3.3 Een observatie
3.3 An Observation
Mu'awiyah had Umar ibn al-Khattab zeer hardnekkig onder druk gezet om Cyprus te overvallen en dit over zee te doen, dus schreef Umar aan 'Amr ibn al-'As: 'Beschrijf de zee aan mij en degene die erop reist.' Hij schreef aan hem: 'Ik heb een grote schepping gezien, waarop een kleine schepping vaart. Als zij stil ligt, doorboort zij de harten, en als zij beweegt, ontzagwekkend voor de verstandelijke vermogens. Daarin worden de verstandelijke vermogens klein, en de foutieve daden groot, en daarin zijn zij als larven op een stuk hout. Als zij kantelt, zinkt zij, en als zij snel is, dringt zij de golf binnen en duikt daarin.' Toen Umar de brief las, schreef hij aan Mu'awiyah: 'Bij Allah, ik zal nooit een moslim daarop vervoeren.' Ibn Jarir zei: 'Mu'awiyah voerde de expeditie tegen Cyprus uit tijdens de tijd van 'Uthman, en hun mensen sloten een verdrag met hem op basis van het betalen van de hoofdelijke belasting (Jizyah)! In het jaar 29 AH werden Persepolis, 'Isa en andere plaatsen met geweld veroverd. In dat jaar voegde 'Uthman iets toe aan de moskee van Madinah, breidde deze uit en herbouwde deze met gebeeldhouwd steen, waarbij hij de zuilen van steen maakte en het dak van teak. Hij maakte de lengte honderd zestig ellen en de breedte honderd vijftig ellen.'
Mucawiyah had pressed cUmar ibn al-Khattab very persistently about raiding Cyprus and doing so by sea, so cUmar wrote to cAmr ibn al-cAs, ‘Describe the sea to me and the one who travels on it.’ He wrote to him, ‘I have seen a great creation, which a small creation mounts. If it is still, it pierces the hearts, and if it moves, it awes the intellects. In it the intellects grow in littleness, and wrong actions in muchness, and in it they are like grubs upon a timber. If it leans over, it sinks, and if it is swift, it enters into the wave and dives therein.’ When cUmar read the letter he wrote to Mucawiyah, ‘By Allah I will never convey a Muslim upon it.’ Ibn Jarir said, ‘Mucawiyah carried out the expedition against Cyprus during the time of cUthman, and its people made a treaty with him on the basis of their paying the jizyah! I n the year 29 AH, Persepolis was opened by force of arms, and I'asa and other places. In that year, cUthman added to the mosque of Madinah, extended it, and rebuilt it with sculpted stone, making its pillars of stone and its roof of teak. He made its length one hundred and sixty cubits and its breadth one hundred and fifty cubits.
In het jaar 30 AH werd Jur veroverd, samen met vele provincies van het land Khurasan; Naysabur werd veroverd door middel van een verdrag, en er is gezegd, door geweld. Tus en Sarkhas werden beiden veroverd door middel van een verdrag, en evenzo Marw en Bayhaq. Toen deze uitgestrekte provincies waren ingenomen, werden de inkomsten van cUthman overvloedig, en kwam rijkdom hem uit alle richtingen toe, totdat hij schatkisten oprichtte en zorgde dat de voorzieningen overvloedig stroomden. Hij zou voor een man honderdduizend beurzen bevelen, waarvan elke beurs vierduizend ounces (zilver) bevatte.
In the year 30 AH, Jur was opened and many provinces of the land of Khurasan; Naysabur was opened by treaty, and it has been said, by force. Tus and Sarkhas were both opened by treaty, and similarly Marw and Bayhaq. When these extensive provinces were taken, cUthman’s revenues became abundant, and wealth came to him from every direction, until he established treasuries and made provisions to flow abundantly. He would order for a man one hundred thousand purses in each of which there were four thousand ounces (of silver).
In het jaar 31 AH stierf Abu Sufyan ibn Harb, de vader van Mucawiyah, en ook al-Hakam ibn Abi’l-As, de oom van vaderskant van 'Uthman, moge Allah tevreden met hem zijn.
In the year 31 AH, Abu Sufyan ibn Harb, the father of Mucawiyah, died, and also al-Hakam ibn Abi’l-cAs the paternal uncle of 'Uthman, may Allah be pleased with him.
In het jaar 32 AH stierf al-Abbas ibn Abd al-Muttalib, de oom van de Profeet ﷺ, en Uthman leidde het begrafenisgebed over hem. In dat jaar stierf Abd ar-Rahman ibn Awf, een van de tien uit de eerste groep vooraanlopers die ooit veertigduizend en een volledige karavaan die uit Syrië was gekomen als liefdadigheid (Sadaqah) hadden weggegeven, precies zoals het was. In dat jaar stierf ‘Abdullah ibn Mascud al-Hudhali, een van de vier voordrachtenden, een van de vroegsten in de Islam, en een van de mannen van kennis onder de Metgezellen die beroemd waren om de enorme omvang van hun kennis. In dat jaar stierf de wijze en onthoudzame Abu’d-Darda’ al-Khazraji; hij was benoemd tot de positie van rechter (Qadi) van Damascus onder Mu'awiyah. In dat jaar stierf Abu Dharr Jundub ibn Jinadah al-Ghifari, de waarheidsgetrouwe in spraak. In dat jaar stierf Zaid ibn Abdullah ibn Abd-Rabbihi al-Ansari, degene aan wie de oproep tot het gebed (Adhan) in een droom werd getoond.
In the year 32 AH, al-cAbbas ibn cAbd al-Muttalib, the paternal uncle of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, died, and cUthman led the (funeral) prayer over him. In that year cAbd ar-Rahman ibn cAwf died, one of the ten from the first outstrippers who had once given away as sadaqah forty thousand and an entire caravan which had come from Syria, just as it was. In that year, ‘Abdullah ibn Mascud al-Hudhali died, one of the four reciters, one of the earliest in Islam, and one of the men of knowledge among the Companions who were famous for the vast extent of their knowledge. In that year the wise and abstinent Abu’d-Darda’ al-Khazraji died; he had been appointed to the position of Qadi of Damascus under Mucawiyah. In that year Abu Dharr Jundub ibn Jinadah al-Ghifari, the truthful in speech, died. In that year, Zaid ibn cAbdullah ibn cAbd-Rabbihi al-Ansari died, the one who was shown the adhan in a dream.
In het jaar 33 AH stierf al-Miqdad ibn al-Aswad op zijn land in al-Jurf, en hij werd naar Madinah gebracht (voor begrafenis). In dat jaar leidde Abdullah ibn Sacd ibn Abi Sarh een militaire expeditie tegen Abyssinia.
In the year 33 AH, al-Miqdad ibn al-Aswad died at his land at al-Jurf, and he was carried to Madinah (for burial). In that year, Abdullah ibn Sacd ibn Abi Sarh mounted a military expedition against Abyssinia.
In het jaar 34 AH wierpen de mensen van Kufa Sa'id ibn al-'As af en waren zij tevreden met Abu Musa al-Ash'ari.
In the year 34 AH, the people of Kufa ejected Sacid ibn al-cAs and were pleased with Abu Musa al-Ashcari.
In het jaar 35 AH vond de moord op cUthman plaats.
In the year 35 AH, there occurred the killing of cUthman.
Az-Zuhri zei: cUthman regeerde het kalifaat gedurende twaalf jaar. Gedurende zes jaar regeerde hij zonder dat mensen hem in het geheel bekritiseerden. Voor de Quraysh was hij te verkiezen boven cUmar ibn al-Khattab, omdat cUmar streng tegenover hen was, maar toen cUthman over hen heerste, was hij mild tegenover hen en maakte hij zijn banden met hen nauw. Later liet hij echter na in hun zaken, en stelde hij zijn verwanten en familie aan in de laatste zes (jaar van zijn bewind). Hij bepaalde voor Marwan de khums (het vijfde deel van de buit van jihad dat naar de heerser gaat) van Noord-Afrika, en hij gaf zijn verwanten en familie rijkdom. Daarin interpreteerde hij het ‘het leggen van nauwe banden (met familie)’ waar Allah opdracht toe heeft gegeven. Hij zei: ‘Abu Bakr en cUmar gaven op en lieten achter wat daarvan van hen was (door recht), en ik heb het genomen en onder mijn verwanten verdeeld,’ maar mensen verwierpen en verwerpten dat van hem. [Het was zijn zelfstandige rechtsvinding (Ijtihad)]. Ibn Sacd heeft het overgeleverd.
Az-Zuhri said: cUthman ruled the khilafah for twelve years. For six years he ruled without people criticising him at all. To Quraysh he was preferable to cUmar ibn al-Khattab, because cUmar was severe against them, but when cUthman ruled over them he was gentle with them and made his connections close with them. Then later he flagged in their affair, and appointed his relatives and family in the last six (years of his rule). He decreed for Marwan the khums (the fifth share of the spoils ofjihad that goes to the ruler) of North Africa, and he gave his relatives and family wealth. In that he was interpreting the ‘making close connections (with family)’ which Allah has ordered. He said, ‘Abu Bakr and cUmar gave up and abandoned what of that was theirs (by right), and I have taken it and divided it among my relatives,’ but people rejected and repudiated that from him. [It was his ijtihad]. Ibn Sacd narrated it.
Ibn cAsakir overleverde via een andere route dat az-Zuhri zei: Ik zei tegen Sacid ibn al-Musayyab: ‘Kun je mij vertellen hoe de moord op cUthman verliep? Wat waren de mensen van plan en wat was hij van plan? En waarom slaagden de Metgezellen van Muhammad ﷺ er niet in om hem te helpen?’ Ibn al-Musayyab zei: ‘cUthman werd onrechtvaardig gedood, wie hem doodde deed onrecht, en wie naliet hem te helpen is vrij van schuld.’ Ik zei: ‘Hoe was dat?’ Hij zei: ‘Toen cUthman werd aangesteld, was een groep van de Metgezellen niet tevreden over zijn benoeming, omdat cUthman zijn mensen liefhad.’
Ibn cAsakir narrated by another route that az-Zuhri said: I said to Sacid ibn al-Musayyab, ‘Can you tell me how was the killing of cUthman? What were people up to and what was he up to? And why did the Companions of Muhammad, may Allah bless him and grant him peace, fail to help him? Ibn al-Musayyab said, ‘cUthman was killed unjustly, whoever killed him was wrongdoing, and whoever failed to help him is free of blame.’ I said, ‘How was that?’ He said, ‘When cUthman was appointed, a group of the Companions disliked his appointment, because cUthman used to love his people.
Hij heerste twaalf jaar over de mensen. Hij stelde mensen aan uit Bani Umayyah die geen gezelschap hadden gehad met de Profeet ﷺ. Zijn amirs (leiders) veroorzaakten zaken die de Metgezellen van Muhammad ﷺ zouden verwerpen. Uthman vroeg de mensen om welwillendheid jegens hen en hij verwijderde hen niet.
He ruled people for twelve years. He used to appoint people from Bani Umayyah who had not kept company with the Prophet, may Allah bless him and grant him peace. His amirs used to produce matters which the Companions of Muhammad, may Allah bless him and grant him peace, would repudiate. cUthman used to ask people to have good will for them and he would not remove them.
Het was in het jaar 35 AH. Tijdens de laatste zes jaar gaf hij de voorkeur aan de stam van zijn vaderlijke oom. Hij stelde hen aan en liet niemand met hen delen. Hij beval hen Allah te vrezen; hij stelde Abdullah ibn Abi Sarh aan als verantwoordelijke voor Egypte en hij bleef daar jarenlang de controle houden. De mensen van Egypte kwamen klagen over hem en over zijn onrecht. Er waren eerder beledigingen geweest van Uthman naar Abdullah ibn Mascud, Abu Dharr en Ammar ibn Yasir. Banu Hudhayl en Banu Zuhrah hadden wat zij in hun harten hadden vanwege de toestand van Ibn Mascud.
'I hat was in the year 35 AH. During the six last years he chose in preference the tribe of his paternal uncle. He appointed them and d id not let anyone share with them. He ordered them to fear Allah, he appointed cAbdullah ibn Abi Sarh in charge of Egypt and he remained in control there for years. The people of Egypt came to complain of him and to complain of his wrongdoing. There had been slights before from cUthman to cAbdullah ibn Mascud, Abu Dharr and cAmmar ibn Yasir. Banu Hudhayl and Banu Zuhrah had what they had in their hearts because of the state of Ibn Mascud.
Banu Ghifar, hun bondgenoten en degenen die boos waren vanwege Abu Dharr, hadden wat zij in hun harten hadden. Banu Makhzum waren woedend op Uthman vanwege de toestand van Ammar ibn Yasir.
Banu Ghifar, their allies and whoever was angry because of Abu Dharr, had in their hearts what they had in them. Banu Makhzum were furious at cUthman because of the condition of cAmmar ibn Yasir.
‘De mensen van Egypte kwamen om te klagen over Ibn Abi Sarh, dus schreef hij een brief aan hem waarin hij hem bedreigde, maar Ibn Abi Sarh weigerde te accepteren wat cUthman hem verbood; hij sloeg een van die mensen van Egypte die naar hem toe gekomen waren van cUthman, een van hen die naar cUthman waren gegaan, en hij doodde hem. Zevenhonderd mannen verlieten Egypte en woonden in de moskee (van Madinah).
‘The people of Egypt came to complain of Ibn Abi Sarh, so he wrote a letter to him in which he threatened him, but Ibn Abi vSarh refused to accept what cUthman forbade him, he struck one of those of the people of Egypt who came to him from cUthman, one of those who had gone to cUthman, and he killed him. Seven hundred men left Egypt and dwelt in the mosque (of Madinah).
Zij klaagden bij de metgezellen tijdens de gebedstijden over wat Ibn Abi Sarh had gedaan. Talhah ibn cUbaydullah stond op en sprak cUthman zeer streng toe. cA’ishah, moge Allah tevreden met haar zijn, stuurde hem een boodschap met de woorden: “De metgezellen van Muhammad ﷺ kwamen naar u en zij vroegen u om deze man te verwijderen, en u weigerde?”
They complained to the Companions at the times of the prayers about what Ibn Abi Sarh had done. Talhah ibn cUbaydullah stood and addressed cUthman very severely. cA’ishah, may Allah be pleased with her, sent a message to him saying, “The Companions of Muhammad, may Allah bless him and grant him peace, came to you and they asked you to remove this man and you refused?
“...als hij een man onder hen heeft gedood, behandel hen dan met rechtvaardigheid (in hun klacht) tegenover jullie gouverneur.” ‘Ali ibn Abi Talib kwam naar hem en zei: “Zij vragen u slechts om een man in plaats van een man en zij hebben tegen hem een claim ingediend (voor vergelding voor het vergieten van) bloed. Verwijder hem van hun overheid en spreek een (rechtvaardig) oordeel tussen hen uit. Als er iets tegen hem verschuldigd is, wees dan rechtvaardig tegenover hen.” Hij (‘Uthman) zei tegen hen (de Egyptenaren): “Kies uit jullie midden een man, over wie ik zal beslissen in de plaats van hem (Ibn Abi Sarh).” De mensen wezen hem Muhammad ibn Abi Bakr aan. Zij zeiden: “Stel Muhammad ibn Abi Bakr over ons aan.” Hij schreef zijn verbond en stelde hem aan. Een aantal van de emigranten (Muhajirun) en helpers (Ansar) ging met hen mee om die (dispuut) te onderzoeken die er was tussen de mensen van Egypte en Ibn Abi Sarh. Muhammad ging en zij die met hem waren. Toen zij ongeveer drie dagen reizen van Madinah verwijderd waren, kwamen zij een zwarte slaaf op een kameel tegen die de kameel zo hard sloeg dat het leek alsof hij iemand achtervolgde of werd achtervolgd. De metgezellen van Muhammad ﷺ zeiden tegen hem: “Wat is uw verhaal? Wat is uw zaak? Het is alsof u vlucht of iemand achtervolgt.” Hij zei tegen hen: “Ik ben de slaaf van de Leider der Gelovigen (Amir al-Mu’minin) en hij heeft mij naar de gouverneur van Egypte gestuurd.” Een man zei tegen hem: “Dit (Muhammad ibn Abi Bakr) is de gouverneur van Egypte.” Hij zei: “Het is niet deze man die ik wil.” Muhammad ibn Abi Bakr werd van zijn zaak op de hoogte gesteld en hij stuurde een man op zoek naar hem, die hem meenam en naar hem toe bracht. Hij zei: “Slaaf, wie ben jij?” De ene keer begon hij te zeggen: “Ik ben de slaaf van de Leider der Gelovigen (Amir al-Mu’minin),” en een andere keer: “Ik ben de slaaf van Marwan,” totdat een man herkende dat hij de slaaf van ‘Uthman was. Muhammad zei tegen hem: “Naar wie ben jij gestuurd?” Hij zei: “Naar de gouverneur van Egypte.” Hij zei: “Met wat?” Hij zei: “Met een boodschap.” Hij zei: “Heb je een brief bij je?” Hij zei: “Nee.” Ze doorzochten hem en vonden geen brief bij hem. Hij had een kan bij zich die droog was, waarin iets bewoog; ze schudden hem heen en weer om het eruit te krijgen, maar het kwam er niet uit. Ze braken de kan en er zat een brief in van cUthman aan Ibn Abi Sarh. Muhammad ﷺ verzamelde degenen die bij hem waren van de emigranten (Muhajirun), de helpers (Ansar) en anderen, en vervolgens opende hij de brief in hun bijzijn. Er stond in: “Wanneer Muhammad, zovan en zovan, en zovan en zovan bij jullie aankomen, zoek dan een manier om hen te doden, en verklaar zijn brief als vals.”
I his one has killed a man from among them so treat them with justice (in their complaint) against your governor.” cAli ibn Abi Talib came to him and said, “They are only asking you for a man in place of (in retaliation for) a man and they have claimed from him (retaliation for the spilling of) blood. Remove him from over them and give a (just) decision between them. If there is anything due against him, be just to them.” He (cUthman) said to them (the Egyptians), “Choose from amongst yourselves a man whom I shalfl appoint over you in his (Ibn Abi Sarh’s) place.” The people indicated to him Muhammad ibn Abi Bakr. They said, “Appoint Muhammad ibn Abi Bakr over us.” He wrote his covenant and appointed himj A number of the Muhajirun and Ansar went with them to look into that (dispute) which was between the people of Egypt and Ibn Abi Sarh. Muhammad went and those with him. When they were about three days’ journey from Madinah they came upon a black slave on a camel beating the camel so much that it was as if he was pursuing or being pursued. The Companions of Muhammad, may Allah bless him and grant him peace, said to him, “What is your story? What is your business? It is as if you were fleeing or pursuing someone.” He said to them, “I am the slave of the Amir al-Mu’minin and he has directed me to the governor of Egypt.” A man said to him, “This (Muhammad ibn Abi Bakr) is the governor of Egypt.” He said, “It is not this one I want.” Muhammad ibn Abi Bakr was told of his affair and so he sent a man in search of him who took him and brought him to him. He said, “Slave, who are you?” He began to say, one time, “I am the slave of the Amir al- Mu’minin,” and another time, “I am the slave of Marwan,” until one man recognised that he was the slave of cUthman. Muhammad said to him, “To whom are you sent?” He said, “To the governor of Egypt.” He said, “With what?” He said, “With a message.” He said, “Do you have a letter with you?” He said, “No.” They searched him and didn’t find a letter with him. He had with him an ewer which was dry, in which was something which moved about, so they moved it about to bring it out but it didn’t come out. They broke the ewer and there was a letter in it from cUthman to Ibn Abi Sarh. Muhammad gathered those with them of the Muhajirun, the Ansar and others, then he opened the letter in their presence. There was in it, “When Muhammad, so-and-so, and so-and-so come to you, then find a way to kill them, and declare his letter to be false.
"(Beschouw jezelf als bevestigd in je gouverneurschap totdat mijn advies hierover bij je komt, en sluit degene op die naar mij probeert te komen om jou van onrecht te beschuldigen. Mijn advies hierover zal zeker bij je komen, als Allah het wil.” ‘Toen zij de brief lazen, waren zij doodsbang. Daarna werden zij vastberaden en keerden zij terug naar Madinah. Muhammad ﷺ verzegelde de brief met de zegelringen van de groep die bij hem was, en vertrouwde de brief vervolgens toe aan een man die bij hen was. Daarna gingen zij naar Madinah. Daar verzamelden zij Talhah, az-Zubayr, cAli, Sacd, en wie er ook van de Sahaba van Muhammad ﷺ aanwezig was. Hij brak (de zegels van) de brief in hun aanwezigheid en vertelde hen het verhaal van de slaaf. Zij lazen de brief aan hen voor, en er bleef geen enkele inwoner van Madinah over die niet woedend was op cUthman. Het vergrootte de woede en razernij van hen die al boos waren vanwege Ibn Mascud, Abu Dharr en cAmmar ibn Yasir slechts. De Sahaba van Muhammad ﷺ stonden op en bleven in hun huizen. Er was niemand onder hen die niet incoherent was toen hij de brief las. De mensen belegerden cUthman in het jaar 35 AH, en Muhammad ibn Abi Bakr bracht Bani Taym en anderen tegen hem op."
(Consider yourself confirmed in your governorship until my advice on it comes to you, and imprison whoever tries to come to me to accuse you of wrongdoing. My advice on that will certainly come to you, if Allah wills.” ‘When they read the letter they were terrified. Then they became resolved and returned to Madinah. Muhammad sealed the letter with the signet rings of the group who were with him, and then entrusted the letter to a man who was with them. Then they went to Madinah. There they gathered together Talhah, az-Zubayr, cAli, Sacd, and whoever there was of the Companions of Muhammad, may Allah bless him and his family and grant them peace. He broke (the seals of) the letter in their presence, and told them of the story of the slave. They read out the letter to them, and none of the people of Madinah was left who was not enraged at cUthman. It only increased those who were angry because of Ibn Mascud, Abu Dharr and cAmmar ibn Yasir in fury and rage. The Companions of Muhammad rose and kept to their houses. There was no-one among them who was not incoherent when he read the letter. The people besieged cUthman in the year 35 AH, and Muhammad ibn Abi Bakr raised Bani Taym and others against him.
Toen ‘Ali dat zag, liet hij Talhah, az-Zubayr, Sa‘d, ‘Ammar en een groep van de Metgezellen komen, van wie allen aanwezig waren bij Badr. Daarna ging hij naar ‘Uthman, met hem de brief, de slaaf en de kameel.
‘When cAli saw that, he sent for Talhah, az-Zubayr, Sacd, cAmmar and a group of the Companions, all of whom were at Badr. Then he went in to cUthman, with him the letter, the slave and the camel.
Ali zei tegen hem: “Is deze slaaf jouw slaaf?” Hij zei: “Ja.” Hij zei: “En de kameel is jouw kameel?” Hij zei: “Ja.” Hij zei: “Heb jij deze brief dan geschreven?” Hij zei: “Nee,” en hij zwoer een eed: “Bij Allah, ik heb deze brief niet geschreven, ik heb het niet bevolen, en ik had er geen kennis van.” Ali zei: “Is het zegel jouw zegel?” Hij zei: “Ja.” Hij zei: “Hoe kan jouw slaaf op jouw kameel vertrekken, met een brief waarop jouw zegel staat, terwijl jij er niets van weet?” Hij zwoer opnieuw: “Bij Allah, ik heb deze brief niet geschreven, ik heb het niet bevolen, en ik heb deze slaaf nooit de opdracht gegeven om naar Egypte te gaan.” Wat het handschrift betreft, zij erkenden dat het dat van Marwan was, en zij begonnen te twijfelen aan cUthman. Zij eisten dat hij Marwan aan hen zou overhandigen en hij weigerde, terwijl Marwan met hem in het huis was. De Metgezellen van Muhammad ﷺ verlieten hem in boosheid, en in twijfel over zijn aangelegenheid. Zij wisten dat cUthman geen valse eed zou zweren, maar mensen zeiden: “cUthman zal nooit vrij van schuld zijn in onze harten, tenzij hij Marwan aan ons overhandigt voor verhoor, zodat wij de situatie van de brief kennen, en hoe hij de moord op een man van de Metgezellen van Muhammad ﷺ zonder recht kon bevelen. Als cUthman het schreef, zullen wij hem uit zijn ambt verwijderen. Als Marwan het schreef alsof het door cUthman was geschreven, dan zullen wij serieus moeten kijken naar wat wij met Marwan moeten doen.” Zij hielden zich in hun huizen, en cUthman weigerde Marwan naar hen toe te sturen, want hij vreesde dat hij gedood zou worden. Mensen bleven cUthman belegeren, en zij hielden water (bij hem vandaan). Hij keek over de mensen (vanaf een bovenverdieping) en zei: “Is Ali onder jullie?” Zij zeiden: “Nee.” Hij zei: “Is Sa'd onder jullie?” Zij zeiden: “Nee.” Hij zweeg en zei toen: “Zal niemand Ali bereiken en hem vragen om ons water te halen om te drinken?” Dat bereikte Ali, dus hij stuurde hem drie waterzakken vol water, maar zij bereikten hem bijna niet. Vanwege hen raakten een aantal van de vrijgelaten slaven van Banu Hashim en Banu Umayyah gewond tijdens het proces waarbij het water naar hem toe kwam.
Ali said to him, “This slave is your slave?” He said, “Yes.” He said, “And the camel is your camel?” He said, “Yes.” He said, “Then you wrote this letter?” He said, “No,” and he swore an oath, “By Allah I did not write this letter, I did not order it, and I had no knowledge of it.” cAli said, “The seal is your seal?” He said, “Yes.” He said, “How does your slave go out on your camel, with a letter upon which is your seal, and you know nothing about it?” He swore again, “By Allah, I did not write this letter, I didn’t order it, and I never directed this slave to go to Egypt.” As for the handwriting, they recognised that it was that of Marwan, and they came to doubt as to cUthman. They demanded that he should give them Marwan and he refused, while Marwan was with him in the house. The Companions of Muhammad, may Allah bless him and grant him peace, left him in anger, and in doubt about his affair. They knew that cUthman would not swear an oath that was false, but people said, “cUthman will never be free of guilt in our hearts unless he hands Marwan over to us for questioning, so that we know the situation of the letter, and how he could order the killing of a man of the Companions of Muhammad, may Allah bless him and grant him peace, without right. If TJthman wrote it, we will remove him from office. If Marwan wrote it as if it had been written by cUthman, then we will have to look seriously at what we shall do in the case of Marwan.” ‘They stuck to their houses, and cUthman refused to send Marwan out to them, for he feared that he would be killed. People continued laying siege to cUthman, and they prevented water (from reaching him). He looked over the people (from an upper floor) and said, “Is cAli among you?” They said, “No.” He said, “Is Sacd among you?” They said, “No.” He was silent and then he said, “Will no-one reach cAli and ask him to get us water to drink?” That reached cAli, so he sent him three water-skins full of water, but they almost didn’t reach him. Because of them a number of the freed slaves of Banu Hashim and Banu Umayyah were wounded in the course of the water getting to him.
Het bereikte ‘Ali dat het de bedoeling was om ‘Uthman te doden, en hij zei: “Wij willen alleen Marwan van hem. Wat het doden van ‘Uthman betreft, nee!” Hij zei tegen al-Hasan en al-Hussein: “Ga met jullie twee zwaarden en sta bij de deur van ‘Uthman en laat niemand hem bereiken.” | Toen stuurde az-Zubayr zijn zoon, stuurde Talhah zijn zoon en een aantal van de Metgezellen van de Profeet ﷺ stuurden hun zonen om te voorkomen dat mensen ‘Uthman zouden bereiken, en om de overgave van Marwan te eisen. Toen mensen dat zagen, schoten zij pijlen tegen de deur van ‘Uthman totdat al-Hasan ibn ‘Ali bij zijn deur rood was van het bloed; een pijl raakte Marwan terwijl hij in het huis was. Muhammad ibn Talhah was besmeurd met bloed en ook Qanbar, de vrijgelaten slaaf van ‘Ali, was gewond aan het hoofd.
‘It reached cAli that it was intended to kill cUthman, and he said, “We only want Marwan from him. As for the killing of cUthman, no!” He said to al-Hasan and al-Hussein, “Go with your two swords and stand at the door of cUthman and allow no-one to reach him.” | Then az-Zubayr sent his son, Talhah sent his son and a number of the Companions of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, sent their sons to prevent people getting to cUthman, and to demand the surrender of Marwan. When people saw that, they shot arrows against the door of cUthman until al-Hasan ibn ' Ali was reddened with blood at his door, an arrow struck Marwan while he was in the house. Muhammad ibn Talhah was smeared with blood and also Qanbar, the freed slave of cAli, was wounded in the head.
Muhammad ibn Abi Bakr was bang dat Banu Hashim boos zou worden vanwege de toestand van al-Hasan en al-Hussein en een onrust zou veroorzaken. Hij greep de handen van twee mannen en zei tegen hen: “Als Banu Hashim komen en bloed op het gezicht van al-Hasan zien, zullen zij deze mensen rond cUthman verwijderen en zal dat wat wij wilden nutteloos zijn geworden. Laten we gaan, over de muur van het huis klimmen en hem doden, zonder dat iemand daarvan weet.” Muhammad en zijn twee mannen klommen over de muur van het huis van een man van de helpers (Ansar) en betraden het huis van cUthman, zonder dat iemand van degenen die bij hem (cUthman) waren het merkte, omdat iedereen bij hem boven de huizen (op de daken) was. Er was niemand bij hem behalve zijn vrouw.
‘Muhammad ibn Abi Bakr was afraid that Banu Hashim would become angry because of the state of al-Hasan and al-Hussein and provoke a tumult. He took the hands of two men and said to them, “If Banu Hashim come and see blood on the face of al-Hasan they will remove these people from around cUthman and what we wanted will be rendered useless. Let us go and scale the wall of the house and kill him, without anyone knowing about it.” Muhammad and his two men got over the wall from the house of a man of the Ansar and entered cUthman’s house, without any of those who were with him (cUthman) knowing, because everyone with him was up above the houses (on the roofs). There was no-one with him but his wife.
Muhammad ﷺ zei tegen hen tweeën: “Blijf waar jullie zijn, want zijn vrouw is bij hem, totdat ik eerst naar binnen ga. Wanneer ik hem heb gegrepen, kom dan jullie naar binnen en slaan hem totdat jullie hem hebben gedood.” Muhammad ﷺ ging naar binnen en greep zijn baard vast, en Uthman zei tegen hem: “Bij Allah, als jouw vader jou kon zien, dan zou jouw gedrag tegenover mij hem grote pijn doen,” en zo versoepelde zijn hand (en hield hij in), waarna de twee mannen naar binnen gingen en hem sloegen totdat zij hem hadden gedood.
Muhammad said to the two of them, “Stay where you are, because his wife is with him, until I first enter. When I have taken hold of him, then you come in and strike him until you have killed him.” Muhammad went in and took hold of his beard, and TJthman said to him, “By Allah, if your father could see you, your behaviour to me would cause him great distress,” and so his hand slackened (and he held back), and then the two men entered and struck him until they had killed him.
‘Zij vluchtten via dezelfde weg als waarmee zij waren gekomen, en zijn vrouw riep uit, maar haar geschreeuw werd in het huis niet gehoord vanwege de onrust in het huis. Zijn vrouw ging naar de mensen toe en zei: “De Leider der Gelovigen (Amir al-Mu’minin) is gedood!” De mensen kwamen binnen en zij vonden hem geslacht. Het nieuws bereikte cAli, Talhah, az-Zubayr, Sacd en iedereen die in Madinah was, en zij gingen naar buiten — hun verstand was verdwenen door het nieuws dat hen had bereikt — totdat zij bij cUthman kwamen en hem gedood vonden. Zij herhaalden steeds weer: “Voorwaar, wij behoren aan Allah toe en voorwaar, wij keren naar Hem terug.” cAli zei tegen zijn twee zonen: “Hoe is de Leider der Gelovigen (Amir al-Mu’minin) gedood terwijl jullie twee bij de deur waren?” Hij hief zijn hand en sloeg al-Hasan, sloeg op de borst van al-Hussein, beledigde Muhammad ibn Talhah en cAbdullah ibn az-Zubayr, en ging — woedend — naar buiten totdat hij bij zijn huis kwam.
‘They went out in flight by the same way that they had come in, and his wife cried out, but her cry was not heard in the house because of the commotion in the house. His wife went up to the people and said, “The Amir al-Mu’minin has been killed!” The people entered and they found him slaughtered. The news reached cAli, Talhah, az- Zubayr, Sacd and whoever was in Madinah and they went out - and their intellects had gone, because of the news which had come to them — until they came in to cUthman and found him killed. They repeated again and again, “Truly we belong to Allah and truly we are returning to Him.” cAli said to his two sons, “How was the Amir al-Muminin killed while you two were at the door?” He raised his hand and slapped al-Hasan, struck the chest of al-Hussein, abused Muhammad ibn Talhah and cAbdullah ibn az-Zubayr, and went out - enraged - until he came to his house.
‘De mensen kwamen naar hem toe gerend en zeiden tegen hem: “Wij zullen jou de eed van trouw zweren, dus steek je hand uit, want er moet een leider (Ameer) zijn.” ‘Ali zei: “Dat is niet jullie zaak. Het behoort alleen toe aan de mensen van Badr. Wie de mensen van Badr ook gunstig gezind zijn, hij is de kalief.” Geen van de mensen van Badr bleef achter zonder naar ‘Ali te komen, en zij zeiden tegen hem: “Wij zien niemand die meer recht hierop heeft dan jij. Steek je hand uit en wij zullen jou de eed van trouw zweren.” Zij zweren hem de eed van trouw. Marwan en zijn zoon vluchtten.
‘The people came rushing to him, saying to him, “We will pledge allegiance to you, so stretch out your hand, for there must be an amir.” cAli said, “That is not your business. It only belongs to the people of Badr. Whoever the people of Badr are pleased with is the khalifah.” Not one of the people of Badr remained without coming to cAli and they said to him, “We see no-one who has more right to it than you. Stretch out your hand and we will pledge allegiance to you.” They pledged allegiance to him. Marwan and his son fled.
Ali kwam naar de vrouw van Uthman en zei tegen haar: “Wie heeft Uthman gedood?” Zij zei: “Ik weet het niet. Twee mannen die ik niet ken kwamen bij hem naar binnen, en samen met hen was Muhammad ibn Abi Bakr.” Zij vertelde Ali en de mensen wat Muhammad had gedaan, waarna Ali Muhammad riep en hem vroeg naar wat de vrouw van Uthman had gezegd. Muhammad zei: “Zij heeft niet gelogen. Bij Allah, ik ben inderdaad bij hem naar binnen gegaan, ik wilde hem doden, maar toen herinnerde hij mij aan mijn vader en hield ik mij van hem af, terwijl ik berouw toonde aan Allah, de Verhevene.”
cAli came to the wife of cUthman and said to her, “Who killed cUthman?” She said, “I don’t know. Two men I don’t know came in to him, and along with them was Muhammad ibn Abi Bakr.” She told cAli and the people of what Muhammad had done, so cAli called for Muhammad and asked him about what the wife of cUthman had said. Muhammad said, “She did not lie. By Allah, I did come into him, I did want to kill him, then he reminded me of my father and I stood back from him, turning in penitence to Allah, exalted is He.
“Bij Allah, ik heb hem niet gedood en ik heb hem niet vastgehouden.” Zijn vrouw zei: “Hij heeft de waarheid gesproken. Maar hij heeft hen beiden naar binnen gebracht.” Ibn cAsakir overleverde dat Kinanah, de vrijgelaten slaaf van Safiyyah, en anderen zeiden: Een Egyptenaar, die blauwe ogen had met een roodachtig gelaat en Himar werd genoemd, heeft cUthman gedood.
By Allah, I did not kill him, and I did not hold him.” His wife said, “He has told the truth. But he did bring the two of them in.”’ Ibn cAsakir narrated that Kinanah, the freed slave of Safiyyah, and others said: An Egyptian, who was blue-eyed with a ruddy complexion, called Himar killed cUthman.
Ahmad overleverde dat al-Mughirah ibn Shucbah zei dat hij bij cUthman kwam terwijl hij belegerd werd en zei: ‘U bent de imam van de mensen, en wat u is overkomen, is gebeurd. Ik bied u drie mogelijkheden aan; één daarvan is dat u naar buiten komt en tegen hen vecht, want er zijn aantallen (mannen) en kracht met u; u bent in het gelijk en zij zijn in het ongelijk; of dat we een andere deur voor u uitsnijden dan de deur waar zij de wacht houden, en dat u op uw rijdier stapt en naar Makkah gaat, want zij zullen het niet toelaten om u te doden wanneer u daar bent; of dat u naar Syrië gaat, want zij zijn de mensen van Syrië en onder hen is Mucawiyah.’ cUthman zei: ‘Wat het naar buiten gaan en vechten betreft, ik zal niet de eerste kalief van de Boodschapper van Allah ﷺ zijn in zijn moslimgemeenschap (Ummah) die bloed vergiet; en wat het naar Makkah gaan betreft, ik heb de Boodschapper van Allah ﷺ horen zeggen: “Een man uit Quraysh zal ruziën en strijden in Makkah; er zal de helft van de straf van de wereld op hem rusten,” en ik zal niet die man zijn; en wat het naar Syrië gaan betreft, dan zal ik mij nooit scheiden van het Huis van de emigratie (Hijrah) en de nabijheid van de Boodschapper van Allah ﷺ.’ Ibn cAsakir overleverde dat Abu Thawr al-Fahmi zei: Ik kwam bij cUthman terwijl hij belegerd werd en hij zei: ‘Ik heb tien (zaken) bij mijn Heer verborgen: ik was de vierde van vier in de Islam; ik rustte het Leger van Moeilijkheid uit; de Boodschapper van Allah ﷺ gaf mij zijn dochter als vrouw en later stierf zij, en hij gaf mij zijn andere dochter als vrouw, en ik heb (haar) niet vrijgehuwd'
Ahmad narrated that al-Mughirah ibn Shucbah said that he entered upon cUthman while he was besieged and said, ‘You are the imam of the people, and what you see has happened to you. I offer you three courses; one of them, that you come out and fight them, for there are numbers (of men) and strength with you; you are in the right and they are in the wrong; or we should cut a door for you other than the door over which they stand guard, then sit on your mount and take yourself to Makkah, for they will not consider it lawful to kill you when you are there; or else you should take yourself to Syria, for they are the people of Syria and among them is Mucawiyah.’ cUthman said, ‘As for me going out and fighting, I will not be the first khalifah of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, in his ummah to spill (their) blood; and as for me going to Makkah, I heard the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, saying, “A man of Quraysh will wrangle and dispute in Makkah; there will be upon him half the punishment of the world,” and I shall not be him; and as for me taking myself to Syria, then I will never separate myself from the Abode of the Hijrah and the neighbourhood of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace.’ Ibn cAsakir narrated that Abu Thawr al-Fahmi said: I entered upon cUthman while he was besieged and he said, ‘I have hidden ten (things) with my Lord: I was the fourth of four in Islam; I equipped the Army of Difficulty; the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, married me his daughter and then later she died, and he married me his other daughter, and I did not court (her)
en ik wenste het niet; ik heb nooit mijn rechterhand op mijn geslachtsdelen gelegd sinds ik daarmee de eed van trouw heb afgelegd aan de Boodschapper van Allah ﷺ; en er is geen Jumucah voorbijgegaan sinds ik de Islam heb aanvaard zonder dat ik een slaaf heb vrijgelaten, tenzij ik iets (aan schulden) op me had, dan zou ik hem (of haar) daarna vrijlaten; en ik heb nooit overspel gepleegd in de tijd van onwetendheid (Jahiliyyah) of in de Islam; en ik heb nooit gestolen in de tijd van onwetendheid (Jahiliyyah) of in de Islam; en ik heb de gehele Qur'an uit het hoofd geleerd in de tijd van de Boodschapper van Allah ﷺ. cUthman werd gedood in het midden van de dagen van Tashriq (de dagen van het Eid van de hadj) in het jaar 35 AH; en er is gezegd dat hij werd gedood op de dag van Jumucah, de 18e van Dhu’l-Hijjah.
and I didn’t wish (for it); I have never placed my right hand upon my private parts since I pledged allegiance with it to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace; and no Jumucah has passed me by since I accepted Islam without my freeing a slave, unless there was something with me (of debt), then I would free him (or her) after that; and I never committed adultery in Jahiliyyah or Islam; and I never stole in Jahiliyyah or Islam; and I memorised the entire Qur’an in the time of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace.’ cUthman was killed in the middle of the Days of Tashriq (the days of the cEid of Hajj) in the year 35 AH; and it has been said that he was killed on the day of Jumucah, the 18th of Dhu’l-Hijjah.
Hij werd begraven op de nacht voor zaterdag, tussen het zonsonderganggebed en het nachtgebed, in Hawsh Kawkab in al-Baqic (de begraafplaats van Madinah) en hij was de eerste die daar (in Hawsh Kawkab) werd begraven.
He was buried on the night before Saturday, between the sunset and night prayers, in Hawsh Kawkab in al-Baqic (the cemetery of Madinah) and he was the first to be buried in it (Hawsh Kawkab).
Er werd gezegd dat zijn dood op een woensdag was, en er werd gezegd dat het een maandag was, zes dagen voor het einde van Dhu’l-Hijjah. Op de dag dat hij werd gedood, was hij tweeëntachtig jaar oud. Er is ook gezegd dat hij eenenentachtig jaar oud was, vierentachtig, zesentachtig, achtentachtig of negenentachtig, en er werd gezegd dat hij negentig was. Qatadah zei: Az-Zubayr bad het begrafenisgebed over hem en begroef hem, en hij had hem verzocht dit te doen.
It was said that his killing was on Wednesday, and it was said that it was Monday six days before the end of Dhu’l-Hijjah. On the day he was killed, he was eighty-two years old. It has also been said that he was eighty-one years old, eighty-four, eighty-six, eighty-eight or eighty-nine, and it was said that he was ninety. Qatadah said: Az- Zubayr prayed the funeral prayer over him and buried him and he had requested him to do that.
Ibn cAdi en Ibn cAsakir hebben via Anas in een marfu' overlevering (Hadith) overgeleverd dat Allah een zwaard heeft dat in zijn schede verborgen blijft zolang cUthman leeft. Wanneer hij vervolgens wordt gedood, zal dat zwaard getrokken worden en zal het niet weer in de schede worden gestoken tot de Dag der Opstanding.' Ibn cAsakir overleverde dat Zaid ibn Abi Habib zei: Het is mij bereikt dat de gehele bereden groep die naar cUthman ging, krankzinnig werd.
Ibn cAdi and Ibn cAsakir narrated from Anas in a marfuc hadith, Allah has a sword sheathed in its scabbard as long as cUthman is alive. Then when he is killed, that sword will be drawn and it will not be sheathed until the Day of Resurrection.’ Ibn cAsakir narrated that Zaid ibn Abi Habib said: It has reached me that all of the mounted group who went to cUthman went mad.
Hij overleverde dat Hudhayfah zei: De eerste van de beproevingen was de moord op cUthman, en de laatste van de beproevingen is de verschijning van de Dajjal. Bij Degene in Wiens hand mijn ziel is, een man zal niet sterven, in wiens hart de zwaarte van een graankorrel aan liefde voor de moord op cUthman zit, zonder dat hij de Dajjal zal volgen als hij hem bereikt (zijn tijd), en als hij hem niet bereikt, zal hij hem in zijn graf bevestigen.
He narrated that Hudhayfah said: The first of the trials was the killing of cUthman, and the last of the trials is the emergence of the Dajjal. By the One in Whose hand is my self, a man will not die, in whose heart there is the weight of grain of love for the killing of cUthman, but that he will follow the Dajjal if he reached him (his time), and if he did not reach him he would affirm him in his grave.
Hij overleverde dat Ibn Abbas zei: "Als de mensen niet wraak hadden gezocht voor het bloed van Uthman, dan zouden zij met stenen uit de hemel beschenen zijn."
He narrated that Ibn cAbbas said: If people had not sought (retaliation) for the blood of cUthman they would have been stoned with stones from heaven.
Hij overleverde dat al-Hasan zei: cUthman werd gedood terwijl cAli weg was in een land dat hij bezat. Toen het hem bereikte, zei hij: ‘O Allah, ik heb dit niet goedgekeurd en ik heb het niet gesteund.’ Al-Hakim overleverde, en hij verklaarde het sahih, dat Qais ibn cAbbad zei: Ik hoorde cAli op de dag van de (slag bij de) Kameel zeggen: ‘O Allah, ik ben vrij voor U van het deelnemen aan het bloedvergieten van cUthman. Mijn verstand was geschokt op de dag van de moord op cUthman, mijn ziel was afgestoten, en zij kwamen naar mij om mij de eed van trouw te zweren en ik zei: “Bij Allah, ik schaam me ervoor om de eed van trouw aan te nemen van een volk dat cUthman heeft gedood, en ik schaam me voor Allah om de eed van trouw te ontvangen terwijl cUthman nog niet is begraven,” dus zij gingen weg. Toen de mensen terugkeerden en mij vroegen hun eed van trouw te accepteren, zei ik: “O Allah, ik ben bang voor wat ik ga doen.” Toen kwam de vastberadenheid (van de mensen), ik werd de eed van trouw gezworen, zij zeiden, ‘Amir al-Mu’minin, en het was alsof mijn hart werd verscheurd. Ik zei: “O Allah, neem van mij af voor het sake van cUthman totdat U tevreden bent.” Ibn cAsakir overleverde dat Abu Khaldah al-Hanafi zei: Ik hoorde Ali zeggen: ‘Banu Umayyah beweren dat ik cUthman heb gedood. Nee, bij Allah, van Wie er geen god is behalve Hij! Ik heb hem niet gedood, ik heb het niet gesteund, ik heb het verboden maar zij gehoorzaamden mij niet.’ Hij overleverde dat Samurah zei: Islam was in een goed versterkte vesting, en zij maakten een breuk in de Islam met de moord op cUthman, die niet gesloten zal worden tot de Dag der Opstanding. Het kalifaat was onder de mensen van Madinah en zij hebben het verdreven en het is niet naar hen teruggekeerd.
He narrated that al-Hasan said: cUthman was killed while cAli was away in some land he owned. When it reached him he said, ‘O Allah, I did not approve (of it) and I did not abet (it).’ Al-Hakim narrated, and he declared it sahih, that Qais ibn cAbbad said: I heard cAli on the Day of the (battle of the) Camel saying, ‘O Allah I am clear before You of having taken part in the (shedding of the) blood of cUthman. My intellect was shaken on the day of cUthman’s killing, my soul was repulsed, and they came to me to pledge allegiance to me and I said, “By Allah, I am ashamed to take the allegiance of a people who killed cUthman, and I am ashamed before Allah to be sworn allegiance while cUthman is not yet buried,” so they went away. When the people returned and asked me to accept their allegiance, I said, “O Allah, I am afraid of what I am proceeding to do.” Then the determination (of the people) came, 1 was sworn allegiance, they said, ‘Amir al-Mu mining and it was as if my heart was rent asunder. I said, “O Allah, take from me for the sake of cUthman until You are contented.’” Ibn cAsakir narrated that Abu Khaldah al-Hanafi said: I heard Ali saying, ‘Banu Umayyah claim that I killed cUthman. No, by Allah Whom there is no god but He! I did not kill him, I did not abet it, I forbade it but they disobeyed me.’ He narrated that Samurah said: Islam was in a well fortified fortress, and they made a breach in Islam with the killing of TJthman which will not be closed until the Day of Resurrection. The khilafah was among the people of Madinah and they drove it out and it did not return to them.
Hij overleverde dat Muhammad ibn Sirin zei: De gevlekte paarden (van de engelen) ontbraken nooit in de veldslagen en legers tot de moord op cUthman. Er was geen onenigheid over de nieuwe manen tot de moord op cUthman. Deze roodheid die aan de horizon verschijnt, werd nooit eerder gezien tot de moord op al-Hussein.
He narrated that Muhammad ibn Sirin said: The piebald horses (of the angels) were never missing from the battles and the armies until the killing of cUthman. There was no disagreement on the new moons until the killing of cUthman. This redness which is on the horizons was never seen until the killing of al-Hussein.
cAbd ar-Razzaq overleverde in de Musannaf dat Humayd ibn Hilal zei: cAbdullah ibn Salam kwam aan bij degenen die cUthman belegerden en zei: ‘Dood hem niet, want bij Allah, iedere man van jullie die hem doodt, zal Allah ontmoeten zonder een hand. Het zwaard van Allah zal in de schede blijven, en bij Allah, als jullie hem doden, zal Allah het eruit trekken en Hij zal het nooit meer in de schede steken. Er is nooit een profeet gedood zonder dat er zeventigduizend werden gedood vanwege hem, noch een kalief zonder dat er vijfendertigduizend werden gedood vanwege hem voordat zij weer verenigd waren.’ Ibn cAsakir overleverde dat cAbd ar-Rahman ibn Mahdi zei: Er waren twee eigenschappen die cUthman had die noch Abu Bakr noch cUmar hadden: zijn zelfbeheersing tot hij werd gedood, en het verenigen van de mensen rondom één enkele mushaf {geschreven kopie van de Qur’an}.
cAbd ar-Razzaq narrated in the Musannafthax Humayd ibn Hilal said: cAbdullah ibn Salam came upon those who were besieging cUthman and said, ‘Do not kill him, for, by Allah, any man of you who kills him will meet Allah without a hand. The sword of Allah will remain sheathed, and by Allah, if you kill him, Allah will draw it out and He will never sheathe it again. A prophet was never killed but that seventy thousand were killed because of him, nor a khalifah but that thirty-five thousand were killed because of him before they were again united.’ Ibn cAsakir narrated that cAbd ar-Rahman ibn Mahdi said: There were two qualities that cUthman had which neither Abu Bakr nor cUmar had: his self-collectedness until he was killed, and his uniting the people upon a single mushaf{written copy of the Qur’an).
Al-Hakim overleverde dat ash-Shacbi zei: Ik heb geen betere elegie over cUthman gehoord dan de woorden van Kacb ibn Malik toen hij zei:
Al-Hakim narrated that ash-Shacbi said: I have not heard a better elegy upon cUthman than the words of Kacb ibn Malik when he said:
Toen hield hij zijn handen in en sloot hij zijn deur, en hij was ervan overtuigd dat Allah niet vergeetachtig is. Hij zei tegen de mensen in het huis: ‘Dood hen niet! Moge Allah elke man vergeven die niet vecht.’ Dus hoe hebben jullie gezien hoe Allah vijandigheid en haat over hen heeft uitgestort na hun onderlinge harmonie! En hoe jullie hebben gezien hoe het goede zich van de mensen afkeerde na hem, zoals de drijvende winden (de wolken) wegblazen.
Then he restrained his hands and closed his door, And he was certain that Allah is not forgetful, He said to the people of the house, ‘Do not kill them! May Allah pardon every man who does not fight.” So how you have seen Allah pour out upon them Enmity and hatred after harmony with each other! And how you have seen the good turning back from people After him, the way the driving winds turn (the clouds)
terug!
back!’
Sectie
Section
Ibn Sacd overleverde dat Musa ibn Talhah zei: Ik zag cUthman naar buiten gaan op de dag van Jumucah, hij droeg twee gele gewaden. Hij zou op de minbar gaan zitten, waarna de mu’adhdhins de oproep tot het gebed deden terwijl hij sprak en mensen vroeg naar hun prijzen en hun zieken.
Ibn Sacd narrated that Musa ibn Talhah said: I saw cUthman going out on the day of Jumucah, upon him two yellow garments. He would sit on the minbar, then the mu’adhdhins would call to the prayer while he would talk, asking people about their prices and their sick.
Hij overleverde dat “Abdullah ar-Rumi zei: cUthman zou 's nachts zelf zorg dragen voor zijn kleine wassing (Wudu). Iemand zei tegen hem: ‘Als je het maar aan een van de dienaren zou vertellen, dan zouden zij er voor je voor zorgen.’ Hij zei: ‘Nee! De nacht is voor hen om in te rusten.’ Ibn cAsakir overleverde dat cAmr ibn cUthman ibn cAffan zei: De gravure op de zegelring van cUthman was: ‘Ik vertrouw op Degene Die heeft geschapen en voltooid (Zijn schepping).’ Abu Nucaym overleverde in ad-Dala’il van Ibn cUmar dat Jahjah al-Ghifari zich verzette tegen cUthman terwijl hij (op de minbar) was.
He narrated that “Abdullah ar-Rumi said: cUthman would take care of his wadu’ (water for wudu’) at night himself. Someone said to him, ‘If only you would tell one of the servants then they would take care (of it for) you.’ He said, ‘No! The night is for them to rest in.’ Ibn cAsakir narrated that cAmr ibn cUthman ibn cAffan said: The engraving on the seal-ring of cUthman was, ‘I trust in the One Who created and completed (His creation).’ Abu Nucaym narrated in ad-Dala’il from Ibn cUmar that Jahjah al-Ghifari stood up against cUthman while he was (upon the minbar)
hij gaf de khutbah, en hij nam zijn staf uit zijn hand en brak deze over zijn knie. Het jaar was niet voorbij voordat Allah gangreen in zijn voet stuurde en hij eraan stierf.
delivering the khutbah, and he took his staff from his hand and broke it over his knee. The year did not pass until Allah sent gangrene in his foot and he died from it.