11.1 Handel
11.1 Trade
Allah (SWT) heeft eigendom tot een middel gemaakt om de belangen (Maslahah) van menselijke wezens in deze Dunya (wereldse leven) te vestigen, en Hij (SWT) heeft handel toegestaan als een manier om deze belangen (Masalih) te verkrijgen. Het is waar te zeggen dat wat iedereen wenst niet op elke locatie beschikbaar is, en dat het met geweld en macht afnemen van iets corrupt is. Daarom zou er een systeem moeten zijn dat iedereen in staat stelt datgene te nemen wat hij nodig heeft, zonder terug te vallen op geweld en kracht. Handel is dat systeem, en er zijn regels voor verkoop. Allah (SWT) zegt,
Allah (swt) made the property a means to establish the interests of human beings in this Dunya (worldly life) and He (swt) allowed trading as a way to gain these interests (Masalih). It is true to say that what everybody wants is not available in every location and that taking something by force and overpowering is corrupt. Thus, there should be a system that enables everybody to take that which He needs without resorting to force and strength. Trading is that system, and there are rules of selling. Allah (swt) says,
“O jullie die geloven! Verspill jullie rijkdom niet onder julliezelf in ijdelheid, behalve dat het een handel is door wederzijdse instemming.” [An-Nisa: 29]. Handel is van twee soorten; datgene wat toegestaan (Halal) is en in de Shar’a verkoop (Bai’a) wordt genoemd, en datgene wat verboden (Haram) is en woeker (Riba) wordt genoemd. Elk van deze is handel. Allah heeft ons geïnformeerd over de ongelovigen dat zij rationeel het (bestaan van een) verschil tussen handel en woeker (Riba) verwierpen. Allah (SWT) zegt:
“O you who believe! Squander not your wealth among yourselves in vanity, except it may be a trade by mutual consent.” [An-Nisa: 29]. Trading is of two types; that which is allowed (Halal) and is called selling (Bai’a) in Shar’a and that which is forbidden (Haram) and is called usury (Riba). Each of these is trading. Allah has informed us about the disbelievers that they rejected rationally the (existence of a) difference between trading and usury. Allah (swt) says:
“Dat is omdat zij zeggen: Handel is slechts gelijk aan rente.” [Al-Baqarah: 275] Hij (SWT) maakte vervolgens een onderscheid tussen beide door middel van toegestaan (Halal) en verboden (Haram) door te zeggen:
“That is because they say: Selling is just like usury.” [Al-Baqarah: 275] He (swt) then differentiated between them through Halal and Haram by saying:
“Terwijl Allah de verkoop heeft toegestaan en de rente heeft verboden.” [Al-Baqarah: 275] Hieruit hebben wij begrepen dat elk van beiden aan handel doet, en dat de handel die door de Shar’a is toegestaan, verkoop is. Het verkoopproces wordt afgerond door twee partijen. Een van hen brengt het aanbod (Ijab) uit en de ander aanvaardt (Qabool). Deze worden uitgedrukt met de woorden “ik heb verkocht” en “ik heb gekocht”, of met welke woorden of handelingen dan ook die deze betekenissen inhouden. De eigenaar van de handelswaar heeft het recht om de verkoop uit te voeren en om iemand aan te stellen als agent of als gezant om de verkoop namens hem uit te voeren. Het is hem ook toegestaan om een persoon in te huren om de verkoop namens hem te verrichten, op voorwaarde dat zijn loon is vastgesteld. Als hij iemand zou inhuren voor een deel van de winst, dan zou hij een stille vennoot zijn, en zal de regel van de vennoot in plaats van die van de werknemer op hem worden toegepast. Het is hem ook toegestaan om het eigendom zelf te kopen of via zijn agent, zijn vertegenwoordiger, of om een persoon in te huren die voor hem zal kopen. Samenvattend: handel is toegestaan. Het is een vorm van het vergroten van het eigendom, en het is evident in de wetten van verkoop en vennootschap (partnerschap). Handel komt voor in de Qur’an en de overlevering (Hadith). Allah (SWT) zei:
“Whereas Allah permitted selling and prohibited usury.” [Al-Baqarah: 275] We understood from this that each of them is trading, and the one which is permitted by Shar’a is selling. The selling process is concluded by two parties. One of them gives the offer (Ijab) and the other accepts (Qabool). These are expressed with the word “I sold” and “I bought” or any words or action which hold these meanings. The owner of the commodity has the right to carry out the selling and to deputise somebody as an agent or as a Messenger to execute the selling on his behalf. He is allowed also to employ a person to perform the selling on his behalf, on condition that his wage is defined. If He employed someone for part of the profit He would be a silent partner, and the rule of the partner rather than the employee will be applied upon him. He is also allowed to buy the property himself or through his agent, his representative or to hire a person who will buy for him. In summary, trading is allowed. It is a form of increasing the ownership, and it is evident in the laws of selling and company (partnership). Trading came in the Qur’an and the Hadith. Allah (swt) said:
“Sla alleen op in het geval dat het een werkelijke handel is die jullie van hand tot hand onderling overdragen. In dat geval is het geen zonde voor jullie als jullie het niet opschrijven.” [Al-Baqarah: 282],
“Save only in the case when it is actual trading which you transfer among yourselves from hand to hand. In that case it is no sin for you if you write it not.” [Al-Baqarah: 282],
Rifa’a overleverde dat hij met de Boodschapper van Allah ﷺ naar de gebedsplaats ging en zag dat de mensen aan het handelen waren. De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “O handelaren!” Zij antwoordden de Boodschapper van Allah ﷺ en richtten hun nekken en ogen op hem. Hij ﷺ zei: “Handelaren zullen op de Dag des Oordeels worden opgewekt als fujjar (overtreder), behalve zij die rechtvaardig en eerlijk waren.” Al-Tirmidhi rapporteerde dat Abu Sa’id overleverde dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “De eerlijke, betrouwbare koopman zal worden opgewekt met de profeten, de rechtvaardigen en de martelaren.” Handel is van twee soorten: binnenlands en buitenlands. Binnenlandse handel is het kopen en verkopen dat plaatsvindt tussen mensen in goederen, of het nu hun eigen producten zijn, agrarisch of industrieel, of producten van andere mensen, waarbij ze in hun eigen land circuleren. Binnenlandse handel is toegestaan zonder beperkingen, behalve de regels die verbonden zijn met de verkoop. Wat betreft de goederen, hun soorten en hun transport binnen het land van de ene plaats naar de andere, het is aan elke koopman om te handelen binnen de regels van de Shar’a. De Staat heeft niets te maken met de binnenlandse handel, behalve door toezicht alleen. Wat betreft de buitenlandse handel, dit is de aankoop van goederen uit het buitenland, of deze goederen nu agrarisch of industrieel zijn. Dit type handel is onderworpen aan het directe toezicht van de Staat, dus zij houdt direct toezicht op de import en export van deze goederen en houdt toezicht op de oorlogvoerende en vreedzame (degenen die gebonden zijn aan verdragen) kooplieden.
Rifa’a narrated that He went out with the Messenger of Allah (pbuh) to the prayer place and He saw the people trading. The Messenger of Allah (pbuh) said, “O traders!” They responded to the Messenger of Allah (pbuh) and raised their necks and eyes towards him. He (pbuh) said, “Traders will be resurrected on the Day of Judgement as fujjar (wrongdoers) except those who were righteous and honest.” Al-Tirmidhi reported that Abu Sa’id narrated that the Messenger of Allah (pbuh) said: “The honest trustworthy merchant will be resurrected with the prophets, righteous and the martyrs.” Trading is of two types, domestic and foreign. Domestic trading is the selling and buying which occurs among the people over commodities, whether they are of their own products, agricultural or industrial, or of other peoples products, where they are circulated in their own country. Domestic trading is allowed without constraints, except by those rules connected with selling. With regard to the commodities, their types, and their transfer inside the country from place to place, it is left to every merchant to trade within the rules of Shar’a. The State has nothing to do with the domestic trading except through supervision only. Regarding foreign trade, it is the purchase of commodities from abroad, whether such commodities were agricultural or industrial. This type of trading is subject to the direct supervision of the State, so it directly supervises the import and export of these commodities and supervises the belligerent and peaceful (those bound by treaties) merchants.