9.4 De Culturele Beweging
9.4 The Cultural Movement
De moslims veroverden gebieden om de islamitische oproep tot de islam (Da’wah) naar de mensen te brengen. De aard van het verspreiden van de islamitische oproep tot de islam (Da’wah) vereist de aanwezigheid van een culturele beweging. Dit komt doordat de islam een boodschap is die studie, onderzoek en lezen vereist, aangezien de aard ervan noodzakelijkerwijs vereist dat deze bestudeerd en begrepen wordt. Het vereist van degene die er overtuiging in heeft, om alles te bestuderen wat een effect heeft op het verhogen van de levensstandaard. Daarom waren velen van degenen die gebieden openden geleerden (Ulama), vaardig in het reciteren van de Qur’ān (qari’een), en degenen die konden schrijven (katibeen). Zij werden vergezeld door de geleerden, recitators en schrijvers om les te geven in de nieuw veroverde gebieden, omdat in elk veroverd gebied een moskee zou worden gebouwd voor het gebed en met het doel om mannen, vrouwen en kinderen te onderwijzen. De geleerden (Ulama) waren degenen die de verantwoordelijkheid op zich namen om de mensen de Qur’ān, overlevering (Hadith) en rechtsregels (Hukm) te onderwijzen. Zij namen ook de verantwoordelijkheid op zich om de islam te verspreiden. Zo was de culturele beweging gericht op het onderwijzen en verspreiden van de islam. Het was een islamitische culturele beweging. Echter, daarnaast omvatte het ook historische, taalkundige en literaire aspecten.
The Muslims conquered lands in order to carry the Islamic Da’wah to its people. The nature of carrying the Islamic Da’wah necessitates the presence of a cultural movement. This is because Islam is a message which requires study, research and reading and since its very nature necessitates that it is studied and understood. It requires the one who has conviction in it to study anything that has an effect in elevating the standard of life. Thus, many of those people who opened up lands were scholars (ulama), proficient in the recitation of the Qur’ān (qari’een), and those who could write (katibeen). They were accompanied by the scholars, reciters and scribes so as to teach in the newly conquered lands because in every conquered land a mosque would be built for prayer and for the purpose of teaching men, women and children. The Ulama were the ones who assumed the responsibility of teaching the people the Qur’ān, hadīth and ahkām. They also assumed the responsibility of spreading Islam. Thus, the cultural movement aimed at teaching and spreading Islam. It was an Islamic cultural movement. However, in addition to that it also used to include historical, linguistic and literary aspects.