Verwijzen naar Allah (SWT) en naar Zijn Boodschapper ﷺ is ofwel verwijzen naar het woord van Allah (SWT) of naar de profetische traditie (Sunnah) van Zijn Boodschapper ﷺ, oftewel naar het islamitisch (Shar’i) bewijs, zijnde datgene wat Allah (SWT) of Zijn Boodschapper ﷺ heeft bevolen. Gevolglik verschillen de doorslaggevende kwalificaties afhankelijk van de verschillende toestanden van de muqallids. Ja, de algemene doorslaggevende kwalificatie voor de leek is, op basis van het bewijs, degene die de beste kennis en het beste begrip heeft. En dit is de primaire doorslaggevende kwalificatie voor alle muqallids. Er zijn echter verschillende doorslaggevende kwalificaties die mensen kunnen gebruiken om te wegen, met of zonder de doorslaggevende kwalificatie van de beste kennis. Zo volgt de leek een mujtahid op basis van zijn vertrouwen in het begrip en de godsvrucht (Taqwa) van degenen die hem volgen, onder de mensen die hij kent, zoals wanneer hij zijn vader of een van de geleerden (Ulama) vertrouwt, zodat hij degenen volgt die hem volgen. Deze tarjeeh (het afwegen) voor de ‘ammi (leek) is vanuit het perspectief van de religie (Deen) en niet vanuit het perspectief van zijn grillen. Of, een andere doorslaggevende kwalificatie is dat de leek de islamitische (Shar’i) regels en de bewijzen kent door het bijwonen van lessen over islamitische jurisprudentie (Fiqh), overlevering (Hadith), enzovoort. Op dat punt is hij in staat om onderscheid te maken tussen regels en hun bewijzen. Deze persoon weegt af in navolging (Taqlid) op basis van zijn bekendheid met het bewijs. Dus hij volgt de rechtsregel (Hukm) waarvan hij het bewijs kent, wanneer deze in strijd is met een rechtsregel (Hukm) waarvan hij het bewijs niet kent. Hij zal dan een rechtsregel (Hukm) hebben die verbonden is aan een bewijs, wat de voorkeur heeft boven een rechtsregel (Hukm) die niet verbonden is aan een bewijs. Deze twee situaties zijn van toepassing op de leek; zij die niet over kennis beschikken van enkele van de erkende disciplines in zelfstandige rechtsvinding (Ijtihad). Daarom moet de leek in al deze situaties, wanneer een bewijs voor hem duidelijk wordt, de navolging (Taqlid) verlaten die gebaseerd is op zijn vertrouwen in de kennis en godsvrucht (Taqwa) van degenen die de zelfstandig rechtsgeleerde (Mujtahid) volgen die hij volgt, en de rechtsregel (Hukm) aannemen die verbonden is aan een bewijs, omdat hij nu een sterkere doorslaggevende kwalificatie heeft. Dus wie Shafi’i of anderen volgde omdat zijn vader hem volgde, wanneer het bewijs van een islamitische (Shar’i) rechtsregel (Hukm), die was afgeleid door een zelfstandig rechtsgeleerde (Mujtahid) anders dan degene die hij volgde, voor hem duidelijk wordt en hij daarin gelooft, dan moet hij die rechtsregel (Hukm) aannemen vanwege de aanwezigheid van een sterkere doorslaggevende kwalificatie, namelijk het bewijs uit de sharia. En als hij er niet in gelooft, dan heeft hij niet het recht om de rechtsregel (Hukm) te verlaten die hij heeft gevolgd, aangezien hij geen doorslaggevende kwalificatie heeft om dit te rechtvaardigen. In de afweging (tarjeeh) vertrouwt hij op het horen van aanwijzingen (qara’in). Hij (de leek) heeft niet het recht om verschillende mazhabs te adopteren op basis van grillen. En hij heeft ook niet het recht om de mazhabs in elk kwestie te volgen die voor hem gemakkelijker is; in plaats daarvan moet hij een doorslaggevende kwalificatie zoeken wanneer er meer dan één interpretatie voor de ahkām is.
Referring to Allah and to His Messenger is either to the word of Allah or the Sunnah of His Messenger i.e, to the Sharī’ah evidence, either to what Allah or His Messenger has ordered. Consequently, the preponderant qualifications differ according to the different states of the muqallids. Yes, the general preponderant qualification for the layman is, subsequent to the evidence, the one who has the best knowledge and comprehension. And this is the primary preponderant qualifications for all muqallids. However, there are different preponderant qualifications which people may use to outweigh, with or without the preponderant qualification of best knowledge. So the layman follows a mujtahid according to his trust of the understanding and taqwa (God fearing) of the ones who follow him, from the people he knows, like when he trusts his father or one of the ‘Ulama, so he follows the ones who follow him. This tarjeeh (outweighing) for the ‘ammi (layman) is from the perspective of the deen and not the perspective of his whims. Or, another preponderant qualification is that the layman knows the Sharī’ah rules and the evidences by attending lessons on fiqh, hadīth etc. At that point he is able to distinguish between rules and their evidences. This person outweighs in Taqlīd according to his acquaintance with the evidence. So he follows the hukm the evidence for which he is familiar with, when it contradicts with a hukm the evidence for which he is not acquainted with, He will then have a hukm which is linked to an evidence which is preferable to a hukm which is not linked to an evidence. These two situations apply to the layman; who is anyone who does not have knowledge of some of the recognised disciplines in Ijtihād Therefore, the layman in all of these situations, when an evidence becomes manifest to him, he must leave the Taqlīd that is based on his trust of the knowledge and taqwa of those who follow the mujtahid whom he follows and adopt the hukm which is linked to an evidence, because now he has a stronger preponderant qualification. So whoever used to follow Shafi’i or others because his father used to follow him, when the evidence of a hukm Shar’i, which had been deduced by a mujtahid other than the one he followed, becomes manifest to him and he believes in it, then he must adopt that hukm due to the presence of a stronger preponderant qualification which is the Sharī’ah evidence. And if he did not believe in it, then he does not have the right to leave the hukm he has been following since he has no preponderant qualification to warrant it. In the outweighing (tarjeeh), he relies on the hearing of indications (qara’in). He (the layman) does not have the right - to adopt different mazhabs based on whims. And nor does he have the right to follow the mazhabs in every issue which is easier for him, rather he must seek a preponderant qualification when there is more than one understanding for the ahkām.