7.2 Het tijdperk van Aboo Bakr 632-634 n.Chr./11-13 Ah
7.2 The Era Of Aboo Bakr 632-634 Ce/11-13 Ah
Na de dood van de Profeet ﷺ ontstonden er drie belangrijke groepen die tegen de Islam in het Arabisch schiereiland waren:
After the death of the Prophet (ﷺ), there arose three main groups opposed to Islaam in the Arabian peninsula:
1. De eerste groep bestond uit degenen die besloten dat zij de islamitische belasting, armenbelasting (Zakah), niet aan iemand anders wilden betalen dan de Profeet ﷺ. Zij vonden dat armenbelasting (Zakah) geen zuil van de Islam was, zoals gebed (Salah), vasten (Sawm) en de hadj. In plaats daarvan zagen zij armenbelasting (Zakah) als een tribuut; een soort belasting die werd betaald aan degene die hen had veroverd. Dus toen de Profeet ﷺ stierf, vonden zij dat zij niet langer verplicht waren deze te betalen. Toen Aboo Bakr de leider van de islamitische staat werd, weigerde deze groep de armenbelasting (Zakah) te betalen en stuurde legers naar de hoofdstad, Madeenah, om de islamitische staat omver te werpen. Zij eisten ontheffing van het betalen van armenbelasting (Zakah), anders zouden zij de centra van de Islam aanvallen en vernietigen.71
1. The first group was made up of those who decided that they did not want to pay the Islaamic tax, zakaah, to anyone other than the Prophet (r). They did not feel that zakaah was a pillar of Islaam like salaah, sawm and hajj. They instead looked at zakaah as a tribute; a kind of tax paid to the one who conquered them. So, when the Prophet (r) died, they felt that they were no longer required to pay it. When Aboo Bakr became the leader of the Muslim state, this group refused to pay the zakaah and sent armies to the capital, Madeenah, in order to topple the Muslim state. They demanded to be excused from paying zakaah, or else they would attack and destroy the centers of Islaam.71
2. De eerste groep werd gevolgd door degenen die de Islaam waren binnengegaan om een nederlaag te ontlopen, evenals degenen die simpelweg aan de winnende zijde wilden staan. Deze groep geloofde totaal niet in Allaah en Zijn Boodschapper ﷺ. Zij wilden de Islaam vernietigen, zodat zij de vrijheid zouden hebben om te doen wat zij wilden. Omdat de legers van degenen die weigerden armenbelasting (Zakah) te betalen sterk leken, sloten velen van deze hypocrieten zich bij hen aan.
2. The first group was joined by those who had entered Islaam in order to escape defeat, as well as those who simply wanted to be on the winning side. This group did not believe in Allaah and His Messenger at all. They wanted to destroy Islaam so they could be free to do whatever they wanted to do. Since the armies of those who refused to pay zakaah appeared strong, many of these hypocrites joined them.
3. De derde groep bestond uit een aantal valse profeten en profetessen en hun volgelingen. In Najd, in de regio Yamaamah, claimde een Arabier uit de stam van Banoo Haneefah genaamd Musaylamah het profentschap. In het zuidelijke deel van Arabië claimde een andere Arabier uit de stam van ‘Ans genaamd al-Aswad het profentschap en nam hij Najraan en Yemen over. In Noord-Arabië claimde ook een vrouw genaamd Sajaah uit de Banoo Tameem stam het profentschap en kwam zij in opstand tegen de islamitische staat.72 Deze valse profeten nodigden mensen allemaal uit om de Islaam te verlaten door te beweren dat Allaah nieuwe wetten aan hen had geopenbaard die het meeste van de zaken die door Allaah via de Profeet Muhammad ﷺ verboden waren, toelaatbaar maakten.
3. The third group was made up of a number of false prophets and prophetesses and their followers. In Najd, in the region of Yamaamah, an Arab from the tribe of Banoo Haneefah named Musaylamah claimed prophethood. In the southern part of Arabia, another Arab from the tribe of ‘Ans called al-Aswad claimed prophethood and took over Najraan and Yemen. In northern Arabia a woman named Sajaah from the Banoo Tameem tribe also claimed prophethood and rose in arms against the Muslim state.72 These false prophets all invited people to leave Islaam by claiming that Allaah had revealed new laws to them making allowable most of the things which were forbidden by Allaah through Prophet Muhammad (ﷺ).
Ware moslims werden onder het leiderschap van kalief Aboo Bakr gedwongen om tegen deze drie groepen te vechten om de Islaam in het hele Arabisch schiereiland te herstellen.
True Muslims under the leadership of Caliph Aboo Bakr were forced to fight these three groups in order to reestablish Islaam throughout the Arabian peninsula.
Het Eerste Geschrift
The First Writing
Tijdens deze oorlogen, bekend als de Riddah (afvalligheid), werden velen van hen die grote delen van de Qur’aan hadden uit het hoofd geleerd, gedood.73 Die moslims die veel Qur’aan in hun harten hadden, wisten goed welke beloningen Allaah heeft beloofd aan hen die voor Islaam strijden, dus stonden zij altijd in de voorste linies van alle veldslagen.
During these wars, known as the Riddah (apostasy), many of those who had memorized large portions of the Qur’aan were killed.73 Those Muslims who had a lot of Qur’aan in their hearts knew well the rewards which Allaah has promised those who fight for Islaam, so they would always be in the front lines of all the battles
‘Umar ibn al-Khattaab besefte het gevaar van wat er aan de hand was en vreesde dat als er niet onmiddellijk iets aan gedaan zou worden, de Qur’aan verloren zou gaan voor toekomstige generaties moslims. Hij ging naar kalief Aboo Bakr en adviseerde hem om de gehele Qur’aan in één boek te laten opschrijven om te voorkomen dat deze verloren zou gaan. Aboo Bakr weigerde dit aanvankelijk, omdat de Profeet ﷺ hen niet had opgedragen dit te doen. Hij was bang om iets nieuws in de religie te introduceren, omdat de Profeet ﷺ hen had gewaarschuwd voor het veranderen van de religie. Hij wist dat de christenen vóór hen waren dwaalgeslagen door de religie te veranderen die Profeet ‘Eesaa had gebracht nadat hij hen had verlaten, dus Aboo Bakr was zeer tegen het aanbrengen van enige wijzigingen in de religie zoals deze was nagelaten door de Profeet Muhammad ﷺ.
‘Umar ibn al-Khattaab realized the danger of what was happening and feared that if something was not done immediately, the Qur’aan would be lost to future generations of Muslims. He went to Caliph Aboo Bakr and advised him to have the whole Qur’aan written down in one book in order to preserve it from being lost. Aboo Bakr at first refused to do so, as the Prophet (ﷺ) had not told them to do it. He was afraid of bringing anything new into the religion, because the Prophet (ﷺ) had warned them about changing the religion. He knew that the Christians had gone astray before them by changing the religion which Prophet ‘Eesaa had brought after he left them, so Aboo Bakr was very much against making any changes in the religion as it had been left by Prophet Muhammad (ﷺ).
Echter, na de situatie zorgvuldig te hebben overwogen, kwam hij tot het besef dat het advies van ‘Umar juist was en dat het niet werkelijk een verandering in de religie was. De Profeet ﷺ had hen bevolen om de verschillende verzen en hoofdstukken van de Qur’aan op te schrijven terwijl deze werd geopenbaard, om te helpen bij het behoud ervan. Het samenvoegen van alles wat geschreven was in één volledig boek was derhalve slechts de voltooiing van wat de Profeet ﷺ was begonnen.
However, after thinking over the situation carefully, he came to realize that ‘Umar’s advice was right and that it was not really a change in the religion. The Prophet (ﷺ) had ordered them to write down the various verses and chapters of the Qur’aan while it was being revealed in order to help preserve it. Compiling all of what was written into one complete book was then only the completion of what the Prophet (ﷺ) had begun.
Kalief Aboo Bakr vroeg Zayd ibn Thaabit om verantwoordelijk te zijn voor het verzamelen en opschrijven van de gehele Qur’aan. Zayd weigerde dit aanvankelijk om dezelfde redenen als Aboo Bakr, maar na verloop van tijd realiseerde hij zich ook dat het juist was.74 Zayd werd voor deze taak gekozen om de volgende redenen:
Caliph Aboo Bakr asked Zayd ibn Thaabit to be in charge of collecting and writing down the whole Qur’aan. Zayd refused to do it at first for the same reasons Aboo Bakr had, but after some time he also came to realize that it was right.74 Zayd was chosen for this task for the following reasons:
1. Hij was een van de beste recitators van de Qur’aan.75
1. He was one of the best reciters of the Qur’aan.75
2. Hij was een van de weinigen die de gehele Qur’aan uit het hoofd hadden geleerd tijdens het leven van de Profeet ﷺ.76
2. He was one of the few who had memorized the whole Qur’aan during the lifetime of the Prophet (ﷺ).76
3. Hij was een van hen die de Profeet ﷺ vroeg om de Qur’aan op te schrijven.77
3. He was one of those whom the Prophet (r) asked to write down the Qur’aan.77
4. Hij was een van de weinigen die aanwezig waren toen de Profeet ﷺ de gehele Qur'aan reciteerde tijdens de laatste ramadan van zijn leven.78
4. He was one of the few who were present when the Prophet (r) recited the whole Qur’aan during the last Ramadaan of his life.78
Zayd begon het proces door alle materialen te verzamelen waarop de Qur’aan was geschreven. Vervolgens verzamelde hij om zich heen allen die ook de gehele Qur’aan of grote delen ervan hadden memoriseerd. Daarna vergeleek hij wat was opgeschreven met wat hij en de anderen hadden memoriseerd. Als iedereen het ermee eens was, schreef hij het op pagina's van leer.79 Op deze manier werd de gehele Qur’aan opgeschreven tijdens het bewind van de eerste Kalief. Bij de voltooiing ervan gaf Zayd het over aan Kalief Aboo Bakr, die het bewaarde tot zijn dood, twee jaar nadat hij Kalief was geworden.
Zayd began the process by collecting all of the materials on which the Qur’aan had been written. He then gathered around him all of those who had also memorized all of the Qur’aan or large portions of it. He then compared what was written down with what he and the others had memorized. If all agreed, he would then write it down on pages of leather.79 In this way the whole Qur’aan was written down during the reign of the first Caliph. On its completion Zayd turned it over to Caliph Aboo Bakr, who kept it until his death two years after he had become Caliph.
Vlak voor zijn dood droeg Aboo Bakr de Qur’aan over aan ‘Umar, die hij had uitgekozen om de tweede Kalief te worden. ‘Umar hield zijn exemplaar van de Qur’aan bij zich tot zijn dood, tien jaar later, door de hand van een moordenaar genaamd Aboo Lu’lu’.80
Just before his death, Aboo Bakr turned over the Qur’aan to ‘Umar, whom he had chosen to be the second Caliph. ‘Umar kept his copy of the Qur’aan with him until his death, ten years later, at the hand of an assassin named Aboo Lu’lu’.80
De Qur’aan werd toen overgedragen aan zijn dochter Hafsah, die een van de weduwen van de Profeet ﷺ was. Hafsah bewaarde de Qur’aan in haar huis in Madeenah, maar zij maakte deze beschikbaar voor iedereen die er kopieën van wilde maken of de nauwkeurigheid wilde controleren van wat zij hadden memoriseerd.81
The Qur’aan was then turned over to his daughter Hafsah, who was one of the Prophet’s widows. Hafsah kept the Qur’aan in her house in Madeenah, but she made it available to anyone who wanted to make copies from it or check the accuracy of what they had memorized.81
71 Zie al-Bidaayah wa an-Nihaayah, vol. 6, p. 380.
71 See al-Bidaayah wa an-Nihaayah, vol. 6, p. 380.
72 Zie al-Bidaayah wa an-Nihaayah, vol. 6, pp. 376-9, 391-3..
72 See al-Bidaayah wa an-Nihaayah, vol. 6, pp. 376-9, 391-3..
73 Zie Sahih Al-Bukhari, vol. 6, p. 477, no. 509.
73 See Sahih Al-Bukhari, vol. 6, p. 477, no. 509.
74 Zie Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 477-8, no. 509.
74 See Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 477-8, no. 509.
75 Zie al-Itqaan, vol. 1, p. 199.
75 See al-Itqaan, vol. 1, p. 199.
76 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, p. 488, no. 525.
76 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, p. 488, no. 525.
77 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 94-5, nos. 116-7.
77 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 94-5, nos. 116-7.
78As-Suyootee citeert de uitspraak van al-Baghawee in die zin dat in Sharh as-Sunnah, evenals een uitspraak van Ibn Seereen die dat zou ondersteunen, verzameld door Ibn Abee Shaybah in Kitaabah al-Masaahif. Zie al-Itqaan, vol. 1, p. 142.
78As-Suyootee quotes al-Baghawee’s statement to that effect in Sharh as-Sunnah as well as a statement by Ibn Seereen that would support that, collected by Ibn Abee Shaybah in Kitaabah alMasaahif . See al-Itqaan, vol. 1, p. 142.
79 Zie Saheeh Sunan at-Tirmithee, vol. 3, p. 59, no. 2479.
79 See Saheeh Sunan at-Tirmithee, vol. 3, p. 59, no. 2479.
80 Zie al-Bidaayah wa an-Nihaayah, vol. 7, p.166.
80 See al-Bidaayah wa an-Nihaayah, vol. 7, p.166.
81 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 163-4, no. 201.
81 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 163-4, no. 201.