4.2 Het wonder van de Qur’aan
4.2 The Miracle Of The Qur’aan
De mens heeft een natuurlijke afkeer van het onderwerpen aan een andere man, tenzij hij hiertoe wordt gedwongen door de fysieke kracht van die ander of diens mentale superioriteit, of als hem daden worden getoond die ver boven de vermogens van enige mens liggen. In de eerste twee gevallen geeft hij tegen zijn zin toe, terwijl hij in het derde geval toegeeft vanwege zijn geloof in een hogere kracht of macht die elke menselijke vergelijking tart. Daarom heeft Allaah Zijn boodschappers niet alleen gezegend met openbaring, maar ook met wonderen, waarmee Hij aan de mensen duidelijk het goddelijke oorsprong en de waarachtigheid van hun boodschappen bewees. Het onvermogen van de mensen om de wonderen van de profeten na te bootsen, deed hen bereidswillig getuigen van de eenheid van Allaah en de geboden van de profeten te gehoorzamen.
Man has a natural distaste towards submitting to another man unless he is forced to by the latter’s physical strength or his mental superiority, or if he is shown feats far beyond the abilities of any man. In the first two cases, he yields reluctantly, while in the third, he yields because of his belief in a higher force or power defying all human comparison. Therefore, Allaah favored His messengers not only with revelation, but also with miracles, clearly proving to the people the divine origin and truthfulness of their messages. The inability of the people to imitate the miracles of the prophets made them willingly bear witness to Allaah’s unity and obey the commandments of the prophets.
Vanwege de moeilijkheden met betrekking tot communicatie en transport, werden de vroege profeten alleen gestuurd naar de volkeren onder wie zij waren opgevoed.
Due to the difficulties involved in communication and transportation, the early prophets were sent only to the people among whom they were raised up.
Zo waren de wonderen die zij brachten bijzonder afgestemd op de kennisgebieden waarin hun volk uitblonk, zodat de wonderen een maximaal effect op hen zouden hebben. Bijvoorbeeld, de profeet Moosaa (Moses), moge de vrede van Allaah met hem zijn, werd verheven onder de Egyptenaren, die bekend stonden om hun beheersing van de occulte kunsten, toverij en magie. Daarom gaf Allaah hem het wonder dat hij zijn hand in zijn mantel kon steken en een stralend glanzende hand kon tevoorschijn halen. En toen tovenaars en magiërs bijeenkwamen om de profeet Moosaa ﷺ uit te dagen, en de stafjes die zij hadden geworpen voor het publiek als slangen verschenen, veranderde Allaah de staf van de profeet Moosaa ﷺ in een enorme, echte slang die de "slangen" van zijn tegenstanders verslond. Die nederlaag was een voldoende bewijs voor de magiërs en tovenaars, die wisten dat niemand de aard van een stok kon veranderen zoals Moosaa dat schijnbaar had gedaan. Zij wierpen zich neer in onderwerping en oprechte overtuiging in de God van Moosaa, ondanks de bedreigingen voor hun leven die door hun meester, de Farao, werden geuit.
Thus, the miracles which they brought were particularly suited to the areas of knowledge in which their people excelled in order for the miracles to have the maximum effect on them. For example, Prophet Moosaa (Moses), may Allaah’s peace be on him, was raised up among the Egyptians, who were noted for their mastery of the occult arts, sorcery, and magic. Hence, Allaah gave him the miracle of being able to place his hand in his cloak and extract a brilliantly shining hand. And when sorcerers and magicians were gathered to challenge Prophet Moosaa, and the staffs which they had cast appeared to the audience as snakes, Allaah turned Prophet Moosaa’s staff into a huge, real snake that devoured the “snakes” of his opponents. That defeat was sufficient proof for the magicians and sorcerers, who knew that no one could change the nature of a stick as Moosaa apparently had done. They fell on their faces in submission and sincere belief in the God of Moosaa, in spite of the threats on their lives uttered by their master, the Pharaoh.
Een ander voorbeeld is dat van profeet Jezus, die door Allah was uitgekozen uit de Joden. De Joden stonden erom bekend dat zij uitzonderlijke vaardigheden hadden op het gebied van de geneeskunde. Joodse artsen werden zeer gerespecteerd en vereerd om hun schijnbaar magische vermogen om botten te zetten, wonden te genezen en zieken te genezen. Zo verleende Allah profeet Jezus het wonderbaarlijke vermogen om blinden te laten zien, lamme te laten lopen en de doden tot leven te wekken. Deze vaardigheden lagen duidelijk voorbij die van de Joodse artsen van die tijd, en zij wisten goed dat geen gewone man dit kon doen. Toch gaf Allah profeet Jezus een nog verbluffender wonder: hij was in staat om vogels van klei te boetseren, ertegen te blazen, waarna ze wegvlogen.
Another example is that of Prophet ‘Eesaa (Jesus), who was chosen by Allaah from among the Jews. The Jews were especially noted for their exceptional abilities in the field of medicine. Jewish doctors were highly respected and revered for their seemingly magical ability to mend bones, heal wounds, and cure the sick. Thus, Allaah favored Prophet ‘Eesaa with the miraculous ability to make the blind see, the lame walk, and to bring the dead back to life. These abilities were clearly beyond those of the Jewish doctors of that day, and they knew well that no regular man could do them. Yet, Allaah gave Prophet ‘Eesaa an even more dazzling miracle: he was able to mold birds out of clay, breathe on them, and they would fly away.
Aangezien de Profeet Muhammad ﷺ de laatste van de profeten was die niet alleen naar een bepaald volk werd gestuurd, maar naar de gehele mensheid, werd hem een wonder geschonken dat niet alleen de mensen onder wie hij opgroeide verbaasde, maar dat de menselijke geest zou uitdagen en verbazen tot de laatste dagen van deze wereld. De Profeet Muhammad ﷺ werd, net als de andere profeten voor hem, een aantal andere wonderen geschonken waarvan de effecten in de basis beperkt waren tot de mensen van zijn tijd; bijvoorbeeld het splijten van de maan op verzoek van zijn stam om een teken, het stromen van water uit zijn handen op een gelegenheid toen hij en zijn metgezellen een tekort aan water hadden, en het fenomeen van kiezelstenen en rotsen die salaam tegen hem zeiden (dat wil zeggen: hem begroetten met de frase: “as-salaamu ‘alaykum,” wat betekent: “vrede zij met u”), om maar enkele voorbeelden te noemen.41 Het wonder van de Profeet Muhammad ﷺ dat echter in overeenstemming was met de hulp van Allaah aan de profeten voor hem, was een literair wonder.
Since the Prophet Muhammad (r) was to be the last of the prophets sent not only to a particular people, but to all of mankind, he was given a miracle which not only amazed people among whom he was raised, but which would challenge and amaze the human mind until the last days of this world. Prophet Muhammad (r), like the other prophets before him, was given a number of other miracles whose effects were basically limited to the people of his time; for example, the splitting of the moon upon his tribe’s request for a sign, the outpouring of water from his hands on one occasion when he and his companions were short of water, and the phenomenon of pebbles and rocks giving salaams to him (i.e., greeting him with the phrase: “ as-salaamu ‘alaykum,” meaning, “peace be on you”), just to mention a few.41 However, the miracle of Prophet Muhammad (ﷺ) which was consistent with Allaah’s aid to the prophets before him was a literary miracle.
De Arabieren hadden weinig unieke vaardigheden of opgebouwde kennis, maar zij waren zeer trots op hun welsprekendheid en literaire vaardigheden. Jaarlijks werden er wedstrijden gehouden op jaarmarkten zoals die van ‘Ukkaath, waarbij vele regels aan toespraken en poëzie uit het hoofd werden voorgedragen. Hun taal had haar hoogtepunt van ontwikkeling bereikt, en welsprekendheid werd beschouwd als de hoogste kwaliteit die een man kon bezitten. In feite werden de tien beroemdste gedichten zo vereerd dat ze in goud waren gegraveerd en in de Kaaba werden opgehangen voor plechtige aanbidding.42 Bijgevolg openbaarde Allah aan Zijn laatste profeet een boek, waarbij sommige delen begonnen met onbegrijpelijke letters zoals “Alif Laam Meem” of “Qaaf” of “Noon,” waarmee de Arabische geest werd uitgedaagd, alsof het wilde zeggen: “Uit deze letters, waarmee jullie jullie dagelijkse gesprekken, evenals grote werken van proza en poëzie, vormen, is een boek gevormd waarvan het kortste hoofdstuk drie regels niet overschrijdt, en toch kunnen jullie het niet imiteren, hoe hard jullie ook proberen!” Zo was zijn staande wonder niets minder dan de Qur’aan zelf, zoals de Profeet ﷺ zelf verklaarde,
The Arabs had very little in the way of unique skills or accumulated knowledge, but they took great pride in their oratory and literary skills. Yearly contests were held in fairs like that of ‘Ukkaath, in which many lines of speeches and poetry were recited from memory. Their language had reached its peak of development, and eloquence was considered the highest quality a man could possess. In fact, the ten most famous poems were so revered that they were etched in gold and hung in the Ka‘bah for solemn adoration.42 Consequently, Allaah revealed to His last prophet a book, beginning some parts with unintelligible letters like, “Alif Laam Meem” or “Qaaf” or “Noon,” tantalizing the Arab mind, as if to say, “From these letters which you combine to form your daily conversations, as well as great works of prose and poetry, is formed a book whose shortest chapter does not exceed three lines, yet you cannot imitate it, no matter how hard you try!” Thus, his standing miracle was none other then the Qur’aan itself, as the Prophet (ﷺ) himself stated,
“Alle profeten werden iets gegeven dat mensen ertoe zou brengen in hen te geloven. Hetgeen mij is gegeven, is niets minder dan een openbaring (de Qur’aan) die Allah aan mij heeft geopenbaard. Dus ik hoop dat ik de meeste volgelingen onder hen zal hebben op de Dag des Oordeels.” 43
“All prophets were given something which would cause people to believe in them. The thing which I was given is none other than a revelation (the Qur’aan) which Allaah revealed to me. So I hope that I will have the most followers among them on the Day of Judgment.” 43
41 Zie Sahih Al-Bukhari, vol. 5, p. 336, no. 473; vol. 6, p. 365, no. 387; en Sahih Muslim, vol. 4, p. 1230, no. 5654.
41 See Sahih Al-Bukhari, vol. 5, p. 336, no. 473; vol. 6, p. 365, no. 387; and Sahih Muslim, vol. 4, p. 1230, no. 5654.
42 Zie The Concise Encyclopaedia of Islam, pp. 277-8.
42 See The Concise Encyclopaedia of Islam, pp. 277-8.
43 Overgeleverd door Aboo Hurayrah en verzameld door al-Bukhaaree (Sahih Al-Bukhari, vol. 6, p. 474, no. 504) en Muslim (Sahih Muslim, vol. 1, pp. 90-1, no. 283).
43 Reported by Aboo Hurayrah and collected by al-Bukhaaree (Sahih Al-Bukhari, vol. 6, p. 474, no. 504) and Muslim (Sahih Muslim, vol. 1, pp. 90-1, no. 283).