V 141: Wat is het tekstuele bewijs dat het geloof in de voorafbeschikking van alles een van de gradaties van het geloof is in Zijn Goddelijke Besluit?
Q 141: What is the textual proof that faith in the Pre-recording of everything is one of faith ranks in His Divine Decree?
A--- Allah de Almachtige zegt: {En alle zaken hebben Wij genoteerd in getallen (als een verslag) in een duidelijk Boek}. (Ya-Sin, 12)
A--- Allah the Almighty says: {And all things We have recorded with numbers (as a record) in a Clear Book}. (Ya-Sin, 12)
Allah de Almachtige zegt: {Voorwaar, het staat (alles) in het Boek (Al-Lauh AlMahfuz)}. (Al-Hajj, 70)
Allah the Almighty says: (Verily, it is (all) in the Book (Al-Lauh AlMahfuz)}. (Al-Hajj, 70)
Hij zegt in het debat tussen Musa en Fir'aun: {[Fir'aun zei: Wat te doen met de generaties van vroeger? Musa zei: De kennis daarvan is bij mijn Heer, in een Boek. Mijn Heer noch vergist Hij zich, noch vergeet Hij]}. (Ta-Ha, 51, 52)
He says in the debate between Moses and Pharaoh: {[Fir'aun (Pharaoh)] said: What about the generations of old? [Musa (Moses)] said: The knowledge thereof is with my Lord, in a Record. My Lord neither errs nor He forgets}. (Ta-Ha, 51, 52)
Allah de Almachtige zegt: {En geen vrouw zwanger wordt of een kind baart zonder Zijn Kennis. En geen oude man krijgt een verlenging van zijn leven en ook geen deel van zijn leven wordt afgesneden (of van het leven van een ander), maar dat staat in een Boek (Al-Lauh Al-Mahfuz). Voorwaar, dat is gemakkelijk voor Allah}. (Fatir, 11)
Allah the Almighty says: {And no female conceives or gives birth but with His Knowledge. And no aged man is granted a length of life nor is a part cut off from his life (or another man's life), but is in a Book (Al-Lauh Al-Mahfuz). Surely, that is easy for Allah}. (Fatir, 11)
Alle geleerden van de overlevering (Hadith) rapporteerden: Wij (sommige van de metgezellen van de Profeet)
All scholars of Hadith reported: We (some of the Prophet's companions)
Wij waren bij een begrafenis op de begraafplaats van Gharqad toen de Boodschapper van Allah ﷺ naar ons toe kwam en wij om hem heen gingen zitten. Hij had een stok bij zich. Hij boog zijn hoofd en begon met zijn stok in de aarde te krabben, en zei toen: Er is niet één onder jullie voor wie er niet al een plaats in het Paradijs of de Hel is toegewezen en voor wie niet is opgeschreven of hij een slecht persoon zal zijn of een gezegend persoon. Iemand zei: Boodschapper van Allah, moeten wij ons dan niet overleveren aan ons lot en onze daden laten varen? Waarop hij zei: De daden van eenieder zullen worden vergemakkelijkt in datgene waarvoor hij is geschapen, zodat degenen die behoren tot de gezegenden, goede werken voor hen vergemakkelijkt zullen worden, en degenen die behoren tot de ongelukkigen, slechte daden voor hen vergemakkelijkt zullen worden. Vervolgens reciteerde hij dit vers (uit de Koran): {Wie echter geeft aan de behoeftigen en de ondeugd vermijdt en het goede aanvaardt (de waarheid van de Islam en het pad van rechtvaardigheid dat zij voorschrijft), Wij zullen voor hem het gemakkelijke pad vergemakkelijken. En wie echter gierig is en meent geen behoefte te hebben, Wij zullen voor hem het moeilijke pad vergemakkelijken}. (XCii. 5-10)
were in a funeral in the graveyard of Gharqad that Allah's Messenger (Peace be upon him) came to us and we sat around him. He had a stick with him. He lowered his head and began to scratch the earth with his stick, and then said: There is not one amongst you whom a seat in Paradise or Hell has not been allotted and about whom it has not been written down whether he would be an evil person or a blessed person. A person said: Allah's Messenger, should we not then depend upon our destiny and abandon our deeds? Thereupon he said: Acts of everyone will be facilitated in, that which has been created for him so that whoever belongs to the company of the blessed will have good works made easier for him and whoever belongs to the unfortunate ones will have evil acts made easier for him. He then recited this verse (from the Qur'an): {Then, who gives to the needy and guards against evil and accepts the excellent (the truth of Islam and the path of righteousness it prescribes), We shall make easy for him the easy end and who is miserly and considers himself above need, We shall make easy for him the difficult end}. (XCii. 5-10)
(Bukhari en Muslim)
(Bukhari and Muslim)
Referentie: 200 FAQ On Muslims Belief - Shiekh Hafiz Ibn Ahmed Al Hakami
Reference: 200 FAQ On Muslims Belief - Shiekh Hafiz Ibn Ahmed Al Hakami