10.6 De zuivere zionistische nederzettingskolonie en een eentalige mentaliteit: van de Palestijns-Arabische Masha en Sajara tot de Israëlische Kfar Tavor en Ilaniya
10.6 The Pure Zionist Settler Colony And A Monolingual Mindset: From Palestinian Arab Masha And Sajara To Israeli Kfar Tavor And Ilaniya
De zionistische nederzetting (moshava) Kfar Tavor werd in 1909 in Neder-Galilea gesticht door de Jewish Colonisation Association voor een groep Asjkenazische kolonisten uit Oost-Europa. De oorsprong van de Hebreeuwse naam is de nabijgelegen berg Tabor (de naam is afkomstig uit Psalm 89:12).
The Zionist settlement (moshava) of Kfar Tavor was founded in lower Galilee in 1909 by the Jewish Colonisation Association for a group of Ashkenazi settlers from Eastern Europe. The origin of the Hebrew name is neighbouring Mount Tabor (the name taken from Psalm 89:12).
Gedurende de hele Mandaatperiode was deze nederzetting bij de zionistische leiding van het Yishuv beter bekend als Mescha, de Asjkenazische weergave van de Palestijns-Arabische plaatsnaam Masha. De nabijgelegen zionistische nederzetting Sejera (later hernoemd tot Ilaniya) werd tien jaar eerder, in 1900‒1902, gesticht door de Zionistische Koloniseringsvereniging. Ook dit was een Asjkenazische weergave van de Palestijns-Arabische naam Sajara (Palestijns dialect voor 'boom'), van een van de vroegste en belangrijkste zionistische nederzettingen in Palestina.
Throughout the Mandatory period this settlement was better known to the Zionist leadership of the Yishuv as Mescha, which was the Ashekenazi rendering of the Palestinian Arabic toponym, Masha. The nearby Zionist settlement Sejera (later renamed Ilaniya) was established a decade earlier, in 1900‒1902, by the Zionist Colonisation Association. This too was an Ashkenazi rendering of the Palestinian Arabic name Sajara (Palestinian dialect for ‘tree’) for one of the earliest and most important Zionist settlements in Palestine.
De kwestie van het hebraïseren van Arabische toponiemen zoals Masha stond niet altijd bovenaan de prioriteitenlijst van sommige fanatiek seculiere vroege zionistische nederzettingsleiders in Palestina. De oprichting van het Technikum in Haifa – thans het Technion – door een seculiere Duitse zionistische organisatie aan het begin van de 20e eeuw, en de controverse over de voertaal (Duits of Hebreeuws), markeerden de ‘Taalkrijg’ (Margalit, S.
The issue of Hebraicising Arabic toponyms such as Masha was not always a top priority of some of the fiercely secular early Zionist settler leaders in Palestine. The establishment of the Technikum in Haifa – now the Technion – by a secular German Zionist organisation at the beginning of the 20th century and the controversy about the language of instruction (German or Hebrew) marked the ‘War of the Languages’ (Margalit, S.
1994) in de Zionistische kolonie (Yishuv) in Palestina. Enkele leiders van de linkse seculiere Po'ale Tzion-zionistische beweging, zoals Ya'akov Zerubavel (geboren als Ya'akov Vitkin in Oekraïne, geëmigreerd naar Palestina in 1910), een zionistisch schrijver, uitgever en redacteur van een Jiddische krant, waren sterke voorstanders van het Jiddisch – een Duits dialect dat gesproken werd door de Joodse gemeenschappen van Centraal- en Oost-Europa – en deelden met veel linkse seculiere zionisten de opvatting dat het Hebreeuws de taal was van slechts enkele Joodse intellectuelen en daarom niet geschikt was voor het doel van de partij om de voornamelijk Jiddischtalige massa's in Oost-Europa te bereiken (Chaver 2004: 97). Het Jiddisch is de historische en letterlijke 'moedertaal' (mame-loshn) van de Asjkenazische joden, waarmee het zich onderscheidt van de 'heilige taal' (loshn koydesh), dat wil zeggen Hebreeuws en Aramees. Het Jiddisch ontleent het grootste deel van zijn syntaxis en woordenschat aan het Duits, maar bevat ook leenwoorden uit Slavische talen, het Hebreeuws en het Aramees. Voor de meeste vroege zionistische nederzettersleiders was het Jiddisch echter nauw verbonden met het veracht en vervrouwelijkt joodse Asjkenazische jodendom van de diaspora, terwijl het moderne Hebreeuws de nieuwe, gemasculiniseerde nederzetter-koloniserende Hebreeuwse man vertegenwoordigde. Zelfs Ya'akov Vitkin veranderde zijn familienaam in Ya'akov Zerubavel. De 'Taaloorlog' in de vroege Yishuv eindigde zo in de overwinning van het 'nieuwe Hebreeuws', wiens opkomst centraal stond in de formulering van de 'politiek-sociale mythes' van het zionisme (Azaryahu 1995), van het politieke zionisme en de opbouw van de militante zionistische joodse 'nationale' identiteit van de Yishuv-kolonie.