7.4 Het memoriseren van de Qur’aan
7.4 Memorization Of The Qur’aan
Geleerden verschillen van mening over het totale aantal metgezellen (Sahabah) die de gehele Qur'aan hadden gememoriseerd en deze hadden voorgelezen aan de Profeet ﷺ voor zijn dood. Imam AlBukhaaree verzamelde in zijn Saheeh een uitspraak van Anas ibn Maalik dat slechts vier personen de gehele Qur'aan hadden verzameld tijdens het leven van de Profeet ﷺ: Aboo adDardaa’, Mu‘aath ibn Jabal, Zayd ibn Thaabit en Aboo Zayd.92 Geleerden zijn het erover eens dat de schijnbare beperking in de uitspraak van Anas ofwel niet was wat hij bedoelde, of, indien hij dat wel bedoelde, dat het niet accuraat was. Het lijkt erop dat hij deze uitspraak deed tijdens een vriendschappelijk debat tussen leden van de twee stammen van de helpers (Ansar) over de deugden van elke stam. De individuen die Anas noemde, behoorden allemaal tot de Khazraj-stam waartoe hij zelf behoorde, en hij bedoelde te zeggen dat niemand uit de Aws-stam de gehele Qur'aan had gememoriseerd.93 Er zijn twee versies van deze uitspraak. De andere versie stelt simpelweg dat vier personen de gehele Qur'aan gememoriseerd hadden, zonder te zeggen dat zij de enigen waren, en noemt Ubayy ibn Ka‘b in plaats van Aboo ad-Dardaa’.94
Scholars differ on the total number of sahaabah who had memorized all of the Qur’aan and read it back to the Prophet (ﷺ) before his death. Imaam AlBukhaaree collected in his Saheeh a statement of Anas ibn Maalik that only four people had gathered the whole Qur’aan in the Prophet’s lifetime: Aboo adDardaa’, Mu‘aath ibn Jabal, Zayd ibn Thaabit and Aboo Zayd.92 Scholars agree that the apparent limitation in Anas’s statement is either not what he intended or, if he did intend it, that it was not accurate. It seems he made this statement in the course of a friendly argument between members of the two tribes of the Ansaar about the virtues of each tribe. The individuals Anas named were all from the Khazraj tribe to which he belonged, and he meant to say that no one from the Aws tribe had memorized all of it.93 There are two versions of this statement. The other version simply states that four people memorized the whole Qur’aan, without saying they were the only ones, and it mentions Ubayy ibn Ka‘b in place of Aboo ad-Dardaa’.94
In een andere overlevering verzameld door al-Bukhaaree, instrueerde de Profeet ﷺ zijn metgezellen om de Qur’aan te leren van Ibn Mas‘ood, Saalim, de vrijgelaten slaaf van Aboo Huthayfah, Mu‘aath en Ubayy. 95 Andere authentieke bewijzen geven aan dat Aboo Bakr en ‘Abdullaah ibn ‘Amr ibn al-‘Aas het geheel hadden uit het hoofd geleerd.96 Er zijn echter twee hadeeths gerapporteerd door al-Bukhaaree die aangeven dat het aantal hoger was dan dat. In het incident van Bi’r Ma‘oonah werden zeventig metgezellen (Sahabah), allen qurraa’, overvallen en gedood.97 Het woord qurraa’ is het meervoud van qaaree’, wat wordt gebruikt voor iemand die de Qur’aan uit het hoofd kent en bekwaam is in het reciteren ervan, hoewel de metgezellen (Sahabah) de term blijkbaar ook gebruikten voor iemand die kennis heeft van de betekenissen ervan. Zeventig van de metgezellen (Sahabah) die de hele Qur’aan uit het hoofd hadden geleerd, waarvan de meesten behorend tot de helpers (Ansar), stierven tijdens het vechten in de slag bij Yamaamah slechts twee jaar na het overlijden van de Profeet ﷺ.98 Als zij hun memorisatie ervan niet hadden voltooid voor zijn dood, dan moeten zij dit voor een aanzienlijk deel hebben gedaan.
In another report collected by al-Bukhaaree, the Prophet (r) instructed his companions to learn the Qur’aan from Ibn Mas‘ood, Saalim, the freed slave of Aboo Huthayfah, Mu‘aath and Ubayy. 95 Other authentic evidence indicates that Aboo Bakr and ‘Abdullaah ibn ‘Amr ibn al-‘Aas had memorized all of it.96 However, there are two hadeeths reported by al-Bukhaaree to indicate that the number was higher than that. In the incident of Bi’r Ma‘oonah, seventy sahaabah, all of them qurraa’, were ambushed and killed.97 The word qurraa’ is the plural of qaaree’, which is used for a memorizer of the Qur’aan who is proficient in reciting it, although the sahaabah seem to have also used the term for one who is knowledgeable about its meanings. Seventy of the sahaabah who had memorized the whole Qur’aan, most of them from the Ansaar, died fighting in the battle of Yamaamah only two years after the death of the Prophet (r).98 If they had not completed their memorization of it before his death, they must have done so for a substantial portion of it.
Sommige mensen hebben geprobeerd te argumenteren op basis van de uitspraak van Anas, verzameld door al-Bukhaaree, dat het aantal mensen dat de Qur’aan uit het hoofd leerde tijdens het leven van de Profeet ﷺ te klein was om de moslimclaim te ondersteunen dat de Qur’aan aan ons is overgeleverd via tawaatur.99 Zelfs als we dit verslag letterlijk accepteren, is het gebruik ervan om dat argument te ondersteunen niet sterk, want hoewel het aantal mensen dat de volledige Qur’aan uit het hoofd had geleerd tijdens het leven van de Profeet ﷺ beperkt kan zijn geweest, hadden velen anderen aanzienlijke, overlappende delen uit het hoofd geleerd. Dus tijdens zijn leven was het aantal memoriseerders groot voor elk willekeurig deel van de Qur’aan. Velen van hen voltooiden hun memorisatie ervan na zijn dood.
Some people have tried to argue on the basis of Anas’s statement collected by al-Bukhaaree that the number of people who memorized the Qur’aan during the lifetime of the Prophet (r) was too small to support the Muslim claim that the Qur’aan was conveyed to us by tawaatur.99 Even if we accept this report at face value, its use to support that argument is not strong, because, although the number of people who had memorized the whole Qur’aan in the Prophet’s lifetime may have been limited, many others had memorized substantial, overlapping portions. So during his lifetime the number of memorizers was great for any given portion of the Qur’aan. Many of these completed their memorization of it after his death.
In feite is met elke opeenvolgende generatie van moslims het aantalgenen die de gehele Qur’aan hebben uit het hoofd geleerd, toegenomen. Vandaag de dag zijn er letterlijk honderdduizenden moslims over de hele wereld die dit hebben gedaan.
In fact, with every succeeding generation of Muslims, the numbers of those who memorized all of the Qur’aan has increased. Today there are literally hundreds of thousands of Muslims throughout the world who have done so.
Er is geen ander boek, religieus of anderszins, dat in de gedocumenteerde geschiedenis op deze schaal is uit het hoofd geleerd. De Qur’aan is ongeveer vier vijfde van de lengte van het Nieuwe Testament van de christenen, en toch is er in de gedocumenteerde geschiedenis geen enkele persoon bekend die het Nieuwe Testament volledig uit het hoofd heeft geleerd. Sterker nog, als alle boeken ter wereld op de een of andere manier zouden worden vernietigd, dan is het enige boek dat woord voor woord, zonder een enkele fout, herschreven zou kunnen worden de Glorieuze Qur’aan.
There is no other book, religious or otherwise, which has been memorized on this scale in recorded history. The Qur’aan is about four-fifths the length of the New Testament of the Christians, yet not a single person in recorded history is known to have memorized the New Testament completely. In fact, if all of the books in the world were somehow destroyed, the only book which could be rewritten, word for word, without a single mistake is the Glorious Qur’aan.
Een van de vooraanstaande orientalisten, Kenneth Cragg, zei het volgende met betrekking tot het memoriseren en behouden van de Qur’aanische tekst: “Dit fenomeen van Qur’aanische recitatie betekent dat de tekst de eeuwen heeft doorkruist in een ononderbroken levende sequentie van devotie. Het kan daarom niet worden behandeld als een antiquarisch object, noch als een historisch document uit een ver verleden.” 100 Een andere orientalistische geleerde, William Graham, schreef: “Voor ontelbare miljoenen moslims gedurende meer dan veertien eeuwen aan islamitische geschiedenis is ‘schriftuur’, al-kitab, een boek geweest dat geleerd, gelezen en doorgegeven is door vocale herhaling en memorisatie. De geschreven Qur’an kan de gezaghebbende tekst van het Goddelijke Woord op een in de geschiedenis onbekende manier zichtbaar ‘vastleggen’, maar de gezaghebbendheid van het Qur’aanische boek wordt pas in zijn volheid en perfectie gerealiseerd wanneer het correct wordt gereciteerd.” 101 Weer een ander, John Burton, verklaarde: “De methode om de Qur’an van de ene generatie op de volgende over te dragen door de jongeren de orale traditie van hun ouderen te laten memoriseren, heeft vanaf het begin de ergste gevaren van het uitsluitend vertrouwen op geschreven verslagen enigszins verminderd...” 102 Aan het einde van een omvangrijk werk over de verzameling van de Qur’aan, verklaarde Burton dat de tekst van de Qur’an die vandaag de dag beschikbaar is “de tekst is die tot ons is neergekomen in de vorm waarin deze werd georganiseerd en goedgekeurd door de Profeet ﷺ....Wat wij vandaag de dag in onze handen hebben, is de mus-haf 103 van Muhammad.”104
One of the leading orientalists, Kenneth Cragg, said the following regarding the memorization and preservation of the Qur’aanic text, “This phenomenon of Qur’anic recital means that the text has traversed the centuries in an unbroken living sequence of devotion. It cannot, therefore, be handled as an antiquarian thing, nor as a historical document out of a distant past.” 100 Another orientalist scholar, William Graham, wrote: “For countless millions of Muslims over more than fourteen centuries of Islamic history, ‘scripture’, al-kitab, has been a book learned, read and passed on by vocal repetition and memorisation. The written Qur’an may ‘fix’ visibly the authori-tative text of the Divine Word in a way unknown in history, but the authoritativeness of the Qur’anic book is only realised in its fullness and perfection when it is correctly recited.” 101 Yet another, John Burton, stated: “The method of transmitting the Qur’an from one generation to the next by having the young memorise the oral tradition of their elders had mitigated somewhat from the beginning the worst perils of relying solely on written records...” 102 At the end of a voluminous work on the Qur’aan’s collection, Burton stated that the text of the Qur’aan available today is “the text which has come down to us in the form in which it was organised and approved by the Prophet....What we have today in our hands is the mus-haf 103 of Muhammad.”104
92 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 488-9, no. 526.
92 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 488-9, no. 526.
93 Zie Fat-h al-Baaree, vol. 8, pp. 668-9.
93 See Fat-h al-Baaree, vol. 8, pp. 668-9.
94 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, p. 488, no. 525.
94 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, p. 488, no. 525.
95 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 486-7, no. 521.
95 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 486-7, no. 521.
96Ibn Hajar concludeerde dat Aboo Bakr een haafith was uit het feit dat de Profeet ﷺ hem aanstelde om het gebed (Salah) te leiden toen hij zelf te ziek was om dat te doen, en hij had eerder verklaard dat de imam in het gebed (Salah) degene moet zijn die het meest bekwaam is in de Qur’aan. Zie Sahih Al-Bukhari, vol. 1, pp. 364-5, no. 646, en Sahih Muslim, vol. 1, p. 326, nos. 1417-20. De Profeet ﷺ instrueerde ‘Abdullaah om de hele Qur’aan niet in minder dan zeven dagen te reciteren. Zie Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp.
96Ibn Hajar deduced that Aboo Bakr was a haafith from the fact that the Prophet (r) appointed him to lead the salaah when he himself was too ill to do so, and he had earlier stated that the imaam in salaah should be the most proficient in Qur’aan. See Sahih Al-Bukhari, vol. 1, pp. 364- 5, no. 646, and Sahih Muslim, vol. 1, p. 326, nos. 1417-20. The Prophet (r) instructed ‘Abdullaah not to finish reciting the whole Qur’aan in less than seven days. See Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp.
516-7, nr. 572.
516-7, no. 572.
97 Sahih Al-Bukhari, vol. 5, pp. 287-8, no. 416.
97 Sahih Al-Bukhari, vol. 5, pp. 287-8, no. 416.
98 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 477-8, no. 509.
98 Sahih Al-Bukhari, vol. 6, pp. 477-8, no. 509.
99 Tawaatur is de overlevering van een verslag door een zodanig groot aantal overleveraars dat zij niet samen zouden kunnen zijn gekomen om een leugen te verzinnen, noch zouden zij het allemaal eens kunnen worden over een fout.
99 Tawaatur is the transmission of a report by such a large number of narrators that they couldn’t have gotten together to fabricate a lie nor could they all agree upon an errror.
100 The Mind of the Qur’an, p. 26.
100 The Mind of the Qur’an, p. 26.
101 Beyond the Written Word, p. 80.
101 Beyond the Written Word, p. 80.
102 An Introduction to the Hadith, p. 27.
102 An Introduction to the Hadith, p. 27.