22 Het onderhouden van goede relaties met familie en verwanten (Silat-ur-Rahm)
22 Maintaining Good Relations with Kith and Kin (Silat-ur-Rahm)
Toen Allah (SWT) het stammenisme van de tijd van onwetendheid (Jahiliyyah) verbood, verbood Hij slechts dat dit stammenisme de band tussen de zonen van de moslimgemeenschap (Ummah) zou zijn, en Hij verbood dat het de relaties onder de moslims zou beheersen. Hij beval de mensen echter om contact te onderhouden met verwanten en vriendelijkheid jegens hen te tonen. Er is overgeleverd dat een man de Profeet ﷺ vroeg: “Aan wie zal ik vriendelijkheid tonen?” Hij zei: “Je moeder, vader, zus en broer.” In een andere versie: “En je (Mawla) verwant die dichter bij je staat, als een recht en plicht en een bloedband (Rahm) waartoe je vriendelijk moet zijn.” Asmaa bint Abu Bakr zei: “Mijn moeder, die een heidense was, kwam me opzoeken tijdens de periode van het verdrag tussen de moslims en Quraish. Ik ging de Profeet ﷺ om advies vragen en zei: ‘Mijn moeder is gearriveerd en zij hoopt (op mijn gunst).’” De Profeet ﷺ zei: “Ja, wees goed voor je moeder.”
When Allah (swt) forbade the tribalism of Jahiliyah He only forbade that tribalism should be the bond between the sons of the Ummah, and He forbade that it controls the relationships amongst the Muslims. However, He ordered people to maintain contact with relatives and show kindness to them. It has been reported that a man asked the Prophet (pbuh) : “who shall I show kindness to?” He said: “Your mother, father, sister and brother.” In another version: “And your (Mawla) relation who is closer to you, as a right and duty and a tie of relationship (Rahm) which you should be kind to.” Asmaa bint Abu Bakr said: “My mother who was a pagan, came to see me during the period of the treaty between the Muslims and Quraish. I went to seek the advice of the Prophet (pbuh) saying: ‘My mother has arrived and she is hoping (for my favour).” The Prophet said: “Yes, be good to your mother”.
De Islam heeft de verwantschappen in twee categorieën verdeeld; ten eerste de verwanten van wie het mogelijk is om te erven wanneer zij sterven. En ten tweede de verwanten van moederlijke zijde (Ulu al-Arham). Wat betreft degenen die recht hebben op erfenis, dit zijn degenen die recht hebben op een wettelijk bepaald deel van de erfenis (Ashab al-Furud) en de agnaten (verwanten van vaderlijke zijde) (Asabat). Wat betreft de verwanten van moederlijke zijde (Ulu al-Arham), zij verschillen van de eersten; zij zijn degenen die geen deel hebben in de erfenis en zij behoren niet tot de agnaten. Zij omvatten tien categorieën: de oom van moederszijde (Khal) en tante van moederszijde (Khala), grootvader van moederszijde (Jadd li al-umm), zoon van de dochter en zoon van de zus, dochter van de broer, dochter van de oom van vaderlijke zijde en tante van vaderlijke zijde, en de half-oom van vaderlijke zijde, zoon van de halfbroer en wie zichzelf tot een van hen verklaart. Allah (SWT) heeft deze mensen geen deel gegeven in de erfenis van de persoon, noch is hun onderhoud een verplichting voor de persoon. Echter heeft Allah (SWT) bevolen om goede banden te onderhouden en vriendelijk te zijn tegen alle verwanten. Jabir (ra) overleverde dat de Profeet ﷺ zei: “Als iemand van jullie arm is, laat hem dan bij zichzelf beginnen, en als iemand van jullie overvloed (rijkdom) heeft, laat hem dan aan zijn gezin uitgeven, en als iemand van jullie verdere overvloed heeft, laat hem het dan aan zijn verwanten uitgeven.” Overgeleverd door Abu Ayyub: Een man zei tegen de Profeet ﷺ: “Vertel mij over een daad waardoor ik het Paradijs zal betreden.” De mensen zeiden: “Wat is er met hem aan de hand? Wat is er met hem aan de hand?” De Profeet ﷺ zei: “Hij heeft iets te vragen.” De Profeet ﷺ zei: “(Om het Paradijs te betreden) moet je Allah aanbidden en aan Hem geen partners toekennen, het gebed perfect uitvoeren, de armenbelasting (Zakah) betalen en goede banden onderhouden met je familie en verwanten.” Zo beval Hij het onderhouden van goede banden. Er kan gevraagd worden: Wie zijn de verwanten die bedoeld worden in deze overleveringen (Hadith)?” Zijn het alleen de bloedverwanten van moederszijde (Ulu al-Arham) of iedereen die verbonden is met de Rahm van de persoon! De overleveringen (Hadith) geven aan dat het onderhouden van goede relaties alle verwanten omvat, of het nu gaat om verwanten uit de onhuwbare graden (Mahram), een niet-Mahram uit de Asaba (verwanten van vaderszijde/agnaten) of de verwanten van moederszijde. Er bestaan een aantal overleveringen (Hadith) met betrekking tot het onderhouden van goede relaties (Silat ar-rahm). Hij ﷺ zei: “Degene die de banden met de verwanten verbreekt, zal het Paradijs niet betreden”. Er werd overgeleverd door Anas b. Malik dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Wie wenst dat hem meer rijkdom wordt geschonken, en dat zijn levensduur wordt verlengd, dan moet hij goede relaties onderhouden met zijn familie en verwanten”. Er wordt overgeleverd door Abu Hurayra dat de Profeet ﷺ zei: “Allah schiep Zijn schepping, en toen Hij daarmee klaar was, stond de baarmoeder op en zei: Ik zoek bij U toevlucht tegen Al-qatia (het verbreken van de banden met mij).” Waarop Allah zei: “Accepteer jij het niet dat Ik Mijn gunsten schenk aan degene die jouw banden onderhoudt, en Mijn gunsten onthoud aan degene die jouw banden verbreekt?” Waarop zij zei: “Ja, o mijn Heer!” Toen zei Allah (SWT): “Dat is voor jou.” Vervolgens zei de Boodschapper van Allah ﷺ:
“Als je wilt, kun je reciteren: ‘Zou je dan, wanneer je gezag wordt gegeven, onrecht zaaien in het land en de banden van verwantschap verbreken?’ [Muhammad: 22] Hij ﷺ zei: ‘De Al-wasil (degene die de banden van verwantschap goed onderhoudt) is niet degene die het goede dat door zijn verwanten voor hem is gedaan, beantwoordt, maar Al-Wasil is degene die goede relaties onderhoudt met die verwanten die de band van verwantschap met hem hebben verbroken.’ Dit alles wijst op de aansporing om goede relaties te onderhouden met familie en verwanten.”
“If you wish, you can recite: Would you then if you were given authority, do mischief in the land and sever your ties of kinship?” [Muhammmad: 22] He (pbuh) said: “The Al-wasil (the one who keeps good ties with kith and kin) is not the one who recompenses the good done to Him by his relatives, but Al-Wasil is the one who keeps good relations with those relatives who had severed the bond of kinship with Him.” All of this indicates the exhortation to keep good relations with kith and kin.
De Silat ar-Rahm (het onderhouden van goede relaties) geeft de belangrijkheid aan van wat Allah (SWT) heeft voorgeschreven met betrekking tot het onderhouden van goede en vriendelijke relaties binnen de islamitische gemeenschap, het behouden van goede relaties en samenwerking tussen verwanten, en de mate waarin de sharia zich bezighoudt met het organiseren van de ontmoeting tussen mannen en vrouwen en het organiseren van wat voortvloeit uit deze ontmoeting in termen van de relaties (Alaqat) en alles wat daaruit voortvloeit. Daarom biedt de islamitische sharia, door middel van de regels die zij heeft voorgeschreven voor het sociale aspect in de samenleving, het beste sociale systeem voor de mensheid.
The Silat ar-Rahm (keeping good relations) indicates the importance of what Allah (swt) has legislated regarding the keeping of good and friendly relations within the Islamic community, in the maintaining of good relations and co-operation between relatives, and the extent of the Shari’ah concern to organise the meeting of men and women and organise what results from this meeting in terms of the relationships (Alaqat) and whatever branches out from it. Hence the Islamic Shar’a, through the rules which it legislated for the social aspect in the society, provides the best social system for mankind.