8.2 Tende: De interne veiligheid
8.2 Secondly: The internal security
Al-Bukhari overleverde van Anas:
Al-Bukhari narrated from Anas: .
“Dat Qays ibn Sa’d voor de Profeet ﷺ stond in de positie van de politieagent tegenover de leider (Ameer)”. Hiermee wordt Qays ibn Sa’d ibn `Ubadah al-Ansari al-Khazraji bedoeld. [Bukhari, Sahih, #7155].
“That Qays ibn Sa’d used to be in front of the Prophet (PBUH) in the position of the policeman towards the amir”. Who is meant here is Qays ibn Sa’d ibn `Ubadah al-Ansari al-Khazraji. [Bukhari, Sahih, #7155].
Al-Tirmidhi overleverde:
Al-Tirmidhi narrated: .
“Qays ibn Sa’d stond voor de Profeet ﷺ in de positie van de politieagent ten opzichte van de leider (Ameer). Al-Ansari zei: Het betekent dat hij een van de mensen was die zijn zaken afhandelde”. Ibn Hibban legde deze overlevering (Hadith) uit door te zeggen: “Om in de bewaking van de Profeet ﷺ te zijn tegen de mushrikin tijdens zijn bijeenkomst wanneer zij binnenkwamen”.
“Qays ibn Sa’d used to be in front of the Prophet (PBUH) in the position of the policeman towards the amir. Al-Ansari said: It means he was one of the people that discharged his issues”. Ibn Hibban explained this hadith saying: “To be in the prophet’s guard against the mushriks in his meeting when they entered”. .
Het is overgeleverd door Al-Bukhari dat de Boodschapper van Allah ﷺ ’Ali ibn Abi Talib stuurde, die zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ stuurde mij, Al-Zubair en Abu Marthad, en ieder van ons is een ridder. Hij ﷺ zei: ‘Vertrek totdat jullie Rawdat Haj bereiken.’ Abu ‘Awanah zei dat het Hajj is, en in een andere overlevering Khakh. ‘Er is daar een vrouw die een brief heeft van Hatib ibn Abi Baltaah aan de mushriks, dus breng die naar mij.’ Dus vertrokken wij op onze paarden totdat we haar bereikten op de plaats die ons was verteld door de Boodschapper van Allah ﷺ. Zij reisde op haar kameel. Hatib had geschreven aan de mensen van Makkah om hen te informeren over de mars van de Boodschapper van Allah ﷺ naar hen toe. Wij zeiden: ‘Waar is de brief die je bij je hebt?’ Zij antwoordde: ‘Ik heb geen brief.’ Wij lieten haar kameel knielen en zochten het in het zadel, maar vonden niets. Ik zei: ‘Mijn twee vrienden, wij zien geen brieven bij haar. Wij weten dat de Boodschapper van Allah ﷺ niet zou liegen.’ Toen zwoer Ali (vrede zij met hem): ‘Bij Degene wiens naam bij een eed wordt gebruikt! Je moet de brief tevoorschijn brengen, anders zal ik je ontkleden.’ Zij boog voorover bij de middelste knoop van haar riem, waar zij haar kleding had vastgemaakt, en haalde de brief tevoorschijn. Zij brachten het naar de Boodschapper van Allah ﷺ.”
It is narrated by Al-Bukhari that the Messenger of Allah (PBUH) sent ’Ali ibn Abi Talib, who said: “The Messenger of Allah (PBUH) sent me, Al-Zubair and Abu Marthad, and each one of us is a knight. He (PBUH) said ‘Set out till you reach Rawdat Haj’. Abu ‘Awanah said it is Hajj, and in another narration Khakh. ‘There is a woman there that has a letter from Hatib ibn Abi Baltaah to the mushriks, so bring it to me.’ So we set out on top of our horses till we reached her at the place mentioned to us by the Messenger of Allah (PBUH). She was travelling on top of her camel. Hatib had written to the people of Makkah informing them of the march of the Messenger of Allah (PBUH) to them. We said, ‘Where is the letter which you have?’ She replied, ‘I have no letter.’ We made her camel kneel, and sought it from the saddle but found nothing. I said, ‘My two friends, we see no letters with her. We know the Messenger of Allah ( PBUH) would not lie.’ Then Ali (ra) swore, ‘By the one in whose name oath is given! You have to get out the letter otherwise I will strip you.’ She lent down over the middle knot of her belt, where she had seized her garment, and pulled out the letter. They took it to the Messenger of Allah (PBUH)”