6.2 De tweede openbaring
6.2 The Second Revelation
Van de laagste hemel werden delen van de Qur'aan neergebracht door de engel Jibreel naar de Profeet Muhammad ﷺ. Dit proces van openbaring ging gedurende de drieëntwintig jaar van zijn profeetschap door. Deze openbaring begon met de eerste vijf verzen van Soera al-‘Alaq. Deze verzen werden aan de Profeet ﷺ geopenbaard.
From the lowest heaven sections of the Qur’aan were then taken down by the angel Jibreel to Prophet Muhammad (ﷺ). This process of revelation continued over the twenty-three years of his prophethood. This revelation began with the first five verses of Soorah al-‘Alaq. These verses were revealed to the Prophet (ﷺ)
terwijl hij een spirituele terugtrekking onderging in de grot van Hiraa’ nabij Makkah.42 De eerste volledige soera die werd geopenbaard, was Soera al-Faatihah.43 De openbaring van dit deel van de Qur’aan markeerde het begin van de laatste fase van het profentschap. De laatste soera die werd geopenbaard, was Soera an-Nasr.44 Deze soera werd neergedaald in Minaa tijdens de Afscheidshadj van de Profeet ﷺ, die plaatsvond aan het einde van het tiende jaar na de emigratie (Hijrah). Volgens Ibn ‘Abbaas was het laatste vers dat werd geopenbaard vers 281 in Soera al-Baqarah, het laatste van een reeks verzen die over rente gaan.45 Allaah heeft naar de tweede openbaring verwezen op de volgende wijze:
while he was on a spiritual retreat in the cave of Hiraa’ near Makkah.42 However, the first complete soorah to be revealed was Soorah al-Faatihah. 43 The revelation of this portion of Qur’aan marked the beginning of the final phase of prophethood. The last soorah to be revealed was Soorah an-Nasr. 44 This soorah was brought down in Minaa during the Farewell Hajj of the Prophet (ﷺ), which took place at the end of the tenth year after the Hijrah. According to Ibn ‘Abbaas, the last verse to be revealed was verse 281 in Soorah al-Baqarah, the last of a series of verses dealing with interest.45 Allaah has referred to the second revelation in the following way:
“En (het is) een Qur’aan die Ik in delen heb verdeeld, opdat jij ﷺ het geleidelijk aan de mensen mag voordragen, en Ik heb het in opeenvolgende openbaringen neergezet.” 46
“And (it is) a Qur’aan which I have divided into parts in order that you (Muhammad) may recite it to the people gradually, and I have revealed it by successive revelation.” 46
42 Overgeleverd door ‘Aa’ishah en verzameld door al-Bukhari (Sahih Al-Bukhari, vol. 1, pp. 2-4, no. 3)
42 Reported by ‘Aa’ishah and collected by al-Bukhaaree (Sahih Al-Bukhari, vol. 1, pp. 2-4, no. 3)
en Muslim (Sahih Muslim, vol. 1, pp. 96-8, no. 301).
and Muslim (Sahih Muslim, vol. 1, pp. 96-8, no. 301).
43 Verzameld door al-Bayhaqee in Dalaa’il an-Nuboowah en al-Waahidee in Asbaab an-Nuzool. AsSuyootee zei dat de overleveraars betrouwbaar waren, maar dat de isnaad mursal is. Zie al-Itqaan, vol. 1, pp.70-71.
43 Collected by al-Bayhaqee in Dalaa’il an-Nuboowah and al-Waahidee in Asbaab an-Nuzool. AsSuyootee said its narrators were reliable but the isnaad is mursal. See al-Itqaan, vol. 1, pp.70-71.
44 Dat was de mening van Ibn ‘Abbaas, zoals verzameld door imam Muslim (Sahih Muslim, vol. 4, p. 1554, nos. 7174-5). Andere metgezellen (Sahabah) hadden verschillende meningen. Zie al-Itqaan, vol. 1, pp. 77-81.
44 That was Ibn ‘Abbaas’s opinion, as collected by Imaam Muslim (Sahih Muslim, vol. 4, p. 1554, nos. 7174-5). Other sahaabah had differing opinions. See al-Itqaan, vol. 1, pp. 77-81.
45 Verzamelde door al-Bukhaaree (Sahih Al-Bukhari, vol. 6, p. 51, no. 67). Deze vers, “En waak voor de dag waarop jullie tot Allah zullen worden teruggebracht; dan zal eenieder volledig worden uitbetaald wat hij heeft verdiend, en zij zullen niet onrecht worden aangedaan,” hield geen toevoeging in aan de islamitische wetgeving, daarom is er geen tegenstrijdigheid tussen deze overlevering en de uitspraak van Allah in Soera al-Maa’idah (5):3, geopenbaard tijdens de afscheidshadj, “Vandaag heb Ik jullie religie (Deen) voor jullie voltooid.”
45 Collected by al-Bukhaaree (Sahih Al-Bukhari, vol. 6, p. 51, no. 67). This verse, “And guard yourselves against a day when you will be brought back to Allaah; then every soul will be paid in full what it earned, and they will not be wronged,” did not involve an addition to Islaamic legislation, therefore there is no contradiction between this report and the statement of Allaah in Soorah al-Maa’idah (5):3, revealed at the Farewell Hajj, “This day I have completed your deen for you.”
46 Soera al-Israa’ (17):106
46 Soorah al-Israa’ (17):106