1.21 De Verzameling van de Qur’an
1.21 The Collection Of The Qur’an
Al-Bukhari overleverde dat Zaid ibn Thabit zei: Abu Bakr liet mij roepen op het moment van de slachting van de mensen van al-Yamamah en cUmar was bij hem. Abu Bakr zei: ‘cUmar kwam naar mij en zei: “De slachting van mensen was zeer omvangrijk op de dag van al-Yamamah en ik vrees dat de doden zullen toenemen onder de recitators in deze gevechten, zodat veel van de Qur’an zal verdwijnen tenzij zij het verzamelen.” Ik geloof dat de Qur’an verzameld moet worden.’ Abu Bakr zei: ‘Ik zei tegen cUmar: “Hoe kan ik iets doen wat de Boodschapper van Allah ﷺ niet heeft gedaan?” cUmar zei: “Dat is, bij Allah, goed,” en cUmar gaf niet op om op de zaak terug te komen totdat Allah mijn borst daarvoor verruimde, en ik kwam tot de mening die cUmar had.’ Zaid zei: cUmar zat bij hem en sprak niet. Abu Bakr zei: ‘Jij bent een intelligente jonge man en wij hebben geen twijfels over jou. Jij schreef de openbaring voor de Boodschapper van Allah ﷺ; zoek de Qur’an op en verzamel het.’ Bij Allah, als hij mij de verantwoordelijkheid had opgelegd om een van de bergen te verplaatsen, zou dat niet zwaarder voor mij zijn geweest dan wat zij mij opdroegen te doen, namelijk het verzamelen van de Qur’an. Ik zei: ‘Hoe kunnen jullie beiden iets doen wat de Profeet ﷺ niet heeft gedaan?’ Waarna Abu Bakr zei: ‘Dat is, bij Allah, goed,’ en hij bleef erop aandringen totdat Allah mijn borst verruimde voor datgene wat Hij de borsten van Abu Bakr en cUmar had verruimd.’