6.2.1 Principes van het recht in de Islam
6.2.1 Principles of Ruling In Islam
Het is van het grootste belang dat allen in de moslimgemeenschap (Ummah) de principes van het bestuur en de bewijzen daarvoor duidelijk begrijpen, op dezelfde wijze waarop wij ernaar streven om alle andere verplichtingen (furood) volledig te begrijpen. Er moeten echter enkele richtlijnen worden vastgesteld voordat de principes van het bestuur in de Islam worden bestudeerd. Bijvoorbeeld, de afwezigheid van ook maar één enkel principe zal het systeem een niet-islamitisch systeem maken. Daarom moeten alle principes aanwezig zijn om als een Islamitisch Bestuurssysteem te worden beschouwd; bijvoorbeeld, als de soevereiniteit niet aan Allah (SWT) toebehoort en de leider zijn eigen heerschappij aan het volk oplegt, kan de Staat niet langer als een Islamitische Staat worden beschouwd. Simpel gezegd moeten er juiste voorwaarden worden gesteld waaraan een staat moet voldoen om een Islamitische Staat te worden, anders zou elke staat onrechtmatig aanspraak kunnen maken op die status, zoals momenteel het geval is bij landen als Saudi Arabia, Iran, Pakistan etc.
It is of the utmost importance that all in the Ummah understand clearly the principles of ruling and its evidences in the same way in which we work to understand fully all other obligations (furood). However, a few guidelines need to be established before studying the principles of ruling in Islam. For instance, the absence of any single principle will make the system a non-Islamic system. Thus, all the principles have to exist in order for it to be considered an Islamic Ruling System, e.g. if the sovereignty does not belong to the Allah (swt) and the leader forces his own rule on the people, the State can no longer be considered an Islamic State. Simply put, there must be proper conditions laid down that qualify a state to become an Islamic State, otherwise any state could claim illegitimately to be so, as is currently the case with countries such as Saudi Arabia, Iran, Pakistan etc.
Het eerste principe:
The First Principle:
Soevereiniteit behoort toe aan de sharia.
Sovereignty belongs to the Shari‘ah.
Een individu voert de zaken van de moslimgemeenschap (Ummah) of die van een ander individu niet naar eigen goeddunken; noch kan de moslimgemeenschap (Ummah) haar zaken naar eigen goeddunken uitvoeren. De daden en initiatieven van het individu en de moslimgemeenschap (Ummah) zijn onderworpen aan de geboden en verboden van Allah (SWT). Zo behoort de soevereiniteit toe aan de sharia, zijnde de Qur'an en de profetische traditie (Sunnah) van de Boodschapper ﷺ, en niet aan de moslimgemeenschap (Ummah). Met andere woorden, geen enkel mens heeft het recht om in de islam wetgeving aan te brengen. Gevolgelijk bestaat er geen wetgevend orgaan in het islamitische regeringssysteem. Het bewijs hiervoor is overvloedig aanwezig in de Qur'an, de profetische traditie (Sunnah) en de consensus (Ijma’) van de metgezellen (Sahabah).
An individual does not run the affairs of the Ummah (nation) or those of another individual as he pleases; nor can the Ummah run her affairs as she pleases. The individual and the Ummah’s actions and initiations are subject to Allah’s (swt) commands and prohibitions. Thus, the sovereignty belongs to the Shari‘ah, i.e. the Qur’an and the Sunnah of the Messenger (saw), and not to the Ummah. In other words, no human being has the right to legislate in Islam. Consequently, no law-making body exists in the Islamic ruling system. Evidence of this is abundant from the Qur’an, the Sunnah and Ijma‘ of the Sahabah (Consensus of the companions of the Messenger).
Bewijs uit de Qur’an:
Evidence from the Qur’an:
Allah (SWT) heeft gezegd,
Allah (swt) has said,.
“Het oordeel behoort toe aan niemand behalve Allah.” [TMQ 6:57].
“The rule is to none but Allah .” [TMQ 6: 57].
“Wie niet oordeelt naar dat wat Allah heeft geopenbaard, zij zijn kafiroon (ongelovigen).” [TMQ 5:44].
“If anyone rules by other than what Allah has revealed they are kafiroon (unbelievers).” [TMQ 5:44].
Dit bewijst duidelijk dat de wet, het oordeel en de suprematie allen aan Allah (SWT) alleen toebehoren.
This clearly proves that the rule, judgement and supremacy are all to Allah (swt) alone.
Het tweede principe
The Second Principle
Autoriteit behoort toe aan de moslimgemeenschap (Ummah).
Authority belongs to the Ummah.
Het bewijs voor dit principe kan vanuit twee zijden worden bekeken:
Evidence of this principle can be looked at from two sides:
Ten eerste: de sharia heeft het recht om de kalief aan te stellen aan de moslimgemeenschap (Ummah) gegeven; met andere woorden, het is de moslimgemeenschap (Ummah) die de kalief kiest en hem de eed van trouw aflegt. Dit werd bewerkstelligd door de eed van trouw die door de moslims aan hem werd afgelegd. Dit wordt ondersteund door vele overleveringen (Hadith), waarvan wij de volgende vermelden:
Firstly: The Shari‘ah has given the right of appointing the Khaleefah to the Ummah; in other words it is the Ummah who chooses the Khaleefah and gives him the pledge of allegiance. This was accomplished by the pledge of allegiance given to him by the Muslims. This is backed by many ahadith from which we list the following:
Ubada ibn al-Samit rapporteerde: “Wij gaven ons gelofte van volledige gehoorzaamheid aan de Boodschapper van Allah ﷺ in rijkdom en armoede...”.
Ubada ibn al-Samit reported, “We pledged ourselves in complete obedience to the Messenger of Allah in wealth and woe...”.
Jarir ibn ‘Abdullah rapporteerde: “Ik beloof mijzelf in volledige gehoorzaamheid aan de Boodschapper van Allah ﷺ.”
Jarir ibn ‘Abdullah reported, “I pledge myself in complete obedience to the Messenger of Allah.”.
Abu Hurayrah (ra) rapporteerde: “De Boodschapper van Allah ﷺ zei: Drie soorten mensen zal Allah niet toespreken op de Dag des Oordeels, noch zal Hij hen vergeven; zij zullen zwaar gestraft worden: een man die water in overvloed heeft maar dit niet aan de reiziger geeft, een man die zijn eed aan een imam zweert maar niet voor zijn religie (Deen) – hij zou hem alleen gehoorzamen als hij hem gaf wat hij wilde, anders niet, en een man die een overeenkomst sluit met een andere man na ‘Asr, waarbij hij bij Allah zweert dat hij zoveel voor de goederen heeft gekregen en dat hij niet zoveel heeft gekregen.”
Abu Hurayrah (ra) reported, “The Messenger of Allah (saw) said: Three types of people Allah will not talk to on the Day of Reckoning, nor would he forgive them; they would be severely punished: A man who has water to spare and would not give it to the traveller, a man who gives his pledge to an Imam but not for his deen - he would only obey him if he gave him what he wanted, otherwise he would not, and a man who would strike a deal with another man after ‘Asr, swearing by Allah that he was given so much for the goods and he was not given so.”.
Bewijzen uit de profetische traditie (Sunnah)
Evidences from the Sunnah
Veel overleveringen (Hadith) bevestigen dat het moslims verboden is om meer dan één staat te hebben en om meer dan één leider (Ameer) te hebben in de hele wereld. Hieronder volgen twee overleveringen (Hadith) die betrekking hebben op dit onderwerp:
Many ahadith confirm that Muslims are forbidden from having more than one state and from having more than one ruler (Amir) in the whole world. Following are two ahadith related to this issue:
a. Imam Muslim rapporteerde op gezag van Abu Said al-Khudri dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Wanneer de eed van trouw (Bay’ah) is gegeven voor twee Khaleefahs, dood dan de laatste van hen.” (Muslim).
a. Imam Muslim reported on the authority of Abu Said al-Khudri that the Messenger of Allah (saw) said, “When the bay‘ah has been given for two Khaleefahs kill the latter of them.” (Muslim).
b. Imam Muslim rapporteerde op gezag van ‘Abdullah ibn Amr ibn al-‘A’as dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Wie trouw zweert aan een imam door hem de hand te schudden en de vrucht van zijn hart te schenken, moet hem gehoorzamen zolang hij kan, en als een ander komt om hem te betwisten, moet je de nek van die man slaan.” (Muslim)
b. Imam Muslim reported on the authority of ‘Abdullah ibn Amr ibn al-‘A’as that the Messenger of Allah (saw) said, “Whosoever pledges allegiance to an Imam giving him the clasp of his hand and the fruit of his heart should obey him as long as he can and if another comes to dispute him you must strike the neck of that man.” (Muslim)
2. De consensus (Ijma’) van de metgezellen (Sahabah).
2. The Ijma‘ of the Sahabah.
In de boeken Al-Fasil-fi-al Milal van Ibn Hazim, Tarikh van al-Tabari, Al-‘Aqd al-Fareed van Al-Waqidi, Al-Seerah van Ibn Kathir, Al-Sunan al-Kubra‘a van Bayhaqi en Al-Seerah van Ibn Hisham wordt verslagen dat Al-Habbab ibn al-Mundhir zei toen de metgezellen (Sahabah) bijeenkwamen naar aanleiding van het overlijden van de Boodschapper van Allah ﷺ bij de saqifa (hal) van bani Sa‘ida: “Eén leider (Ameer) van ons en één leider (Ameer) van jullie (bedoelende één van de helpers (Ansar) en één van de emigranten (Muhajirun)).” Hierop antwoordde Abu Bakr: “Het is voor moslims verboden om twee leiders (Amirs) te hebben...”.
In the books of Al-Fasil-fi-al Milal by Ibn Hazim, Tarikh of al- Tabari, Al-‘Aqd al-Fareed of Al-Waqidi, Al-Seerah of Ibn Kathir, Al- Sunan al-Kubra‘a of Bayhaqi and Al-Seerah of Ibn Hisham it is reported that Al-Habbab ibn al-Mundhir said when the Sahabah met in the wake of the death of the Messenger of Allah (saw) at the saqifa (hall) of bani Sa‘ida, “One Amir from us and one Amir from you (meaning one from the Ansar and one from the Muhajireen).” Upon this Abu Bakr replied, “It is forbidden for Muslims to have two Amirs (rulers)...”.
Het vierde principe
The Fourth Principle
De kalief heeft de exclusieve macht om de Goddelijke Wetten aan te nemen. Hij alleen vaardigt de Grondwet en diverse wetten uit.
The Khaleefah has the exclusive power to adopt the Divine Laws. He alone enacts the Constitution and various laws.
Dit principe, afgeleid van de Qur’an, de profetische traditie (Sunnah) en de consensus (Ijma’) van de metgezellen (Sahabah), kan vanuit twee verschillende invalshoeken worden geëxtraheerd:
This principle, derived from the Qur’an, the Sunnah and Ijma‘ of the Sahabah, can be extracted from two different angles:
a. Gehoorzaamheid aan het hoofd van de Islamitische Staat is een plicht voor moslims.
a. Obedience to the head of the Islamic State is an obligation on Muslims.
b. Het zorgdragen voor de zaken van de moslims is een plicht voor het staatshoofd.
b. Looking after the affairs of the Muslims is an obligation on the head of State.
Het eerste punt: Het gehoorzamen van het staatshoofd van de Islamitische Staat is een plicht voor moslims.
The first point: Obeying the head of the Islamic State is an obligation on Muslims.
Dit is duidelijk bevestigd in vele Qur'anische verzen en overleveringen (Hadith), tot het punt waarop de sharia de gehoorzaamheid aan de heerser beschouwde als onderdeel van de gehoorzaamheid aan Allah (SWT) en Zijn Boodschapper ﷺ. Daarom brengt gehoorzaamheid aan de heerser een beloning met zich mee en brengt ongehoorzaamheid een straf met zich mee.
This has been clearly confirmed in many Qur’anic verses and ahadith to the point where the Shari‘ah considered the obedience to the ruler as part of the obedience to Allah (swt) and His Messenger (saw). Therefore obeying the ruler entails a reward and disobedience entails punishment.
Het volgende is een bewijs uit de Qur’an:
Following is an evidence from the Qur’an:
“O jullie die geloven! Gehoorzaam Allah, en gehoorzaam de Boodschapper en degenen onder jullie die gezag hebben.” [TMQ 4:59].
“O you who believe! Obey Allah, and obey the Messenger and those of you who are in authority.” [TMQ 4:59].
Bewijs uit de profetische traditie (Sunnah):