Artikel 26
Article 26
Elke gezonde, volwassen moslim, zowel een man als een vrouw, heeft het recht om de leider van de Staat te kiezen en hem de eed van trouw te schenken; terwijl de niet-moslims niet dergelijk recht hebben.
Every sane, adult Muslim, a male or a female, has the right to elect the leader of the State and to give him the pledge of allegiance; while the non-Muslims do not have such right.
De realiteit van het kalifaat is een bewijs dat elke moslim het recht heeft om de kalief te kiezen en hem de eed van trouw te geven, aangezien er overleveringen zijn die erop wijzen dat het de moslims zijn die de eed van trouw aan de kalief afleggen, ongeacht of zij man of vrouw zijn; het is overgeleverd door ‘Ubadah b. Samit.
The reality of the Khilafah is evidence that every Muslim has the right to elect the Khalifah and to give him the pledge, since there are narrations which indicate that it is the Muslims who give the pledge of allegiance to the Khalifah, irrespective of whether they were male or female; it is narrated by ‘Ubadah b. Samit.
. »... بَايَ عْنَا رَسُولَ اللَّهِ « .
. »... بَايَ عْنَا رَسُولَ اللَّهِ « .
“Wij gaven de eed van trouw aan de Boodschapper van Allah ﷺ…” gerapporteerd door Al-Bukhari, en overgeleverd van Um Attiyya die zei.
“We gave the oath of allegiance to the Messenger of Allah (pbuh)…” reported by Al-Bukhari, and narrated from Um Attiyya who said.
. »... بايعنا رسول الله « .
. »... بايعنا رسول الله « .
“Wij hebben de eed van trouw aan de Boodschapper van Allah ﷺ afgelegd...” ook uit Al-Bukhari, en wat Ibn Kathir rapporteerde in Al-Bidayah Wal-Nihayah toen ‘Abd al Rahman b. ‘Auf werd aangesteld om de mening van de moslims in te winnen over wie de kalief moest worden, zei hij: “Hij nam de meningen van mannen en vrouwen in,” en geen van de metgezellen berispte hem hiervoor. Dus elke moslim, een man of een vrouw, heeft het recht om de kalief te kiezen en hem de eed van trouw te geven. Wat de niet-moslims betreft, zij hebben geen recht in deze zaken, aangezien de eed van trouw gebaseerd is op het Boek en de profetische traditie (Sunnah), en hij gelooft in geen van beide, want als hij in beide zou geloven, zou hij een moslim zijn.
“We have the oath of allegiance to the Messenger of Allah (pbuh)…” also from Al-Bukhari, and what Ibn Kathir reported in Al-Bidayah Wal-Nihayah when ‘Abd al Rahman b. ‘Auf was appointed to take the opinion of the Muslims as to who should be the Khalifah he said “He took men’s and women’s opinions”, and not one of the companions rebuked him over this. So every Muslim, a male or a female, has the right to elect the Khalifah and to give him the pledge of allegiance. As for the non-Muslims they have no right in these issues since the pledge of allegiance is upon the Book and the Sunnah and he does not believe in either of them, since if he believes in them he would be a Muslim.