Vier wegen waardoor zonden een mens kunnen binnendringen
Four ways through which sins may invade a person
Aangezien het uitgangspunt van het kwaad van overspel het zien is, heeft Allah ~ de moslims bevolen hun blik neer te slaan; want het kwaad begint met een blik, gevolgd door een gevoel van hartstocht, dan dichterbij komen, en tenslotte het zondige daad plegen. (1) Het kijken naar het verboden is de voornaamste manier om hartstocht op te wekken, en wie zich daarvan onthoudt, heeft inderdaad zijn of haar kuisheid bewaard. De Profeet ﷺ zei: "Kijk niet een tweede keer, want terwijl je niet schuldig bent aan de eerste blik, heb je geen recht op de tweede." De Profeet ﷺ zei ook: "Een blik is een van de giftige pijlen van Iblis (Satan), dus wie zijn ogen neerslaat van het kijken naar de schoonheid van een vrouw, zal Allah voor hem een aanbidding doen voortbrengen waarvan hij de zoetheid zal ervaren." De Profeet ﷺ zei ook: "Pas op! Vermijd het zitten op de wegen." Zij (de mensen) zeiden: "O Gezant van Allah! Wij kunnen niet anders dan op de wegen zitten, want dit zijn onze plaatsen waar we met elkaar praten." De Profeet ﷺ antwoordde: "Als je moet zitten, geef de weg dan wat hem toekomt." Zij vroegen: "Wat is het recht van de weg, o Gezant van Allah?" Hij ﷺ antwoordde: "Het neerslaan van je blik, het zich onthouden van het schaden van anderen, het beantwoorden van een groet, en het gebieden van wat goed is en het verbieden van wat kwaad is." (5) Staren ligt ten grondslag aan enkele van de voornaamste rampen die de mensheid treffen. Kijken wekt inderdaad verlangen op; verlangen wekt gedachten op; gedachten wekken hartstocht op; hartstocht wekt wilskracht op die verandert in sterke vastberadenheid, en eindigt in een daad, zolang er geen belemmering is. In deze context werd gezegd: "Geduld bij het neerslaan van de blik is gemakkelijker (om mee om te gaan) dan het geduld met de pijn van de gevolgen van die blik." (2) Verlangens en neigingen zijn het uitgangspunt van goed en kwaad, en uit hen ontstaan wil en vastberadenheid. Daarom: wie zijn/haar begeerten beheerst, heeft zichzelf werkelijk beheerst; en wie zich overgeeft aan zijn/haar eigen begeerten, zal erdoor overweldigd worden, maar wie zijn/haar neigingen gering acht, zal hem/haar leiden tot zijn/haar eigen ondergang. Begeerten blijven het hart naderen totdat ze wensen worden, zoals Allah ~ heeft gezegd: ( .. als een hallucinatie in de woestijn. De dorstige meent dat het water is totdat hij er bij komt, en hij vindt dat het niets is; maar hij vindt Allah bij zich, Die hem zijn volle loon zal geven. Allah is snel in het afrekenen) 1 De meest verachte mensen, wat hun vastberadenheid betreft, zijn zij die feiten omzetten in valse wensen, en deze opvolgen in hun armzalige leven. Deze valse wensen zijn schadelijk voor de mens, want ze wekken een gevoel van futloosheid en apathie op, en brengen een gevoel van nalatigheid, berouw en spijt voort. Wanneer de wenser de werking van de waarheid in zijn/haar lichaam mist, schetst hij/zij het beeld ervan in zijn/haar hart, en zo raakt hij/zij tevreden met illusoire beelden die door zijn/haar eigen gedachten worden opgeroepen, wat hem/haar nooit enige werkelijke voldoening in het leven zal brengen. Zijn/haar voorbeeld is dat van een persoon die zowel honger als dorst heeft en beelden van eten en drinken in zijn/haar geest oproept, zonder enig eten of drinken om zijn/haar honger en dorst te stillen. Het aanvaarden van zo'n geestestoestand toont een lage mate van zelfrespect en is ook een schande; want de waardigheid en zuiverheid van het zelf ligt in het afwijzen van elke onwerkelijke begeerte of fantasie. De begeerten van de mens kunnen in vier categorieën worden verdeeld: begeerten waarmee de mens wereldse voordelen verkrijgt, begeerten waarmee hij zijn wereldse problemen verjaagt, begeerten waarmee hij voordeel verkrijgt in het Hiernamaals, en begeerten waarmee hij elke schade in het Hiernamaals afwendt. Een verstandig mens aarzelt niet om de begeerten te verkiezen die hem/haar voordelen in het Hiernamaals opleveren, door het Welbehagen van zijn/haar Heer te zoeken. Zulke verlangens en gedachten worden ingedeeld naar hun prioriteit: Ten eerste, nadenken over de Openbaring en het begrijpen van haar betekenis. Allah ~ heeft haar niet neergezonden alleen om haar voor te dragen. Haar voordracht is eerder slechts een middel om een mens in staat te stellen over haar context na te denken. Een geleerde uit het verleden zei: "De Koran is neergezonden om ernaar te handelen; maak dus haar voordracht tot praktijk!" Ten tweede, nadenken over de Tekenen van Allah en ze gebruiken als bewijs ter bevestiging van Allah's Namen, Eigenschappen, Wijsheid, Welwillendheid en Vrijgevigheid, aangezien Allah ~ Zijn dienaren heeft aangespoord om over Zijn Tekenen na te denken en ze te begrijpen. Ten derde, denken aan Allah's Weldadigheid, Vergevingsgezindheid, Barmhartigheid, Geduld, en het schenken van Zijn Zegeningen aan Zijn dienaren. Deze drie soorten overpeinzing brengen uit het hart voort: de kennis, liefde en vrees voor Allah, die stevig gevestigd kunnen worden door de gedachtenis van Allah ~. Ten vierde, denken aan de gebreken van het zelf en van iemands daden. Deze gedachte heeft een groot nuttig effect, want zij breekt het zelf dat tot het kwade aanzet, waardoor het hart in een rustige wereld kan leven. Ten vijfde, denken aan de plicht van de tijd en haar functie, en alle zorgen daaromheen richten, om te voorkomen dat ook maar een fractie ervan verloren gaat. Alle voordelen worden immers uit de tijd voortgebracht, en elke verspilde tijd blijft onherstelbaar. Een Shafi'itische geleerde zei: "Ik ben met soefi's omgegaan en ik heb van hen niets geprofiteerd, behalve van twee uitspraken: ten eerste hun zeggen: 'De tijd is een zwaard; als je het niet doorsnijdt, zal het jou doorsnijden.' Ten tweede: 'Als je jezelf niet bezighoudt met de waarheid, zal zij je bezighouden met de onwaarheid.'" De tijd van een mens is inderdaad zijn levensduur; zij is een weg die leidt naar zijn eeuwige gezegende leven (in het Paradijs), of de weg naar zijn eeuwige gekwelde leven (in het Hellevuur). Zij gaat sneller voorbij dan de wolken trekken. Elke tijd die een mens besteedt aan gehoorzaamheid aan Allah is inderdaad zijn of haar ware leven, maar al het andere kan niet als zijn of haar leven worden beschouwd; zelfs als hij of zij het al heeft geleefd, zou zijn of haar leven vergeleken kunnen worden met dat van dieren. Zelfs een persoon die Sa/at verricht, verkrijgt van zijn of haar Sa/at niet meer dan wat hij of zij ervan onthoudt; daarom is het leven van de mens alleen dat wat besteed wordt aan gehoorzaamheid aan Allah ~, en al het andere is slechts de influisteringen van de duivel en valse wensen. Je moet weten dat een verlangen op zich niemand schaadt; wat schadelijk is, is erop ingaan of erop reageren. Een verlangen is als een voorbijganger; als je het negeert, zal het weggaan, maar als je het binnenlaat, zal het je betoveren met zijn misleidende praatjes. Allah ~ heeft in de mens twee soorten zielen geplaatst: een ziel die gebiedt en een ziel die tot rust is gekomen, en ze staan tegenover elkaar; wat voor de ene licht is, is zwaar voor de andere, en wat de ene bevredigt, kwelt de andere. Een engel bevindt zich aan de rechterkant van het hart, terwijl een duivel zich aan de linkerkant bevindt. Er is een voortdurende strijd, totdat de ziel haar leven in deze wereld voltooit. Alle valsheid staat aan de kant van de duivel en de ziel die tot het kwade gebiedt; terwijl alle waarheid aan de kant van de engel en de tot rust gekomen geest blijft. De voortdurende strijd wordt vastgelegd, en de overwinning wordt behaald door iemands geduld. Wie volhardt, geduld toont en Allah vreest, zal een goed einde hebben in deze wereld en in het Hiernamaals. Allah ~ heeft bepaald dat er een gezegend einde zal zijn voor de vromen. (3) Spraak moet bewaard worden en alleen gebruikt worden voor wat nuttig is. Men moet alleen datgene zeggen wat nuttig is voor zijn of haar religie (Deen). Men moet twee keer nadenken voordat men een woord uitspreekt, en of het nuttig is voor de religie of niet; als er geen voordeel is in het zeggen ervan, moet men zich onthouden van het uitspreken ervan; maar als er enig voordeel in is, mag men de gelegenheid om het te zeggen niet verspillen. Als men getuigenis wil afleggen over wat er in de harten van anderen omgaat, moet men hun uitingen in overweging nemen. In feite onthult de tong de toestand van het hart, of de eigenaar ervan dat nu wil of niet! Yahya bin Mu'adh zei: "Harten zijn als kookpotten met hun kokende inhoud, en tongen zijn hun opscheplepels. Wanneer een mens spreekt, schept zijn tong op wat er in zijn hart is; zoet of zuur." Anas bin Malik ~ meldde dat de Profeet ~ zei: "Het Iman (geloof) van een mens is niet recht totdat zijn hart recht is; en zijn hart is niet recht totdat zijn tong recht is." 1 Abdullah bin Mas'ud ~ meldde dat de Profeet ~ zei: "Bij Hem in Wiens Hand mijn ziel is, een mens is geen moslim totdat zijn hart en tong onderworpen zijn." 2 Aan de Profeet ~ werd gevraagd naar de meest voorkomende zaken die mensen naar de Hel brengen, waarop hij ~ antwoordde: "De mond en de geslachtsdelen." 3 Mu'adh vroeg de Profeet ~ naar een daad die hem zou kunnen laten toetreden tot het Paradijs en hem weg zou houden van het Vuur. Toen vertelde de Profeet ~ hem dat de wortel van een zaak de Islam is, de contouren ervan Salat (gebeden) en de top ervan het streven in de Zaak van Allah (jihad). Vervolgens vroeg hij ~: "Zal ik je vertellen wat aan de basis van dit alles ligt?" Mu'adh antwoordde: "Zeker, Boodschapper van Allah." De Profeet ~ pakte zijn tong vast en zei: "Houd dit in toom." Mu'adh zei: "Zullen we ter verantwoording worden geroepen voor wat we zeggen?" Hij ~ antwoordde: "Moge je moeder je verliezen! Zullen mensen niet met het gezicht naar beneden in de Hel worden geworpen uitsluitend vanwege de oogst van hun tong?" 1 Wat verbazingwekkend is, is het feit dat er gevallen zijn waarin iemand het gemakkelijk kan vinden zich te onthouden van het plegen van Haram, zoals: overtreden, ontucht plegen, stelen, wijn drinken of naar het verboden kijken, en toch moeite heeft om de bewegingen van zijn/haar tong te beheersen, en je ziet hem woorden uitspreken die de Vloek van Allah ~ over hem/haar afroepen! Zo'n geval wordt genoemd in de overlevering van Jundub bin Abdullah ~, die zei: "De Profeet ﷺ vertelde dat iemand zei: 'Allah zal die en die nooit vergeven.' Waarop Allah ~ zei: 'Wie is hij die bij Mij zweert dat Ik die en die niet zal vergeven? Ik heb die en die vergeven en jouw daden uitgewist' (de daden van degene die zwoer dat Allah die persoon niet zou vergeven)."2 Zo werden de daden van die vrome man, die Allah ~ zijn hele leven had aanbeden, uitgewist vanwege één zin die hij had uitgesproken! Over dezelfde overlevering zei Abu Hurayrah ~: "De man sprak één woord uit dat zijn leven in deze wereld en het Hiernamaals vernietigde!" Abu Hurayrah ~ zei: "De Profeet ﷺ zei: 'Een dienaar (van Allah) kan een woord uitspreken dat Allah behaagt, zonder er veel belang aan te hechten; en daardoor zal Allah ~ hem tot hogere graden (van beloning) verheffen. En een dienaar (van Allah) kan een woord uitspreken (zonder nadenken) dat Allah mishaagt, zonder stil te staan bij de ernst ervan; en daardoor zal hij in het Vuur van de Hel worden geworpen.'"3 Bilal bin Al-Harith ~ meldde dat de Profeet ﷺ zei: "Een mens spreekt een goed woord uit, zonder de waarde ervan te beseffen; en Allah schrijft hem daarvoor Zijn welbehagen toe tot de dag dat hij Hem ontmoet. Een mens spreekt ook een slecht woord uit, zonder het belang ervan te beseffen, en Allah schrijft hem daarvoor Zijn mishagen toe tot de dag dat hij Hem ontmoet."4 'Alqamah zei altijd: "De overlevering van Bilal bin Al-Harith heeft mij ervan weerhouden veel woorden te spreken!" Anas bin Malik ~ zei: "Toen een van de metgezellen overleed, zei een man: 'Verheug u over zijn Paradijs.' Maar de Profeet ﷺ zei: 'Zegt u dit terwijl u niet weet of hij misschien sprak over wat hem niet aanging, of gierig was over iets waarbij hij geen verlies zou hebben geleden?'"5 Abu Hurayrah ~ meldde dat de Profeet ﷺ zei: "Wie in Allah en de Laatste Dag gelooft, moet goed spreken of zwijgen." 6 Abu Hurayrah ~ heeft ook overgeleverd dat de Profeet ﷺ zei: "Een deel van de voortreffelijkheid van iemands Islam is dat hij laat wat hem niet aangaat." 1 Sufyan bin Abdillah At-Thaqafi ~ zei: "Ik zei: 'Gezant van Allah, vertel mij iets over de Islam waarover ik niemand anders dan u zou kunnen vragen'. Hij ﷺ zei: 'Zeg: "Ik geloof in Allah", en blijf dan op het rechte pad.' Ik zei: 'Gezant van Allah, wat is het ding waar u het meest voor mij bang voor bent?' Hij ﷺ pakte zijn eigen tong vast en zei: 'Deze!'" 2 Umm Habibah ~, de echtgenote van de Profeet ﷺ, heeft overgeleverd dat de Profeet ﷺ zei: "Alles wat een zoon van Adam zegt, telt tegen hem en niet ten gunste van hem, behalve: het aanbevelen van wat goed is, het verbieden van wat verwerpelijk is, of het gedenken van Allah." 3 In een andere overlevering zei de Profeet ﷺ dat wanneer een man 's ochtends opstaat, alle ledematen zich voor de tong vernederen en zeggen: "Vrees Allah om onzentwil, want wij zijn van jou afhankelijk; als jij recht bent, zijn wij recht, maar als jij krom bent, zijn wij krom." 4 De geleerden hebben van mening verschild over de vraag of alles wat een persoon uitspreekt wordt opgetekend, of alleen wat betrekking heeft op goed en kwaad, waarbij de eerste opvatting meestal wordt aangehouden, omdat Allah ~ zegt: {Hij uit geen woord of er is een waakzame engel bij hem klaar om het op te tekenen.} 5 Er zijn twee grote kwalen die met de tong verband houden; als een man van de ene is gevrijwaard, is hij niet van de andere gevrijwaard; dit zijn de kwalen van "spreken" en "zwijgen". De ene kan een grotere zonde zijn dan de andere; want een man die over de waarheid zwijgt is een "stomme duivel", ongehoorzaam aan Allah ~; terwijl de man die onwaarheid spreekt een "sprekende duivel" is, ongehoorzaam aan Allah ~. Rechtschapen mensen zijn degenen die hun tong bedwingen om onwaarheid uit te spreken, maar die haar losmaken om te spreken over wat voor hen nuttig is in hun Hiernamaals. Een persoon kan op de Dag der Opstanding komen met goede daden ter grootte van bergen, en toch zijn ze door zijn tong verwoest; of een persoon kan komen met slechte daden ter grootte van bergen, maar hij zal ontdekken dat zijn tong ze heeft vernietigd door voortdurende gedachtenis van Allah! (4) Voetstappen moeten bewaakt worden in die zin dat men zijn voeten moet gebruiken om hem te brengen waar hij de Beloning van Allah moet verdienen, en niet Zijn Vloek. Aangezien een misstap zowel met de voet als met de tong verband houdt, worden beide in het Vers genoemd, zoals Allah ~ zei: ( De Trouwe Dienaren van de Meest Barmhartige (Allah) zijn degenen die met nederigheid en bedaardheid over de aarde wandelen, en wanneer de dwazen hen aanspreken (met slechte woorden), antwoorden zij met zachte woorden van vriendelijkheid. ) 6 Allah ~ beschreef Zijn Trouwe Dienaren met oprechtheid in hun woorden en voetstappen.
Since the starting point for the evil of adultery is the vision, Allah ~ has commanded Muslims to lower their gaze ; because evil starts with a glance, followed by a feeling of passion , then moving closer, and finally in committing the sinful act. (1) Looking at the unlawful is the main way to generate passion, and so whoever abstains from it, has indeed preserved his/her chastity. The Prophet~ said: "Do not take a second look, because while you are not to blame for the first, you have no right for the second."3 The Prophet :I; also said: "A look is one of the poisonous arrows of Iblis (Satan), so whoever lowers his eyes from looking at a woman's beauty, Allah would produce for him an act of worship whose sweetness he would experience ."4 The Prophet ~ also said: "Beware! Avoid sitting on the roads." They (the people) said: "O Messenger of Allah! We can't help sitting (on the roads) as these are our places where we chat." The Prophet ~ replied: "If you have to sit, then pay the road its right." They asked: "What is the right of the road, 0 Messenger of Allah?" He ~ answered: "Lowering your gaze, refraining from harming others, returning a greeting, and enjoining what is good, and forbidding what is evil. " 5 Staring lies behind some of the main calamities which afflict mankind. Indeed, looking produces desire; desire produces thoughts; thoughts produce passion; passion produces will power which turns into strong determination, and ends up as an action, as long as there is no impediment. In this context, it was said: "Patience in lowering one's gaze is easier (to deal with) than the patience with the pain of the aftermath of that gaze." (2) Desires and inclinations are the starting point of good and evil, and it is from them that will and determination are generated. Therefore, whoever controls his/her desires has indeed controlled him/herself; and whoever surrenders to his/her own desires, would be overwhelmed by them, but whoever thinks little of his/her inclinations, they would guide him to his/herself-destruction. Desires keep on approaching the heart until they become wishes, as Allah ~ has said: ( .. .like a mirage in a desert. The thirsty one thinks it to be water until he comes up to it, he finds it to be nothing; but he finds Allah with him, Who will pay him his due. Allah is Swift in taking account) 1 The most despised people, in terms of their determination, are those who tum facts into false wishes, and observe these in their mean lives. These false wishes are damaging to man, as they generate a sense of lassitude and apathy, and produce a feeling of negligence, remorse and regret. When the wisher misses the interaction of the truth within his/her body, he/she depicts its picture in his/her heart, and so he/she becomes contented with illusionary images portrayed by his/her own thoughts, which never brings him/her any real satisfaction in life. His/her example is like that of a person who is both hungry and thirsty, picturing images of food and drink in his/her mind, without having any food or drink to ease his/her hunger and thirst. Accepting such a state of mind shows a low degree of the self esteem and is also a disgrace; because the dignity and purity of the self lies in rejecting any unreal desire or fantasy. Man's desires may be divided into four categories: Desires with which man attains worldly benefits, desires with which he drives away his worldly problems, desires with which he attains benefit in the Hereafter, and desires with which he drives away any harm in the Hereafter. A reasonable person would not hesitate to prefer desires which would gain him/her the benefits in the Hereafter, by seeking the Pleasure of his/her Lord. Such desires and thoughts are defined according to their priorities: First, reflecting on the Revelation and understanding its meaning. Allah ~ did not send it down just to recite it. Rather, its recitation is just a means to enable a person to ponder on its context. One past scholar said: "The Qur'an was revealed to be implemented on; so turn its recitation into practice!" Second, reflecting on Allah's Signs and using them as evidence to confirm Allah's Names, Attributes, Wisdom, Benevolence and Generosity, as Allah ~ has urged His Servants to reflect on His Signs and understand them. Third, thinking of Allah's Beneficence, Forgiveness, Mercy, Patience, and bestowing His Blessings upon His Servants. These three types of reflection extract from the heart: the knowledge, love, and fear of Allah, which may be firmly established by the remembrance of Allah ~- Fourth , thinking of the defects of the self and of one's actions. This thought has a great beneficial effect, as it breaks the self which commands evil, allowing one's heart to live in a serene world. Fifth, thinking of the duty of time and its function , and directing all worries around it, to avoid wasting any fraction of it. In fact , all benefits are generated from time, and any wasted time remains irreplaceable. A scholar Shafi'i said: "I have accompanied Sufi people and I have not benefited from them , except for two expressions: first, from their saying: "Time is a sword; if you do not cut it, it will cut you." Second, "If you do not occupy yourself with the truth , it will occupy you with falsehood. " A person's time is indeed his/her lifetime ; it is a way leading to his/her eternal blessed life (in Paradise), or the way to his/her eternal tormented life (in the Hell-Fire). It passes by faster than the clouds move. Whatever time a person spends in obedience to Allah is indeed his/her true life , but whatever else cannot regarded as his/her life; even if he/she has already lived it, his/her life could be compared to that of animals . Even a person performing Sa/at does not gain from his/her Sa/at except that which he/she remembers of it; therefore man's life is only that spent in obedience to Allah ~ . and everything else is but the devil's whisperings and false wishes. You should know that a desire in itself does not harm anyone; what is harmful is interacting or reacting to it. A desire is like a passer-by; if you ignore it, it will go away; but if you invite it in, it would bewitch you with its deceptive speech. Allah ~ has placed two kinds of selves in man: a self that is commanding and a self that is peaceful, and they oppose eachother; whatever is light for one is heavy for the other, and whatever satisfies one torments the other. An Angel is on the right side of the heart, while a devil is on the left side of it. There is an on-going battle, until the self completes its life in this world. All falsehood is on the side of the devil and the self commanding evil; while all the truth stays on the side of the Angel and the peaceful mind. The on-going battle is recorded, and victory is gained by one ' s patience. Whoever endures, shows patience and fears Allah would have a good ending in this world and the Hereafter. Allah ~ has decreed that there will be a blessed end is for the pious. (3) Speech should be preserved and used only for what is beneficial. One should say only that which is beneficial to one's Deen (religion). One should think twice before uttering a word, and whether it is useful for one's religion or not; if there is no gain in saying it, one should abstain from uttering it; but if there is any benefit in it, one should not waste the opportunity of saying it. If one wants to give evidence about what is inside the hearts ( of others) , one should consider their expressions. In fact, the tongue reveals the condition of the heart, whether its owner likes it or not! Yahya bin Mu'adh said: "Hearts are like cooking pots with their boiling contents, and tongues are their ladles. When a man speaks, his tongue scoops up what is inside his heart; sweet or sour." Anas bin Malik ~ reported that the Prophet ~ said: "A man's Iman (faith) is not straight until his heart is straight; and his heart is not straight until his tongue is straight." 1 Abdullah bin Mas'ud ~ reported that the Prophet ~ said: "By Him in Whose Hand my soul is, a man is not a Muslim till his heart and tongue are submissive."2 The Prophet ~ was asked about the most common things which bring people into Hell, to which he ~ replied: "The mouth and the private parts."3 Mu'adh asked the Prophet~ about a deed which could cause him to be admitted into Paradise and would keep him away from the Fire. So the Prophet ~ informed him that the root of a matter is Islam, its contours Sa/at (Prayers) and its peak is striving in the Cause of Allah (Jihad). Then he ~ asked: "Shall I tell you of that which is at the bottom of all this?" Mu'adh replied: "Certainly, Messenger of Allah." The Prophet~ took hold of his tongue and said: "Keep this under control." Mu'adh said: "Shall we be called to account in respect of that which we say?" He ~ answered: "May your mother lose you! Will people not be thrown face down into Hell only on account of the harvest of their tongue?" 1 What is amazing is the fact that there are cases where a person may find it easy to abstain from consuming Haram such as: transgressing, fornicating, stealing, drinking wine or looking at the unlawful, yet finds it hard to control the movements of his/her tongue, and you see him uttering words that invite the Curse of Allah ~ upon him/her! Such case is mentioned in the Hadith of Jundub bin Abdullah ~ who said: "The Prophet ~ stated that a person said: "Allah would not forgive such and such person." Whereupon Allah ~ said: "Who is he who adjures about Me that I would not grant pardon to so and so; I have granted pardon to so and so and blotted out your deeds (the deeds of the one who took an oath that Allah would not grant pardon to that person)."2 So that devout man who had worshipped Allah ~ all his life had his deeds blotted out for a single phrase that he had uttered! Reporting the same Hadith, Abu Hurayrah ~ said: "The man uttered a single word which destroyed his life in this world and the Hereafter!" Abu Hurayrah ~ said: "The Prophet ~ said: "A Servant ( of Allah) may utter a word which pleases Allah, without giving it much importance; and because of that Allah ~ will raise him to degrees ( of reward); and a Servant ( of Allah) may utter a word (carelessly) which displeases Allah, without thinking of its gravity; and because of that he will be thrown into the Hell-Fire."3 Bilal bin Al-Harith ~ reported that the Prophet ~ said: " A man speaks a good word, not realising its worth; for which Allah records for him with His Good Pleasure till the day he meets Him. A man also speaks an evil word, not realising its importance, for which Allah records for him His Displeasure till the day he meets Him. "4 'Alqamah used to say: " The Hadith of Bilal bin AI-Harith prevented me from saying many words!" Anas bin Malik ~ said: "When one of the companions died a man said: 'Rejoice over his Paradise.' But the Prophet ~ said: 'Do you say this when you do not know whether he perhaps spoke about that which did not concern him, or was niggardly about something which would have caused him no loss?"' 5 Abu Hurayrah ~ reported that the Prophet ~ said: " Whoever believes in Allah and the Last Day should speak good or be silent. " 6 Abu Hurayrah ~ also reported that the Prophet :j said: "A part of the excellence of a man's Islam is his leaving alone that which does not concern him." 1 Sufyan bin Abdillah At-Thaqafi ~ said: "I said: 'Messenger of Allah, tell me something about Islam of which I would not be able to ask anyone other than you'. He :i said: "Say: 'I believe in Allah', then go straight." I said: 'Messenger of Allah, What is the thing you fear most for me?' He :j took hold of his own tongue and said: "This!"2 Umm Habibah ,$,, the wife of the Prophet :I, reported that the Prophet :I said: "Everything a son of Adam says counts against him and not in his favour, except: recommending what ever is good, prohibiting what ever is objectionable, or making mention of Allah."3 In another Hadith, the Prophet :j said that when a man gets up in the morning, all the limbs humble themselves before the tongue and say: "Fear Allah for our sake, for we are dependent on you; if you are straight we are straight, but if you are crooked we are crooked. "4 The scholars have differed about whether everything a person utters is recorded or simply that regarding good and evil, with the first opinion being mostly considered, because Allah ~ said: (Not a word does he (or she) utter but there is a watcher by him ready to record it.)5 There are two great ailments related to the tongue; if a man is safe from one, he is not safe from the other; they are the ailments of "speech" and "silence". One can be a greater sin than the other; for a man who keeps silent about the truth is a "dumb devil", disobedient to Allah ~; while the man who speaks falsehood is a "speaking devil", disobedient to Allah ~- Righteous people are those who restrain their tongues from uttering falsehood, but loosen them to speak about whatever is beneficial for them in their Hereafter. A person could come on the Day of Resurrection with good deeds , the size of mountains, yet they were ruined by his/her tongue; or a person could come with bad deeds, the size of mountains, but he/she would find that his/her tongue destroyed them with constant remembrance of Allah! (4) Footsteps should be preserved in the sense that one has to use his feet to take one to where one should gain the Reward of Allah, not His Curse. Since a slip is related to the foot as well as to the tongue, they were both mentioned in the Verse, as Allah ~ said: ( The Faithful Servants of the Most Gracious (Allah) are those who walk on the earth with humility and sedateness, and when the foolish address them (with bad words) they reply back with mild words of gentleness. ) 6 Allah ~ described His Faithful Servants with straightness in their words and footsteps.
3 Opgetekend door Abu Dawud in het "Boek van het Huwelijk", hoofdstuk 43; At-Tirmidhi in het boek "Al-Adah", hoofdstuk 28; Ahmad in zijn Musnad (5/351, 353, 357). 4 Opgetekend door Ahmad in zijn Musnad (5/323). 5 Opgetekend door Al-Bukhari in het "Boek van Al-Madhalim", hoofdstuk 22; Muslim in het "Boek van de Kleding", overlevering 114; Abu Dawud in het boek "Al-Adah", hoofdstuk 12; Ahmad in zijn Musnad (3/36, 47, 61). I Soera an-Nur, vers 39. I Opgetekend door Ahmad in Musnad (3/198). 2 Opgetekend door Ahmad en Al-Bayhaqi in Shu'ab Al-Iman. 3 Opgetekend door At-Tirmidhi in het "Boek van de Vroomheid", hoofdstuk 12; Ibn Maajah in het "Boek van Zuhd", hoofdstuk 29; Ahmad in zijn Musnad (2/291, 392). I Opgetekend door Al-Bukhari in het "Boek van de Eden", hoofdstuk 19, en in het boek "Al-Ahkam", hoofdstuk 2; door Muslim in het "Boek van de Eden", overlevering 237; An-Nassai in het "Boek van de Eden", hoofdstuk 7; Ahmad in zijn Musnad (1/176, 182). 2 Opgetekend door Muslim in het "Boek van de Vroomheid", overlevering 137. 3 Opgetekend door Al-Bukhari in zijn boek "Ar-Riqaq", hoofdstuk 23; Al-Muwatta' in het "Boek van de Spraak", overlevering 6. 4 Opgetekend door At-Tirmidhi in het boek "Az-Zuhd", hoofdstuk 10, 12. 5 Opgetekend door At-Tirmidhi in het boek "Az-Zuhd", hoofdstuk 11. 6 Opgetekend door Al-Bukhari in het boek "Al-Adah", hoofdstuk 31; Muslim in het "Boek van de Eden", overlevering 74; Al-Muwatta' in het boek "De Eigenschappen van de Profeet ﷺ", overlevering 22; Ahmad in zijn Musnad (2/174, 267). 1 Opgetekend door At-Tirmidhi in het boek "Az-Zuhd", hoofdstuk 11; Al-Muwatta' in het "Boek van het Goede Karakter", overlevering 3; Ahmad in zijn Musnad (1/201). 2 Opgetekend door Muslim in het "Boek van de Eden", overlevering 62; Ahmad in zijn Musnad (3/413) (4/385). 3 Opgetekend door At-Tirmidhi in het boek "Az-Zuhd", hoofdstuk 63. 4 Opgetekend door At-Tirmidhi in het boek "Az-Zuhd", hoofdstuk 61; Ahmad in zijn Musnad (3/96). 5 Soera Qaf, vers 1
3 Recorded by Abu Dawud in the "Book of Marriage", chapter 43; At- Tirmidhi in the book, "Al-Adah" , chapter 28; Ahmad in his Musnad (5 / 351, 353, 357). 4 Recorded by Ahmad in his Musnad (5/ 323). 5 Recorded by Al-Bukhari in the "Book of Al-Madhalim", chapter 22; Muslim in the "Book of Clothing", Hadith 114; Abu Dawud in the book, "Al-Adah", chapter 12; Ahmad in his Musnad(3/ 36, 47 , 61). I Surat an-Nur, Verse 39. I Recorded by Ahmad in Musnad (3 / 198). 2 Recorded by Ahmad and Al-Bayhaqi, in Shu 'ab Al-Iman . 3 Recorded by At-Tirmidhi in the "Book of Piety", chapter 12; Ibn Maajah in the "Book of Zuhcf', chapter 29; Ahmad in his Musnad (2/291, 392). I Recorded by Al-Bukhari in the "Book of Oaths", chapter 19 , and in the book, "Al-Ahkam", chapter 2; by Muslim in the "Book of Oaths", Hadith 237 ; An-Nassai in the "Book of Oaths", chapter 7; Ahmad in his Musnad (I / 176, 182). 2 Recorded by Muslim in the "Book of Piety", Hadith 13 7. 3 Recorded by Al-Bukhari in his book of"Ar-Riqaq", chapter 23 ; Al- Muwatta' in the "Book of Speech", Hadith 6. 4 Recorded by At-Tirmidhi in the book, "A z-Zuhd'', chapter 10, 12 . 5 Recorded by At-Tirmidhi in the book, "Az-Zuhd'', chapter 11 . 6 Recorded by Al-Bukhari in the book, "Al-Adah", chapter 31 ; Muslim in the ' Book of Oaths", Hadith 74 ; Al-Muwatta' in the book, "The Attributes of the Prophet ~ ", Hadith 22; Ahmad in his Musnad (2 / 174, 267) . 1 Recorded by At-Tinnidhi in the book, " Az-Zuhcf', chapter I I; Al- Muwatta' in the "Book of Good Character", Hadith 3; Ahmad in his Musnad (11201). 2 Recorded by Muslim in the "Book of Oaths" , Hadith 62; Ahmad in his Musnad (3 / 413) (4/ 385). 3 Recorded by At-Tinnidhi in the book, "Az-Zuhcf', chapter 63 . 4 Recorded by At-Tinnidhi in the book, "Az-Zuhcf ', chapter 61 ; Ahmad in his Musnad (3 / 96). 5 Surat Al-Qaf, Verse 1