Zijn mildheid
His Indulgences
[Ṣāliḥ:] Toen mijn vader ziek werd, liet hij hen voor hem zorgen. Om hem in de winter warm te houden, kochten zij wortels van doornstruiken en verbrandden deze in een smalle kolenpan. 47.1
[Ṣāliḥ:] When my father got sick, he let them take care of him. To keep him warm in winter, they would buy thorn-bush roots and burn them in a narrow coal-pan. 47.1
[Al-Muṭawwiʿī:] Mijn vader rapporteerde dat Aḥmad ibn Ḥanbal geen pudding met een lepel at. In plaats daarvan at hij het uit zijn hand. Hij zei ook dat hij dun platbrood at. 47.2
[Al-Muṭawwiʿī:] My father reported that Aḥmad ibn Ḥanbal didn’t eat pudding with a spoon. Instead, he would eat it out of his hand. He also said that he ate thin flatbread. 47.2
“Hoe weet je dat?” vroeg ik.
“How do you know?” I asked.
“Op een keer bevond ik mij buiten zijn deur, vlak nadat zijn zoon Ṣāliḥ wat brood voor hem had gebakken. Een bedelaar kwam aan de deur smeken, en zij stuurden een korst platbrood naar buiten. Ik realiseerde me dat Aḥmad hetzelfde moest eten, aangezien de Profeet ﷺ zei: ‘Geef niets weg wat je zelf niet eet.’”
“Once I happened to be outside his door just after his son Ṣāliḥ had done some baking for him. A beggar came to the door begging, and they sent out a crust of flatbread. I realized that Aḥmad must eat the same thing, since the Prophet, God bless and keep him, said, ‘Don’t give away anything you don’t eat.’”