4 De structuur van de staat
4 The structure of the state
De staat is gebaseerd op acht zuilen:
The state is founded on eight pillars:
1) De kalief,
1) The Khaleefah,
2) Gedelegeerde assistenten,
2) Delegated Assistants,
3) De Uitvoerende Assistenten,
3) The Executing Assistants,
4) De leider (Ameer) van jihad,
4) The Ameer of Jihad,
5) De Gouverneurs (Wulah),
5) The Governors (Wulah),
6) De Rechtspraak,
6) The Judiciary,
7) De Administratieve Afdelingen,
7) The Administrative Departments,
8) De Raad van de moslimgemeenschap (Ummah),
8) The Council of the Ummah,
Het bewijs van deze structuur weerspiegelt zich in de daden van de Boodschapper van Allah ﷺ, aangezien dit de vorm was waarin hij de structuur van de Staat had opgezet. Hij ﷺ was het staatshoofd en hij beval de moslims een staatshoofd aan te stellen toen hij hen beval een kalief of een imam te vestigen. Wat de assistenten betreft, koos de Boodschapper van Allah ﷺ Abu Bakr en ‘Umar als zijn twee assistenten. Al-Hakim en Al-Tirmithi overleverden van Abu Sa’id Al Khudri dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei:
Evidence of this structure is reflected in the actions of the Messenger of Allah (pbuh) since this was the form in which he set up the structure of the State. He (pbuh) was the head of State and he ordered the Muslims to establish a head of State when he ordered them to establish a Khaleefah or an Imam. As for the assistants, the Messenger of Allah (pbuh) chose Abu Bakr and ‘Umar as his two assistants. Al-Hakim and Al-Tirmithi narrated from Abu Sa’id Al Khudri that the Messenger of Allah (pbuh) said:
“Mijn twee ministers uit de hemelen zijn Jibra’eel en Mika’el, en uit de mensen van de aarde zijn Abu Bakr en ‘Umar.” De betekenis van de term “mijn twee ministers” hier is mijn twee assistenten, omdat dit is wat het woord Wazir (minister) taalkundig betekent in het Arabisch. Wat betreft het woord ‘minister’, waarna mensen tegenwoordig verwijzen, dit is een westerse term die de functie van een bepaald type bestuur betekent. Dit is vreemd aan datgene wat de moslims kennen en het spreekt het islamitische regeringssysteem tegen. Inderdaad, de assistent, die de Boodschapper van Allah ﷺ minister (Wazir) noemde, is niet toegewezen aan een bepaalde functie. Hij is eerder een assistent aan wie de kalief een algemene delegatie geeft om taken uit te voeren; en hij zou niet aan een specifieke taak moeten worden toegewezen. Wat betreft de gouverneurs (Wulah), de Boodschapper van Allah ﷺ stelde hen aan over de provincies (Wilayaat). Hij ﷺ stelde Attab Ibnu Usayd aan als Wali over Makkah na de verovering ervan. Nadat Bazan Ibnu Sasan de islam was toetreden, stelde hij ﷺ hem aan als Wali (gouverneur) van Yemen. De Boodschapper van Allah ﷺ stelde ook vele andere Wulah aan. De Boodschapper van Allah ﷺ was rechtstreeks verantwoordelijk voor de rechtspraak. Hij ﷺ stelde de rechters aan om de geschillen tussen de mensen te beslechten. Dus hij ﷺ stelde ‘Ali Ibnu Abi Talib aan als rechter over Yemen, en hij ﷺ belastte Mua’z Ibn Jabal en Abu Mousa met de rechtspraak en Imarah over Yemen. Al-Tabarani rapporteerde via betrouwbare overleveraars van Masrooq, hij zei:
“My two ministers from the heavens are Jibra’eel and Mika’el and from the people of the earth are Abu Bakr and ‘Umar.” The meaning of the term “my two ministers” here is my two assistants, because this is what the word Wazir (minister) linguistically means in Arabic. As for the word ‘minister’, which people currently refer to, this is a Western term that means the function of a particular type of ruling. This is alien to that which the Muslims know and it contradicts the Islamic ruling system. Indeed the assistant, who the Messenger of Allah (pbuh) called minister (Wazir), is not assigned to a certain function. He is rather an assistant to whom the Khaleefah gives a general delegation to carry out tasks; and he should not be assigned to a specific task. As for the governors (Wulah), the Messenger of Allah (pbuh) appointed them over the provinces (Wilayaat). He (pbuh) appointed Attab Ibnu Usayd as Wali over Makkah after its conquest. After Bazan Ibnu Sasan had embraced Islam he (pbuh) appointed him Wali (governor) of Yemen. The Messenger of Allah (pbuh) also appointed many other Wulah. The Messenger of Allah was in direct charge of the judiciary. He (pbuh) appointed the judges in order to settle the disputes between the people. So he (pbuh) appointed ‘Ali Ibnu Abi Talib as judge over Yemen, and he (pbuh) charged Mua’z Ibn Jabal and Abu Mousa with Judiciary and Imarah over Yemen. Al-Tabarani reported through trustworthy narrators from Masrooq, he said:
“De mensen van de rechtspraak in de tijd van de Boodschapper van Allah ﷺ waren er zes: ‘Umar, ‘Ali, ‘Abdullah Ibn Ma’sood, Ubay ibn K’ab, Zayd ibn Thabit en Abu Mousa Al-Ash’ari.” Wat het administratieve systeem betreft, de Boodschapper van Allah ﷺ stelde secretarissen aan om de verschillende overheidsafdelingen te runnen; dit waren zij als directeuren van afdelingen. Hij ﷺ stelde Mu’ayqib Ibnu Abi Fatima aan als directeur (ondersecretaris) van de buit, en Huzayfah Ibnul Yaman werd aangesteld als directeur belast met de beoordeling van de oogst van Hijaz. Hij ﷺ stelde anderen aan die verantwoordelijk waren voor de andere afdelingen, waarbij over elk van hen een secretaris stond. Wat het leger betreft, dat administratief onder de autoriteit van de leider (Ameer) van jihad valt, stond dit feitelijk onder de controle van de Boodschapper van Allah ﷺ en was hij de effectieve bevelhebber van het leger, waarbij hij de administratie ervan regelde en de zaken ervan bestuurde. De Boodschapper van Allah ﷺ stelde echter bevelhebbers aan om bepaalde expedities te leiden. Bij één gelegenheid stelde hij ﷺ ‘Abdullah Ibnu Jahsh aan het hoofd van een verkenningsmissie naar Quraysh. Bij een andere gelegenheid stelde de Boodschapper van Allah ﷺ Abu Salma Ibnu ‘Abdil Asad aan als de bevelhebber van een regiment van 150 mannen, en hij ﷺ gaf hem de standaard daarvan. Dit regiment bevatte enkele van de beste moslimkrijgers, onder wie ‘Abu Ubayda Ibnul Jarrah, Sa’d Ibnu Abi Waqqas en Usayd Ibnu Hudhayr. Wat de Raad van de moslimgemeenschap (Ummah) betreft, waarvan de functie een van raadpleging (Shura) en het ter verantwoording roepen van de heerser is, de Boodschapper van Allah ﷺ stelde tijdens zijn leven geen permanente raad in, maar hij raadpleegde de moslims telkens wanneer hij dat passend achtte. Zo verzamelde hij ﷺ de moslims en raadpleegde hen op de dag van ‘Uhud’ en op de dag van ‘Hadithul-ifk’ (de laster tegen Ayesha rdh) en op verschillende andere gelegenheden. Hoewel hij ﷺ de moslims bijeenriep voor raadpleging, riep hij ﷺ regelmatig enkele van zijn metgezellen (Sahabah) bij elkaar om hen te raadplegen; zij werden beschouwd als de leiders van het volk. Dit waren Hamza, Abu Bakr, Ja’afar, ‘Umar, ‘Ali, Ibnu Mas’ud, Salman, ‘Ammar, Huzayfah, Abu Dharr, Al-Muqdad en Bilal. Zij werden beschouwd als zijn Shura (raad), aangezien hij hen op regelmatige basis raadpleegde. Dit toont aan dat de Boodschapper van Allah ﷺ een specifieke structuur voor de Staat had opgezet, en dat hij ﷺ zich aan die structuur hield totdat hij naar zijn Heer (SWT) ging. Daarna kwamen na hem ﷺ zijn Khulafaa’ (opvolgers) en zij volgden hem in het regeren volgens dezelfde structuur die de Boodschapper ﷺ zelf had ingesteld. Zij deden dat in het bijzijn van de metgezellen (Sahabah). De structuur van het bestuur van de Islamitische Staat zou daarom in deze vorm moeten zijn. Sommigen mogen aanvoeren dat de Boodschapper van Allah ﷺ een aparte functionaris aanstelde die verantwoordelijk was voor de financiën en dat hij hem verantwoordelijk maakte voor de financiële afdeling. Dit zou mensen kunnen doen denken dat de financiële afdeling een onafhankelijk orgaan is dat geen deel uitmaakt van de algehele bestuurlijke structuur. De realiteit is echter dat de Boodschapper van Allah ﷺ weliswaar een speciale functionaris aanstelde die verantwoordelijk was voor de financiën, wat betekende dat hij een onafhankelijke afdeling kreeg om te besturen, maar hij ﷺ maakte er geen onafhankelijke structuur van, maar maakte het onderdeel van de structuur (van het bestuur). Sommige Wulah (gouverneurs) werden aangesteld met algemene verplichte bevoegdheden die zowel het bestuur als de financiën omvatten, terwijl sommigen enkel met bestuursbevoegdheden werden aangesteld, en hij stelde een speciale Wali aan over de financiën. Bijvoorbeeld, de Boodschapper van Allah ﷺ stuurde ‘Amru met financiële bevoegdheden zoals voorgeschreven in de brief die hij ﷺ aan hem overhandigde. Furwa Ibnu Musaik’ werd door de Boodschapper van Allah ﷺ aangesteld als ‘Amil over de stammen van Murad, Zubayd en Muzhaj, en Khalid Ibnu Said Ibnul A’as werd samen met hem aangesteld als inning van de armenbelasting (Zakah). De Wali die verantwoordelijk was voor het alleenheerschappelijk bestuur stond bekend als de Wali van Salah; dit is een sharia-term die de Wali betekent die verantwoordelijk is voor alle zaken van administratie, rechtspraak, politiek, oorlogvoering en Ibadaat, naast andere plichten, met uitzondering van financiën. De Wali die verantwoordelijk was voor de financiën stond alternatief bekend als de Wali van Kharaj, wat de persoon betekent die verantwoordelijk was voor het innen van de Zakah en de grondbelasting (Kharaj) samen met andere financiële plichten. De Wali (gouverneur) die de positie van algemeen gouverneur bekleedde, stond bekend als de Wali van Salah en Kharaj. Dit demonstreert duidelijk dat de financiële afdeling geen aparte structuur was, maar deel uitmaakte van de plichten van de Imarah, oftewel de Wilayah. Een gouverneur kan specifiek worden aangesteld om de financiële zaken van een district te runnen, of de taak kan in plaats daarvan aan de algemeen gouverneur worden gegeven. In beide gevallen volgde de financiële afdeling uiteindelijk geen speciale afdeling in het centrum van de staat (de hoofdstad), maar bleef deze onder de controle van de kalief. Het is dus deel van de (staats)structuur, en geen aparte structuur. Op een vergelijkbare manier stond de Imarah van jihad, die toezicht houdt op oorlog, buitenlandse, binnenlandse en industriële zaken, altijd onder de directe controle van de Boodschapper van Allah ﷺ, evenals onder die van zijn Khulafaa’. De Boodschapper van Allah ﷺ hield zich persoonlijk bezig met het voorbereiden van het leger en het toezien op de training en bewapening ervan, en het runnen van alle zaken, op de manier waarop hij de buitenlandse en binnenlandse zaken runde. Hij ﷺ stuurde mensen naar Jurash in Jemen om te leren hoe zij wapens konden vervaardigen. De Khulafaa’ die na hem ﷺ kwamen, volgden hetzelfde beleid. Echter, in de tijd van ‘Umar Ibnul Khattab richtte hij een oorlogskabinet (Diwan ul-Jund) in en stelde hij een hoofd aan voor dat kabinet, wat de functie is van de leider (Ameer) van jihad.
Zo werd de Staat die de Boodschapper van Allah ﷺ had gevestigd, gefundeerd op deze structuur.
Thus, the State that the Messenger of Allah (pbuh) had established was founded on this structure.