De reis naar Allah, de Verhevene
The Journey To Allah, The Sublime
SYMPTOMEN VAN HET AFTSCHEID:
SYMTOMPS OF FAREWELL:
Toen de oproep tot de Islam volledig was gegroeid en het nieuwe geloof de gehele situatie domineerde, begon de Boodschapper van Allah ﷺ bepaalde symptomen te vertonen die duidden op een naderend afscheid. Deze konden worden waargenomen door zijn uitspraken en daden:
When the Call to Islam grew complete and the new faith dominated the whole situation. The Messenger of Allâh (Peace be upon him) started to develop certain symptoms that bespoke of leave-taking. They could be perceived through his statements and deeds:
1. In de ramadan in het tiende jaar van Al-Hijra trok hij zich twintig dagen terug, in tegenstelling tot tien voorheen.
1. In Ramadan in the tenth year of Al-Hijra he secluded himself for twenty days in contrast to ten, previously.
2. De aartsengel Gabriël nam de Qur’ân twee keer met hem door. 3. Zijn woorden tijdens de Afscheidsbedevaart (dat wil zeggen Al-Wida‘):
2. The archangel Gabriel reviewed the Qur’ân twice with him. 3. His words in the Farewell Pilgrimage (i.e. Al-Wida‘):
4. “Ik weet niet of ik u na dit huidige jaar ooit nog op deze plaats zal ontmoeten.”
4. “I do not know whether I will ever meet you at this place once again after this current year.”.
5. De openbaring van de soera An-Nasr tijdens de dagen van At-Tashreeq. Toen deze aan hem werd geopenbaard, besefte hij dat het tijd was voor het afscheid en dat de soera een aankondiging was van zijn naderende dood.
5. The revelation of An-Nasr Chapter amid At-Tashreeq Days. So when it was sent down on him, he realized that it was the parting time and that Surah was an announcement of his approaching death.
6. In de vroege dagen van Safar in het elfde jaar van Al-Hijra, trok de Profeet ﷺ naar Uhud en hield hij een afscheidsgebed voor de martelaren. Het leek op het nemen van afscheid van zowel de doden als de levenden. Hij klom vervolgens op de kansel en sprak de mensen toe met de woorden:
6. On the early days of Safar in the eleventh year of Al-Hijra, the Prophet (Peace be upon him) went out to Uhud and observed a farewell prayer to the martyrs. It looked like saying goodbye to both the dead and the living alike. He then ascended the pulpit and addressed the people saying:
7. “Ik zal voor jullie uitgaan en ik ben een getuige over jullie. Bij Allâh, jullie zullen mij zeer spoedig bij de ‘Fountain’ ontmoeten. Mij zijn de sleutels van de wereldse schatten gegeven. Bij Allâh, ik vrees niet voor jullie dat jullie polytheïsten zullen worden na mij. Maar ik vrees dat het vergaren van wereldse rijkdommen jullie zal verleiden om elkaars nek door te snijden.”
7. “I am to precede you and I have been made witness upon you. By Allâh, you will meet me at the ‘Fountain’ very soon. I have been given the keys of worldly treasures. By Allâh, I do not fear for you that you will turn polytheists after me. But I do fear that acquisition of worldly riches should entice you to strike one another’s neck.”.
8. Op een dag, rond middernacht, ging hij naar de Al-Baqee‘ begraafplaats en smeekte Allâh om de martelaren van de Islam te vergeven. Hij zei: “Vrede zij met jullie, bewoners van de graven! Moge die ochtend die voor jullie aanbreekt verlostender zijn dan die welke voor de levenden aanbreekt. Beproevingen naderen hen als donkere wolkenmassa's van een duistere nacht — waarvan de laatste de eerste volgt. De laatste draagt meer kwaad in zich dan de eerste.” Hij troostte hen door te zeggen: “Wij zullen jullie volgen.”
8. One day, at midnight he went to Al-Baqee‘ cemetry, and implored Allâh to forgive the martyrs of Islam. He said: “Peace be upon you tomb-dwellers! May that morning that dawns upon you be more relieving than that which dawn upon the living. Afflictions are approaching them like cloudy lumps of a dark night — the last of which follows the first. The last one is bearing more evil than the first.” He comforted them saying: “We will follow you.”.
HET BEGIN VAN DE ZIEKTE:
THE START OF THE DISEAS:
Op maandag de negendeentwintigste van Safar in het elfde jaar van Al-Hijra nam hij deel aan begrafenisrituelen in Al-Baqee‘. Op de terugweg kreeg hij hoofdpijn; zijn temperatuur steeg zo hoog dat de hitte voelbaar was boven zijn hoofdband.
On Monday the twenty-ninth of Safar in the eleventh year of Al-Hijra, he participated in funeral rites in Al-Baqee‘. On the way back he had a headache, his temperature rose so high that the heat effect could be felt over his headband.
Hij leidde de moslims elf dagen lang in het gebed, hoewel hij ziek was. Het totale aantal van zijn ziektedagen was dertien of veertien.
He led the Muslims in prayer for eleven days though he was sick. The total number of his sick days were either thirteen or fourteen.
DE LAATSTE WEEK:
THE LAST WEEK:
Toen zijn ziekte verergerde, vroeg hij aan zijn vrouwen: “Waar zal ik morgen verblijven?” “Waar zal ik verblijven?” Zij begrepen wat hij wilde. Dus lieten zij hem verblijven waar hij maar wilde. Hij verplaatste zich naar de kamer van ‘Aishah, terwijl hij leunde — tijdens het lopen — op Al-Fadl bin Al-‘Abbas en ‘Ali bin Abi Talib. Met een verbonden hoofd sleep hij zijn voeten voort totdat hij haar verblijfplaats bereikte. Het was daar dat hij de laatste week van zijn leven doorbracht.
When his sickness grew severe he asked his wives: “Where shall I stay tomorrow?” “Where shall I stay?” They understood what he wanted. So they allowed him to stay wherever he wished. He moved to ‘Aishah’s room leaning — while he was walking — on Al-Fadl bin Al-‘Abbas and ‘Ali bin Abi Talib. Head banded as he was, he dragged his feet till he came into her abode. It was there that he spent the last week of his life.
Tijdens die periode reciteerde ‘Aishah Al-Mu‘awwidhat (de hoofdstukken 113 en 114 van de Qur’ân) en andere smeekbeden die hij haar al had geleerd.
During that period, ‘Aishah used to recite Al-Mu‘awwidhat (Chapters 113 and 114 of the Qur’ân) and other supplications which he had already taught her.
VIJF DAGEN VOOR DE DOOD:
FIVE DAYS BEFORE DEATH:
Op woensdag, vijf dagen voordat hij stierf, steeg de temperatuur van de Profeet ﷺ zo hoog, wat de ernst van zijn ziekte aangaf. Hij raakte buiten bewustzijn en leed aan pijn. “Giet zeven Qirab (waterzakken) van verschillende waterputten over mij uit, zodat ik naar buiten kan gaan om mensen te ontmoeten en met hen te spreken.” Dus zij zetten hem in een bak (meestal gebruikt voor het wassen) en goten water over hem uit totdat hij zei: “Dat is genoeg. Dat is genoeg.”
On Wednesday, five days before he died the Prophet’s temperature rose so high signalling the severeness of his disease. He fainted and suffered from pain. “Pour out on me seven Qirab (water skin pots) of various water wells so that I may go out to meet people and talk to them.” So they seated him in a container (usually used for washing) and poured out water on him till he said: “That is enough. That is enough.”.
Toen voelde hij zich goed genoeg om de Moskee binnen te gaan. Hij ging naar binnen met een gebonden hoofd, zat op de minbar en hield een toespraak tot de mensen die zich om hem heen verzamelden. Hij zei:
Then he felt well enough to enter the Mosque. He entered it band-headed, sat on the pulpit and made a speech to the people who were gathering together around him. He said:
• “De vloek van Allâh valt op de Joden en Christenen, omdat zij de graven van hun Profeten tot gebedsplaatsen hebben gemaakt.”
• “The curse of Allâh falls upon the Jews and Christians for they have made their Prophets’ tombs places of worship.”.
Toen zei hij:
Then he said:
• “Maak mijn graf niet tot een aanbeden afgod.”
• “Do not make my tomb a worshipped idol.”.
Toen bood hij zichzelf aan en nodigde hij de mensen uit om eventuele onrechtmatigheden te vergoed die hij hen mogelijk had aangedaan, zeggende:
Then he offered himself and invited the people to repay any injuries he might have inflicted on them, saying:
•“Degene wiens rug ik ooit heb geslagen, ik bied hem mijn rug aan, zodat hij wraak op mij kan nemen. Degene wiens eer ik ooit heb geschonden, hier bied ik mijn eer aan, zodat hij wraak op mij kan nemen.”
•“He whom I have ever lashed his back, I offer him my back so that he may avenge himself on me. He whom I have ever blasphemed his honour, here I am offering my honour so that he may avenge himself.”.
VIER DAGEN VOOR ZIJN OVERLEDEN:
FOUR DAYS BEFORE HIS DEATH:
Op donderdag, vier dagen voor het overlijden van de Boodschapper van Allah ﷺ, zei hij tegen de mensen — hoewel hij leed aan hevige pijn: “Kom hier. Ik zal jullie iets laten schrijven, zodat jullie nooit in dwaling zullen vervallen.” Hierop zei ‘Umar bin Al-Khattab: “De Profeet van Allah ﷺ lijdt aan hevige pijn en jullie hebben de Qur’ân bij jullie; het Boek van Allah is voldoende voor jullie.” Anderen wilden echter dat er geschreven zou worden. Toen Muhammad ﷺ hen over dit onderwerp hoorde debatteren, beval hij hen weg te gaan en hem alleen te laten.
On Thursday, four days before the death of the Messenger of Allâh (Peace be upon him), he said to people — though he was suffering from a severe pain: “Come here. I will cause you to write something so that you will never fall into error.” Upon this ‘Umar bin Al-Khattab said: “The Prophet of Allâh (Peace be upon him) is suffering from acute pain and you have the Qur’ân with you; the Book of Allâh is sufficient unto you.” Others however wanted the writing to be made. When Muhammad (Peace be upon him) heard them debating over it, he ordered them to go away and leave him alone.
DE DAG DAT HIJ DRIE ZAKEN AANBEVEELDE:
THE DAY HE RECOMMENDED THREE THINGS:
1. Joden, christenen en polytheïsten moeten uit Arabië worden verdreven.
1. Jews, Christians and polytheists should be expelled out of Arabia.
2. Hij raadde aan dat delegaties geëerd en ontvangen zouden moeten worden op een wijze die vergelijkbaar is met de wijze waarop hij dat deed.
2. He recommended that delegations should be honoured and entertained, in a way similar to the one he used to do.
3. Wat de derde betreft — de verteller zei dat hij deze vergeten was. Het had het vasthouden aan het Heilige Boek en de profetische traditie (Sunnah) kunnen zijn. Het was waarschijnlijk het voltooien en de mobilisatie van het leger van Osamah, of het had het verrichten van gebeden en het aandacht schenken aan slaven kunnen zijn.
3. As for the third — the narrator said that he had forgotten it. It could have been adherence to the Holy Book and the Sunnah. It was likely to be the accomplishment and the mobilization of Osamah’s army, or it could have been performance of prayers and being attentive to slaves.
Ondanks de zware last van ziekte en het lijden aan pijn, leidde de Profeet ﷺ alle gebeden tot die donderdag — vier dagen voordat hij stierf. Op die dag leidde hij het maghribgebed en reciteerde:
In spite of the strain of disease and suffering from pain, the Prophet (Peace be upon him) used to lead all the prayers till that Thursday — four days before he died. On that day he led the sunset prayer and recited:
• ○ “Bij de winden (of engelen of de Boodschappers van Allah) die een na de andere worden uitgezonden.” [77:1], In de avond werd hij zo ziek dat hij de inspanning van de ziekte niet kon weerstaan of naar buiten kon gaan om de Moskee te betreden. ‘Aishah zei: De Profeet ﷺ vroeg: “Heeft het volk het gebed verricht?” “Nee. Dat hebben ze niet. Ze wachten op u.” “Doe wat water in de waskom,” zei hij. Wij deden wat hij beval. Dus hij waste zich en wilde opstaan, maar hij viel flauw. Toen hij bij bewustzijn kwam, vroeg hij opnieuw: “Heeft het volk gebeden?” Toen vond dezelfde reeks gebeurtenissen steeds opnieuw plaats voor de tweede en de derde keer, van het moment dat hij zich waste tot het moment dat hij flauwviel na zijn pogingen om op te staan. Daarom stuurde hij Abu Bakr om zelf het gebed te leiden. Abu Bakr leidde toen het gebed tijdens die dagen. Het waren zeventien gebeden in het leven van Muhammad ﷺ.
• ○ “By the winds (or angels or the Messengers of Allâh) sent forth one after another.” [77:1], In the evening he grew so sick that he could not overcome the strain of disease or go out to enter the Mosque. ‘Aishah said: The Prophet (Peace be upon him) asked: “Have the people performed the prayer?” “No. They haven’t. They are waiting for you.” “Put some water in the washing pot.” Said he. We did what he ordered. So he washed and wanted to stand up, but he fainted. When he came round he asked again “Have the people prayed?” Then the same sequence of events took place again and again for the second and the third tifrom the time he washed to the time he fainted after his attempts to stand up. Therefore he sent to Abu Bakr to lead the prayer himself. Abu Bakr then led the prayer during those days. They were seventeen prayers in the lifetime of Muhammad(Peace be upon him).
EEN DAG OF TWEE DAGEN VOOR HET OVERLIJDEN:
A DAY OR TWO PRIOR TO DEATH:
Op zaterdag of op zondag voelde de Profeet ﷺ dat hij goed genoeg was om het gebed te verrichten; dus ging hij naar buiten, leunend op twee mannen, om het middaggebed te verrichten. Abu Bakr, die op dat moment op het punt stond om het gebed te leiden, trok zich terug toen hij hem zag aankomen; maar de Profeet ﷺ maakte een gebaar om hem te laten blijven waar hij was en zei: “Laat mij naast hem zitten.” Zij lieten hem aan de linkerkant van Abu Bakr zitten. De Profeet ﷺ leidde het gebed, en Abu Bakr volgde hem en verhief zijn stem bij elke ‘Allâhu Akbar’ (dat wil zeggen: Allah is de Grootste) die de Profeet ﷺ uitsprak, zodat de mensen het duidelijk konden horen.
On Saturday or on Sunday, the Prophet (Peace be upon him) felt that he was well enough to perform the prayer; so he went out leaning on two men in order to perform the noon prayer. Abu Bakr, who was then about to lead the prayer withdrew when he saw him coming; but the Prophet (Peace be upon him) made him a gesture to stay where he was and said: “Seat me next to him.” They seated him on the left hand side of Abu Bakr. The Prophet (Peace be upon him) led the prayer, and Abu Bakr followed him and raised his voice at every ‘Allâhu Akbar’ (i.e. Allâh is the Greatest) the Prophet (Peace be upon him) said, so that the people may hear clearly.
EEN DAG VOOR ZIJN OVERLEDEN:
A DAY BEFORE HIS DEATH:
Op zondag, een dag voordat hij stierf, liet de Profeet ﷺ zijn slaven vrij, gaf hij de zeven dinaren die hij bezat als liefdadigheid en gaf hij zijn wapens als geschenk aan de moslims. Toen de nacht viel, moest ‘Aishah wat olie lenen van haar buurvrouw om haar olielamp te ontsteken. Zelfs zijn harnas was verpand als onderpand bij een Jood voor dertig Sa‘ (een kubieke maat) gerst.
On Sunday, a day before he died, the Prophet (Peace be upon him) set his slaves free, paid as a charity the seven Dinars he owned and gave his weapons as a present to the Muslims. So when night fell ‘Aishah had to borrow some oil from her neighbour to light her oil-lantern. Even his armour was mortgaged as a security with a Jew for thirty Sa‘ (a cubic measure) of barley.
DE LAATSTE DAG DAT IK LEVEN:
THE LAST DAY ALIVE:
In een overlevering van Anas bin Malik zei hij: “Terwijl de moslims op maandag het ochtendgebed verrichtten — geleid door Abu Bakr, waren zij verrast om te zien dat de Boodschapper van Allah ﷺ het gordijn van de kamer van ‘Aishah optilde. Hij keek naar hen terwijl zij netjes in de gelederen bidden en glimlachte vrolijk. Toen Abu Bakr hem zag, trok hij zich terug om zich bij de rijen te voegen en hem de ruimte te geven om het gebed te leiden. Want hij dacht dat de Profeet ﷺ naar buiten wilde gaan om te bidden.” Anas zei: “De moslims, die aan het bidden waren, waren zo verheugd dat zij bijna te vervuld waren in hun gebed. De Boodschapper van Allah ﷺ maakte een gebaar om hen hun gebed te laten voortzetten, ging de kamer binnen en trok het gordijn weer dicht.”
In a narration by Anas bin Malik, he said: “While the Muslims were performing the dawn prayer on Monday — led by Abu Bakr, they were surprised to see the Messenger of Allâh (Peace be upon him) raising the curtain of ‘Aishah’s room. He looked at them while they were praying aligned properly and smiled cheerfully. Seeing him, Abu Bakr withdrew to join the lines and give way to him to lead the prayer. For he thought that the Prophet (Peace be upon him) wanted to go out and pray.” Anas said: “The Muslims, who were praying, were so delighted that they were almost too enraptured at their prayers. The Messenger of Allâh (Peace be upon him) made them a gesture to continue their prayer, went into the room and drew down the curtain.”.
De Boodschapper van Allah ﷺ leefde niet tot het volgende gebedstijdstip. Toen het overdag was, riep de Profeet ﷺ Fatimah en vertelde haar iets op een geheime toon waardoor zij huilde. Daarna fluisterde hij nog iets tegen haar waardoor zij lachte. ‘Aishah vroeg het haar na de dood van de Profeet ﷺ over dit huilen en lachen, waarop Fatimah antwoordde: “De eerste keer onthulde hij aan mij dat hij niet zou herstellen van zijn ziekte en ik huilde. Daarna vertelde hij mij dat ik de eerste uit zijn familie zou zijn die zich bij hem zou voegen, dus ik lachte.””
The Messenger of Allâh (Peace be upon him) did not live for the next prayer time. When it was daytime, the Prophet (Peace be upon him) called Fatimah and told her something in a secret voice that made her cry. Then he whispered to her something else which made her laugh. ‘Aishah enquired from her after the Prophet’s death, as to this weeping and laughing to which Fatimah replied: “The first time he disclosed to me that he would not recover from his illness and I wept. Then he told me that I would be the first of his family to join him, so I laughed.”.
Hij bracht Fatimah goed nieuws dat zij de leidster van alle vrouwen van de wereld zou worden. Fatimah was getuige van de grote pijn die haar vader trof. Dus zei zij: “Wat een grote pijn is mijn vader aan het ondergaan!”. Op deze woorden merkte de Profeet ﷺ op:
DE PROFET ﷺ STERFT:
THE PROPHET BREATHES HIS LAST:
Toen de doodsstrijd begon, leunde ‘Aishah hem tegen haar aan. Zij zei gewoonlijk: "Een van de gunsten van Allâh voor mij is dat de Boodschapper van Allâh ﷺ in mijn huis stierf, terwijl ik nog in leven ben. Hij stierf tussen mijn borst en mijn nek terwijl hij tegen mij aan leunde. Allâh heeft zijn speeksel met het mijne vermengd bij zijn dood." Want ‘Abdur Rahman — de zoon van Abu Bakr — kwam binnen met een Siwak in zijn hand, terwijl ik de Boodschapper van Allâh ﷺ tegen mij aan leunde. Ik merkte dat hij naar de Siwak keek, dus vroeg ik hem — want ik wist dat hij deze wilde — "Zal ik hem voor je aannemen?" Hij knikte instemmend. Ik nam hem aan en gaf hem aan hem. Omdat hij te hard voor hem was, vroeg ik hem: "Zal ik hem voor je zacht maken?" Hij knikte instemmend. Dus ik maakte hem zacht met mijn speeksel en hij gebruikte hem (op zijn tanden). In een andere versie wordt gezegd: "Dus hij poetste (Istanna) zijn tanden zo goed als hij kon." Er was een waterbeker (Rakwa) bij zijn hand met wat water erin. Hij stak zijn hand erin, veegde zijn gezicht ermee af en zei:
When the pangs of death started, ‘Aishah leant him against her. She used to say: One of Allâh’s bounties upon me is that the Messenger of Allâh (Peace be upon him) died in my house, while I am still alive. He died between my chest and neck while he was leaning against me. Allâh has mixed his saliva with mine at his death. For ‘Abdur Rahman — the son of Abu Bakr — came in with a Siwak (i.e. the root of a desert plant used for brushing teeth) in his hand, while I was leaning the Messenger of Allâh (Peace be upon him) against me. I noticed that he was looking at the Siwak, so I asked him — for I knew that he wanted it — “Would you like me to take it for you?” He nodded in agreement. I took it and gave it to him. As it was too hard for him, I asked him “Shall I soften it for you?” He nodded in agreement. So I softened it with my saliva and he passed it (on his teeth), In another version it is said: “So he brushed (Istanna) his teeth as nice as he could.” There was a water container (Rakwa) available at his hand with some water in. He put his hand in it and wiped his face with it and said:
• “Er is geen god dan Allâh. De dood is vol van kwellingen.”.
• “There is no god but Allâh. Death is full of agonies.”.
Zodra hij klaar was met het poetsen met zijn Siwak, hief hij zijn hand of zijn vinger op, keek hij omhoog naar het plafond en bewoog hij zijn lippen. Dus 'Aishah luisterde naar hem. Ze hoorde hem zeggen: “Samen met hen op wie U Uw Genade hebt neergekomen, met de Profeten en de Waarheidsgetrouwen (As-Siddeeqeen), de martelaren en de deugdzamen. O Allâh, vergeef mij en wees mij genadig en verenig mij met de Hoge Gezelschap.” Vervolgens sprak hij met tussenpozen deze woorden uit: “Het meest verheven Gezelschap in de hoogte. Tot Allâh keren wij en tot Hem keren wij terug voor hulp en de laatste verblijfplaats.” Deze gebeurtenis vond plaats in de vroege ochtend op maandag, de twaalfde van Rabi‘ Al-Awwal, in het elfde jaar van Al-Hijrah. Hij was drieënzestig jaar en vier dagen oud toen hij stierf.
DE ZORGEN VAN DE METGECELLEN OVER HET OVERLIJDE VAN DE PROFET ﷺ:
THE COMPANIONS' CONCERN OVER THE PROPHET'S DEATH:
Het grote (verlies)nieuws werd al snel bekend bij iedereen in Madinah. Donker verdriet verspreidde zich over alle gebieden en horizonten van Madinah. Anas zei:
The great (loss) news was soon known by everybody in Madinah. Dark grief spread on all areas and horizons of Madinah. Anas said:
• “Ik heb nooit een dag meegemaakt die beter of stralender was dan de dag waarop de Boodschapper van Allah ﷺ bij ons kwam; en ik heb nooit een dag meegemaakt die verschrikkelijker of donkerder was dan de dag waarop de Boodschapper van Allah ﷺ stierf.”
• “I have never witnessed a day better or brighter than that day on which the Messenger of Allâh (Peace be upon him) came to us; and I have never witnessed a more awful or darker day than that one on which the Messenger of Allâh (Peace be upon him) died on.”.
Toen hij stierf, zei Fatimah: “O vader, tot wie zijn Heer zijn smeekbede heeft verhoord! O vader, wiens verblijfplaats het Paradijs is. O vader, aan wie ik zijn dood zal aankondigen aan Gabriël.”
When he died, Fatimah said: “O Father, whom his Lord responded to his supplication! O Father, whose abode is Paradise. O Father, whom I announce his death to Gabriel.”
DE HOUDING VAN ‘UMAR:
‘UMAR ATTITUDE:
‘Umar, die zo verbijsterd was dat hij bijna het bewustzijn verloor en voor de mensen stond om hen toe te spreken: “Sommige van de hypocrieten beweren dat de Boodschapper van Allah ﷺ is gestorven. De Boodschapper van Allah ﷺ is niet gestorven, maar is naar zijn Heer gegaan op dezelfde manier als Moses bin ‘Imran deed. Hij bleef veertig nachten weg, maar kwam uiteindelijk terug, hoewel zij zeiden dat hij dood was. Bij Allah, de Boodschapper van Allah ﷺ zal terugkeren en hij zal de handen en de voeten afhakken van degenen die zijn dood beweren.”
‘Umar, who was so stunned that he almost lost consciousness and stood before people addressing them: “Some of the hypocrites claim that the Messenger of Allâh (Peace be upon him) died. The Messenger of Allâh (Peace be upon him) did not die, but went to his Lord in the same way as Moses bin ‘Imran did. He stayed away for forty nights, but finally came back though they said he had been dead. By Allâh, the Messenger of Allâh (Peace be upon him) will come back and he will cut off the hands and legs of those who claim his death.”
DE HOUDING VAN ABU BAKR:
ABU BAKR'S ATTITUDE:
Abu Bakr verliet zijn huis in As-Sunh en kwam op de rug van een merrie naar de Moskee. Bij de Moskee daalde hij af en ging hij naar binnen. Hij sprak met niemand, maar ging door totdat hij de woning van ‘Aishah betrad, en ging rechtstreeks naar de plek waar de Boodschapper van Allah ﷺ was. De Profeet ﷺ was bedekt met een Jemenitische mantel. Hij ontblootte zijn gezicht, boog zich voorover, kuste hem en huilde. Toen zei hij: “Mijn vader en moeder zijn het offer voor jou waard. Allah zal je werkelijk niet twee keer laten sterven. Je hebt zojuist de dood ervaren die Allah heeft bepaald.”
Abu Bakr left his house at As-Sunh and came forth to the Mosque on a mare-back. At the Mosque, he dismounted and entered. He talked to nobody but went on till he entered ‘Aishah’s abode, and went directly to where the Messenger of Allâh (Peace be upon him) was. The Prophet (Peace be upon him) was covered with a Yemeni mantle. He uncovered his face and tended down, kissed him and cried. Then he said: “I sacrifice my father and mother for your sake. Allâh, verily, will not cause you to die twice. You have just experienced the death that Allâh had ordained.”.
Toen ging hij naar buiten en zag hij ‘Umar met mensen praten. Hij zei: “‘Umar, ga zitten.” ‘Umar weigerde dit te doen. De mensen maakten ruimte tussen ‘Umar en Abu Bakr en kwamen naar Abu Bakr toe, die een toespraak begon met de woorden: “En nu, wie Muhammad ﷺ aanbidt: Muhammad is nu overleden. Maar wie Allâh aanbidt, Hij is de Eeuwig Levende en Hij sterft nooit. Allâh zegt:”
Then he went out and found ‘Umar talking to people. He said: “‘Umar, be seated.” ‘Umar refused to do so. People parted ‘Umar and came towards Abu Bakr, who started a speech saying: l “And now, he who worships Muhammad (Peace be upon him). Muhammad is dead now. But he who worships Allâh, He is Ever Living and He never dies. Allâh says:
“Muhammad ﷺ is niets meer dan een Boodschapper, en inderdaad (veel) Boodschappers zijn hem voorgegaan. Als hij sterft of wordt gedood, zullen jullie dan op jullie hielen omdraaien (als ongelovigen)? En wie op zijn hielen omdraait, zal Allah geen enkele schade berokkenen, en Allah zal degenen die dankbaar zijn belonen.” [3:1].
‘Muhammad (Peace be upon him) is no more than a Messenger, and indeed (many) Messengers have passed away before him. If he dies or is killed, will you then turn back on your heels (as disbelievers)? And he who turns back on his heels, not the least harm will he do to Allâh, and Allâh will give reward to those who are grateful.’” [3:1].
Ibn ‘Abbas zei: “Bij Allâh, het klonk alsof mensen nog nooit zo’n Qur’ânische vers hadden gehoord totdat Abu Bakr het reciteerde als een herinnering. Dus mensen begonnen het te reciteren totdat er geen man meer was die het niet had gereciteerd.” Ibn Al-Musaiyab zei dat ‘Umar had gezegd: “Bij Allâh, zodra ik Abu Bakr het hoorde zeggen, viel ik op de grond. Ik voelde alsof mijn benen niet meer in staat waren mij te dragen, dus ik stortte in toen ik hem het hoorde zeggen. Pas toen realiseerde ik me dat Muhammad ﷺ werkelijk was overleden.”