5.6 Het tellen van de veroveringen
5.6 Counting The Conquests
De Profeet Muhammad ﷺ voorspelde een veelheid aan moslimveroveringen, waaronder die van Rome, Perzië, Egypte, Jemen, India en Constantinopel. Geen van deze profetieën werd vaag of met dubbelzinnigheid beschreven, maar eerder met een toon van absolute zekerheid.
The Prophet Muhammad صلى الله عليه وسلم foretold a multitude of Muslim conquests, including those of Rome, Persia, Egypt, Yemen, India, and Constantinople. None of these prophecies were described vaguely or with equivocation, but rather with an air of absolute certainty.
Al-Barā’ ibn ‘Āzib rapporteert dat, terwijl zij de gracht buiten Madinah groeven om een naderend leger af te weren, een enorme rots hen blokkeerde die door geen enkele bijl kon worden gebroken. Terwijl de tijd opraakte en de angst en honger van de mensen toenamen, liep de Profeet ﷺ naar de rots toe en pakte de bijl op. Hij zei: “Bismillāh (In de naam van God),” en sloeg op de rots, waardoor een deel ervan in gruis veranderde. Hij zei: “Allāhu Akbar (God is Groot)! Mij zijn de sleutels van Shām gegeven; ik kan de rode paleizen ervan op dit eigenste moment zien.” Vervolgens verbrijzelde hij een ander deel en zei: “Allāhu Akbar! Mij zijn de sleutels van Perzië gegeven; ik kan het witte paleis van Madain zien.” Daarna verbrijzelde hij het laatste deel en zei: “Allāhu Akbar! Mij zijn de sleutels van Yemen gegeven. Bij Allah, ik kan de poorten van Sanaa op dit eigenste moment van hieruit zien.”281
Al-Barā’ ibn ‘Āzib reports that while digging the trench outside Madinah to repel an approaching army, a massive boulder obstructed them that no ax would break. With time running out, and with people’s fears and hunger growing, the Prophet صلى الله عليه وسلم walked over and picked up the ax. He said, “Bismillāh (In God’s name),” and hammered the boulder, reducing a chunk of it to rubble. He said, “Allāhu Akbar (God is Great)! I have been given the keys to Shām; I can see its red palaces at this very moment.” Then he shattered another chunk and said, “Allāhu Akbar! I have been given the keys to Persia; I can see Madain’s white palace.” Then he shattered the last chunk and said, “Allāhu Akbar! I have been given the keys to Yemen. By Allah, I can see the Gates of Sanaa at this very moment from here.”281
Wat betreft Egypte, hij nam de verovering ervan als vanzelfsprekend aan, wetende dat de belofte van zijn Heer waar was. Abū Dharr vertelde: De Profeet ﷺ zei: “Jullie zullen Egypte zeker veroveren, een land waarin [een munteenheid genaamd] al-qīrāṭ gebruikelijk is. Wanneer jullie het veroveren, wees dan welwillend tegenover de mensen, want zij hebben recht op een verbond en [het recht op] familiebanden. En wanneer jullie twee mannen zien twisten over de plaats van een baksteen, verlaat [Egypte] dan.”282 De Profeet ﷺ sprak hier nauwkeurig in de tweede persoon, waarmee hij voorspelde dat niemand anders dan zijn persoonlijke Metgezellen Egypte zou veroveren. Daarna instrueerde hij ﷺ hen om hun vredesverdrag met de Egyptenaren te eren en herinnerde hij hen eraan dat hun grootmoeder (Hagar; de moeder van Ishmael)
Regarding Egypt, he صلى الله عليه وسلم took its conquest for granted, knowing his Lord’s promise was true. Abū Dharr narrated: The Prophet صلى الله عليه وسلم said: “You will certainly conquer Egypt, a land in which [a currency called] al-qīrāṭ is customary. When you conquer it, be gracious to its people, for they are entitled to a covenant and [the right of] family bonds. And when you see two men disputing over the place of a brick, then leave [Egypt].”282 The Prophet صلى الله عليه وسلم accurately spoke in the second person here, foretelling that none other than his personal Companions would conquer Egypt. Then he صلى الله عليه وسلم instructed them to honor their peace treaty with the Egyptians and reminded them that their grandmother (Hagar; the mother of Ishmael)
...was van dit land. In dezelfde overlevering voegt Abū Dharr toe: “Ik was getuige van het geschil tussen ‘Abdul-Raḥmān ibn Shuraḥbīl ibn Ḥasanah en zijn broer, Rabī‘ah, over de plaats van een baksteen, dus vertrok ik [uit Egypte].” Wat Constantinopel betreft, tegenwoordig Istanbul genoemd, zei de Profeet ﷺ dat het een islamitisch land zou worden, bijna een millennium voordat dit gebeurde. ‘Abdullāh ibn ‘Amr rapporteert dat, terwijl zij eenmaal bij de Boodschapper van Allah ﷺ zaten en aan het schrijven waren, aan hem ﷺ werd gevraagd: “Welke stad zal als eerste worden bevrijd; Constantinopel of Rome?” Hij zei: “De stad van Heraclius zal als eerste worden bevrijd,” wat Constantinopel betekent.
was from this land. In this same narration, Abū Dharr adds, “I witnessed ‘Abdul-Raḥmān ibn Shuraḥbīl ibn Ḥasanah and his brother, Rabī‘ah, disputing over the place of a brick, so I departed [from Egypt].” Regarding Constantinople, presently called Istanbul, the Prophet صلى الله عليه وسلم said that it would become a Muslim land nearly a millennium prior to that happening. ‘Abdullāh ibn ‘Amr reports that, as they were once sitting with the Messenger of Allah صلى الله عليه وسلم and writing, he صلى الله عليه وسلم was asked, “Which city will be liberated first; Constantinople or Rome?” He said, “The city of Heraclius will be liberated first,”283 meaning Constantinople.
Een volledige 800 jaar later werd deze geweldige prestatie verricht door de Ottomaanse sultan, Muhammad al-Fatih. In een andere overlevering (Hadith): “Constantinopel zal zeker worden bevrijd, en wat een voortreffelijke leider zal zijn leider zijn, en wat een voortreffelijk leger zal dat leger zijn.”284 Sommige geleerden menen dat deze tweede overlevering (Hadith) kan verwijzen naar een tweede bevrijding van Constantinopel, die ook was voorspeld maar nog niet heeft plaatsgevonden.
An entire 800 years later, this great feat was accomplished by the Ottoman sultan, Muhammad al-Fātiḥ. In another hadith, “Constantinople will certainly be liberated, and how excellent a leader will its leader be, and how excellent an army that army will be.”284 Some scholars hold that this second hadith may refer to a second liberation of Constantinople which was also prophesied but has not yet taken place.
281 Ibn Ḥanbal, Musnad Aḥmad, 30:625 #18694; een ḥasan (acceptabele) keten volgens Ibn Ḥajar al-‘Asqalānī in Fatḥ al-Bārī (Beirut: Dār al-Maʻrifah, 1959), 7:397.
281 Ibn Ḥanbal, Musnad Aḥmad, 30:625 #18694; a ḥasan (acceptable) chain according to Ibn Ḥajar al-‘Asqalānī in Fatḥ al-Bārī (Beirut: Dār al-Maʻrifah, 1959), 7:397.
282 Muslim, Ṣaḥīḥ Muslim, 4:1970 #2543.
282 Muslim, Ṣaḥīḥ Muslim, 4:1970 #2543.
283 Ibn Ḥanbal, Musnad Aḥmad, 11:224-225 #6645; geauthenticeerd door al-Albānī in al-Silsilah al-Ṣaḥīḥah, 1:33 #4.
283 Ibn Ḥanbal, Musnad Aḥmad, 11:224-225 #6645; authenticated by al-Albānī in al-Silsilah al-Ṣaḥīḥah, 1:33 #4.
284 Ibn Ḥanbal, Musnad Aḥmad, 31:287 #18957; eldersdoor al-Ḥākim geauthenticeerd en al-Dhahabī was het ermee eens, hoewel het hier als zwak werd beschouwd door al-Arna’ūṭ̣ in de commentaren.
284 Ibn Ḥanbal, Musnad Aḥmad, 31:287 #18957; authenticated elsewhere by al- Ḥākim and al-Dhahabī concurred, though it was deemed weak here by al-Arna’ūṭ in the comments.