De Eerste ‘Aqabah-eed
The First ‘aqabah Pledge
We hebben reeds gesproken over zes Madinese die de Islam aanvaardden tijdens het bedevaartseizoen in het elfde jaar van het Profentschap. Zij beloofden de Boodschap van de Islam aan hun stadgenoten over te brengen. Het volgende jaar, ter gelegenheid van de bedevaart, kwam er een groep van twaalf volgelingen die bereid waren Muhammad ﷺ als hun Profeet te erkennen. De groep mannen bestond uit vijf van de zes die de Profeet ﷺ het jaar daarvoor hadden ontmoet; de zesde, die niet aanwezig was, was Jabir bin ‘Abdullah bin Reyab, de overige zeven waren:
We have already spoken about six Madinese who embraced Islam in the pilgrimage season in the eleventh year of Prophethood. They promised to communicate the Message of Islam to their townsfolk. The following year, on the occasion of the pilgrimage, there came a group of twelve disciples ready to acknowledge Muhammad as their Prophet. The group of men comprised five of the six who had met the Prophet (Peace be upon him) the year before, the sixth who stayed away was Jabir bin ‘Abdullah bin Reyab, the other seven were:
1. Mu‘adh bin Al-Harith, Ibn ‘Afra, uit de Khazraj.
1. Mu‘adh bin Al-Harith, Ibn ‘Afra, from Khazraj.
2. Dhakwan bin ‘Abd Al-Qais, uit de Khazraj.
2. Dhakwan bin ‘Abd Al-Qais, from Khazraj.
3. ‘Ubadah bin As-Samit, van de Khazraj.
3. ‘Ubadah bin As-Samit, from Khazraj.
4. Yazeed bin Tha‘labah, uit de Khazraj.
4. Yazeed bin Tha‘labah, from Khazraj.
5. ‘Al-‘Abbas bin ‘Ubadah bin Nadalah, uit de Khazraj.
5. ‘Al-‘Abbas bin ‘Ubadah bin Nadalah, from Khazraj.
6. Abul Haitham bin At-Taihan, van Aws.
6. Abul Haitham bin At-Taihan, from Aws.
7. ‘Uwaim bin Sa‘idah, van Aws.
7. ‘Uwaim bin Sa‘idah, from Aws.
Zij verklaarden hun geloof in Muhammad ﷺ als een profeet en zwoeren: “Wij zullen niemand aanbidden behalve de Ene Allah; wij zullen niet stelen; noch zullen wij overspel plegen, noch onze kinderen doden; wij zullen geen laster uiten door opzettelijk leugens te verzinnen, en wij zullen u niet ongehoorzaam zijn in enige rechtvaardige zaak.” Toen zij de eed hadden afgelegd, zei Muhammad ﷺ: “Wie deze uitvoert, Allah zal hem belonen; en wie iets verwaarloost en daardoor in deze wereld wordt getroffen, dan kan dat voor hem een verlossing blijken in het Hiernamaals; en als de zonde verborgen blijft voor de ogen van de mensen en hem geen verdriet treft, dan is zijn zaak bij Allah. Hij kan hem vergeven of Hij kan dat niet doen.”
They avowed their faith in Muhammad (Peace be upon him) as a Prophet and swore: “We will not worship any one but one Allah; we will not steal; neither will we commit adultery, nor kill our children; we will not utter slander, intentionally forging falsehood and we will not disobey you in any just matter.” When they had taken the pledge, Muhammad (Peace be upon him) said: “He who carries it out, Allâh will reward him; and who neglects anything and is afflicted in this world, it may prove redemption for him in the Hereafter; and if the sin remains hidden from the eyes of the men and no grief comes to him, then his affair is with Allâh. He may forgive him or He may not.”
DE MOSLIM-AFGEVAARDIGDE IN MADINAH:
THE MUSLIM ENVOY IN MADINAH:
Na de eed (in de vorm van een eed was afgelegd) stuurde de Profeet ﷺ Mus‘ab bin ‘Umair Al-‘Abdari, (moge Allah tevreden met hem zijn), naar Yathrib (Madinah), de eerste moslim ‘ambassadeur’ om de mensen daar de leerstellingen van de Islam te onderwijzen, hen praktische begeleiding te geven en pogingen te doen om de Islam te verspreiden onder hen die nog het polytheïsme belijden. As‘ad bin Zurarah bood hem onderdak in Madinah. De grond was zo voorbereid en de verspreiding zo ijverig dat de Islam zich snel van huis naar huis en van stam naar stam verspreidde. Er waren verschillende vrolijke en veelbelovende aspecten van succes die de taak van Mus‘ab kenmerkten. Op een dag waren Mus‘ab en As‘ad onderweg naar de woningen van Bani ‘Abd Al-Ashhal en Bani Zafar, toen zij het terrein van de laatste clan betraden. Daar zaten zij bij een put in gesprek met enkele nieuwe bekeerlingen. Sa‘d bin Mu‘adh en Usaid bin Hudair, de leiders van de twee clans, hoorden van deze bijeenkomst, waarna Usaid de moslims benaderde gewapend met zijn lans, terwijl de ander, Sa‘d, zich verschoonde op het grondje dat As‘ad zijn neef aan moeders zijde was. Usaid kwam dichterbij terwijl hij vloekte en schold, en beschuldigde de twee mannen ervan mensen met een zwak hart te misleiden, en beval hen hiermee onmiddellijk te stoppen. Mus‘ab nodigde hem kalm uit om te gaan zitten en zei: “Als u tevreden bent met ons gesprek, kunt u het accepteren; mocht u het met afschuw bekijken, dan kunt u uzelf vrijelijk beschermen tegen wat u haat.” “Dat is eerlijk,” zei Usaid, stak zijn lans in het zand, luisterde naar Mus‘ab en hoorde vervolgens enkele verzen van de Edele Qur’ân. Zijn gezicht sprak van tevredenheid en plezier voordat hij enige woorden van goedkeuring uitsprak. Hij vroeg de twee mannen naar de procedures die horen bij het aanvaarden van de Islam. Zij vroegen hem om de wassing te verrichten, zijn kleding te reinigen, getuige te zijn van de Waarheid en vervolgens twee Rak‘a te verrichten. Hij reageerde en deed precies wat hem gevraagd werd, en zei daarna dat er een man was (Sa‘d bin Mu‘adh) wiens volk nooit zou aarzelen als hij de Islam zou volgen. Hij vertrok daarna om Sa‘d en zijn volk te ontmoeten. Sa‘d begreep onmiddellijk dat Usaid veranderd was. Op een vraag van Sa‘d antwoordde Usaid dat twee mannen bereid waren om te voldoen aan welke bevelen zij ook zouden ontvangen. Hij wist vervolgens een bepaalde situatie te creëren die de twee mannen de kans gaf om in privé met Sa‘d te spreken. De eerdere scène met Usaid herhaalde zich en Sa‘d aanvaardde de Islam, en wendde zich direct tot zijn volk terwijl hij zwoer dat hij nooit meer met hen zou spreken totdat zij in Allâh en in Zijn Boodschapper ﷺ zouden geloven. Nauwelijks was de avond van die dag aangebroken of alle mannen en vrouwen van die Arabische stam hadden de Islam aanvaard, met uitzondering van één persoon, Al-Usairim, die achterbleef tot de Dag van Uhud. Op die dag aanvaardde hij de Islam en vocht hij tegen de polytheïsten, maar hij werd uiteindelijk gedood voordat hij enige prostratie in de weg van het gebed had verricht. De Profeet ﷺ merkte hierover op: “Hij heeft weinig gedaan, maar zijn beloning is groot.”
DE TWEEDE BELOFTE VAN ‘AQABAH
THE SECOND ‘AQABAH PLEDGE
Het volgende jaar, het dertiende jaar van het Profentschap, juni 622 n.Chr., kwamen tijdens het bedevaartseizoen meer dan zeventig bekeerlingen uit Madinah in het spoor van hun polytheïstische volk om de rituelen van de bedevaart in Makkah uit te voeren. De veelgestelde vraag onder hen was: “Is het niet hoog tijd dat we Muhammad ﷺ beschermen in plaats van hem aan zijn lot overgelaten, verlaten en struikelend in de heuvels van Makkah achter te laten?”
The next year, thirteenth of Prophethood, June 622 A.D., during the pilgrimage season, over seventy converts from Madinah came in the trail of their polytheist people to perform the rituals of pilgrimage in Makkah. The oft-repeated question amongst them was “Isn’t it high time we protect Muhammad instead of leaving him forsaken, deserted and stumbling in the hillocks of Makkah?”.
Kort na hun aankomst voerden zij clandestiene contacten met de Profeet ﷺ en spraken zij af om hem 's nachts geheim te ontmoeten halverwege de Tashreeq-dagen (de 11e, 12e en 13e dag van Dhul Hijja) op een heuvel bij Al-‘Aqabah, de ontmoetingsplaats van het vorige jaar. Een van de leiders van de helpers (Ansar), Ka‘b bin Malik Al-Ansari (moge Allah tevreden met hem zijn), gaf een verslag van de historische ontmoeting die het hele verloop van de strijd tussen de islam en het heidendom veranderde; hij zei:
Shortly after arrival, they conducted clandestine contacts with the Prophet (Peace be upon him) and agreed to meet him secretly at night in mid Tashreeq Days (the 11th, 12th and 13th days of Dhul Hijja) in a hillock at Al-‘Aqabah, the last year’s meeting place One of the leaders of the Ansâr (Helpers), Ka‘b bin Malik Al-Ansari (May Allah be pleased with him), gave an account of the historic meeting which changed the whole course of the struggle between Islam and paganism, he said:
Wij vertrokken voor de bedevaart en spraken af in het midden van de Tashreeq-dagen. Wij werden vergezeld door een beroemdheid en een vooraanstaand persoon van ons, genaamd ‘Abdullah bin ‘Amr bin Haram, die nog een polytheïst was. Wij onthulden aan hem onze intentie om Muhammad ﷺ te ontmoeten en spoorden hem aan om zich bij onze gelederen te voegen en het polytheïsme op te geven, opdat hij in het Hiernamaals niet als brandhout voor de Hel zou dienen. Hij aanvaarde onmiddellijk de Islam en was getuige van de plechtige ontmoeting bij Al-‘Aqabah.
We set out for pilgrimage and struck a rendezvous in mid Tashreeq Days. We were accompanied by a celebrity and a notable of ours called ‘Abdullah bin ‘Amr bin Haram, who was still a polytheist. We disclosed to him our intention of meeting Muhammad (Peace be upon him) and exhorted him to join our ranks and give up polytheism lest he should serve as wood for Hell in the Hereafter. He promptly embraced Islam and witnessed the serious meeting at Al-‘Aqabah.
De Boodschapper van Allah ﷺ predikte vervolgens het Geloof, en de eed werd afgelegd. Al-Imam Ahmad, op gezag van Jabir, gaf de volgende details:
The Messenger of Allâh then preached the Faith, and the pledge was taken. Al-Imam Ahmad, on the authority of Jabir, gave the following details:
De Ansar (helpers) vroegen de Boodschapper van Allah ﷺ naar de principes waarop zij een eed zouden afleggen. De Profeet ﷺ antwoordde:
The Ansâr (Helpers) asked the Messenger of Allâh about the principles over which they would take a pledge. The Prophet answered:
1. Luisteren en gehoorzamen in alle omstandigheden.
1. To listen and obey in all sets of circumstances.
2. Zowel in overvloed als in schaarste uitgeven.
2. To spend in plenty as well as in scarcity.
3. Het gebieden van het goede en het verbieden van het kwade.
3. To enjoin good and forbid evil.
4. In de dienst van Allah zult u de vrees voor de afkeuring van niemand kennen.
4. In Allâh’s service, you will fear the censure of none.
5. Om mij te verdedigen voor het geval ik uw hulp inroep, en mij te weerhouden van alles waarvan u uzelf, uw echtgenotes en uw kinderen weerhouden. En als u deze voorschriften naleeft, staat het Paradijs voor u klaar. In een andere versie overgeleverd door Ka‘b, zei hij:
5. To defend me in case I seek your help, and debar me from anything you debar yourself, your spouses and children from. And if you observe those precepts, Paradise is in store for you. In another version narrated by Ka‘b, he said:
De Profeet ﷺ begon te spreken, reciteerde enkele verzen uit de Qur’ân, riep de mensen tot Allâh, spoorde hen aan om de gemeenschap van de Islam te betreden en sloot af met de woorden: “Ik geef jullie mijn eed dat jullie mij zullen ontzien van alles waar jullie jullie vrouwen en kinderen van ontzien.” Hier greep Al-Bara’ bin Ma‘rur hem bij zijn hand en zei: “O ja, wij zweren bij Allâh, Die u als een Profeet in de Waarheid heeft gezonden, dat wij u zullen ontzien van alles waar wij onze vrouwen van ontzien. Heb vertrouwen in ons, o Boodschapper van Allâh. Bij Allâh, wij zijn oprechte strijders en zeer betrouwbaar in de oorlog, het is een eigenschap die wij van onze voorvaderen hebben geërfd.”
The Prophet (Peace be upon him) began to speak, recited some Qur’ânic verses, called people unto Allâh, exhorted them to enter the fold of Islam and concluded saying: “I give you my pledge that you debar me from whatever you debar your women and children from.” Here Al-Bara’ bin Ma‘rur, caught him by hand, and said: “Oh yes, we swear by Allâh, Who sent you as a Prophet in Truth, that we will debar you from whatever we debar our women from. Have confidence in us, O Messenger of Allâh. By Allâh, we are genuine fighters and quite reliable in war, it is a trait passed down to us from our ancestors.”.
Nadat de onderhandelingen over de voorwaarden van de eed hadden plaatsgevonden en het gehele publiek unaniem instemde met de ratificatie ervan, stonden twee mannen uit de vroege generatie bekeerlingen, die de Islam in het elfde en twaalfde jaar hadden aanvaard, op om de anderen te informeren over de ernstige stap die zij op het punt stonden te zetten, zodat zij hun eed volledig bewust van de gehele aangelegenheid konden afleggen en als gevolg daarvan bereid zouden zijn voor het offer dat van hen werd verwacht. Al ‘Abbas bin Ubada bin Nadlah merkte in deze context op: “O u mensen van Khazraj! Weten jullie de betekenis van het pact dat jullie met deze man aangaan? Jullie verklaren in feite dat jullie tegen iedereen en alles zullen vechten. Als jullie vrezen dat jullie bezit op het spel staat of dat de levens van jullie edelen in gevaar zijn, verlaat hem dan nu, want als jullie dit doen na de eed, zal het voor jullie vernederend zijn in zowel deze wereld als het hiernamaals. Maar als jullie denken dat jullie kunnen uitvoeren wat van jullie wordt gevraagd, ondanks het verlies van kostbare levens en bezit, neem dan deze zware verantwoordelijkheid op u, en ik zweer bij Allâh, dat hierin het goede ligt van deze wereld en die van het hiernamaals.”
After the negotiations concerning the conditions of allegiance had ended, and all of the audience were unanimously agreed to ratify it, two men of the early generation of converts who had embraced Islam in the eleventh and twelfth years rose to their feet to apprise the others of the serious step they were about to take so that they could give their pledge fully aware of the whole affair and consequently be ready for the sacrifice they were expected to make. Al ‘Abbas bin Ubada bin Nadlah, in this context, remarked: “O you people of Khazraj! Do you know the significance of the pact that you are entering into with this man? You are in fact avowing that you will fight against all and sundry. If you fear that your property will be at stake or the lives of your nobles will be endangered, then leave him now, because if you do this after the pledge, it will be degrading for you both in this world and the world to come. But if you think that you can carry out what you are called upon to do in spite of the loss of precious lives and property, then undertake this heavy responsibility, and I swear by Allâh, that herein lies the good of this world and that of the next.”.
Zij antwoordden: “Wij hebben reeds het verlies van bezit en de moord op onze vooraanstaande mannen overwogen, en toch zweren wij hem trouw. Maar wat is onze beloning als wij alle voorwaarden van dit pact naleven?” De Profeet ﷺ antwoordde: “Het Paradijs ligt voor u klaar.” Toen vroegen zij hem om zijn hand uit te strekken, en zij strekten allen hun handen uit en gaven de eed. Pas op dat moment besefte As‘ad bin Zurarah de bereidheid van de mensen om offers te brengen in de zaak van Allâh.
They replied, “We have already considered the loss of property and the murder of our notables, yet we pay him allegiance. But what is our reward if we observe all the items of this pact?” The Prophet replied: “Paradise is in store for you.” Then they asked him to stretch out his hand, and they all stretched out their hands and took the pledge. Only at that time did As‘ad bin Zurarah come to realize the people’s readiness for sacrifice in the cause of Allâh.