6.1 De eerste openbaring
6.1 The First Revelation
Allah liet de Qur’aan neerdalen van de Beschermde Tafel (al-Lawh al-Mahfooth) waarop deze geschreven was, naar de laagste hemel. In deze openbaring werd de gehele Qur’aan in één keer neergezonden naar een plaats in de laagste hemel die wordt aangeduid als “Bayt al-‘Izzah” (Het Huis van Eer of Macht). De gezegende nacht waarin deze neerdaling plaatsvond, wordt “Laylatul-Qadr” (De Nacht van het Besluit) genoemd, een van de oneven nachten in de laatste tien dagen van de maand ramadan.
Allaah caused the Qur’aan to descend from the Protected Tablet (al-Lawh alMahfooth) on which it was written to the lowest heaven. In this revelation all of the Qur’aan was sent down at one time to a station in the lowest heaven referred to as “Bayt al-‘Izzah” (The House of Honor or Power). The blessed night on which this descent took place is called “Laylatul-Qadr” (The Night of Decree), one of the odd-numbered nights in the last ten days of the month of Ramadaan.
Allaah verwees naar deze eerste openbaring als volgt:
Allaah referred to this initial revelation as follows:
“Haa Meem. Bij het duidelijke Boek, voorwaar, Ik heb het neergezonden in een gezegende nacht.” 36
“Haa Meem. By the Clear Book, verily, I revealed it in a blessed night.” 36
“Voorwaar, Ik heb het neergezonden in de Nacht van Beschikking.” 37
“Verily, I revealed it on the Night of Decree.” 37
“De maand van ramadan waarin Ik de Qur’aan heb geopenbaard als leiding voor de mensheid ...” 38
“The month of Ramadaan in which I revealed the Qur’aan as guidance to mankind ...” 38
Deze verzen moeten verwijzen naar de eerste openbaring, omdat het een bekend feit is dat de gehele Qur'aan niet in één enkele nacht in de ramadan aan de Profeet Muhammad ﷺ werd geopenbaard.
These verses have to refer to the initial revelation because it is a known fact that the whole Qur’aan was not revealed to Prophet Muhammad (r) on a single night in Ramadaan.
Ibn ‘Abbaas verklaarde dat de Qur’aan eerst werd gescheiden van zijn plaats in de bovenste hemelen en werd geplaatst in Bayt al-‘Izzah in de laagste hemel.39 Een versie stelt dat dit plaatsvond op de Nacht van Besluit tijdens de ramadan. 40 Indien het de wens van Allaah was geweest, had de Qur’aan als geheel kunnen worden onthuld aan de
Ibn ‘Abbaas stated that the Qur’aan was first separated from its station in the upper heavens and placed in Bayt al-‘Izzah in the lowest heaven.39 One version states that this took place on the Night of Decree in Ramadaan. 40 Had it been Allaah’s wish, the Qur’aan could then have been revealed as a whole to the
De Profeet ﷺ in één enkele openbaring. Dit was de methode waarmee alle eerdere boeken van openbaring werden neergezonden. 41 Maar Allah koos ervoor om de openbaring in twee delen te verdelen. De eerste openbaring binnen de hemelen was een aankondiging aan de bewoners van de hemelen dat het laatste boek van openbaring werd neergezonden op de laatste van de profeten.
Prophet (ﷺ) in a single revelation. This was the method by which all of the earlier books of revelation were sent down. 41 But, Allaah chose to divide the revelation into two parts. The first revelation within the heavens represented an announcement to the inhabitants of the heavens that the final book of revelation was being sent down upon the last of the prophets.
36 Soera ad-Dukhaan (44):1-3.
36 Soorah ad-Dukhaan (44):1-3.
37 Soera al-Qadr (97):1.
37 Soorah al-Qadr (97):1.
38 Soera al-Baqarah (2):185.
38 Soorah al-Baqarah (2):185.
39 Verzamelde door al-Haakim in al-Mustadrak, vol. 2, pp. 665-6, no. 4216. Hoewel de uitspraak niet door Ibn ‘Abbaas aan de Profeet ﷺ is overgebracht, heeft het betrekking op de onzichtbare wereld en had het niet op basis van redenering kunnen worden gedaan. Een van de overleveraars in de isnaad, al-A‘mash, is betrouwbaar, maar hij is een mudallis, wat betekent dat zijn rapportages niet geaccepteerd kunnen worden, tenzij hij expliciet vermeldt dat hij de overlevering (Hadith) van de persoon heeft gehoord aan wie hij deze toeschrijft. Hij heeft dat hier niet gedaan, dus de isnaad is zwak.
39 Collected by al-Haakim in al-Mustadrak, vol. 2, pp. 665-6, no. 4216. Although the statement was not raised by Ibn ‘Abbaas to the Prophet (r), it relates to the unseen world and could not have been made on the basis of reasoning. One of the narrators in the isnaad, al-A‘mash is reliable, but he is a mudallis, which means his reports cannot be accepted, unless he explicitly states that he heard the hadeeth from the person he attributed it to. He didn’t do that here, so the isnaad is weak.
40 Verzameld door an-Nasaa’ee in as-Sunan al-Kubraa, vol. 5, p. 7, no. 7991, en door at-Tabaraanee in al-Mu‘jam al-Kabeer. De isnaad van at-Tabaraanee bevat een zwakke overleveraar. De overleveraars van Nasaa’ee zijn allemaal betrouwbaar, maar een van hen is al-A‘mash. Ook in deze versie heeft hij niet expliciet vermeld dat hij de overlevering (Hadith) van de persoon heeft gehoord aan wie hij deze toeschrijft, dus beide isnaads zijn zwak. Echter, an-Nasaa’ee verzamelde twee ondersteunende overleveringen met authentieke isnaads in hetzelfde hoofdstuk. Beiden vermelden de overdracht van de Qur’aan naar de laagste hemel tijdens Laylatul-Qadr, maar zij vermelden Bayt al-‘Izzah niet.
40 Collected by an-Nasaa’ee in as-Sunan al-Kubraa, vol. 5, p. 7, no. 7991, and by at-Tabaraanee in al-Mu‘jam al-Kabeer. At-Tabaraanee’s isnaad includes a weak narrator. Nasaa’ee’s narrators are all reliable, but one of them is al-A‘mash. In this version also, he didn’t explicitly state that he heard the hadeeth from the person he attributed it to, so both isnaads are weak. However, anNasaa’ee collected two supporting narrations with authentic isnaads in the same chapter. They both mention the transferal of the Qur’aan to the lowest heaven during Laylatul-Qadr, but they don’t mention Bayt al-‘Izzah.
41 As-Suyootee zegt: “Dat de eerdere boeken in één keer werden geopenbaard, is goed bekend uit de uitspraken van de geleerden, zodanig dat het in de praktijk consensus (Ijma’) genoemd kan worden. Ik heb echter gezien dat sommige prominente hedendaagse geleerden deze positie in twijfel trekken, waarbij zij zeggen dat er geen bewijs voor is en dat ze in feite over een bepaalde periode werden geopenbaard, net als de Qur’aan. Ik zeg dat de juiste positie de eerste is. Onder de bewijzen hiervoor is het vers [32] uit soera al-Furqaan [“En degenen die ongeloven zeggen: ‘Waarom is de Qur’aan niet in één keer aan hem geopenbaard?’ Zo (is het geopenbaard), opdat Ik je hart daarmee kan versterken, en Ik heb het in de juiste volgorde geplaatst.”] “Ibn Abee Haatim rapporteert van Sa‘eed ibn Jubayr, die Ibn ‘Abbaas citeert, dat de Joden zeiden: ‘O Muhammad ﷺ, waarom werd de Qur’aan niet in één keer geopenbaard, zoals de Torah aan Moosaa werd geopenbaard?’ Toen werd het vers (uit soera al-Furqaan) geopenbaard.” Hij rapporteerde via een andere isnaad een vergelijkbare rapportage, behalve dat de vragenstellers afgodendienaars waren. Hij verzamelde vergelijkbare rapportages op gezag van Qataadah en as-Suddee.”
41 As-Suyootee says, “That the previous books were revealed all at once is well known from the statements of the scholars, such that it may practically be called ijmaa‘. However, I have seen some prominent contemporary scholars questioning this position, saying that there is no evidence for it and that, in fact, they were revealed over a period of time like the Qur’aan. I say the correct position is the first one. Among the evidences for that is the verse [32] from Soorah al-Furqaan [“And those who disbelieve say, ‘Why is the Qur’aan not revealed to him all at once?’ (It is revealed) thus so I may strengthen your heart by it, and I have arranged it in right order.”] “Ibn Abee Haatim reports from Sa‘eed ibn Jubayr who quotes Ibn ‘Abbaas that the Jews said, ‘O Muhammad, why wasn’t the Qur’aan revealed all at once, as the Torah was revealed to Moosaa? Then the verse (from Soorah al-Furqaan) was revealed.” He reported by another isnaad a similar report, except that the questioners were idolaters. He gathered similar reports on the authority of Qataadah and as-Suddee.
“Als u zou zeggen dat de Qur’aan hierover niet expliciet is, en dat zelfs als deze overleveringen authentiek zijn, deze uitspraken zijn gedaan door ongelovigen, dan zou ik als volgt antwoorden:
“If you were to say that the Qur’aan is not explicit on this, and that even if these reports are authentic, these statements were made by disbelievers, I would reply as follows:
“Het feit dat Allaah hun bezwaar noemde zonder de historische waarheid van hun bewering uit te dagen, maar in plaats daarvan de wijsheid achter (geleidelijke openbaring) uitlegde, is een indicator dat hun uitspraak feitelijk juist was. Als de voorgaande boeken geleidelijk waren geopenbaard, zou het voldoende zijn geweest om hen te weerleggen door te zeggen dat dit de standaardpraktijk van Allaah was voor de boeken die Hij aan de voorgaande profeten openbaarde. Dat was hoe Hij reageerde op hun bezwaar: ‘Wat is het met deze boodschapper dat hij voedsel eet en door de markten wandelt?’ () [‘Wij hebben nooit voor jou boodschappers gezonden die geen voedsel aten en door de markten wandelden.’] ().” Al-Itqaan fee ‘Uloom al-Qur’aan, vol. 1, p. 122.