De Jareeree Madh-hab
The Jareeree Madh-hab
De Stichter: imam At-tabaree (839-923 n.Chr.)
The Founder: Imaam At-tabaree (839-923 Ce)
Deze Madh-hab werd gesticht door Muhammad ibn Jareer ibn Yazeed at-Tabaree, die werd geboren in de provincie Tabaristan in het jaar 839 n.Chr. Hij verwierf een hoog niveau van bekwaamheid in de gebieden van overlevering (Hadith), islamitische jurisprudentie (Fiqh) en geschiedenis. Als reizende jurist bestudeerde hij de systemen van imam Abu Haneefah, imam Maalik, imam ash-Shafi’ee en anderen. Gedurende de eerste tien jaar na zijn terugkeer uit Egypte volgde hij strikt de Shaafi’ee Madh-hab. Aan het einde van die periode stichtte hij een eigen school, waarvan de volgelingen zichzelf Jareerieten noemden naar de naam van zijn vader. Maar zijn Madh-hab verviel relatief snel in de vergetelheid.
This Madh-hab was founded by Muhammad ibn Jareer ibn Yazeed at-Tabaree who was born in the province of Tabaristan in the year 839 CE. He acquired a high degree of proficiency in the fields of Hadeeth, Fiqh, and history. As a travelling jurist, he studied the systems of Imaam Abu Haneefah, Imaam Maalik, Imaam ashShafi’ee and others. For the first ten years after his return from Egypt he strictly followed the Shaafi’ee Madh-hab. At the end of that period he founded a school of his own, whose followers called themselves Jareerites after his father’s name. But his Madh-hab and fell comparatively quickly into oblivion.
Ibn Jareer was het meest bekend om zijn uitmuntende Koranexegese (Tafsir) van de Qur’aan, die hij Jaami’al-Bayaan noemde, maar die bekend werd als Tafseer at-Tabaree. Van even groot belang en bekendheid was zijn geschiedenis van de wereld genaamd Taareekh ar-Rusul wal-Mulook, algemeen bekend als Taareekh at-Tabaree.152
Ibn Jareer was most noted for his outstanding Tafseer of the Qur’aan which he called Jaami’al-Bayaan, but which became known as Tafseer at-Tabaree. Of equal importance and fame was his history of the world called Taareekh ar-Rusul wal-Mulook, commonly known as Taareekh at-Tabaree.152
Samenvatting van de sectie
Section Summary
1. De belangrijkste Madh-habs waren: de Hanafee Madh-hab, de Maalikee Madh-hab, de Shaafi’ee Madh-hab, de Hambalee Madh-hab en de Zaydee Madh-hab. Deze hebben grotendeels overleefd dankzij de steun van de staat en een groep uitzonderlijke studenten uit de eerste generatie.
1. The major Madh-habs were : the Hanafee Madh-hab, the Maalikee Madh-hab, the Shaafi’ee Madh-hab, the Hambalee Madh-hab, and the Zaydee Madh-hab. These survived largely because of state support and a body of outstanding first generation students.
2. De belangrijkste van de kleinere Madh-habs waren: de Awzaa’ee Madh-hab, de Laythee Madh-hab, de Thawree Madh-hab, de DHaahiree Madh-hab en de Jareeree Madh-hab. Deze zijn verdwenen, hetzij vanwege politieke factoren, hetzij omdat hun studenten er niet in slaagden de uitspraken van de oprichters voor de nageslacht vast te leggen.
2. The most important of the minor Madh-habs were: the Awzaa’ee Madh-hab, the Laythee Madh-hab, the Thawree Madh-hab, the DHaahiree Madh-hab and the Jareeree Madh-hab. These went out of existence either because of political factors or because their students failed to record the rulings of the founders for posterity.
3. De belangrijkste bronnen van de islamitische wetgeving waar alle grote Madh-habs het over eens zijn, waren: de Qur’aan, de profetische traditie (Sunnah), de consensus (Ijma’) van de metgezellen (Sahabah) en analogie (Qiyas).
3. The principal sources of Islamic law agreed upon by all the major Madh-habs were: the Qur’aan, the Sunnah, Ijmaa’ of the Sahaabah and Qiyaas.
4. Alle grote Madh-habs hebben voorwaarden gesteld voor de aanvaarding van de profetische traditie (Sunnah) als een primaire bron van de islamitische wetgeving:
4. All of the major Madh-habs set conditions for the acceptance of the Sunnah as a primary source of Islamic law:
(a) De Hanafee Madh-hab stelde dat de overlevering (Hadith) algemeen bekend (Mash-hoor) moest zijn.
(a) The Hanafee Madh-hab stipulated that the Hadeeth be widely known (Mash-hoor).
(b) Het Maalikee Madh-hab vereiste dat de overlevering (Hadith) niet in strijd was met de consensus (Ijma’) van de inwoners van Madeenah.
(b) The Maalikee Madh-hab required that the Hadeeth not contradict the Ijmaa’ of the Madeenites.
(c) De Shaafi’ee Madh-hab hield erop aan dat de overlevering (Hadith) authentiek (Saheeh) moest zijn
(c) The Shaafi’ee Madh-hab insisted that the Hadeeth be authentic (Saheeh)
152 Tareekh at-Tshree’ al-Islaamee, pp. 182, 183.
152 Tareekh at-Tshree’ al-Islaamee, pp. 182, 183.