Artikel 15
Article 15
De middelen tot verboden (Haram) zijn verboden als zij zeer waarschijnlijk leiden tot verboden (Haram). Maar als er een twijfel bestaat of een middel tot verboden (Haram) zou kunnen leiden, dan zal dit middel niet verboden zijn.
The means to Haram (unlawful) are forbidden if they most likely lead to Haram. But if there is a doubt that a means might lead to Haram, then this means will not be forbidden.
Het bewijs van dit artikel wordt weerspiegeld in de uitspraak van Allah (SWT)
The evidence of this article is reflected in Allah’s (swt) saying

“En beled niet degenen tot wie zij naast Allah aanbidden, opdat zij niet uit vijandigheid zonder kennis Allah beledigen.” (TMQ 6:108). Het beledigen van de ongelovigen is toegestaan en Allah (SWT) heeft hen beledigd in de Koran. Echter, als deze belediging de ongelovigen er zeer waarschijnlijk toe zou leiden om Allah (SWT) te beledigen, dan zou het verboden worden. Dit komt doordat het beledigen van Allah (SWT) niet is toegestaan en het op de strengste wijze verboden is. Zo is het sharia-principe, “het middel tot iets verbodens is eveneens verboden”, afgeleid. Echter, het middel wordt verboden als het zeer waarschijnlijk tot iets verbodens zou leiden, aangezien het verbod op het beledigen van hun afgoden voortkwam uit het feit dat dit de oorzaak zou zijn die zou leiden tot het beledigen van Allah (SWT) – zoals aangetoond door het gebruik van de letter “fa” (opdat) van causaliteit in het vers; en als het niet zeer waarschijnlijk was dat Allah (SWT) beledigd zou worden vanwege het beledigen van hun afgoden, zoals de grote waarschijnlijkheid (ghalabat Al-dhann) die vereist is in elke sharia-regel, dan zou de “fa” die causaliteit aangeeft niet gebruikt zijn om het verbod aan te duiden. Daarom, indien het middel niet als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd om tot verboden (Haram) te leiden, maar er slechts wordt gevreesd dat het tot verboden (Haram) zou kunnen leiden, zoals een vrouw die naar buiten gaat zonder gezichtbedekking, waarbij wordt gevreesd dat het beproeving (Fitnah) zou kunnen veroorzaken, dan zou het middel in dit geval niet verboden (Haram) zijn, omdat de loutere vrees dat het tot verboden (Haram) zou kunnen leiden niet voldoende is om een verbod te rechtvaardigen. Bovendien is de beproeving (Fitnah) met betrekking tot zichzelf niet verboden voor de vrouw zelf. Dit is het bewijs van dit artikel.
“And do not revile those they invoke other than Allah, lest they insult Allah in enmity without knowledge.” (TMQ 6:108). Insulting the disbelievers is permissible and Allah (swt) has insulted them in the Quran. However, if this insult were to lead the disbelievers to most probably insult Allah (swt), it would become prohibited. This is because insulting Allah (swt) is not permittedm and it is prohibited in the sternest fashion. This is how the Shari’ah principle, “the means to something forbidden is also forbidden”, has been deduced. However, the means becomes prohibited if it would most likely lead to something prohibited, since the prohibition of insulting their idols was because it was the cause which would lead to the insulting of Allah (swt) – as demonstrated by the use of the letter “fa” (lest) of causality in the verse, and if it was not most likely that Allah (swt) will be insulted because of insulting their idols, like the most likely probability (ghalabat Al-dhann) required in any Shari’ah rule, then the “fa” which indicates causality would not have been used to indicate the prohibition. Therefore, if the means were not considered in the most likely probability to lead to Haram but it was merely feared that it may lead to Haram, such as a woman going out without a face cover, where it is feared that it might cause Fitnah, the means in this case would not be Haram, because the mere fear that it might lead to Haram is not sufficient to warrant a prohibition. On top of that, the Fitnah with respect to itself is not prohibited upon the woman herself. This is the evidence of this article.
Een ander vergelijkbaar principe met dit principe is het volgende principe: “Als één specifiek onderdeel van een toegestane (Mubah) zaak tot schade leidt, dan wordt dat specifieke onderdeel verboden (Haram) en blijft de zaak toegestaan (Mubah)”. Dit wordt weerspiegeld in wat er is overgeleverd toen de Boodschapper van Allah ﷺ door het land van Al-Hijr trok en de mensen water uit de put daarvan namen. Toen zij vertrokken, zei de Boodschapper van Allah ﷺ.
Another similar principle to this one is the following principle: “If one specific item of a Mubah thing leads to harm, that particular item becomes Haram and the thing remains Mubah”. This is reflected in what is narrated when the Messenger of Allah (pbuh) passed through the land of Al-Hijr and people took water from its well. When they left the Messenger of Allah (pbuh) said.
. لاَ تَشْرَبُوا مِنْ مَائِهَا شَيْئاً، وَلاَ تَ تَ وَضَّؤُوا مِنْهُ لِلْصَّلاَةِ، وَمَا كَانَ مِنْ عَجِينٍ « عَجَنْتُمُوهُ فَاعْلِفُوهُ الإِبِلَ وَلاَ تَأْكُلُوا مِنْهُ شَيْئاً، وَلاَ يَخْرُجَنَّ أَحَدٌ مِنْكُمُ اللَّيْ لَةَ إِلاَّ وَمَ عَهُ » صَاحِبٌ لَه .
. لاَ تَشْرَبُوا مِنْ مَائِهَا شَيْئاً، وَلاَ تَ تَ وَضَّؤُوا مِنْهُ لِلْصَّلاَةِ، وَمَا كَانَ مِنْ عَجِينٍ « عَجَنْتُمُوهُ فَاعْلِفُوهُ الإِبِلَ وَلاَ تَأْكُلُوا مِنْهُ شَيْئاً، وَلاَ يَخْرُجَنَّ أَحَدٌ مِنْكُمُ اللَّيْ لَةَ إِلاَّ وَمَ عَهُ » صَاحِبٌ لَه .
“Drink niets van het water ervan en gebruik het niet voor de wassing voor het gebed. En wat voor deeg u ook heeft bereid, geef het aan de dieren en eet er niets van. En niemand gaat vanavond naar buiten zonder een gezelschap.” gerapporteerd door Ibn Hisham in zijn Seerah en Ibn Hibban in zijn Al-Thiqat. Het drinken van water is toegestaan, maar dat specifieke water, namelijk het water van Thamud, is verboden gemaakt door de Boodschapper van Allah ﷺ omdat het tot schade leidde. Water in het algemeen bleef echter toegestaan. Ook is het voor een persoon toegestaan om 's nachts zonder metgezel naar buiten te gaan, maar de Boodschapper van Allah ﷺ verbood iedereen uit dat leger, op die specifieke nacht en op die specifieke plaats, om naar buiten te gaan omdat het tot schade leidde. Buiten dit om bleef het 's nachts naar buiten gaan zonder metgezel toegestaan. Dit dient als bewijs dat een specifiek onderdeel van een toegestane zaak verboden wordt als het tot schade leidt, terwijl de zaak in het algemeen toegestaan blijft.
“Do not drink anything from its water and do not use it to make ablution for prayer. And whatever dough you prepared, give to the animals and do not eat anything from it. And no one goes out tonight but with a company.” reported by Ibn Hisham in his Sirah and Ibn Hibban in his Al-Thiqat. Drinking water is permitted, but that particular water, which is the water of Thamud, has been made prohibited by the Messenger of Allah (pbuh) because it led to harm. However, water in general remained permitted. Also, it is permitted for a person to go out at night without a companion, but the Messenger of Allah (pbuh) prohibited anyone from among that army, in that particular night and at that particular place, from going out because it led to harm. Apart from this, going out at night without a companion remained permitted. This serves as evidence that a particular item of the permitted thing becomes prohibited if it led to harm, while the thing in general remains permitted.