12.2 Kennis van Naskh
12.2 Knowledge Of Naskh
Kennis van naskh is van groot belang voor de geleerden van de islamitische jurisprudentie (Fiqh) en Koranexegese (Tafsir), opdat de toepassing van islamitische wetten niet in verwarring raakt. Iemand die onwetend is over ingetrokken wetten, kan proberen deze toe te passen en eindigt met het verrichten van verboden (Haram) handelingen en het oproepen van anderen tot verboden (Haram).
Knowledge of naskh is of great importance to the scholars of fiqh (Islaamic law) and tafseer (explanation of the Qur’aan), in order that application of Islaamic laws does not become confused. Someone who is ignorant of repealed laws may try to apply them and end up doing haraam acts and calling others to haraam.
Zo werd er overgeleverd dat ‘Alee ibn Abee Taalib, de vierde kalief, eenmaal langs een rechter liep en hem vroeg of hij wist in welke wetten naskh was opgetreden. De man antwoordde: “Nee.” ‘Alee zei tegen hem: “Je bent verloren gegaan en hebt anderen verloren doen gaan!” 23 Er moet echter worden opgemerkt dat het aantal authentieke gevallen van naskh schaars is. Er zijn slechts drie betrouwbare manieren om deze gevallen te identificeren:
Thus, it was reported that once ‘Alee ibn Abee Taalib, the fourth Caliph, passed by a judge and asked him if he knew in which laws naskh had occurred. The man replied, “No.” ‘Alee said to him, “You have perished and caused others to perish!” 23 However, it should be noted that the number of authentic cases of naskh are few and far between. There are only three reliable ways to identify these cases:
1. Een duidelijk geformuleerde overlevering van de Profeet ﷺ of een van zijn metgezellen (sahabi). Bijvoorbeeld, er is overgeleverd dat de Profeet ﷺ zei,
1. A clearly worded narration from the Prophet (ﷺ) or one of his companions (sahaabee). For example, the Prophet (ﷺ) was reported to have said,
“Ik verbood jullie voorheen om graven te bezoeken, maar (nu) moeten jullie ze bezoeken, aangezien ze zeker herinneringen (aan het hiernamaals) zijn.” 24
“ I used to forbid you from visiting graves, but (now) you should visit them, as surely they are reminders (of the next life).” 24
Eén van de metgezellen (Sahabah) genaamd Salamah ibn al-Akwa‘ rapporteerde dat toen het vers,
One of the sahaabah by the name of Salamah ibn al-Akwa‘ reported that when the verse,
“En de verlossing voor hen die het moeilijk hebben (met vasten) is het voeden van een arme,” 25
“And the redemption for those who have difficulty with (fasting) is the feeding of a poor person,” 25
werd geopenbaard, wie wilde stoppen met vasten moest zichzelf vrijkopen, tot de vers daarna26
was revealed, whoever wanted to stop fasting would redeem himself, until the verse after it26
werd geopenbaard en verving het:
was revealed and replaced it:
“Wie van jullie de (begin van) de maand aanschouwt, dient (de maand) te vasten.” 27
“Whoever among you who witnesses the (beginning of) the month should fast (the month).” 27
2. De eenduidige overeenstemming van vroege islamitische geleerden over zowel de wet die werd vervangen als de wet die deze verving. Dat wil zeggen, hun erkenning van het feit dat er sprake was van een abrogatie (opheffing), en niet hun instemming om een goddelijke wet af te schaffen. Een voorbeeld hiervan is te vinden in een overlevering (Hadith) waarin de Profeet ﷺ zei
2. The unanimous agreement of early Muslim scholars on both the law which was replaced and the one which replaced it. That is, their recognition of the fact that an abrogation took place and not their agreement to abrogate a divine law. An example of this can be found in a hadeeth wherein the Prophet (ﷺ) said
“Gesla degenen die intoxicanten gebruiken (telkens wanneer hij betrapt wordt) en op de vierde keer dood hem.” 28
“Whip whoever takes intoxicants (each time he is caught) and on the fourth time kill him.” 28
De metgezellen (Sahabah) waren het unaniem eens over het feit dat degene die intoxicanten gebruikte, niet langer geëxecuteerd mocht worden. Zij hebben de wet niet door een unanieme overeenkomst (Ijma’) ingetrokken, maar de wet werd niet toegepast omdat het aan hen allen bekend was dat de Profeet ﷺ deze had ingetrokken.29
The sahaabah were unanimous on the fact that the one who took intoxicants was no longer to be executed. They did not repeal the law by unanimous agreement (ijmaa‘), but the law was not applied because it was known to all of them that the Prophet (ﷺ) repealed it.29
3. Betrouwbare historische kennis dat een wet werd toegepast tijdens een eerdere historische periode, waarna een latere wet deze duidelijk lijkt te tegenspreken. Bijvoorbeeld: Shaddaad ibn Aws rapporteerde dat tijdens de verovering van Makkah (8AH/630)
3. Reliable historical knowledge of a law being put into practice during an earlier historical period, then a later law appears to clearly contradict it. For example, Shaddaad ibn Aws reported that at the time of the conquest of Makkah (8AH/630
CE), zei de Profeet ﷺ
CE), the Prophet (ﷺ) said
“De aderzetter en de persoon aan wie de ader wordt gezet hebben beiden de vasten verbroken.” 31
“The cupper and the cupped 30 have both broken the fast.” 31
Aan de andere kant rapporteerde Ibn ‘Abbaas dat de Profeet ﷺ hijama (aderlating) onderging terwijl hij aan het vasten was en terwijl hij in ihraam was.32 Sommige versies van deze rapportage vermelden ook dat dit plaatsvond tijdens de Afscheidshadj (10 AH/632 CE).33
On the other hand, Ibn ‘Abbaas reported that the Prophet (r) was cupped while fasting and while he was in ihraam.32 Some versions of this report also mentioned that it took place during the Farewell Pilgrimage (10 AH/632 CE).33
Naskh kan niet worden vastgesteld door zelfstandige rechtsvinding (Ijtihad), noch door de mening van een commentator van de Qur'an, noch uitsluitend door de schijnbare tegenstrijdigheid van teksten.
Naskh cannot be determined by ijtihaad (reasoning in the absence of clear evidence), nor by the opinion of a Qur’aanic commentator, nor solely by the apparent contradiction of texts.
23 Geciteerd door as-Suyootee in al-Itqaan, vol. 3, p. 59.
23 Quoted by as-Suyootee in al-Itqaan, vol. 3, p. 59.
24 Overgeleverd door Buraydah en verzameld door Muslim (Sahih Muslim, vol. 2, pp. 463-4, no. 2131), Aboo Daawood (Sunan Abu Dawud, vol. 2, p. 919, no. 3229), an-Nasaa’ee en Ahmad.
24 Reported by Buraydah and collected by Muslim (Sahih Muslim, vol. 2, pp. 463-4, no. 2131), Aboo Daawood (Sunan Abu Dawud, vol. 2, p. 919, no. 3229), an-Nasaa’ee and Ahmad.
25 Soera al-Baqarah (2):184.
25 Soorah al-Baqarah (2):184.
26 Soera al-Baqarah (2):185.
26 Soorah al-Baqarah (2):185.
27 Verzamelde door al-Bukhari (Sahih Al-Bukhari, vol. 6, p. 27, no. 34) en Muslim (Sahih Muslim, vol. 2, p. 555, nos. 2547-8). Men moet in gedachten houden dat de metgezellen (Sahabah) het woord naskh gebruikten voor een bredere categorie van wijzigingen in een bestaande wet dan het woord later bij geleerden van latere generaties zou betekenen. Voor de metgezellen (Sahabah) omvatte naskh zowel takhsees (specificatie) als volledige abrogatie. Daarom werd de algemene toestemming voor iedereen die de voorkeur gaf aan het voeden van een arme persoon in plaats van vasten, ingetrokken. De toestemming blijft echter bestaan voor ouderen en chronisch zieken, zoals Ibn ‘Abbaas opmerkte in Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 26-7, no. 32.
27 Collected by al-Bukhaaree (Sahih Al-Bukhari, vol. 6, p. 27, no. 34) and Muslim (Sahih Muslim, vol. 2, p. 555, nos. 2547-8). It should be borne in mind that the sahaabah used the word naskh for a broader category of changes to an existing law than the word came to mean among scholars of later generations. For the sahaabah, naskh included takhsees (specification) as well as complete abrogation. Therefore, the general permission for anyone who cared to feed a poor person instead of fasting was cancelled. However, the permission still stands for the aged and the chronically ill, as Ibn ‘Abbaas noted in Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 26-7, no. 32.
28 Verzameld door Ahmad en door Aboo Daawood (Sunan Abu Dawud, vol. 3, pp. 1252-3, nos. 4467- 70) en authentiek verklaard door al-Albaanee in Saheeh Sunan Abee Daawood, vol. 3, p. 848, nos. 3763-4.
28 Collected by Ahmad and by Aboo Daawood (Sunan Abu Dawud, vol. 3, pp. 1252-3, nos. 4467- 70) and authenticated by al-Albaanee in Saheeh Sunan Abee Daawood, vol. 3, p. 848, nos. 3763-4.
29 De consensus over dit onderwerp werd gerapporteerd door at-Tirmithee in zijn boek al-‘Ilal. Zie Sunan Abu Dawud, vol. 3, p. 1252, voetnoot nr. 3903.
29 The consensus on this issue was reported by at-Tirmithee in his book al-‘Ilal. See Sunan Abu Dawud, vol. 3, p. 1252, footnote no. 3903.
30 Hijama is een praktijk waarbij bloed naar het oppervlak van de huid wordt getrokken door een incisie te maken en een vacuüm te creëren op die plek. Het wordt voor medische doeleinden gedaan.
30 Cupping is a practice of drawing blood to the surface of the skin by making an incision and creating a vacuum at the point. It is done for medicinal purposes.
31 Verzameld door Aboo Daawood (Sunan Abu Dawud, vol. 2, p. 650, no. 2363), at-Tirmithee, Ibn Maajah en Ahmad, en geauthenticeerd door al-Albaanee in Saheeh Sunan Abee Daawood, vol. 2, p.
31 Collected by Aboo Daawood (Sunan Abu Dawud, vol. 2, p. 650, no. 2363), at-Tirmithee, Ibn Maajah and Ahmad, and authenticated by al-Albaanee in Saheeh Sunan Abee Daawood, vol. 2, p.
451, nr. 2075.
451, no. 2075.
32 Sahih Al-Bukhari, vol. 3, p. 91, no. 159.
32 Sahih Al-Bukhari, vol. 3, p. 91, no. 159.
33 Zie Fat-h al-Baaree, vol. 4, p. 210.
33 See Fat-h al-Baaree, vol. 4, p. 210.