3. Toelaatbaarheid van bepaalde principes
3. Admissibility Of Certain Principles
Onder de imams waren er enkelen die een aantal controversiële principes ontwikkelden waarop zij sommige van hun uitspraken baseerden. Als gevolg hiervan werden zowel de uitspraken als de principes een bron van meningsverschillen onder juristen. Zo erkende de meerderheid van de juristen de geldigheid van consensus (Ijma’) onder de generaties na de metgezellen (Sahabah), terwijl imam ash-Shaafi’ee de voorkom ervan in twijfel trok, terwijl imam Ahmad het geheel afwees. Evenzo verwierp de meerderheid van de juristen de afhankelijkheid van imam Maalik van de gebruiken van de inwoners van Madeenah als een bron van wetgeving. En het principe van Istihsaan van imam Abu Haneefah en Maaliks Istislaah werden beide door imam ash-Shaafi’ee niet toegestaan, omdat zij volgens hem te onafhankelijk waren van de Qur’aan, de profetische traditie (Sunnah) en consensus (Ijma’). Dat wil zeggen, zij vertrouwden naar zijn mening te veel op menselijke redenering.
There were among the Imaams some who developed a number of controversial principles on which they based some of their rulings. As a result, both the rulings and the principles became source of differences among jurists. For example, the majority of jurists recognized the validity of Ijmaa’ among the generations after the Sahaabah, but Imaam ash-Shaafi’ee questioned its occurrence while Imaam Ahmad rejected it outright. Similarly the majority of jurists rejected Imaam Maalikreliance on the customs of the Madeenites as a source of legislation. And Imaam Abu Haneefah’s principle of Istihsaan and Maalik’s Istislaah were both disallowed by Imaam ash-Shaafi’ee as being too independent of the Qur’aan, the Sunnah, and Ijmaa’. That is to say, they relied too much, in his opinion, on human reasoning.
Aan de andere kant vond imam ash-Shaafi’ee dat de mening van de metgezellen (Sahabah) geaccepteerd moest worden in juridische zaken, terwijl anderen vonden dat het slechts hun eigen redenering was die niet bindend was voor latere generaties.181
On the other hand, Imaam ash-Shaafi’ee felt that the opinion of the Sahaabah had to be accepted on legal matters, while others felt that it was only reasoning on their part which was not binding later generations.181
181 Asbaab Ikhtilaaf al-Fuqahaa, pp. 126-138. Zie ook Raf ‘ul-Malaam ‘anil-A’immah al-A’laam, pp. 11-49
181 Asbaab Ikhtilaaf al-Fuqahaa, pp. 126-138. See also Raf ‘ul-Malaam ‘anil-A’immah al-A’laam, pp. 11-49