17.7 Opvolging (istikhlaf) of Heerschappij (‘ahd)
17.7 Succession (istikhlaf) Or Reign (‘ahd)
Het kalifaat wordt niet gesloten door het aanstellen van een opvolger of erfgenaam, omdat het een contract is tussen de moslims en de kalief. De eed van de moslims en de aanvaarding door de persoon die zij kiezen, is een voorwaarde in het contract van het kalifaat. Het aanstellen van een opvolger of erfgenaam is niet geschikt om deze voorwaarde te bevatten, dus wordt het kalifaat hiermee niet gevestigd. Dienovereenkomstig valt de aanstelling van de volgende kalief door de huidige kalief niet onder het contract van het kalifaat, omdat hij niet het recht heeft om het contract te sluiten, en omdat het kalifaat een recht is van de moslims, niet van de kalief, en zij het contract sluiten met wie zij wensen. Dus de aanstelling van de volgende kalief of het aanbevelen van hem door de huidige kalief is niet correct, omdat hij iets geeft dat hij niet bezit. Het geven van iets dat niet in bezit is van de gever is onrechtmatig. Dus de huidige kalief kan geen andere kalief aanstellen om hem op te volgen, of hij nu zijn zoon was, een familielid of een persoon die ver van hem verwijderd is, en het kalifaat wordt totaal niet met hem gesloten omdat het contract ervan niet is uitgevoerd door degenen die het recht erop hebben. Het is dus een overbodig (fudhuli) contract.
The Khilafah is not contracted by appointing a successor or heir, because it is a contract between the Muslims and the Khalifah. The pledge by the Muslims and the acceptance from the person whom they elect is a condition in the contract of the Khilafah. The appointment of a successor or heir does not suit to include this condition, so the Khilafah is not established with it. Accordingly, the appointment of the next Khalifah, by the existing Khalifah, is not included in the Khilafah contract because he does not have the right to contract it, and because the Khilafah is a right of the Muslims, not the Khalifah, and they contract it to whom they wish. So the appointment of the next Khalifah or recommending him by the existing Khalifah is not correct, because he gives something which he does not possess. Giving something which is not possessed by the giver is illegal. So the existing Khalifah cannot appoint another Khalifah to succeed him, whether he was his son or relative or a person remote to him, and the Khilafah is not contracted to him at all because its contract was not carried out by those who have it. Thus it is a redundant (fudhuli) contract.
Wat betreft wat werd overgeleverd dat Abu Bakr (ra) ‘Umar (ra) aanstelde, en ‘Umar (ra) de zes personen uit de metgezellen (Sahabah) (ra) aanstelde, en dat de metgezellen (Sahabah) daaraan instemden en deze handeling niet aanvochten en het dus een consensus (Ijma’) van hen was; dit geeft niet aan dat de aanstelling van een opvolger wettelijk is. Dit komt doordat Abu Bakr (ra) geen kalief aanstelde, maar eerder de moslims raadpleegde over wie de kalief voor hen zou kunnen zijn, en hij nomineerde ‘Ali (ra) en ‘Umar (ra). Vervolgens kozen de moslims gedurende drie maanden tijdens het leven van Abu Bakr (ra) ‘Umar (ra) bij meerderheid van stemmen. Daarna, na het overlijden van Abu Bakr (ra), kwamen de mensen en gaven hun eed van trouw (Bay’ah) aan ‘Umar (ra), en bijgevolg werd het kalifaat aan ‘Umar (ra) verleend. Maar vóór de eed van trouw was ‘Umar (ra) geen kalief en was het kalifaat niet aan hem toegekend, noch door de nominatie van Abu Bakr (ra) noch door zijn selectie door de moslims. Het werd eerder verleend toen zij hem hun eed van trouw (Bay’ah) gaven en hij deze accepteerde. Wat betreft de aanstelling van de zes personen door ‘Umar (ra), dit was een nominatie aan hen door hem op verzoek van de moslims. Vervolgens raadpleegde ‘Abdurrahman bin ‘Auf (ra) de moslims over wie zij wilden uit de zes personen. De meerderheid wilde ‘Ali (ra) indien hij vasthield aan de praktijken van Abu Bakr (ra) en ‘Umar (ra), anders wilden zij ‘Uthman (ra). Toen ‘Ali (ra) weigerde vast te houden aan de praktijken van Abu Bakr (ra) en ‘Umar (ra), gaf ‘Abdurrahman bin ‘Auf (ra) de eed van trouw (Bay’ah) aan ‘Uthman (ra) en de mensen gaven hun eed van trouw (Bay’ah). Zo werd het kalifaat aan ‘Uthman (ra) verleend door de eed van trouw (Bay’ah) die hem door de mensen werd gegeven, niet door de nominatie van ‘Umar (ra) of de selectie van de mensen. Indien de mensen hem niet hun eed van trouw (Bay’ah) hadden gegeven, zou het kalifaat niet aan hem zijn verleend. Daarom moet er een eed van trouw (Bay’ah) zijn door de moslims aan de kalief, en het is niet toegestaan dat dit gebeurt door het aanstellen van een opvolger of een erfgenaam, omdat de eed van trouw (Bay’ah) een contract van bestuur is en de sharia-wetgeving van contracten hierop van toepassing is.
As for what was narrated that Abu Bakr (ra) appointed ‘Umar (ra), and ‘Umar (ra) appointed the six persons from the Sahabah (ra), and that the Sahabah had agreed on that and they did not challenge this action and thus it was an Ijma’a from them; this does not indicate that the appointment of a successor is legal. This is because Abu Bakr (ra) did not appoint a Khalifah, rather he consulted the Muslims about who might be the Khalifah for them and he nominated ‘Ali (ra) and ‘Umar (ra). Then the Muslims in three months during the life of Abu Bakr (ra), chose ‘Umar (ra) by their majority. Then after the death of Abu Bakr (ra), the people came and gave their pledge to ‘Umar (ra), and hence the Khilafah was contracted to ‘Umar (ra). But before the pledge ‘Umar (ra) was not a Khalifah and the Khilafah was not established to him, neither by the nomination of Abu Bakr (ra) nor by his selection by the Muslims. It was rather contracted when they gave him their pledge and he accepted it. As for the appointment of the six people by ‘Umar (ra), it was a nomination to them by him upon the request of the Muslims. Then ‘Abdurrahman bin ‘Auf (ra) consulted the Muslims about whom they wanted from the six people. The majority wanted ‘Ali (ra) if he adhered to the practices of Abu Bakr (ra) and ‘Umar (ra), otherwise they wanted ‘Uthman (ra). When ‘Ali (ra) rejected to adhere to the practices of Abu Bakr (ra) and ‘Umar (ra), ‘Abdurrahman bin ‘Auf (ra) gave the pledge to ‘Uthman (ra) and the people gave their pledge. So the Khilafah was contracted to ‘Uthman (ra) by the pledge given to him by the people, not by the nomination of ‘Umar (ra) or the selection of the people. Had not the people given him their pledge, the Khilafah would not have been contracted to him. Therefore, there must be a pledge by the Muslims to the Khalifah, and it is not allowed to occur by appointing a successor or an heir, because the bay’ah is a contract of ruling and the Shari’ah law of contract applies to it