1.1 Het gebieden van het goede (Ma’ruf) en het verbieden van het kwade (Munkar) is een onderdeel van het verspreiden van de oproep tot de islam (Da’wah)
1.1 Enjoining The Ma’roof (good) And Forbidding The Munkar (evil) Is Part Of Conveying The Da’wah
Wat betreft dit onderwerp, imam an-Nawawi (moge Allah hem genadig zijn)
Regarding this issue Imaam an-Nawawi (may Allah have mercy on him)
Hij zegt in zijn Sharh Saheeh Muslim onder het hoofdstuk “het gebieden van het goede (Ma’ruf) en het verbieden van het kwade”: “Weet dat dit hoofdstuk – dat wil zeggen het hoofdstuk dat lang geleden is weggelegd, en waarvan er tegenwoordig nog maar weinig tekenen over zijn – van zeer groot belang is; het is de steun en de basis van de zaak. Wanneer het kwade zich wijdverspreid, dan zal de straf zowel de goede als de slechte (mensen) overspoelen, en als zij de tiran niet tegenhouden, staat Allah op om hen allen te straffen:”
says in his Sharh Saheeh Muslim under the chapter “enjoining the ma’roof and forbidding the munker”: “Know that this chapter - ie the chapter of seen-off a long time ago, and what is left of it nowadays is very few signs.” This chapter is of grave importance; it is the support and basis of the matter. When the evil becomes widespread then the punishment will engulf the good and the bad (people), and if they did not restrain the tyrant, Allah will be about to punish them all:
“En laat hen die de bevelen van de Boodschapper ﷺ tegenspreken oppassen, opdat er een beproeving over hen komt of hen een pijnlijke straf wordt toegebracht.” [TMQ 24:63] De noodzaak om het goede (Ma’ruf) te gebieden en het kwaad (Munkar) te verbieden is noodzakelijk en blijvend zolang de behoefte daaraan bestaat voor het leven zelf, de veiligheid en het welzijn ervan. De oproep tot de islam (Da’wah) is inderdaad gelijkwaardig aan dat alles. De Profeet ﷺ heeft de omvang van die noodzaak uitgelegd en gaf daar een voorbeeld van. Hij zei: “Het voorbeeld van hen die de grenzen van Allah in stand houden en hen die de grens overschrijden, is als het voorbeeld van hen die een boot delen. Sommigen bezetten het onderste deel, terwijl anderen het bovenste dek bezetten.”
“And let those who oppose the Messenger’s commandment beware, lest some affliction befall them or a painful torment be inflicted on them.” [TMQ 24:63] The need for enjoining the ma’roof and forbidding the munkar is necessary and permanent as long as the need remains for life itself, its security and well being. Indeed, the da’wah is equivalent to all of that. The Prophet has explained the extent of that need and gave an example for it. So he said; “The example of those who maintain Allah’s limits and those who surpassed the limit is like the example of those who share a boat. Some would occupy the lower while others the upper deck.
De bewoners van het onderste dek zouden naar het bovenste dek moeten gaan om toegang te krijgen tot het water. Zij zeiden: ‘Waarom boren we niet een gat in het onderste dek om direct toegang te krijgen tot het water, zodat we de mensen boven ons geen ongemak bezorgen?’ Als degenen op het bovenste dek dit zouden toestaan, dan zou de gehele boot met alle passagiers zinken. Echter, als zij hen zouden verhinderen dit te doen, dan zou iedereen gered worden” [Overgeleverd door Bukhari]. Deze overlevering (Hadith) legt uit hoe het gebieden van het goede (Ma’ruf) en het verbieden van het kwaad (Munkar) gelijkstaat aan het leven en de veiligheid van de samenleving. Elke laksheid in het uitvoeren van deze taak heeft geen andere uitkomst dan dat de boot met iedereen aan boord naar de bodem van de zee zinkt en iedereen zou vergaan en verdrinken.
The occupants of the lower deck would have to go to the upper deck to have access to the water. They said, ‘Why don’t we drill a hole in the lower deck to directly access the water, so as not to cause any inconvenience to those above us?’ If those on the upper deck allowed this to happen, then the entire boat with all the passengers would sink. However if they prevented them from doing so, then all would be saved” [Reported by Bukhari]. This hadith explains how enjoining the ma’roof and forbidding the munkar is equivalent to the life and security of society. Any complacency in undertaking this task has no outcome except that the boat sinks with everyone on it, to the bottom of the sea and everybody would perish and drown.
De Qur'an heeft in vele verzen (Ayah's) het belang van de oproep tot de islam (Da’wah) en de behoefte van mensen daaraan uitgedrukt. De woorden van de Qur'an zijn niet beperkt gebleven tot het onderwerp van de oproep tot de islam (Da’wah), maar bevatten eerder vele woorden en betekenissen die allemaal draaien om het onderwerp van de oproep tot de islam (Da’wah), naast overleveringen (Hadith's) van de Boodschapper ﷺ. Wij noemen hier enkele hiervan als voorbeeld en niet als een volledige uiteenzetting.
The Qur’an has expressed the importance of the da’wah and people’s need for it in many ayaat. The words of the Qur’an have not been restricted to the subject of da’wah, but rather they have included many words and meanings all of which revolve around the topic of da’wah, in addition to ahadeeth (traditions) of the Messenger . We mention a few of them here by way of example and not as an exhaustive account.
De Qur'an heeft de oproep tot de islam (Da’wah) uitgedrukt met de frase: "het gebieden van het goede (Ma’ruf) en het verbieden van het kwaad." Hij zei:
The Qur’an has expressed the da’wah by the phrase, “enjoining the ma’roof and forbidding the munka.” He said:
“Jullie zijn de beste van de mensen die voor de mensheid zijn voortgebracht; jullie gebieden het goede (Ma’ruf) en verbieden het kwaad (Munkar), en jullie geloven in Allah” [TMQ 3:110], en Hij zei:
“You are the best of peoples ever raised up for mankind; you enjoin the ma’roof and forbid the munkar, and you believe in Allah” [TMQ 3:110], and He said:
“En laat er een groep onder jullie zijn die oproept tot al wat goed (Islam) is, het gebieden van het goede (Ma’ruf) en het verbieden van het kwaad (Munkar). En zij zijn degenen die succesvol zijn.” [TMQ 3:104] De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Bij Degen wiens Hand mijn ziel in houdt, jullie moeten het goede (Ma’ruf) gebieden en het kwaad (Munkar) verbieden, anders zal Allah een straf zenden, waarna jullie tot Hem zullen smeken en niet verhoord zullen worden” [Gerapporteerd door Tirmizi]; en hij zei: “Wie van jullie het kwaad (Munkar) ziet, laat hem het veranderen met zijn hand, als hij dat niet kan, laat hem het dan veranderen met zijn tong, en als hij dat niet kan, laat hem het dan haten in zijn hart. En dat is het zwakste van het geloof (Iman)” [Gerapporteerd door Muslim].
“And let there arise from amongst you a group inviting to all that is good (Islam), enjoining the ma’roof and forbidding the munkar. And it is they who are successful.” [TMQ 3:104] The Messenger of Allah said; “By the One in whose Hand lies my soul, you must order the ma’roof and forbid the munkar, or Allah will be about to send a punishment, then you will supplicate to Him and you will not be answered” [Reported by Tirmizi]; and he said, “Whosoever from amongst you sees a munkar let him change it with his hand, if he is not able then let him change it with his tongue, and if he is not able then let him hate it in his heart. And that is the weakest of Imaan” [Reported by Muslim].