Het Laythee Madh-hab
The Laythee Madh-hab
De Stichter: imam Al-layth (716-791 n.Chr.)
The Founder: Imaam Al-layth (716-791 Ce)
Deze madh-hab werd vernoemd naar al-Layth ibn Sa’d, die in het jaar 716 n.Chr. in Egypte werd geboren van Perzische afkomst. Na een uitgebreide studie van alle destijds bekende gebieden van de islamitische wetenschap, werd al-Layth de belangrijkste geleerde van Egypte. Hij was een tijdgenoot van zowel imam Abu Haneeah als imam Maalik. In feite voerde hij via de post een debat met imam Maalik over verschillende punten van de islamitische wetgeving, waarvan één de opname van het Medinese gewoonterecht door Maalik als een onafhankelijke bron van de islamitische wetgeving was.
This Madh-hab was named after al-Layth ibn Sa’d who was born in Egypt of Persian parentage in the year 716 CE. After an extensive study of all the then known areas of Islamic learning, alLayth became the major scholar of Egypt. He was contemporary of both Imaam Abu Haneeah and Imm Maalik. In fact he carried on a debate with Imaam Maalik by mail on various points of Islamic law, one of which was Maalik’s inclusion of Madeenite custom as an independent source of Islamic law.
Redenen voor het verdwijnen van de madh-hab
Reasons For The Madh-hab’s Disappearance
Het madh-hab van imam al-Layth verdween kort na zijn dood in 791 CE om de volgende redenen:
Imaam al-Layth’s Madh-hab disappeared shortly after his death in 791 CE for the following reasons:
(a) Hij heeft noch zijn juridische meningen en de bewijzen daarvan volgens zijn interpretaties van de Qur'aan, de profetische traditie (Sunnah) en de juridische standpunten van de metgezellen (Sahabah), verzameld, gedicteerd of zijn volgelingen geïnstrueerd om deze vast te leggen. Hierdoor is er van zijn Madh-hab zeer weinig bewaard gebleven, afgezien van enkele verwijzingen in de vroege boeken over vergelijkende islamitische jurisprudentie (Fiqh).
(a) He neither, compiled, dictated, nor instructed his followers to record his legal opinions and their proofs according to his interpretations of the Qur’aan, Sunnah and legal positions of the Sahaabah. Thus, very little remains of his Mdh-hab beyond a few references in the early books of comparative Fiqh.
(b) Het aantal studenten onder al-Layth was klein en aangezien niemand van hen een vooraanstaand jurist werd, bevonden zij zich niet in een invloedrijke positie om zijn Madh-hab te populariseren.
(b) The number of students under al-Layth was small and since none of them became outstanding jurists, they were not in an influential position to popularize his Madh-hab.
(c) Ash-Shaafi’ee, een van de meest vooraanstaande geleerden in de islamitische jurisprudentie (Fiqh), vestigde zich in Egypte onmiddellijk na de dood van al-Layth, en zijn Madh-hab verving al snel die van al-Layth.
(c) Ash-Shaafi’ee, one of the most outstanding Fiqh scholars, settled in Egypt Immediately after al-Layth’s death and his Madh-hab quickly displaced of al-Layth.
Het is interessant op te merken dat imam ash-Shaafi’ee, die uitgebreid had gestudeerd onder Maalik en onder de studenten van al-Layth, naar verluidt had opgemerkt dat al-Layth een grotere jurist was dan Maalik, maar dat zijn studenten hem verwaarloosden.141
It is interesting to note that Imaam ash-Shaafi’ee who had studied extensively under Maalik and under al-Layth’s students was reported to have observed that al-Layth was a greater jurist than Maalik, but his students neglected him.141