V 169: Als er wordt gezegd: het neigen naar een afgod, het bespotten van de Qur'an, het beledigen van de Profeet en de religie, enzovoort; al deze zaken worden beschouwd als aspecten van de praktische ongelovigheid. De vraag is: waarom sluiten deze daden iemand uit uit de gemeenschap van de Islam, terwijl de praktische ongelovigheid in het algemeen dat niet doet?
Q 169: If it is said: Prostrating oneself before an idol, mocking at the Qur'an, abusing the Prophet and religion, etc. all these are regarded as aspects of the practical disbelief. The question is! Why do these acts exclude one from the fold of Islam, while the practical disbelief in general does not?