden), noch mag hij een huwelijksaanzoek doen aan een meisje dat al verloofd is aan zijn moslimbroeder totdat hij zich terugtrekt. Abu Hurayrah (vrede zij met hem) vertelt dat de Profeet ﷺ zei: “Een man mag geen huwelijksaanzoek doen terwijl zij verloofd is aan zijn moslimbroeder, totdat hij getrouwd is of zijn aanzoek intrekt”. Maar in het geval dat het meisje het huwelijksaanzoek heeft afgewezen, of zij nog niet heeft geantwoord, of zij onderzoek naar hem heeft gestart, dan is het een man toegestaan om aan haar te trouwen. Zij zal niet als verloofd worden beschouwd aan een van hen vanwege wat is overgeleverd door Fatimah b. Qays (vrede zij met hem) dat zij naar de Profeet ﷺ ging en meldde dat Mu'awiya en Abu Jahm beiden aan haar hadden voorgesteld. De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Mu’awiya is een ellendig mens en hij heeft geen geld. Wat Abu Jahm betreft, hij legt zijn staf geen moment van zijn schouder (d.w.z. hij is zeer druk). Trouw met Usama b. Zayd!” Dus de Profeet ﷺ deed een huwelijksaanzoek aan haar namens Usama nadat zij hem had geïnformeerd over het aanzoek van Mu'awiya en Abu Jahm.
As for the woman who is engaged but her marriage contract has not yet been concluded, her matter should be looked into. If she or her guardian had assented to the proposing man or she had given permission to her guardian to accept engagement or to conclude the marriage, whether that was explicitly stated or by hint, then it is forbidden for others to make a proposal of marriage to her. This is due to what has been narrated by 'Uqba b. 'Amir (ra) that the Messenger of Allah (pbuh) said: “The believer is the brother of another believer”. So it is not allowed for a believer to bargain a deal already agreed upon between some other persons (by offering a greater price), nor should He propose marriage to a girl who is already engaged to his Muslim brother until He withdraws. Abu Hurayrah (ra) narrates that the Prophet (pbuh) said: “A man should not make proposal of marriage whilst she is engaged to his Muslim brother till He gets married or withdraws his proposal”. But in case the girl rejected the proposal for marriage or she had not yet answered, or has started enquiries about Him, then it is permitted for a man to propose to her. She will not be considered engaged to either of them due to what has been narrated by Fatimah b. Qays (ra) that she went to the Prophet (pbuh) and mentioned that Mu'awiya and Abu Jahm had both proposed to her. The Messenger of Allah (pbuh) said: “Mu’awiya is a miserable and He has no money. As for Abu Jahm He does not put down his staff from his shoulder for a moment (i.e. He is very busy). Marry Usama b. Zayd!” So the Prophet (pbuh) proposed to her on behalf of Usama after she had informed Him of Mu'awiya and Abu Jahm's proposal.
Wanneer een vrouw wordt gevraagd voor het huwelijk, heeft zij het exclusieve recht om het huwelijk te accepteren of te weigeren. Geen van haar voogden (Awliya) of iemand anders heeft het recht om haar te laten trouwen zonder haar toestemming of haar te verhinderen te trouwen. Er is overgeleverd van Ibn 'Abbas dat hij zei dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “De weduwe heeft meer recht dan haar voogden en bij de maagd wordt haar toestemming gevraagd. Haar toestemming is haar stilzwijgen”. Abu Hurayrah (vrede zij met hem) overleverde ook dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Een weduwe mag niet in het huwelijk worden gegeven behalve na overleg met haar; en een maagd mag niet in het huwelijk worden gegeven behalve nadat haar toestemming is gevraagd”. De mensen vroegen: “O Boodschapper van Allah, hoe kunnen wij haar toestemming weten?” Hij ﷺ zei: “Door stil te blijven”. Ibn 'Abbas overlevert dat een jonge maagd naar de Boodschapper van Allah ﷺ kwam en meldde dat haar vader haar tegen haar zin in in het huwelijk had gegeven. Dus de Profeet ﷺ gaf haar de keuze om het huwelijk te verwerpen. Khansa bint Khizam al-Ansariya (vrede zij met hem) overleverde dat haar vader haar in het huwelijk gaf toen zij een weduwe was en zij het huwelijk niet wenste. Dus zij ging naar de Boodschapper van Allah ﷺ en Hij ﷺ vernietigde haar huwelijk. Deze overleveringen (Hadith) tonen duidelijk aan dat als een vrouw geen toestemming geeft voor haar huwelijk, dat huwelijk niet is gesloten. Als zij het huwelijk weigert of als zij gedwongen is te trouwen, wordt het contract nietig, behalve als zij terugkeert en hiermee instemt.
When a woman is asked for marriage, she has the sole right to accept the marriage or to reject it. None of her guardians (Awliya) or any body else has a right to marry her off without her permission or prevent her from marrying. It has been reported from Ibn 'Abbas that He said that the Messenger of Allah (pbuh) said: “The matron has greater right than her guardians and the virgin her permission is sought. Her permission is her silence”. Abu Hurayrah (ra) also narrated that the Messenger of Allah (pbuh) said: “A matron should not be given in marriage except after consulting her; and a virgin should not be given in marriage except after her permission is sought”. The people asked, “O Messenger of Allah, How can we know her permission”? He (pbuh) said: “To remain silent”. Ibn 'Abbas narrates that a young virgin came to the Messenger of Allah and mentioned that her father had given her in marriage against her wishes. So the Prophet (pbuh) gave her the choice of repudiating the marriage. Khansa bint Khizam al-Ansariya (ra) narrated that her father gave her in marriage when she was a matron and she disliked the marriage. So she went to Allah’s Messenger (pbuh) and He annulled her marriage. These Ahadith clearly show that if a woman does not give permission for her marriage then that marriage is not concluded. If she rejects the marriage or she was forcibly married the contract becomes void, except if she returns and consents to it.
Wat betreft het verbod om een vrouw te beletten te trouwen wanneer iemand haar een huwelijksaanzoek doet, dat is vastgesteld in de Qur'an. Hij (SWT) zei:
As for the prohibition of barring a woman from marrying when somebody proposes to her, that is established in the Qur'an. He (swt) said:
“Hinder hen niet om te trouwen met hun (voormalige) echtgenoten, indien zij onderling op een redelijke basis overeenstemming bereiken.” [Al-Baqarah: 232] Dit is ook vastgesteld door de authentieke overlevering (Hadith) van Ma'qil b. Yasar (ra). Hij zei: “Ik heb mijn zus met een man getrouwd en hij scheidde van haar, en toen haar dagen van Idda (drie menstruatieperiodes) voorbij waren, kwam de man opnieuw om haar ten huwelijk te vragen, maar ik zei tegen hem: ‘Ik heb haar met jou getrouwd en haar jouw echtgenote gemaakt en je met haar bevoordeeld, maar jij scheidde van haar. Nu kom je haar opnieuw ten huwelijk vragen? Nee, bij Allah, zij zal nooit meer naar jou terugkeren!’ Die man was geen slecht man en zijn vrouw wilde naar hem terugkeren. Dus openbaarde Allah (SWT) dit vers: ‘Hinder hen niet om te trouwen...’ [Al-Baqarah: 232] Dus ik zei: ‘Nu zal ik het doen (haar naar hem laten terugkeren), o Boodschapper van Allah ﷺ.’ Dus hij trouwde haar opnieuw met hem.” De betekenis van Adhl in het vers is het verhinderen van een vrouw om te trouwen wanneer zij daarom verzoekt. Het is verboden (Haram) en de dader ervan is een Fasiq (overtreder). Wie een vrouw verhinderdt om te trouwen, zal door deze daad een overtreder worden. De juristen hebben bepaald dat een man een overtreder (Fasiq) wordt als hij Adhl begaat. Wanneer een vrouw ten huwelijk wordt gevraagd of zij verzoekt om te trouwen, dan is zij de enige die het recht heeft om te handelen, of zij nu instemt met of het aanzoek afwijst.
“Do not prevent them from marrying their (former) husbands, if they mutually agree on a reasonable basis”. [Al- Baqarah: 232] It is also established by the authentic Hadith of Ma'qil b. Yasar (ra). He said: “I married my sister to a man and He divorced her, and when her days of Idda (three menstrual periods) were over, the man came again to propose to her, but I said to Him, ‘I married her to you and made her your bed (your wife) and favoured you with her, but you divorced her. Now you come to ask for her hand again? No, by Allah, she will never go back to you again!’ That man was not a bad man and his wife wanted to go back to Him. So Allah (swt) revealed this verse: “Do not prevent them...” [Al- Baqarah: 232] So I said: ‘Now I will do it (let her go back to Him), O Messenger of Allah.’ So He married her to Him again”. The meaning of Adhl in the verse is to prevent a woman from marrying when she requests it. It is Haram and its perpetrator is a Fasiq (transgressor). Whoever bars a woman from marrying He will become a transgressor by this action. The jurists have stipulated that a man will become a transgressor (Fasiq) if He commits Adhl. When the woman is asked for marriage or she requests to be married, then she is the only one who has the right to act, whether she consents to or rejects the proposal.
Wanneer er een huwelijksafspraak plaatsvindt tussen een man en een vrouw, dienen zij een huwelijkscontract aan te gaan. Het huwelijk zal niet voltooid zijn zonder een sharia-contract. Dit huwelijk kan niet worden beschouwd als een rechtmatig huwelijk, behalve met een sharia-contract dat is gesloten volgens de regels van de sharia. Het wordt hen dan toegestaan om huwelijkse relaties met elkaar te hebben, en de regels die voortvloeien uit het huwelijk treden in werking. Indien het contract niet wordt gesloten, zal het niet als een huwelijk worden beschouwd, zelfs niet als de man al lange tijd met een vrouw samenwoonde. Bijgevolg wordt het samenwonen van twee geliefden, zoals het samenwonen van twee echtgenoten, niet als een huwelijk beschouwd, maar wordt het beschouwd als overspel, en het samenwonen van twee mannen met de afspraak van intieme gezelschap wordt niet als huwelijk beschouwd, maar is homoseksualiteit.
When an agreement of marriage takes place between a man and a woman they should undertake a contract of marriage. The marriage will not be complete without a Shari’ah contract. This marriage cannot be considered a proper marriage except with a Shari’ah contract which has been concluded according to the Shari’ah rules. It then becomes permissible for them to enjoy conjugal relations with each other, and the rules that result from the marriage come into effect. If the contract is not concluded, it will not be considered a marriage, even if the man had been cohabiting with a woman for a long time. Consequently, the cohabitation of two lovers like the living together of two spouses is not considered a marriage, rather, it is considered fornication and the living together of two men with the agreement of intimate companionship is not considered marriage but is homosexuality.
Wat het burgerlijk huwelijk betreft, dit is een overeenkomst, gesloten tussen een man en een vrouw, over intieme gezelschap, echtscheiding, en wat daaruit voortvloeit in termen van financiële ondersteuning en beschikkingsrechten, het verlaten van het huis, haar gehoorzaamheid aan hem en vice versa. Het omvat ook bepalingen over ouderlijke rechten met betrekking tot wie de voogdij over de zoon heeft en wie de voogdij over de dochter heeft. Daarnaast bestaat het uit bepalingen over erfenis, en alle zaken die afhankelijk zijn van de intieme verbintenis of van de beëindiging van deze verbintenis, volgens bepaalde voorwaarden waar zij beiden mee instemmen en waaraan zij zich houden. Het burgerlijk huwelijk is niet slechts een huwelijksovereenkomst, maar omvat ook zaken die voortvloeien uit dit huwelijk in termen van relaties, financiële ondersteuning, erfenis enzovoort. Het omvat ook gevallen waarin zowel beide als een van de echtgenoten de ander kan verlaten, dat wil zeggen, het omvat echtscheiding. Bovendien verleent het elke man de vrijheid om met elke vrouw te trouwen en elke vrouw de vrijheid om met elke man te trouwen op basis van de overeenkomst waar zij wederzijds mee hebben ingestemd, waardoor zij kunnen doen wat zij wensen volgens de overeenkomst. Bijgevolg is het burgerlijk huwelijk niet toegestaan door de Shar’a. Het wordt op geen enkele wijze beschouwd als een huwelijksovereenkomst, noch wordt het beschouwd als een huwelijkscontract, omdat het geen waarde heeft in het oog van de Shar’a.
As for the civil marriage it is an agreement, concluded between a man and a woman, on intimate companionship, divorce, and what results from that in terms of financial maintenance and rights of disposal, leaving the house, her obedience to Him and vice versa. It also includes terms of parental rights as to who shall have custody over the son and who shall have custody over the daughter. In additional it consists of terms of inheritance, and whatever matters that depends on the intimate association or on the termination of this association, according to certain conditions which they both agree on and adhere to. The civil marriage is not just an agreement of marriage, rather it also includes matters that result from this marriage in terms of relationships, financial maintenance, inheritance etc. It also includes cases where both or any one of the spouses can leave the other, that is, it includes divorce. Moreover, it grants each man the freedom to marry any woman and for any woman to marry any man based on the agreement to which they have mutually consented, allowing them to do whatever they desire according to the agreement. Consequently, the civil marriage is not permitted by the Shar’a. By no means is it viewed as an agreement of marriage, nor is it considered a contract of marriage, because it has no value in the view of Shar’a.
Indien een burgerlijk huwelijkscontract plaatsvindt tussen een moslimman en een moslima, of tussen een moslimman en een vrouw uit de mensen van het Boek, dan moet de bewoording, zowel mondeling als schriftelijk, die tussen de man en de vrouw plaatsvindt, worden onderzocht. In het geval dat er een huwelijk plaatsvindt indien er enige bewoording van huwelijk of echtelijk leven tussen hen aanwezig is, en het aanbod (Ijjab) en de aanvaarding (Qubul) aanwezig zijn en voldoen aan wat vereist is van het aanbod en de aanvaarding door de sharia, en de voogd aanwezig is samen met twee getuigen, dan zal het vanwege de bewoording als een huwelijk worden beschouwd. Omdat het een contract is dat voldoet aan de kenmerken en voorwaarden van een sharia-contract; zal het als een huwelijk worden beschouwd, enkel vanwege het sharia-contract en niet vanwege het burgerlijk contract. Indien niet alles wat vereist is in het sharia-contract aanwezig is tussen de twee echtgenoten, zal het niet als een huwelijk worden beschouwd. Wat betreft de voorwaarden die in het burgerlijk huwelijkscontract zijn opgenomen, deze hebben absoluut geen waarde, zelfs niet als zij overeenstemmen met de sharia. Dit komt doordat de verplichting om de goddelijke regels na te leven niet voortvloeit uit de overeenkomst tussen de man en de vrouw over de regels, maar eerder voortvloeit uit het huwelijkscontract en uit de regel van de sharia die het contract bepaalt. Daarom wordt aan de voorwaarden die in het burgerlijk huwelijkscontract zijn opgenomen geen enkele consideratie gegeven. Indien de voorwaarden de sharia tegenspreken, is hun ongeldigheid evident. Indien de voorwaarden die tussen de echtgenoten zijn overeengekomen behoren tot diegene die door de sharia zijn toegestaan voor een van de echtgenoten om te stipuleren, en zij gaan niet in tegen de sharia of ontkennen enige vereisten van het contract, dan zullen zij worden geaccepteerd, mits het huwelijkscontract tussen hen wordt erkend. Indien wat er tussen de man en de vrouw plaatsvindt niet als een huwelijkscontract wordt beschouwd, dan hebben deze voorwaarden absoluut geen waarde. Dit is het geval indien het burgerlijk huwelijkscontract wordt gesloten tussen een moslimman en een moslima, of tussen een moslimman en een vrouw uit de mensen van het Boek. Wat betreft een burgerlijk huwelijkscontract dat plaatsvindt tussen een moslim en een afgodendienstige vrouw, of iemand die door de sharia als een polytheïst wordt beschouwd, of een burgerlijk huwelijkscontract dat plaatsvindt tussen een moslima en een niet-moslimman, dan zal het huwelijk nietig en ongeldig zijn en niet als geldig worden beschouwd. Bijgevolg wordt duidelijk dat het huwelijk moet plaatsvinden volgens een legitiem, correct huwelijkscontract dat aan alle sharia-voorwaarden voldoet. Indien het huwelijk niet op die wijze wordt gesloten, dan zal het geheel niet als een huwelijk worden beschouwd.
If a civil marriage contract takes place between a Muslim man and a Muslim woman, or between a Muslim man and a woman from the people of the Book, then the wording, whether verbal or written, that takes place between the man and woman must be looked into. In the event of a marriage taking place if any wording of marriage or matrimony is present between them, and the offer (Ijjab) and acceptance (Qubul) is present and satisfies what is required of the offer and acceptance by the Shari’ah, and the guardian is present together with two witnesses, it will be considered a marriage due to the wording. Because it is a contract which fulfils the features and conditions of a Shari’ah contract; it will be considered a marriage, only due to the Shari’ah contract and not because of the civil contract. If all that is required in the Shari’ah contract is not present between the two spouses, it will not be considered a marriage. As for the conditions that are contained in the civil marriage contract they have absolutely no value even if they accord with the Shar’a. This is because the obligation of abiding with the divine rules does not arise from the agreement between the man and the woman over the rules, it rather arises from the marriage contract and from the rule of the Shari’ah which determines the contract. Therefore, the conditions contained in the civil marriage contract are not given any consideration. If the conditions contradict the Shari’ah, their invalidity is obvious. If the conditions agreed upon between the spouses of those permitted by Shar’a for either of the spouses to stipulate, if they do not go against the Shari’ah or negate any requisites of the contract, then they will be accepted, if the contract of marriage between them is recognised. If what takes place between the man and the woman is not considered a marriage contract, then these conditions have absolutely no value. This is the case if the civil marriage contract is between a Muslim man and a Muslim woman or between a Muslim man and a woman from the people of the Book. As for a civil marriage contract that takes place between a Muslim and a idolatress woman, or someone considered by Shar’a as a polytheist, or a civil marriage contract that takes place between a Muslim woman and non- Muslim man, then the marriage will be null and void and not considered valid. Consequently, it becomes clear that marriage must take place according to a legitimate, correct marriage contract which satisfies all the Shari’ah conditions. If the marriage is not concluded according to that, then it will not be considered a marriage at all.
Het huwelijk wordt gesloten door een rechtmatige aanbod en aanvaarding. Het aanbod is datgene wat oorspronkelijk voortkomt uit de verklaring van een van de twee contracterende partijen. De aanvaarding is datgene wat vervolgens voortkomt uit de verklaring van de andere contracterende partij, zoals wanneer de verloofde vrouw tegen de aanzoeker zegt: "Ik heb met jou getrouwd", en de aanzoeker antwoordt: "Ik heb aanvaard", of wanneer de aanzoeker eerst het aanbod doet en zij aanvaardt. Net zoals het aanbod en de aanvaarding kunnen plaatsvinden tussen twee verloofden, kunnen ze ook plaatsvinden tussen hun vertegenwoordigers (voogden) of tussen een van hen en de vertegenwoordiger (voogd) van de ander. In het aanbod wordt bepaald dat de bewoordingen over het huwelijk en de echtelijke staat moeten gaan, maar dat wordt niet bepaald in de aanvaarding. De voorwaarde is eerder de instemming van de andere (contracterende partij) met dit aanbod, door middel van enige bewoording die de instemming en aanvaarding van het huwelijk aangeeft. Het aanbod en de aanvaarding moeten in de verleden tijd worden geformuleerd, zoals "Ik heb met jou getrouwd" en "Ik heb aanvaard". Of de eerste moet in de verleden tijd zijn en de tweede in de toekomstige tijd. Want het huwelijk is een contract, en de bewoording ervan moet aangeven dat het zeker is gebeurd, zijnde in de verleden tijd. Het geldige sluiten van het huwelijk vereist vier voorwaarden:
The marriage is contracted by legitimate offer and acceptance. The offer is what originates initially from the statement of one of the two contracting parties. The acceptance is what originates secondly, from the statement of the other contracting party, such as when the betrothed woman says to the suitor, I have married you. and the suitor replies I have accepted, or the suitor offers first and she accepts. Just as the offer and acceptance can take place between two fiancées it can also take place between their representatives (guardians) or between one of them and the representative (guardian) of the other. It is stipulated in the offer that the wording should be of marriage and matrimony, but that is not stipulated in the acceptance. Rather the condition is the consent of the other (contracting party) to this offer, by any wording that indicates the consent and acceptance of marriage. The offer and acceptance must be worded in the past tense such as 'I have married you' and 'I have accepted'. Or the first must be in the past tense and the second in the future tense. For marriage is a contract, and its wording must indicate that it certainly happened, that is, in the past tense. The sound contracting of marriage stipulates four conditions:
De eerste voorwaarde is het plaatsvinden van het aanbod en de aanvaarding in dezelfde zitting, waarbij de zitting waarin het aanbod werd gedaan, dezelfde zitting is waarin de aanvaarding plaatsvond. Dit is het geval wanneer de twee contracterende partijen samen aanwezig zijn. Indien de twee partijen zich in twee verschillende landen bevinden en een van hen een brief schrijft naar de ander met een huwelijksaanbod en de ontvanger van de brief dit aanvaardt, dan is het huwelijk gesloten. In een dergelijke situatie wordt echter bepaald dat zij de brief voorleest of iemand laat voorlezen aan twee getuigen die de bewoordingen hebben moeten horen. Of zij zou tegen hen moeten zeggen dat zekere persoon mij een brief heeft gestuurd waarin hij mij een huwelijksaanbod heeft gedaan, en zij roept hen in dezelfde zitting op om te getuigen dat zij zichzelf met hem in het huwelijk heeft verbonden.
The First condition is the occurrence of the offer and acceptance in the same sitting, where the sitting in which the offer was given is the same sitting in which the acceptance took place. This is if the two contracting parties are present together. If the two parties are in two different countries and one of them writes a letter to the other with an offer of marriage and the recipient of the letter accepts, then the marriage has been contracted. However, in such a situation it is stipulated that she reads or lets someone read the letter out to two witnesses who are made to hear its wording. Or she should say to them so-and-so person has sent me a letter in which He has proposed to me and calls upon them in the same sitting to bear witness that she has given herself in marriage to Him.
De tweede voorwaarde voor het sluiten van een huwelijkscontract is dat elk van de twee contracterende partijen de verklaring van de ander moet horen en moet begrijpen dat deze bedoeld is om het huwelijk te sluiten. Indien hij het niet wist, hetzij omdat hij het niet heeft gehoord of niet heeft begrepen, zal het huwelijk niet geldig zijn. Bijvoorbeeld: als een man aan een vrouw de betekenis van 'Ik heb mezelf met jou verbonden in het Frans' dicteert, terwijl zij de taal niet begrijpt, en zij de uitdrukking herhaalt zonder te weten dat het doel van wat zij zei het huwelijkscontract was, en de man dit vervolgens accepteert, dan zal het huwelijk niet geldig zijn. Indien zij echter wist dat het doel van wat zij had gezegd een huwelijkscontract was, dan zou het huwelijk wel geldig zijn.
The second condition for the contracting of marriage is that each of the two contracting parties should hear the statement of the other and understand it to mean that He wants to contract the marriage with this statement. If He did not know, either because He did not hear or did not understand, the marriage will not be valid. For example if a man dictated to a woman the meaning of 'I have married you to myself in French', whilst she did not understand the language, and she repeated the expression without knowing that the purpose of what she said was the contract of marriage, and the man subsequently accepted it, then the marriage will not be valid. If however she knew that the purpose of what she had said was a contract of marriage, then the marriage would be valid.
De derde voorwaarde is dat de aanvaarding geen bezwaar mag maken tegen het aanbod, of het bezwaar nu betrekking heeft op het gehele aanbod of op een deel ervan.
The third condition is that the acceptance should not object to the offer, whether the objection is to the whole offer or part of it.
De vierde voorwaarde is dat de sharia het huwelijk tussen de ene contracterende partij en de andere heeft toegestaan, zoals wanneer de vrouw een moslim is of van de mensen van het Boek is en de man een moslim is, en niets anders.
The fourth condition is that the Shari’ah has allowed the marriage of one contracting party to the other, like if the woman is a Muslim or from the people of the Book and the man is a Muslim and nothing else.
Als het contract aan deze vier voorwaarden voldoet, dan zal het huwelijk geldig zijn. Indien een van de voorwaarden niet wordt vervuld, zal het huwelijk niet van kracht zijn. Het zal vanaf de basis nietig zijn. Wanneer het huwelijk wordt gesloten, moet het, om het huwelijk correct te maken, voldoen aan de voorwaarden van correctheid, welke de volgende drie zijn:
If the contract meets these four conditions then the marriage will be valid. If any of the conditions are not met, the marriage will not come into effect. It will be void from its very basis. When the marriage is contracted, it must, in order for the marriage to be correct, satisfy the conditions of correctness which are the following three:
De eerste voorwaarde is dat de vrouw geschikt moet zijn voor het huwelijkscontract.
The First condition is that the woman should be suitable for the contract of marriage.
De tweede voorwaarde is dat het huwelijk niet geldig zal zijn zonder een voogd, aangezien de vrouw niet het recht bezit om zichzelf of anderen in het huwelijk te geven. Op dezelfde wijze heeft zij niet het recht om iemand anders dan haar voogd te machtigen om haar in het huwelijk te geven. Als zij dit doet, zal het huwelijk niet geldig zijn.
The Second condition is that the marriage will not be correct without a guardian since the woman does not possess the right to give herself or give others in marriage. Similarly, she does not have the right to delegate anyone other than her guardian to give her in marriage. If she does this, the marriage will not be correct.
De derde voorwaarde is de aanwezigheid van twee gezonde, volwassen moslimgetuigen die de verklaringen van de twee contracterende partijen horen en begrijpen dat het doel van de aanbod- en aanvaardingsverklaringen is om een huwelijkscontract aan te gaan. Wanneer het contract aan deze voorwaarden voldoet, zal het correct zijn. Indien een van deze voorwaarden ontbreekt, zal het huwelijk onjuist (Fasid) zijn. Er wordt echter niet voorgeschreven dat het huwelijkscontract schriftelijk moet zijn of als document geregistreerd moet worden. Het loutere voorkomen van het aanbod en de aanvaarding van een man en een vrouw, hetzij mondeling of schriftelijk, welke aan alle voorwaarden voldoet, zal ervoor zorgen dat het huwelijkscontract correct is, ongeacht of het is opgeschreven of niet. Wat betreft het feit dat het huwelijk niet voltooid is zonder het aanbod en de aanvaarding, dit komt doordat het, door zijn aard, een contract is tussen twee partijen.
The third condition is the presence of two sane, mature Muslim witnesses who hear the statements of the two contracting parties and understand that the purpose of the offer and acceptance statements is to contract in marriage. When the contract satisfies these conditions it will be correct. If any of these conditions are lacking, the marriage will be improper (Fasid). However, it is not stipulated that the marriage contract be in writing or be registered as a document. The mere occurrence of the offer and acceptance from a man and a woman, whether verbally or in writing, which satisfies all the conditions, will ensure that the marriage contract is correct regardless of whether it was written down or not. As for the marriage not being complete without the offer and acceptance, this is because it is a contract, by its very nature, between two parties.
De realiteit van het contract is dat het niet voltooid zal zijn zonder het aanbod en de aanvaarding, noch zal het als een contract worden beschouwd. Wat betreft de bepaling dat de bewoording van het aanbod die van huwelijk of echtelijk verbond moet zijn, dit is omdat de tekst dit heeft vermeld. Hij (SWT) zei:
The reality of the contract is that it will not be complete without the offer and acceptance, neither will it be considered to be a contract. As for the stipulation that the wording of the offer be that of marriage or matrimony, this is because the text has mentioned it. He (swt) said:
“Wij hebben haar aan jou gegeven in het huwelijk” [Al-Ahzab: 37] Hij (SWT) zei:
“We gave her to you in marriage” [Al- Ahzab: 37] He (swt) said:
“En trouw niet met vrouwen waarmee jullie vaders zijn getrouwd” [An-Nisa: 22]. Daarnaast heeft de consensus (Ijma’) van de metgezellen (Sahabah) hierover plaatsgevonden. Wat betreft de voorwaarde dat het aanbod en de aanvaarding in dezelfde zitting gecombineerd moeten worden, dit komt doordat de regel van de zitting een regel is over de toestand van het contract. Als zij uiteengaan vóór de aanvaarding, is het aanbod nietig, aangezien de aanvaarding geen betekenis heeft, omdat het wegwenden van het aanbod is uitgedrukt door het vertrek, waardoor het niet als een aanvaarding zou worden beschouwd. Hetzelfde geldt als zij zichzelf bezighouden met iets dat de aanvaarding opschort, omdat Hij zich ook van het contract heeft afgewend door afgeleid te zijn van de aanvaarding. Wat betreft de voorwaarde dat de contracterende partijen elkaar moeten horen en begrijpen wat er wordt gezegd, oftewel weten dat met deze uitdrukking bedoeld wordt om de huwelijkscontractering aan te gaan: dit is omdat datgene wat de aanvaarding tot een reactie op het aanbod maakt, is dat het aanbod een voorstel is van de ene contracterende partij aan de andere, wachtend op een aanvaarding. Als hij niet begreep wat er werd gezegd, heeft het voorstel niet plaatsgevonden, en wordt ook de aanvaarding van dit voorstel geacht niet te hebben plaatsgevonden. Daarom is de realiteit dat het noch een aanbod, noch een aanvaarding is. Wat betreft de voorwaarde van de afwezigheid van bezwaren in de aanvaarding van het aanbod, dit is omdat het niet als een geldige aanvaarding zal worden beschouwd, tenzij het een goedkeuring van het gehele aanbod aangeeft. Als de aanvaarding afwijkt, zal het niet worden beschouwd als een instemming met wat in het aanbod is vermeld. Zo zal het niet als een geldige aanvaarding worden beschouwd. Wat betreft de voorwaarde dat de sharia toestemming moet geven voor de ene contracterende partij om met de andere te trouwen, dat is omdat het verbod op bepaalde contracten te vinden is in de sharia en deze niet toegestaan zijn om te worden uitgevoerd.
“And marry not women from whom your fathers married” [An- Nisa: 22] In addition the Ijma’a (consensus) of the Sahabah has taken place on this. As for the stipulation that the offer and acceptance be combined in the same sitting, this is because the ruling of the sitting is a ruling on the situation of the contract. If they part before the acceptance, the offer is void, since the acceptance has no meaning, because turning away from the offer has been expressed by departing, so it would not be considered an acceptance. The same goes if they engage themselves with something that suspends the acceptance, because He also turned away from the contract by being distracted from the acceptance. As for the condition that the contracting parties should hear each other and understand what is said i.e. know that what is meant is to contract the marriage according to this expression. This is since that is what makes the acceptance a response to the offer, because the offer is a proposal of one of the contracting parties to the other, awaiting an acceptance. If He did not understand what was said the proposal will not have taken place, and the acceptance of this proposal is also deemed not to have taken place. Therefore, its reality is that it is neither an offer nor an acceptance. As for the condition of the absence of objections in the acceptance to the offer, this is because it will not be considered a proper acceptance unless it indicated an approval of the whole offer. If the acceptance differed it will not be considered an agreement to what has been mentioned in the offer. Thus, it will not be considered a proper acceptance. As for the condition that the Shari’ah must give permission for one contracting party to marry the other, that is because prohibition of certain contracts can be found in the Shar’a and these are not allowed to be conducted.
Dit heeft betrekking op het sluiten van het contract. Wat betreft de juistheid ervan: als het contract geen enkele verbodsbepaling van de Shar’a bevat, dan zal het volledig zijn. Echter, indien een verbod op een specifiek punt wordt geschonden bij de uitvoering van het contract, zal het contract gebrekkig (Fasid) zijn, maar niet nietig. Wat betreft de voorwaarde dat de vrouw geschikt moet zijn voor het huwelijkscontract, dit komt doordat de Shar’a het huwen van bepaalde vrouwen heeft verboden en het combineren van sommige vrouwen in één huwelijk heeft verboden. Indien het contract wordt gesloten met iemand die verboden is voor het aangaan van een contract, dan zal het contract niet correct (Sahih) zijn. Wat betreft het feit dat het huwelijk niet correct is zonder een voogd (Wali), dit is vanwege wat is overgeleverd door Abu Musa van de uitspraak van de Profeet ﷺ: “Er kan geen huwelijk zijn zonder een voogd (Wali).” Wat betreft het feit dat de vrouw niet het recht heeft om zichzelf of anderen weg te geven in het huwelijk, noch het recht heeft om iemand anders dan haar voogd te machtigen om haar in het huwelijk te geven, dit is vanwege wat 'Aisha heeft overgeleverd van de Profeet ﷺ: “Elke vrouw die trouwt zonder de toestemming van haar voogd (Wali), haar huwelijk is nietig, haar huwelijk is nietig, haar huwelijk is nietig.” En ook vanwege wat Abu Hurayra heeft overgeleverd dat de Profeet ﷺ zei: “Een vrouw mag geen andere vrouw in het huwelijk geven, noch mag een vrouw zichzelf in het huwelijk geven. Voorwaar, alleen de overspelige vrouw zal zichzelf (eenzijdig) in het huwelijk geven.” Wat betreft de voorwaarde dat er twee moslimgetuigen moeten zijn, dit komt doordat de Qur'an heeft voorgeschreven dat er twee moslimgetuigen moeten zijn bij het terugnemen van de gescheiden vrouw uit een herroepbare scheiding naar het huwelijk. Hij (SWT) zei:
This is with regards to concluding the contract. As for its correctness, if the contract does not contain any Shar’a prohibitions then it will be complete. However, if a prohibition over a specific matter is violated in the execution of the contract, the contract will be improper (Fasid) but it will not be void. As for the stipulation that the woman should be suitable for the contract of marriage, this is because the Shar’a prohibited the marrying of certain women and prohibited the combining of some women in one marriage. If the contract was concluded over someone who is forbidden for contracting then the contract will not be correct (Sahih). As for the marriage not being correct without a guardian (Wali) this is due to what has been narrated by Abu Musa from the Prophet's (pbuh) saying: “There can be no marriage without a guardian (Wali).” As for the woman not possessing the right to give herself or give others away in marriage, nor possessing the right to delegate anyone other than her guardian to give her in marriage, this is due to what 'Aisha reported from the Prophet (pbuh) “Any woman who gets married without the permission of her guardian (Wali), her marriage will be void, her marriage will be void, her marriage will be void.” And also due to what Abu Hurayra has reported that the Prophet (pbuh) said: “A woman shall not give another woman in marriage, nor should a woman give herself in marriage. Indeed only the fornicatress shall give herself (unilaterally) in marriage”. As for the stipulation that there be two Muslim witnesses, this is because the Qur'an has stipulated that there be two Muslim witnesses in taking back the divorcee from a revocable divorce back into wedlock. He (swt) said:
“En wanneer zij hun vastgestelde termijn naderen, neem hen dan terug op een goede wijze of scheid van hen op een goede wijze. En neem twee rechtvaardige personen onder jullie tot getuigen” [At-Talaq: 2] Aangezien de terugkeer naar de echtgenote na een scheiding, wat een voortzetting van het huwelijkscontract is, vereist dat er twee moslimgetuigen zijn, dan dient de aanvang van het huwelijk, zijnde de aanvang van het huwelijkscontract, met nog grotere reden twee getuigen te vereisen. Bovendien zijn het huwelijkscontract en de voortzetting van het huwelijkscontract één kwestie en daarom zijn zij onderhevig aan dezelfde regel.
“Then when they are about to fulfil their term appointed, either take them back in good manner or part with them in a good manner. And take for witness two just persons of you” [At- Talaq: 2] Since the return to one's wife after divorce which is a continuance of the contract of marriage is stipulated to have two Muslim witnesses, then the initiation of matrimony, that is, the initiation of the contract of marriage, by greater reason, should be required to have two witnesses. Moreover, the contract of marriage and the continuation of the contract of marriage are one issue and therefore they are like the same rule.