14.6 Prijsafspraken
14.6 Price-Fixing
Allah (SWT) heeft aan iedereen het recht gelaten om zijn handelswaar te verkopen tegen de prijs die hij wenst. Ibn Majah heeft overgeleverd van Abu S’aid, dat hij zei: de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Verkoop (handel) is op basis van wederzijdse instemming.” Maar omdat het mogelijk is dat de Staat (overheid) prijszetting aan het volk kan opleggen, heeft Allah (SWT) het verboden om bepaalde prijzen voor handelswaar vast te stellen en mensen vervolgens te dwingen om volgens die prijzen te handelen (kopen en verkopen); daarom was prijsafspraken verboden.
Allah (swt) has left to everybody the right to sell his commodity at the price He likes. Ibn Majah has narrated from Abu S’aid, that He said, the Messenger of Allah (pbuh) said: “Selling (trading) is by consent.” But because it is possible that the State (government) may force pricing over the people, Allah (swt) prohibited it to set certain prices for commodities and then force people to trade (selling and buying) according to them; therefore, price-fixing was prohibited.
Prijsafspraken zijn situaties waarin de heerser, zijn afgevaardigden of wie dan ook die enige autoriteit over de moslims bezit, de handelaren (kooplieden) bevelen om goederen niet te verkopen behalve tegen een vastgestelde prijs. Zo worden zij verhinderd de prijzen te verhogen, zodat zij deze niet opdrijven, noch is het hen toegestaan te handelen tegen prijzen die lager zijn dan deze, zodat zij niet met anderen concurreren. Dat wil zeggen, zij worden verhinderd de gestelde prijs te verhogen of te verlagen voor het belang (Maslahah) van de mensen. Dit betekent dat de Staat ingrijpt in de prijzen en bepaalde prijzen vaststelt voor de goederen of voor sommige daarvan, en iedereen verhinderd om te verkopen tegen een hogere of lagere prijs dan de vastgestelde prijs, aangezien zij dit beschouwt als zijnde voor het publieke belang. De Islam verbood prijsbepaling absoluut, vanwege wat imam Ahmad overleverde (Hadith) van Anas, die zei: “De prijzen stegen in de tijd van de Boodschapper van Allah ﷺ, dus zij zeiden: O Boodschapper van Allah ﷺ, wij wensen dat u de prijzen vaststelt. Hij ﷺ zei: ‘Voorwaar, Allah is de Schepper, de Beperker (Qabidh), de Verruimer (Basit), de Voorziener (Raziq), de Prijsbepaler; en ik wens dat ik Allah ontmoet en dat niemand bij mij klaagt over een onrechtmatige daad die ik tegen hem heb begaan, noch wat betreft bloed of eigendom.’” Ook Abu Dawud overleverde (Hadith) van Abu Huraira, hij zei: “Een man kwam en zei: O Boodschapper van Allah ﷺ, stel prijzen vast. Hij ﷺ zei: ‘Integendeel, Allah verlaagt en verhoogt.’” Deze overleveringen (Hadith) geven aan dat prijsbepaling verboden is en een onrechtmatige daad is waarover een klacht bij de heerser wordt ingediend om deze weg te nemen. En als de heerser zelf aan prijsbepaling zou doen, zou hij zondig zijn in het aangezicht van Allah (SWT), omdat het een verboden (Haram) daad is. Elke burger zou het recht hebben om bij de Rechtbank van de Onrechtmatige Daden (Mahkamat Al-Madhalim) te klagen tegen de heerser die aan prijsbepaling doet, of hij nu een gouverneur (Wali) of een kalief (Khalifah) was. Men klaagt bij deze rechtbank over deze daad om tegen hem te oordelen en deze onrechtmatige daad (Madhlama) weg te nemen.
Price-fixing is where the ruler or his deputies or anyone who holds any authority upon the Muslims orders the traders (merchants) not to sell commodities except with a specified price. Thus they are prevented from increasing the prices so they do not raise them up, nor are they allowed to trade with less than these prices so that they do not compete with others. That is to say, they are prevented from increasing or decreasing the stated price for the peoples’ interest (Maslaha). This means that the State intervenes in the prices and puts certain prices for the commodities or for some of them, and prevents anybody from selling with higher or lower than the fixed price, as it considers this to be for the public interest. Islam prohibited pricing absolutely, due to what Imam Ahmad narrated from Anas who said: “Prices increased at the time of the Messenger of Allah (pbuh), so they said, O Messenger of Allah, we wish would you price (fix the prices). He (pbuh) said: “Indeed Allah is the Creator, the holder (Qabidh), the Open-handed (Basit), the Provider (Raziq), the Pricer (who fixes prices); and I wish I will meet Allah and nobody demands (complains) of me for unjust act I did against him, neither in blood or property.” Also Abu Dawud narrated from Abu Huraira, He said, “A man came and said, O Messenger of Allah, fix prices. He (pbuh) said: “Rather Allah reduces and increases.” These Ahadith indicate that pricing is prohibited and is an unjust act against which a complaint is made to the ruler to remove it. And if the ruler himself did pricing He would be sinful in the sight of Allah (swt), because it is a prohibited (Haram) act. Every person of the citizens would have the right to complain to the Court of the Unjust Acts (Mahkamat Al-Madhalim) against the ruler who makes pricing, whether He was a governor (Wali) or Khalifah. He complains to this court about this act in order to judge against Him and remove this unjust act (Madhlama).
Het verbod op prijsbepaling is algemeen voor alle goederen, dus is er geen verschil tussen levensmiddelen en andere zaken. Dit is het geval omdat de overleveringen (Hadith) prijsbepaling absoluut verbieden, dus het zijn algemene (A’am) overleveringen (Hadith) en er is niets dat hen specificeert voor levensmiddelen of anderen; dus het verbod op prijsbepaling is algemeen, wat daarmee de prijsbepaling van alles omvat.
Prohibiting pricing is general for all commodities, so there is no difference between the foodstuffs and others. This is the case because the Ahadith forbid pricing absolutely, so they are general (A’am) Ahadith and there is nothing that qualifies them with the foodstuffs or others; so prohibition of pricing is general, which thus includes the pricing of anything.
De realiteit van prijsstelling is dat het onder alle omstandigheden een ernstige verboden (Haram) is voor de natie, of het nu in een situatie van oorlog of vrede is, of omdat het een verborgen markt opent waarin mensen handelen zonder dat de overheid dit ziet en buiten haar toezicht om; een markt die de zwarte markt wordt genoemd. Hierdoor stijgen de prijzen zodanig dat rijke mensen goederen in bezit krijgen ten koste van de armen. Bovendien heeft prijsstelling een effect op het consumptiepatroon, wat daarmee de productie beïnvloedt, en het kan leiden tot een economische crisis. Verder hebben mensen controle over hun eigendom, omdat eigendom van goederen betekent dat zij er controle over hebben, terwijl prijsstelling betekent dat er een verbod (Hajr) op hen wordt opgelegd, een zaak die niet is toegestaan behalve via een goddelijke tekst, die in dit geval niet bestaat. Het is dus niet toegestaan om een verbod (Hajr) op mensen op te leggen door specifieke prijzen voor hun goederen vast te stellen en hen te verhinderen te handelen tegen prijzen die hoger of lager zijn dan dat.
The reality of pricing is that it is a grave Haram upon the nation under all circumstances, whether in the situation of war or peace, or as it opens a hidden market in which people trade unseen by the government and away from its supervision; a market which is called the black market. Therefore, the prices increase such that the rich people would possess commodities to the exclusion of the poor. Moreover, pricing would have an affect on consumption, thereby affecting the production, and may lead to an economic crisis. Furthermore, people have control over their property, because ownership of property means that they have control over it whereas, pricing means forcing interdiction (Hajr) over them, a matter which is not allowed except through a divine text which does not exist in this case. So it is not allowed to force interdiction (Hajr) over people by putting specific prices for their commodities and preventing them from trading with higher or lower than that.
Wat betreft de prijzen die stijgen op het moment van oorlog, of tijdens een politieke crisis, dit is het gevolg van ofwel de niet-beschikbaarheid van de goederen op de markt doordat deze worden opgepot als monopolie, of vanwege hun schaarste. Als hun afwezigheid te wijten was aan een monopolie, dan is monopolie verboden door Allah (SWT), en als het te wijten was aan hun schaarste op de markt, dan moet de kalief, die is bevolen om te waken over de zaken van de natie, ernaar streven om ze beschikbaar te maken op de markt door ze uit andere plaatsen te halen, en op die manier zou hij voorkomen dat de prijzen stijgen.
In regard to the prices that rise at the time of war, or during a political crisis, this results from either the non-availability of the commodities in the market because of their being hoarded as monopoly or because of their shortage. If their absence was due to monopoly, monopoly was prohibited by Allah (swt), and if it was due to their shortage in the market, then the Khalifah, who is ordered to look after the affairs of the nation, must strive to make them available in the market by bringing them from other places, and thus He would prevent the prices from rising.
In het jaar van de hongersnood, dat het jaar van Ramadha (as) werd genoemd, toen de hongersnood alleen in Hijaz optrad vanwege een tekort aan voedsel in dat jaar en daardoor de voedselprijzen stegen, stelde ‘Umar ibn Al-Khattab de prijzen van de levensmiddelen niet vast. In plaats daarvan beval Hij dat voorraden van levensmiddelen uit Egypte en ash-Sham naar de Hijaz werden gestuurd; hierdoor daalden de prijzen zonder de noodzaak van prijsstelling.
In the famine year, which was called Ramadha (ashes) year, when famine occurred only in Hijaz due to food shortage in that year and thus food prices increased, ‘Umar ibn Al-Khattab did not fix the prices of the foodstuffs. Rather He ordered supplies of foodstuffs from Egypt and ash-Sham to be sent to the Hijaz; thus prices dropped without the need for pricing.