3 Vertaling van de Qur’aan
3 Translation Of The Qur’aan
De Qur’aan, het laatste discours tussen God en de mens, werd geopenbaard in de taal van de laatste Profeet ﷺ, de taal van de mensen onder wie hij werd opgevoed en door wie de laatste boodschap bestemd was om naar de uiteinden van de wereld te worden gedragen. Allaah schiep de mens in een verscheidenheid aan kleuren en leerde de mens diverse talen. Allaah, de Meest Wijze, stuurde elk van Zijn boodschappers sprekend de taal van zijn volk om de overdracht van de goddelijke boodschap te vergemakkelijken. Dit werd duidelijk vermeld in het vers:
The Qur’aan, the final discourse between God and man, was revealed in the language of the final Prophet (r), the language of the people among whom he was raised and by whom the last message was destined to be carried to the ends of the world. Allaah created man in a variety of colors and taught man diverse languages. Allaah, Most Wise, sent each of His messengers speaking the language of his people in order to facilitate the transmission of the divine message. This was clearly stated in the verse:
“Ik heb nooit een boodschapper gestuurd met niets anders dan de taal van zijn volk.” 1
“I never sent a messenger with other than his people’s language.” 1
Gevolgelijkerwijs werden alle profeten verheven uit het midden van hun eigen volk, ook al brachten zij allen dezelfde fundamentele boodschap over:
Consequently, all prophets were raised up from among their own people, even though they all carried the same basic message:
“Voorwaar, Ik heb in elke natie een boodschapper verheven die zei: ‘Aanbid Allah en vermijd valse goden.’” 2
“Verily, I have raised up in every nation a messenger saying: ‘Worship Allaah and avoid false gods.’ ” 2
Zo, ondanks de universaliteit van de laatste boodschap, die weterklank vindt in het vers,
Thus, in spite of the final message’s universality, echoed in the verse,
“Zeg: ‘O mensheid, voorwaar, ik ben de boodschapper van Allaah ﷺ, gezonden tot jullie allen,’ ” 3
“Say: ‘O mankind verily, I am Allaah’s messenger (r) sent to all of you,’ ” 3
en het vers,
and the verse,
“Ik heb u slechts als een brenger van goede nieuwigheden en als een waarschuwer voor de gehele mensheid gezonden,” 4
“I have only sent you as a bringer of glad tidings and a warner for all mankind,” 4
Deze boodschap werd geopenbaard in de Arabische taal.
this message was revealed in the Arabic language.
De Islamitische staat ontstond op het Arabisch schiereiland, omvatte het, en verspreidde zich snel naar de aangrenzende landen van Afrika, Klein-Azië, India en Azië. Arabisch werd al snel niet alleen de taal van de laatste openbaring van de Islam, maar ook de officiële taal van een enorm Islamitisch rijk dat diverse culturen en talen omvatte. Sommige mensen spraken al Arabisch, terwijl de meesten dat niet deden.
The Islaamic state arose in the Arabian peninsula, engulfed it, and quickly spread to the neighboring lands of Africa, Asia Minor, India, and Asia. Arabic soon became not only the language of the final revelation of Islaam, but also the official language of a vast Islaamic empire encompassing diverse cultures and languages. Some of the people already spoke Arabic, while most did not.
Echter, binnen een zeer korte periode verspreidden de Islam en de Arabische taal zich snel onder de mensen. Sommige vreemde talen namen Arabisch-Islamitische termen over en degenen die deze talen spraken, begonnen ze in het Arabische schrift te schrijven. Uiteindelijk werden veel van deze talen overschaduwd of vervangen door het Arabisch. Het Koptisch van de Egyptenaren en Berbers van de Noord-Afrikanen zijn enkele voorbeelden van de vervanging van nationale talen door het Arabisch, terwijl Hausa, Perzisch en Maleis voorbeelden zijn van talen die grote hoeveelheden Arabische woorden absorbeerden en in het Arabische schrift werden geschreven. In andere gebieden ontwikkelden zich handelstalen, bestaande uit een mengeling van lokale talen en grote hoeveelheden Arabisch, maar zelfs deze talen werden in het Arabische schrift geschreven. Echter, toen het Abbasidische kalifaat verzwakte, verdeelden Perzische en Turkse krijgsheren de staat in een aantal concurrerende sultanaten. Perzisch was de bestuurstaal van veel van deze staten.5
However, within a very short period, Islaam and Arabic spread rapidly among the people. Some foreign languages absorbed Arabic-Islaamic terms and those who spoke them began to write them in the Arabic script. Eventually, many of these languages were overshadowed or replaced by Arabic. The Coptic language of the Egyptians and Berber of the North Africans are some examples of the replacement of national languages by Arabic, while Hausa, Persian and Malay are examples of languages which absorbed large amounts of Arabic words and were written in Arabic script. In other areas, trading languages developed, made up of a mixture of local languages and large amounts of Arabic, but even these languages were written in Arabic script. However, when the ‘Abbaasid caliphate weakened, Persian and Turkish warlords carved the state into a number of competing sultanates. Persian was the language of government of many of these states.5
“Wie een letter uit het Boek van Allah leest, verdient een zegen,”7 kreeg een nieuwe betekenis. Deze uitspraak werd gedaan tegen Arabisch sprekende moslims om hen aan te moedigen zoveel mogelijk van de Qur’aan te lezen. Het doel achter deze aanmoediging was een grotere blootstelling aan de boodschap van Allah, en het was nooit de bedoeling dat het slechts het nabootsen van het medium zou zijn waarin de boodschap werd gebracht. Echter, met de opkomst van het Turks cultureel nationalisme ontstond het concept van het lezen van de letters en woorden van de Qur’aan enkel voor de zegen. Veel studenten begonnen de gehele Qur’aan uit het hoofd te leren zonder een woord te begrijpen van wat zij hadden gememoriseerd. Het nabootsen van de Qur’aan werd een geaccepteerde en hoog gewaardeerde praktijk.
“Whoever reads a letter from Allaah’s book earns a blessing,”7 took on new meaning. This statement was made to Arabic-speaking Muslims to encourage them to read as much of the Qur’aan as possible. The goal behind this encouragement was increased exposure to Allaah’s message, and it was never intended to be the mere parroting of the vehicle in which it was brought. However, with the rise of Turkish cultural nationalism, there arose the concept of reading the letters and words of the Qur’aan simply for the blessing. Many students began memorizing the whole Qur’aan without understanding a word of what they had memorized. Parroting the Qur’aan became an accepted and highly regarded practice.
Met de neergang en de uiteenvalling van de islamitische staat en de opkomst van het Europees kolonialisme, werd het overgangsproces waarbij de talen van moslimvolkeren zich ontwikkelden tot het Arabisch volledig tot stilstand gebracht. Kolonialisten verdeelden de moslimgebieden en vereisten dat talen die de overgang naar het Arabisch nog niet hadden voltooid, in het Latijnse schrift werden geschreven. Voorbeelden van deze poging tot omkering zijn te zien in de gedwongen adoptie van het Latijnse schrift door Afrikaanse talen, zoals Hausa en Swahili; Midden-Oosterse talen, zoals Turks; en Aziatische talen, zoals Maleis. 8 Veel van de Qur’aanic scholen waarin Arabisch werd onderwezen, werden gesloten of vervangen door christelijke scholen, en de weinige scholen die overbleven, onderwezen enkel de uitspraak van het Arabisch.
With the decline and break up of the Muslim state and the rise of European colonialism, the transitional process by which Muslim people’s languages were evolving into Arabic was totally halted. Colonialists divided Muslim territories and required languages that had not completed the transition to Arabic to be written in Latin script. Examples of this attempt at reversal can be seen in the forced adoption of the Latin script by African languages, such as Hausa and Swahili; Middle Eastern languages, such as Turkish; and Asian languages, such as Malay. 8 Many of the Qur’aanic schools in which Arabic was taught were closed down or replaced by Christian schools, and the few schools which remained taught only the pronunciation of Arabic.
Gevolglijk bleef de overgrote meerderheid van de moslims niet in staat om Arabisch te begrijpen, ook al bleven velen van hen het schrift lezen en uitspreken. In een poging dit vacuüm te vullen, begonnen sommige moslimgeleerden in deze niet-Arabisch sprekende landen de Qur’aan naar hun lokale talen te vertalen. De vroegst bekende vertaling van dit type was door Shah ‘Abdul Qaadir van Delhi (gest. 1826 n.Chr.). Deze beweging naar vertaling begon aan momentum te winnen rond de laatste periode van de achttiende eeuw n.Chr.
Consequently, the vast majority of Muslims remained unable to understand Arabic, even though many of them continued to read and pronounce its script. In an attempt to fill this vacuum, some Muslim scholars in these non-Arabic speaking countries began to translate the Qur’aan into their local tongues. The earliest known translation of this type was by Shah ‘Abdul Qaadir of Delhi (d. 1826 CE).9 This movement to translation began to gather momentum around the latter part of the eighteenth century C.E.
Deze waren echter niet de vroegste vertalingen die in vreemde talen werden gemaakt. Vóór de evolutie van de moderne Europese talen was het Latijn, de taal van het Heilige Roomse Rijk, de cultuurtaal in Europa. Daarom was de vroegst gedocumenteerde vertaling naar het Latijn. Deze werd in 1143 gemaakt voor het Klooster van Cluny, maar werd pas in 1543 in Basel door Bibliander gepubliceerd.10 Deze Latijnse vertaling werd vervolgens in 1616 in Beieren door Schweigger in het Duits vertaald, in 1647 in Parijs door DuRyer in het Frans, en in 1776 in Sint-Petersburg in het Russisch.11 De eerste Engelse vertaling, door A. Ross, was slechts een vertaling van de Franse vertaling van DuRyer en werd enkele jaren na die van DuRyer gepubliceerd.12 Tijdens deze periode produceerde Maracci, een biechtvader van Paus Innocentius XI, in 1698 een andere Latijnse vertaling, die zowel de Arabische tekst als citaten uit diverse Arabische commentaren bevatte, zorgvuldig geselecteerd en vervormd, om Europeanen de slechtst mogelijke indruk van de Islam te geven. Maracci was een geleerde man en zijn agenda was duidelijk. Hij wijdde zijn werk aan de Heilige Roomse Keizer, Leopold I, en schreef er een inleidend deel voor met de titel: “Refutation of the Quran.”13
However, these were not the earliest translations made into foreign languages. Before the evolution of modern European languages, Latin, the language of the Holy Roman Empire, was the language of culture in Europe. Hence, the earliest recorded translation was into Latin. It was made for the Monastery of Cluny in 1143, but it was not published until 1543 at Basle by Bibliander.10 This Latin translation was subsequently translated into German by Schweigger in Bavaria in 1616, into French by DuRyer in Paris in 1647, and into Russian at St. Petersburg in 1776.11 The first English translation, by A. Ross, was merely a translation of DuRyer’s French translation, and was published a few years after DuRyer’s. 12 During this period, Maracci, a confessor to Pope Innocent XI, produced another Latin translation in 1698, which included the Arabic text as well as quotations from various Arabic commentaries, carefully selected and garbled, in order to give Europeans the worst possible impression of Islaam. Maracci was a learned man, and his agenda was clear. He dedicated his work to the Holy Roman Emperor, Leopold I, and wrote an introductory volume for it entitled, “Refutation of the Quran.” 13
Onder de meest wijdverspreide Engelse vertalingen was die van George Sale, gemaakt in 1734. Sale vertaalde vanuit de Latijnse versie van Maracci en voegde zijn bevooroordeelde aantekeningen en inleiding toe. 14 Andere voorbeelden zijn die van Rev. J.M. Rodwell, gepubliceerd in 1876, waarin de hoofdstukken in een ruwe chronologische volgorde waren geplaatst, en die van Professor E.H. Palmer, gepubliceerd in 1876.15
Among the most widely circulated English translations was that of George Sale, made in 1734. Sale translated from Maracci’s Latin version and included his biased notes and introduction. 14 Other examples are that of Rev. J.M. Rodwell, published in 1876, in which the chapters were placed in a rough chronological order, and that of Professor E.H. Palmer, published in 1876.15
Echter, al deze vertalingen bevatten een sterke anti-islamitische vooringenomenheid, hetzij in hun vertaalde teksten, hetzij in hun inleidingen en voetnoten. Gevolglijk begonnen sommige islamitische geleerden uit India aan de monumentale taak om de betekenis van de Qur’aan nauwkeurig in het Engels weer te geven. De eerste die dit deed, was Dr. Muhammad ‘Abdul Hakeem Khan uit Patiala in 1905. Helaas werd deze vertaling in 1917 opgevolgd door die van de Ahmadi-geleerde Maulvi Muhammad ‘Alee, die de ideeën van de Ahmadiyya pseudo-islamitische sekte weerspiegelt. Vanwege de sterke missionaire activiteit van de sekte heeft hun vertaling tot voor kort een zeer brede verspreiding in het Westen genoten. In 1919 publiceerde Mirza Hairat uit Delhi ook een vertaling, en de vertaling van Hafiz Ghulam Sarwar werd gepubliceerd in 1929. Geen van beide werd echter ooit op grote schaal gelezen.16
However, all of these translations contained a strong anti-Islaamic bias, either in their translated texts or in their introductions and footnotes. Consequently some Muslim scholars of India began the formidable task of accurately rendering the Qur’aan’s meaning in English. The first to do so was Dr. Muhammad ‘Abdul Hakeem Khan of Patiala in 1905. Unfortunately, this translation was followed in 1917 by that of the Ahmadee scholar Maulvi Muhammad ‘Alee, which reflects the ideas of the Ahmadeeyah psuedo-Islaamic sect. Due to the strong missionary activity of the sect, their translation has, until recently, enjoyed a very wide circulation in the West. In 1919, Mirza Hairat of Delhi also published a translation, and Hafiz Ghulam Sarwar’s translation was published in 1929. However, neither of these was ever widely read.16
In 1930 produceerde de Engelse Arabisch geleerde, Muhammad Marmaduke Pickthall, de eerste Engelse vertaling door een moslimbekeerde. Deze geleerde probeerde wat hij een "bijna letterlijke vertaling" noemde en voegde zeer weinig verklarende voetnoten toe.17 Desalniettemin is zijn vertaling de op één na meest breed geaccepteerde onder moslims geworden. Misschien wel de meest gelezen Engelse vertaling is die van ‘Abdullaah Yusuf ‘Ali, voor het eerst gepubliceerd in Lahore in 1934. Dit is een vrij vrije vertaling, waarin de auteur, die een opleiding had genoten in de Engelse klassieken, probeerde een literair meesterwerk te maken dat de schoonheid van het origineel vastlegde. Hij voorzag het van samenvattingen en overvloedige voetnoten die, in een aantal gevallen, zeer onorthodoxe, zo niet ketterse, meningen bevatten. In 1980 werd in Saudi-Arabië een commissie gevormd om een betrouwbare Engelse vertaling van de Qur’aan te produceren. Zij kozen die van ‘Abdullaah Yusuf ‘Ali als de beste beschikbare, waarbij zij wezen op de "zeer elegante stijl, een woordkeuze die dicht bij de betekenis van de originele tekst ligt, vergezeld van wetenschappelijke noten en commentaren." 18 Zij erkenden echter dat deze ernstige gebreken vertoonde, dus herzien zij zijn vertaling hier en daar en brachten zij substantiële revisies aan in zijn noten om zijn meest opvallende fouten te verwijderen. Deze herziene editie werd in 1985 gepubliceerd door de King Fahd Qur’aanic Printing Press in Madeenah.
In 1930, the English scholar of Arabic, Muhammad Marmaduke Pickthall, produced the first English translation by a Muslim convert. This scholar attempted what he termed an “almost literal translation” and included very few explanatory footnotes.17 Nevertheless, his translation has become the second most widely received among Muslims. Perhaps the most widely read English translation is that of ‘Abdullaah Yusuf ‘Ali, first published in Lahore in 1934. This is a rather free translation, in which the author, who received an education in the English classics, attempted to make a literary masterpiece capturing the beauty of the original. He provided summaries and profuse footnotes which, in a number of instances, included very unorthodox, if not heretical, opinions. A committee was formed in Saudi Arabia in 1980 to produce a reliable English translation of the Qur’aan. They chose ‘Abdullaah Yusuf ‘Ali’s as the best available, noting its “highly elegant style, a choice of words close to the meaning of the original text, accompanied by scholarly notes and commentaries.” 18 They recognized, however, that it had serious flaws, so they revised his translation here and there and made substantial revisions of his notes to remove his most glaring errors. This revised edition was published by the King Fahd Qur’aanic Printing Press in Madeenah in 1985.
Onder de vertalingen die door de Saoedische beoordelingscommissie werden afgewezen, was die van de Oostenrijkse moslimbekeerde, Muhammad Asad. De publicatie ervan was eerder overwogen maar afgewezen door de Raabitah (Muslim World League) vanwege zijn duidelijke neiging naar Mu‘tazilische (rationalistische) opvattingen.19 Asad ging er vervolgens mee door en publiceerde het in 1980 op eigen initiatief, en hij bereikte een overeenkomst met de vooraanstaande orientalistische uitgever, E.J. Brill, om het te distribueren.20
Among the translations rejected by the Saudi review committee was that of the Austrian Muslim convert, Muhammad Asad. Its publication had been earlier considered but rejected by the Raabitah (Muslim World League) due to his marked leaning toward Mu‘tazilee (Rationalist) views.19 Asad then went ahead and published it on his own in 1980, and he reached an agreement with the prominent orientalist publisher, E.J. Brill, to distribute it.20
Een andere moslimbekeerde, Professor T.B. Irving, die ontevreden was over de archaïsche taal van zowel Pickthall als Yusuf ‘Ali, produceerde “een Amerikaanse versie in hedendaags Engels,” gepubliceerd in 1992.21 Het bevat een nuttige inleiding over de problemen van het vertalen van de Qur’aan naar hedendaags Engels. Zeer korte inleidende aantekeningen voor elk hoofdstuk zijn verzameld aan het begin van het boek, maar er is geen commentaar.
Another Muslim convert, Professor T.B. Irving, dissatisfied with the archaic language of both Pickthall and Yusuf ‘Ali, produced “an American version in contemporary English,” published in 1992.21 It has a useful introduction about the problems of translating the Qur’aan into contemporary English. Very brief introductory notes for each chapter are gathered at the beginning of the book, but there is no commentary.
Professor Muhammad Taqi-ud Din Al-Hilali en Dr. Muhammad Muhsin Khan, beiden van de Islaamic University of Madeenah, publiceerden in 1985 hun Interpretation of the Meanings of the Noble Qur'an. Het is een poging om de commentaren van at-Tabaree, al-Qurtubee en Ibn Katheer samen te vatten door aanvullend materiaal tussen haakjes in de vertaalde tekst in te voegen. Veel Arabische termen, zoals faasiqoon, abraar, haneef, zijn translittereerd, met verklaringen van hun betekenis tussen haakjes erachter. De meeste voetnoten bestaan uit hadeeths uit Saheeh al-Bukhaaree die relevant zijn voor de verzen die zij annoteren. Er is veel nuttigs in dit werk, maar het wordt getekend door repetitieve toevoegingen die de zinsvloei verstoren, waardoor het taalkundig onhandig wordt. Bovendien, omdat commentaar in de loop van de zinnen wordt ingevoegd, kunnen lezers die geen Arabisch kunnen lezen de toegevoegde commentaren opvatten als een integraal onderdeel van de oorspronkelijke tekst. Bijvoorbeeld, vers 157 van soera an-Nisaa’ weerlegt de bewering dat Jezus werd gekruisigd:
Professor Muhammad Taqi-ud Din Al-Hilali and Dr. Muhammad Muhsin Khan, both of the Islaamic University of Madeenah, published their Interpretation of the Meanings of the Noble Qur'an in 1985. It is an attempt to summarize the commentaries of at-Tabaree, al-Qurtubee and Ibn Katheer by inserting additional material in parentheses into the translated text. Many Arabic terms, such as faasiqoon, abraar, haneef, are transliterated, with explanations of their meanings inserted after them in parentheses. Most of the footnotes consist of hadeeths from Saheeh al-Bukhaaree relevant to the verses they annotate. There is much that is useful in this work, but it is marred by repetitive insertions that disrupt sentence flow, making it linguistically clumsy. Also, because commentary is inserted into the flow of the sentences, readers unable to read Arabic may understand the added commentary to be an integral part of the original text. For instance, verse 157 of Soorah an-Nisaa’ refutes the claim that Jesus was crucified:
“Zij hebben hem noch gedood noch gekruisigd, maar het werd hen zo verschenen.”
“They neither killed nor crucified him, but it was made to appear so to them.”
Echter, zoals weergegeven in The Noble Qur’an, luidt het: “[Maar zij hebben hem niet gedood, noch hebben zij hem gekruisigd, maar het uiterlijk van Jezus werd op een andere man geplaatst (en zij hebben die man gedood)...”22
However, as rendered in The Noble Qur’an, it reads: “[But they killed him not, nor crucified him, but the resemblance of Jesus was put over another man (and they killed that man)...”22
De orientalisten zijn ook tijdens deze eeuw actief geweest en hebben andere Engelse vertalingen geproduceerd; bijvoorbeeld R. Bell, Edinburgh, 1937-39; en A.J.
The orientalists have also been active during this century and have produced other English translations; for example, R. Bell, Edinburgh, 1937-39; and A.J.
Arberry, London, 1964. Deze vertalingen zijn echter gemeden door moslims nu er voldoende islamitische werken beschikbaar zijn.
Arberry, London, 1964. However, these translations have been shunned by Muslims now that sufficient Muslim works are available.
1 Soera Ibraaheem (14):4.
1 Soorah Ibraaheem (14):4.
2 Soera an-Nahl (16):36.
2 Soorah an-Nahl (16):36.
3 Soera al-A‘raaf (7):158.
3 Soorah al-A‘raaf (7):158.
4 Soera Saba’ (34):28.
4 Soorah Saba’ (34):28.
5 Zie The New Encyclopaedia Britannica, vol. 22, pp. 118-19.
5 See The New Encyclopaedia Britannica, vol. 22, pp. 118-19.
6 Zie The Venture of Islam, vol. 3, The Gunpowder Empires and Modern Times, pp.120-1.
6 See The Venture of Islam, vol. 3, The Gunpowder Empires and Modern Times, pp.120-1.
7 Verzameld door at-Tirmithee en geauthenticeerd door al-Albaanee in Saheeh Sunan at-Tirmithee, vol.
7 Collected by at-Tirmithee and authenticated by al-Albaanee in Saheeh Sunan at-Tirmithee, vol.
3, p. 9, no. 2327. (Zie ook Riyadh-us-Saliheen, vol. 2, p. 512, no. 999, voor de Engelse versie.)
3, p. 9, no. 2327. (See also Riyadh-us-Saliheen, vol. 2, p. 512, no. 999, for the English version.)
8 Zie The New Encyclopaedia Britannica, vol. 29, pp. 851-2 en vol. 7, p. 728. Zie ook The Venture of Islam, vol. 3, The Gunpowder Empires and Modern Times, pp. 265-6, 327-8.
8 See The New Encyclopaedia Britannica, vol. 29, pp. 851-2 and vol. 7, p. 728. See also The Venture of Islam, vol. 3, The Gunpowder Empires and Modern Times, pp. 265-6, 327-8.
9 ‘Ali, ‘Abdullah Yusuf, The Holy Qur’aan, p. xiv.
9 ‘Ali, ‘Abdullah Yusuf, The Holy Qur’aan, p. xiv.
10 Arberry, A.J., Voorwoord van The Koran Interpreted, p.7.
10 Arberry, A.J., Preface of The Koran Interpreted, p.7.
11 ‘Ali, ‘Abdullah Yusuf, The Holy Qur’aan, p. xiv.
11 ‘Ali, ‘Abdullah Yusuf, The Holy Qur’aan, p. xiv.
12 Voorwoord van The Koran Interpreted, p. 7, 10.
12 Preface of The Koran Interpreted, pp. 7, 10.
13 ‘Ali, ‘Abdullah Yusuf, The Holy Qur’aan, p. xiv.
13 ‘Ali, ‘Abdullah Yusuf, The Holy Qur’aan, p. xiv.
14 Ibid., p. xiv.
14 Ibid., p. xiv.
15 ‘Ali, ‘Abdullah Yusuf, The Holy Qur’aan, p.xv.
15 ‘Ali, ‘Abdullah Yusuf, The Holy Qur’aan, p.xv.
16 Ibid., p. xv.
16 Ibid., p. xv.
17 Pickthall, Muhammad Marmaduke, The Meaning of the Glorious Koran, p. vii.
17 Pickthall, Muhammad Marmaduke, The Meaning of the Glorious Koran, p. vii.
18 Voorwoord van The Holy Qur’aan, English Translation of the Meanings and Commentary, p. vi.
18 Preface of The Holy Qur’aan, English Translation of the Meanings and Commentary, p. vi.
19 Hij legt passages die wonderen vermelden consequent weg als zijnde metaforisch, en hij gebruikt een vergelijkbare benadering om de passages te verklaren die beschrijvingen van Allaah bevatten. Het is niet verrassend dat hij zwaar leunt op de meningen van Muhammad ‘Abduh. Zie The Message of the Qur’an, Foreword, p. v, voetnoot 4.
19 He consistently explains away passages that mention miracles as being metaphorical, and he uses a similar approach to explain the passages which contain descriptions of Allaah. It isn’t surprising that he relies heavily on the opinions of Muhammad ‘Abduh. See The Message of the Qur’an, Foreword, p. v, footnote 4.
20 Zie The Message of the Qur’an, pagina met auteursrechtinformatie.
20 See The Message of the Qur’an, copyright information page.
21 Zie T.B. Irving, The Noble Qur’an, p. xxxvii.
21 See T.B. Irving, The Noble Qur’an, p. xxxvii.
22 M. Hilali en M. Khan, Interpretation of the Meanings of the Noble Qur’an, p. 157.
22 M. Hilali and M. Khan, Interpretation of the Meanings of the Noble Qur’an, p. 157.