2. De tweede fase: Vestiging
2. The Second Stage: Establishment
Deze fase vertegenwoordigt het tijdperk van de Rechtgeleide Kaliefen en de belangrijkste metgezellen (Sahabah) van de Profeet ﷺ. Het strekt zich uit van het kalifaat van Abu Bakr (632-634 n.Chr.) tot de periode waarin de islamitische staat tijdens de eerste twintig jaar van deze fase snel werd uitgebreid naar Syrië, Jordanië, Egypte, Irak en Perzië. Hierdoor kwamen moslims plotseling in contact met totaal nieuwe systemen, culturen en gedragspatronen waarvoor geen specifieke bepalingen te vinden waren in de wetten van de sharia. Om met de talrijke nieuwe problemen om te gaan, vertrouwden de Rechtgeleide Kaliefen zwaar op besluiten door consensus (Ijma’) evenals zelfstandige rechtsvinding (Ijtihad), waarin zij waren opgeleid door de Profeet ﷺ terwijl zij bij hem waren na zijn migratie naar Madeenah. In de loop van hun uitgebreide gebruik van consensus (Ijma’) en zelfstandige rechtsvinding (Ijtihad), stelden deze kaliefen procedures vast die later de basis vormden voor wetgeving in de Islam, zijnde de islamitische jurisprudentie (Fiqh).
This stage represents the era of the Righteous Caliphs94 and the major Sahaabah (companions of the Prophet (s.w.). It extends from the caliphate of Abu Bakr (632-634CE) to the Islamic state were rapidly expanded during the first twenty years of this stage to include Syria, Jordan, Egypt, Iraq, and Persia. Thus, Muslims were suddenly brought into contact with totally new systems, cultures, and patterns of behavior for which specific provision was not to be found in the laws of Sharee’ah. To deal with the numerous new problems, the Righteous Caliphs relied heavily on decisions by consensus (Ijmaa’) as well as Ijtihaad, in which they had been trained by the Prophet (s.w.) while they were with him after his migration to Madeenah. In the course of their extensive use of Ijmaa’ and Ijtihaad, these caliphs established procedures which later became the basis for legislation in Islaam, that is Fiqh.
In dit gedeelte zullen we, in enige mate van detail, de probleemoplossende procedures onderzoeken die zijn ontwikkeld door de Rechtvaardige Kaliefen en de algemene benadering die individuele metgezellen (Sahabah) gebruikten bij het maken van deducties. We zullen ook proberen aan te tonen waarom deze periode relatief vrij was van het factionalisme dat latere perioden kenmerkte, en we zullen bepaalde kenmerken van de islamitische jurisprudentie (Fiqh) tijdens deze periode opmerken, waarvan sommige in sterk contrast staan met latere ontwikkelingen.
In this section we shall examine, in some detail, the problem-solving procedures developed by the Righteous Caliphs and the general approach used by individual Sahaabah in making deductions. We shall also attempt to show why this period was comparatively free of that factionalism which marked later periods, and we shall note certain characteristics of Fiqh during this period, some of which are in strong contrast with later developments.