6.6 Qiyas ‘aqli (de rationele analogie (Qiyas))
6.6 Qiyas ‘aqli (the Rational Analogy)
De geest hanteert dezelfde regel voor gelijke en vergelijkbare zaken. Daarom wordt er een analogie gemaakt tussen twee zaken die dezelfde gelijkenis vertonen. De geest maakt ook onderscheid tussen verschillende zaken bij het vellen van een oordeel, dat wil zeggen dat hij verschillende oordelen geeft voor verschillende zaken.
The mind gives the same rule on similar and comparable things. That is why analogy is made between two things that have the same resemblance. The mind also differentiates between different things when giving judgement, ie it gives different judgements for different things.
Dit is in strijd met de islamitische (Shar’i) analogie (Qiyas), omdat de Shar’a regelmatig onderscheid maakte tussen zaken die op elkaar lijken, en vele zaken die verschillend zijn, gelijk maakte. De Shar’a maakte onderscheid tussen gelijke zaken, zoals twee verschillende tijden. Zo gaf zij de voorkeur aan laylatul qadr boven andere nachten. Zij maakte onderscheid tussen gelijke plaatsen, zoals de voorkeur van Makkah boven Madinah, en de voorkeur van Madinah boven andere plaatsen. Wat het gebed (Salah) betreft, maakte de Shar’a onderscheid tussen vier rak’aat en drie rak’aat bij het verkorten van het gebed (Salah). Zo stond zij toe dat vier rak’aat verkort werden, maar gaf zij geen toestemming om drie rak’aat of twee rak’aat te verkorten. Het verstand kan in geen van deze zaken een vergelijking maken. Bij de uitstoot van maniyy (sperma), wat puur is, verplichtte de Shar’a de ghusl (bad), maar beval zij de kleine wassing (Wudu) voor de uitstoot van het voorvocht (madhy), wat onrein is, ook al worden ze beiden uit dezelfde plaats uitgestoten. Zij maakte de ‘iddah (wachttijd) van gescheiden vrouwen drie menstruatiecycli en de ‘iddah van de weduwnaar vier maanden en tien dagen, ook al is de conditie van de baarmoeder hetzelfde. Zij maakte water en stof gelijk wat betreft reiniging, ook al reinigt water en maakt stof vuil. Zij maakte de dood de straf voor de overspelige, de moordenaar en de afvallige, ook al zijn zij verschillend.
This is contrary to the qiyas Shar’ee (Shar’ee analogy), because the Shar’a frequently differentiated between things that are similar, and made similar many things that are different. The Shar’a differentiated between similar things, such as two different times. Thus it gave preference to laylatul qadr (Night of Power) over other nights. It differentiated between similar places, such as the preference of Makkah over Madinah, and the preference of Madinah over other places. Regarding the salah (prayer), the Shar’a differentiated between four rak’aat and three rak’aat when shortening the prayer. Thus, it permitted four rak’aat to be shortened but did not give permission for three rak’aat or two rak’aat to be shortened. The mind cannot make comparison in any of these things. For the emission of the maniyy (semen), which is pure, the Shar’a obliged the ghusl (bath) but it ordered wudu (purification) for the emission of the pre-semenal fluid (madhy), which is impure, even though they are both emitted from the same place. It made the ‘iddah (waiting period) of the divorced women three menstrual cycles and the ‘iddah of the widower four months and ten days, even though the condition of the womb is the same. It made water and dust similar in terms of purification, even though water cleanses and dust dirties. It made death the punishment for the adulterer, the murderer and the apostate even though they are different.
Daarnaast heeft de Shar’a regels verduidelijkt, waarover het verstand geen zeggenschap heeft. Zo verbood zij de verkoop van goud met goud, indien dit niet in gelijke mate of op krediet geschiedt.
In addition, the Shar’a has clarified rules, over which the mind has no say. Thus, it forbade the sale of gold with gold, if not equally or in credit.
Het verbood mannen om goud te dragen, maar stond het vrouwen toe om het te dragen, en hetzelfde gold voor zijde. Het verbood woeker (riba) en stond handel toe. Het stond de ongelovige (Kafir) toe om te getuigen in een wasiyyah (legaat), maar stelde voor dat de getuige een moslim moest zijn bij een herhuwelijke na een herroepbare scheiding.
It forbade the men from wearing gold but allowed the women to wear it, and the same for silk. It forbade usury and allowed trade. It permitted the Kaafir to testify in wasiyyah (bequests) but stipulated that the witness be a Muslim in a remarriage after a revocable divorce.
Daarom zei ‘Ali (moge Allah hem eren): “Als de religie (Deen) op basis van persoonlijke mening zou worden genomen, dan zou het masah (afvegen) van de onderkant van de schoen te verkiezen zijn boven de bovenkant.” Deze principes moeten worden begrepen door de groep of partij die werkt aan het hervatten van de islamitische levenswijze. Het moet in haar cultuur tonen hoe zij de realiteit begrijpt en deze aan de mensen verduidelijkt, zodat zij deze realiteit kunnen begrijpen. Het moet ook de islamitische (Shar’i) bronnen en de Usuli-principes definiëren, en deze adopteren, en de shabab moeten hiermee gevormd worden. Dit komt doordat het proces van het vormen van hun mentaliteit gebaseerd moet zijn op dergelijke principes. Dit moet ook deel uitmaken van de cultuur van de groep. Het is ook onvermijdelijk om een intellectuele en Usuli-cultuur te adopteren, die de zuiverheid van de openbaring en de helderheid van het denken zal bewaren, en alles zal verwijderen wat de openbaring niet helder kan houden. Bijvoorbeeld principes zoals: ‘Het wordt niet ontkend dat regels veranderen volgens de verandering van tijd en plaats’, en – in zijn brede betekenis – ‘Noodzaak staat het verbodene toe’, en ‘De religie (Deen) is flexibel en evoluerend’ en ‘Waar er een belang is, dat is de wet van Allah.’ Inderdaad, dit is wat de groep moet adopteren als haar eigen Usul, wat haar visie en begrip van de Shar’a zal beheersen, voordat zij de islamitische (Shar’i) regels met betrekking tot haar werk adopteert, en de naleving ervan moet haar gids en licht zijn, om zo haar Heer te behagen.
That is why ‘Ali (may Allah honour him) said; “If the deen was to be taken by personal opinion, then masah (wiping) of the bottom of the shoe would be preferable to its top.” These principles must be understood by the group or party that works to resume the Islamic way of life. It must show in its culture how it understands the reality and clarifies it to the people, so that they can understand this reality. It must also define the Shar’ee sources and the Usuli principles, and adopt them and the shabab must be cultured with them. This is because the process of shaping their mentality must be based on such principles. This must also be part of the culture of the group. It is also inevitable to adopt an intellectual and Usuli culture, which will preserve the purity of the revelation and clarity of the thought, and remove anything that may not keep the revelation clear. For example, principles such as: ‘It is not renounced that rules change according to the change of the time and place’, and – in its comprehensive meaning - ’Necessities permit the forbidden things’, and ‘The deen is flexible and evolving’ and ‘Wherever there is an interest, that is the law of Allah.’ Indeed, this is what the group needs to adopt as its own Usul, which will govern its view and understanding of the Shar’a, before adopting the Shar’ee rules related to its work, and the adherence to them must be its guide and light, so as to please its Lord.
Er kunnen veel Ijtihaadaat over één kwestie zijn. Daarom moet de groep islamitische (Shar’i) regels hanteren die betrekking hebben op de betwiste kwesties op basis van de kracht van hun bewijzen, en daaraan vasthouden. Hierna kondigt de groep haar Usul (juridische principes) en Furu’ (de perifere principes) aan. Zij bouwt ook haar shabab op met deze cultuur, gaat er in het leven mee verder en voert discussies met behulp ervan. Zij wint anderen om dit te adopteren via bewijs en overtuiging, zoals zij het zelf heeft geadopteerd. Zij werkt om haar doel te bereiken volgens deze cultuur; anders zal zij zichzelf intellectueel verliezen en struikelen in haar pad van werk.
There may be many Ijtihaadaat on one issue. Therefore the group must adopt Shar’ee rules that are from the disputed issues based on the strength of their evidences, and must stick to them. After this the group announces its Usul (juristic principles) and Furu’ (the peripheral principles). It also builds its shabab with this culture, and proceeds in life with it and discusses using it. It wins others to adopt it via proof and persuasion as itself adopted it. It works to achieve its objective according to this culture; otherwise it will lose itself intellectually and stumble in its path of work.
Het bestuderen van de bronnen en Usul heeft voorrang op het bestuderen van islamitische (Shar’i) regels met betrekking tot verandering. De groep zal enorme ontberingen en moeilijkheden ervaren tijdens de uitvoering van haar werk. Als zij niet op een gedisciplineerde wijze en gebaseerd op het sterkste bewijs een Usul hanteert, dan zullen we zien dat zij snel wankelt en datgene wat zij vasthoudt, verandert. Zij kan ertoe overgaan om deel te nemen aan het democratische spel met het bestaande corrupte systeem, wat het eigenlijke probleem en het belangrijkste obstakel voor de oproep tot de islam (Da’wah) is. Zij zullen dit doen onder het voorwendsel dat er een principe bestaat dat met deze oriëntatie overeenkomt; dat de islam iets heeft dat raadpleging (Shura) wordt genoemd, wat op democratie lijkt. Zij kunnen ertoe overgaan om de eerdere religies te volgen en van hen over te nemen, onder het voorwendsel dat ‘de Shar’a van de mensen vóór ons een Shar’a voor ons is.’ De reden die haar tot deze verandering dwingt, is de moeilijkheid om de juiste islamitische (Shar’i) methode te volgen. Of zij kan de visie aannemen dat het werk, door gebruik te maken van de stijl van verenigingen, het mogelijk maakt om de realiteit te veranderen, waardoor zij zich bezighoudt met de stijl ten koste van de methode. Of zij kan vertrouwen op gewapende strijd en niet op de islamitische (Shar’i) regel, omdat de omstandigheden dit aan haar hebben opgelegd.
Study of the sources and Usul has precedence over the study of Shar’ee rules related to change. The group will face immense hardships and difficulties during its course of work. If it did not adopt an Usul in a disciplined way and based on the strongest evidence, then we will see it wavering quickly and changing what it holds. It may resort to entering the democratic game with the existing corrupt system, which is the actual problem and the main obstacle in the face of the da’wah. They will do this, under the pretext that there is a principle which accords with this orientation; that Islam has something called Shura, which resembles Democracy. They may resort to complying with the previous religions and taking from them, under the pretext that ‘The Shar’a of people before us is a Shar’a for us.’ The thing that made it resort to this change is the difficulty in following the correct Shar’ee method. Or it may take the view that the work, by using the style of associations, enables it to change the reality, so it becomes preoccupied with the style at the expense of the method. Or it may rely on armed struggle and not the Shar’ee rule, because the circumstances have imposed that upon it.
Het aannemen van de Usul en de bronnen en het volgen van de vaste islamitische (Shar’i) methode van zelfstandige rechtsvinding (Ijtihad), is wat de groep zal beperken tot wat Allah (SWT) wil en niet tot wat de realiteit en omstandigheden opleggen, of wat het belang voorschrijft.
Thus, adopting the Usul and the sources and following the fixed Shar’ee method of Ijtihaad, is what will restrict the group to what Allah wants and not what the reality and circumstances impose, or what interest dictates.
Op deze wijze komt de groep, nadat zij haar methode van wetgevend denken heeft gedefinieerd, tot het definiëren van haar werkwijze. Anders zal zij uiteenlopen in vele paden, en Allah (SWT) zal geen zorg dragen voor hen die uiteen zijn gegaan in paden waarin zij zouden vergaan.
In this manner the group, after defining its method of legislative thinking, arrives at defining its method of work. Otherwise it will diverge into many paths, and Allah will not show concern for those who diverged into paths where they would perish.
De partij of groep moet, nadat zij de bronnen van haar cultuur en haar controlemechanismen heeft uiteengezet, overgaan tot het definiëren van haar cultuur in het licht van deze bronnen en de Usul die zij heeft aangenomen.
The party or group, after setting out the sources of its culture and controls, must move to define its culture in the light of these sources and the Usul that it has adopted.
Bij het bestuderen van de bronnen en de Usul moet de groep ervoor zorgen dat haar begrip van de Shar’a niet onzuiver is of vermengd met andere ideeën.
In studying the sources and the Usul, the group must ensure its understanding of the Shar’a is not impure or mixed up with other ideas.
Het moet ernaar streven om alles te verwijderen dat de zuiverheid van de openbaring niet beschermt, en het moet ernaar streven om niet beïnvloed te worden door wispelturigheden bij het begrijpen van de Shar’a, en de geest niet de controle over de wetgeving te laten hebben. Het is niet mogelijk om de cultuur van een groep te bestuderen zonder de bronnen of de Usul te bestuderen waarop deze is gebaseerd.
It must strive to remove anything that does not protect the purity of the revelation and it must strive not to be affected by whims in understanding the Shar’a and not allow the mind to be in control of the legislation. It is not possible to study the culture of the group without studying the sources or the Usul on which it is based.
Op basis van wat we eerder hebben vermeld, moet de groep zich vervolgens wenden tot de realiteit waarin de moslimgemeenschap (Ummah) leeft en deze bestuderen. Zo bestudeert zij de gedachten, emoties en de systemen die erin bestaan, om de mate van de reactie en acceptatie van de mensen op deze gedachten en systemen te kennen.
Based on what we have mentioned previously, the group must then turn to the reality in which the Ummah lives and study it. Thus it studies the thoughts, emotions and the systems that exist in it, to know the extent of the people’s response and acceptance of these thoughts and systems.
De moslimgemeenschap (Ummah) is aangevallen door de gedachten van het ongeloof (Kufr), die de ongelovige (Kafir) heeft voorgesteld als de energie die zij nodig heeft om haar gezondheid te herstellen. De moslimgemeenschap (Ummah) is politiek gecontroleerd door de marionettenregenten die de ongelovige (Kafir) kolonialisten over de moslims hebben opgelegd, om haar hulpbronnen te domineren en te voorkomen dat enig oprecht werk hun belangen bedreigt of hun kolonisatie in gevaar brengt. Aangezien de westerse ongelovige (Kafir) kolonialist zich bewust is van de gevaren van georganiseerd collectief werk voor zijn eigen bestaan en consolidatie, heeft hij gedachten onder ons verspreid die mensen wegjagen van collectief werk of partijwerk. In plaats daarvan moedigt hij mensen aan om gedeeltelijke verenigingsacties te ondernemen, die de perifere problemen aanpakken, zoals armoede en corrupte moraal. De westerse ongelovige (Kafir) heeft ook het vertrouwen van de moslims in hun religie (Deen) als de enige ware oplossing voor de problemen van de mens geschokt, toen hij hun geloofsleer (Aqeedah) van hun leven scheidde, deze scheiding hen oplegde en hen verhinderde om eraan te werken deze af te schaffen. Daarom is de partij of groep verplicht om de realiteit, en de gedachten, emoties en systemen die daarin aanwezig zijn, op een diepe en nauwkeurige wijze te bestuderen. Dit is om het land te kennen waarop zij staat en de aard van dit land, en om daarna te weten hoe men erop moet lopen, en wat het nodig heeft aan houwelen en werktuigen om de obstakels te overwinnen, en wat het nodig heeft aan meststoffen en andere stoffen om haar vruchtbaarheid te herstellen. Men moet dus eerst de realiteit begrijpen. Dit op zichzelf zal een belangrijk deel vormen van de cultuur van de groep, omdat het duidelijk moet zijn voor de groep en zij het moet verduidelijken voor de shabab en de mensen, zodat zij er niet onwetend over zijn en zij achteraf het belang en de juistheid van de oplossing begrijpen.
The Ummah has been attacked by the Kufr thoughts, which the Kaafir portrayed as the energy that she needs to regain her health. The Ummah has been controlled politically by the puppet rulers whom the Kaafir colonialists have imposed over the Muslims, in order to dominate her resources and prevent any sincere work from threatening their interests or endangering their colonisation. Since the western Kaafir colonialist is aware of the dangers of organised collective work to his own existence and consolidation, he spread thoughts amongst us that drive people away from collective or party work. Instead he encourage people to undertake partial associative actions, which treat the peripheral problems, such as poverty and corrupt morals. The western Kaafir has also shaken the confidence of the Muslims in their deen as the only true solution to the problems of man, when he separated their ‘Aqeedah from their life, forced this separation upon them, and prevented them from working to abolish it. Therefore, the party or group is obliged to study the reality, and the thoughts, emotions and systems present in it, in a deep and precise manner. This is in order to know the land upon which it stands and the nature of this land, and to know after that how to walk upon it, and what it needs in terms of pickaxes and tools to overcome the obstacles, and what it needs in terms of fertiliser and other substances to regain its fertility. So one must understand the reality first. This in itself will form an important part of the culture of the group, because it must be clear to the group and it must clarify it for the shabab and the people so that they are not ignorant of it, and they comprehend afterwards the importance of the solution and its correctness.
Nadat de intellectuele, politieke en sociale realiteit waarin de moslimgemeenschap (Ummah) leeft is gedefinieerd, gaat de groep over tot het adopteren van gedachten, meningen en islamitische (Shar’i) regels, in het licht van de Usul (principes van de jurisprudentie), regulatoren en islamitische (Shar’i) bronnen die we eerder hebben vermeld. Het moet voor de shabab en de mensen verduidelijken op welke wijze zij tot deze gedachten, meningen en islamitische (Shar’i) regels zijn gekomen. Dit is omdat dit alles de overtuiging, het bewustzijn en de islamitische persoonlijkheid bij de shabab van de groep op een geconcentreerde wijze zal creëren, en op een algemene wijze in de moslimgemeenschap (Ummah).
After the intellectual, political and social reality in which the Ummah lives has been defined, the group moves to adopting thoughts, opinions, and Shar’ee rules, in light of the Usul (principles of jurisprudence), regulators, and Shar’ee sources that we have mentioned previously. It must clarify to the shabab and the people the method by which it reached these thoughts, opinions and Shar’ee rules. This is because all this will create the conviction, awareness and Islamic personality in the Shabab of the group in a concentrated manner, and in a general manner in the Ummah.