5.2 Navolging (Taqlid)
5.2 Taqlīd
Taqlīd betekent taalkundig gezien het volgen van anderen zonder kritische beschouwing. Er wordt gezegd
Taqlīd linguistically is following others without scrutiny. It is said
‘Hij imiteerde hem in het een en het ander’
‘He imitated him in such and such’
Dat wil zeggen, hij volgde hem zonder kritische beschouwing of onderzoek. Juridisch gezien is Taqlīd (navolging) het handelen naar de uitspraken van anderen zonder dwingend bewijs, zoals de overname door de leek van de mening van een zelfstandig rechtsgeleerde (Mujtahid) of de overname door de zelfstandig rechtsgeleerde (Mujtahid) van de mening van iemand die vergelijkbaar is met hem. Taqlīd (navolging) in geloofsleer (Aqeedah) is niet toegestaan, omdat Allah (SWT) de muqallids (imitatoren) in geloofsleer (Aqeedah) heeft bekritiseerd. Hij (SWT) zei:
That is, he followed him without scrutiny or examination. Legally, Taqlīd is acting according to the statements of others without binding proof, Such as the layman’s adoption of the opinion of a mujtahid or the mujtahid’s adoption of the opinion of someone similar to him. Taqlīd (imitation) in ‘aqīdah (creed) is not allowed because Allah has censured the muqallids (imitators) in ‘aqīdah. He said:
“Wanneer hen wordt gezegd: ‘Volg wat Allah heeft neergezonden’, zeggen zij: ‘Nee! Wij zullen volgen datgene wat wij onze vaderen hebben zien volgen.’ (Zouden zij dat doen!) Hoewel hun vaderen niets begrepen en niet werden geleid?” [TMQ Baqarah: 170]
“When it is said to them: “ Follow what Allah has sent down.” They say: “ Nay! We shall follow what we found our fathers following.” (Would they do that !) Even though their fathers did not understand anything nor were they guided ?” [TMQ Baqarah: 170]
En Hij (SWT) zei:
And He said:
“Wanneer hen wordt gezegd: ‘Kom naar dat wat Allah heeft geopenbaard en naar de Boodschapper ﷺ voor het oordeel over datgene wat jullie onhalal hebben gemaakt’, zeggen zij: ‘Het is ons genoeg wat wij onze vaderen hebben zien volgen’, ook al hadden hun vaderen geen enkele kennis en geen enkele leiding.” [TMQ Mā’idah: 104]
“When it is said to them: “Come to what Allah has revealed and unto the Messenger (Muhammad (saw) for the verdict of that which you have made unlawful).”They say: “Enough for us is that which we found our fathers following,” even though their fathers had no knowledge whatsoever and no guidance” [TMQ Mā’idah: 104]
Wat betreft navolging (Taqlid) in de regels van de sharia, het is juridisch toegestaan voor elke moslim. Hij ﷺ zei:
As for Taqlīd in the Sharī’ah rules it is legally permitted for every Muslim. He said:
“Vraag de mensen van de herinnering als jullie het niet weten” [TMQ Anbiyaa: 7]
“So ask the people of the Reminder if you do not know” [TMQ Anbiyaa: 7]
Hij (SWT) heeft degenen die geen kennis hebben bevolen om het te vragen aan degenen die meer kennis hebben dan zij, ook al werd het geopenbaard als een weerlegging van de afgodendienaars (Mushrik) vanwege hun verwerping van de Boodschapper ﷺ als een menselijk wezen. De bewoording is echter algemeen en de overweging is gebaseerd op de algemeenheid van de bewoording en niet op de specifiekheid van de aanleiding (al-’ibra bi ‘umum al-lafz laa bi khususiyyat al-sabab). Het gaat niet over een specifiek onderwerp waarover gezegd kan worden dat het specifiek voor dit onderwerp is. Het vers (Ayah) is algemeen over het verzoek aan degenen die niet weten om degenen die weten te vragen. Aangezien het de afgodendienaars (Mushrik) verzoekt om de mensen van het Boek te vragen, om hen te onderwijzen dat Allah (SWT) naar de voorgaande naties geen boodschappers heeft gestuurd behalve menselijke wezens. Zij waren onwetend over deze informatie, dus Hij (SWT) beval hen om het te vragen aan degenen die weten. Het vers (Ayah) zegt:
He has ordered the one who does not have the knowledge to ask the one who is more knowledgeable than him even though it was revealed as a refutation of the Mushrikin for their rejection of the Messenger being a human being. However, its wording is general and the consideration is for the generality of the wording and not the specificity of the cause (al-’ibra bi ‘umum al-lafz laa bi khususiyyat al-sabab). It is not about a specific subject such that it is said it is specific to this subject. The ayah is general about the request from those who do not know to ask those who know. Since it requests the mushrikin to ask the people of the Book, to teach them that Allah has not sent to the preceding nation’s messengers except human beings. They used to be ignorant of this information so He ordered them to ask those who know. The ayah says:
“En Wij hebben vóór jou ﷺ geen mannen gestuurd tot wie Wij openbaring hadden gebracht, dus vraag de mensen van de Herinnering als jullie het niet weten” [TMQ Anbiyaa:7]
“And We sent not before you (O Muhammad (saw) ) but men to whom We inspired, so ask the people of the Reminder if you do not know” [TMQ Anbiyaa:7]
Het woord ‘fas’alu’ (vraag!) is in algemene zin gekomen, dat wil zeggen: vraag om te leren dat Allah (SWT) niemand naar de voorgaande naties heeft gestuurd behalve menselijke wezens. Het heeft betrekking op kennis en niet op het geloof (Iman). De mensen van gedenken (Dhikr), hoewel degenen die in het vers worden genoemd de mensen van het boek zijn, is de term ook in algemene zin gekomen en omvat het alle mensen van gedenken (Dhikr). De moslims zijn de mensen van gedenken (Dhikr) omdat de Qur’ān een gedenken (Dhikr) is. Hij (SWT) zei:
The word ‘fas’alu’ (ask !) has come in a general manner, i.e, ask in order to learn that Allah has not sent anyone to the preceding nations other than human beings. It is related to knowledge and not to belief (imān). The people of zikr (rememberance), even though the aforementioned in the verse are the people of the book, but the term has also come in a general manner and it includes all people of zikr. The Muslims are the people of Zikr because the Qur’ān is a Zikr. He said:
“En Wij hebben ook aan u (o Muhammad ﷺ) de gedenken (Dhikr) [de herinnering en de vermaning (d.w.z. de Qur'ân)] neergezonden, opdat u aan de mensen duidelijk kunt maken wat aan hen is neergezonden” [TMQ Nahl: 44]
“And We have also sent down to you (O Muhammad [sal-Allâhu 'alayhi wa sallam]) the Dhikr [reminder and the advice (i.e. the Qur'ân)], that you may explain clearly to men what is sent down to them” [TMQ Nahl: 44]
Dus zij die de regels van de sharia kennen, zijn de mensen van gedenken (Dhikr), of zij nu kennis hebben verkregen door zelfstandige rechtsvinding (Ijtihad) of door verworven kennis. De muqallid vraagt slechts om de uitspraak van Allah (SWT) in een kwestie of kwesties. Daarom geeft het vers (Ayah) de toelaatbaarheid aan van het beoefenen van navolging (Taqlid).
So those who know the Sharī’ah rules they are the people of Zikr whether they have knowledge from Ijtihād or acquired knowledge. The muqallid only asks for the ruling of Allah in an issue or issues. Therefore, the ayah indicates the permissibility of practising Taqlīd.
“Een man werd geraakt door een steen die zijn schedel verbrijzelde. Daarna kreeg hij een natte droom. Hij vroeg aan zijn metgezellen: ‘Weten jullie of er een ontheffing (Rukhsa) voor mij is om Tayammum (droge wassing) te verrichten?’ Zij zeiden: ‘Wij vinden geen ontheffing voor jou en je kunt water gebruiken.’ Hij nam vervolgens een bad en stierf.”
“A man was struck by a stone that fractured his skull. Then he had a wet dream. He asked his companions - do you know of a permit (Rukhsa) for me to perform Tayammum (dry ablution)? - They said - we do not find any permit for you and you can use water. He then had a bath and died.
De Profeet ﷺ zei
The Prophet said
‘Voorwaar, het zou hem volstaan om tayammum te verrichten, een stuk doek om zijn hoofd te binden en eroverheen te wrijven, en de rest van zijn lichaam te wassen.’
‘Verily, it would suffice for him to make tayammum, tie a piece of cloth around his head and wipe over it and wash the rest of his body.’
En hij ﷺ zei:
And he said:
“Waarom vroegen zij niet toen zij het niet wisten? Voorwaar, het medicijn voor onbekwaamheid is het stellen van vragen.”
“Why did they not ask when they did not know. Indeed, the cure for incompetence is to ask”
De Boodschapper ﷺ instrueerde hen om te vragen naar de islamitische (Shar’i) rechtsregel (Hukm). Er is authentiek overgeleverd dat al-Sha’bi zei: Er waren zes metgezellen (Sahabah) van de Boodschapper ﷺ die juridische opinies aan de mensen gaven. Ibn Mas’ud, ‘Umar ibn al-Khattab, ‘Ali ibn Abi Talib, Zayd ibn Thabit, Ubayy ibn Ka’b en Abu Musa. Drie van hen lieten hun opinie overgaan op de opinie van de andere drie. ‘Abd Allah liet zijn opinie overgaan op de opinie van ‘Umar, Abu Musa liet zijn opinie overgaan op de opinie van ‘Ali, en Zayd liet zijn opinie overgaan op de opinie van Ubayy ibn Ka’b. Dit geeft ook aan dat de moslims de metgezellen (Sahabah) volgden (Taqlid) en dat sommigen van hen elkaar volgden (Taqlid).
The Messenger instructed them to ask about the hukm Shar’i. It has been authentically reported that al-Sha’bi said: There were six companions of the Messenger of Allah who used to deliver legal opinions to the people. Ibn Mas’ud, ‘Umar ibn al-Khattab, ‘Ali ibn Abi Talib, Zayd ibn Thabit, Ubayy ibn Ka’b, and Abu Musa. Three used to leave their opinion for the opinion of the other three. ‘Abd Allah used to leave his opinion for ‘Umar’s opinion and Abu Musa used to leave his opinion for the opinion of ‘Ali and Zayd used to leave his opinion for the opinion of Ubayy ibn Ka’b. This also indicates that the Muslims used to imitate (Taqlīd) the Sahabah and some of them used to imitate each other.
Wat betreft wat er in de Qur'ān is vermeld met betrekking tot de berisping voor navolging (Taqlid). Dit is een berisping voor imitatie in het geloof en niet voor het overnemen van de regels van de sharia. Dit komt doordat het onderwerp van de verzen het geloof is. De tekst ervan is specifiek gericht op het onderwerp van het geloof en zij hebben geen grondreden (Illah). Dus de uitspraak van Allah :
As for what has been mentioned in the Qur’ān in terms of the censure for Taqlīd. This is a censure for imitation in belief and not in the adoption of the Sharī’ah rules. Because, the subject matter of the verses is belief. Its text is specific to the subject of belief and they have no ‘illah. So the saying of Allah :
“En even zo hebben Wij aan geen enkele stad (bevolking) vóór jou ﷺ een waarschuwer gezonden, behalve dat degenen onder hen die in weelde leefden zeiden: ‘Wij hebben onze vaderen op een bepaalde weg en religie aangetroffen, en wij zullen inderdaad hun voetsporen volgen.’ (De waarschuwer) zei: ‘Zelfs als ik jullie een betere leiding breng dan diegene waarop jullie uw vaderen hebben aangetroffen?’” [TMQ Zukhruf: 23-24]
“And similarly, We sent not a warner before you (O Muhammad (saw)) to any town (people) but the luxurious ones among them said: “We found our fathers following a certain way and religion, and indeed we will indeed follow their footsteps.” (The warner) said: “Even if I bring you better guidance than that which you found your fathers following? ” [TMQ Zukhruf: 23-24]
En Zijn (SWT) zeggen:
And His saying:
“Wanneer zij die gevolgd werden, degenen die hen volgden, afwijzen (zich onschuldig verklaren van hen), en zij de straf zien, dan zullen al hun relaties van hen worden afgesneden. Wanneer zij die volgden zullen zeggen: “Had wij maar nog één kans hadden gehad om terug te keren (naar het wereldse leven), dan zouden wij onszelf van hen onschuldig verklaren zoals zij zich van ons onschuldig hebben verklaard.” Zo zal Allah hen hun daden tonen als een bron van spijt voor hen. En zij zullen nooit uit het Vuur ontsnappen.” [TMQ Baqarah: 166-167]
“When those who were followed, disown (declare themselves innocent of ) those who followed (them) , and they see the torment, then all their relations will be cut off from them. When those who followed will say: “If only we had one more chance to return (to the worldly life), we would disown (declare themselves ourselves as innocent from) them as they have disowned (declared themselves as innocent from) us.” Thus Allah will show them their deeds as regrets for them. And they will never get out of the Fire.” [TMQ Baqarah: 166-167]
En Zijn (SWT) zeggen:
And His saying:
“Wat zijn dit voor beelden aan wie jullie toewijd zijn?” Zij zeiden: “Wij vonden onze vaderen hen aanbidden.” [TMQ Anbiyaa: 52]
“What are these images, to which you are devoted? They said: “We found our fathers worshipping them.” [TMQ Anbiyaa: 52]
Deze verzen zijn teksten over het onderwerp van geloof (Iman) en ongeloof (Kufr) en niets anders. Deze tekst bevat geen enkele grondreden (Illah) en er is ook geen redenering te vinden in enige andere tekst. Daarom mag er niet gezegd worden dat de overweging is vanwege de algemeenheid van de bewoording en niet vanwege de specifiekheid van de oorzaak. Dit (principe) is correct met betrekking tot de oorzaak (sabab). Het is de gebeurtenis die de oorzaak van openbaring was, maar het is niet correct met betrekking tot het onderwerp van het vers. De overweging is het onderwerp van het vers. En de algemeenheid (‘umum) is beperkt tot het onderwerp van het vers alleen. Het is algemeen met betrekking tot alles wat de betekenis van het vers omvat in termen van het onderwerp, en niet met betrekking tot alles wat het vers niet omvat. Er mag ook niet gezegd worden dat het betrekking heeft op geloof en ongeloof; het is eerder gepast om het te interpreteren als toepasbaar op de muqallidin, aangezien de rechtsregel (Hukm) draait om een grondreden (Illah), of deze nu aanwezig of afwezig was. Dit kan niet worden beweerd, aangezien er geen grondreden (Illah) in het vers (Ayah) te vinden is en er geen grondreden (Illah) voor het vers (Ayah) te vinden is. De reden is dat het geen enkele rechtvaardiging bevat en er is ook geen rechtvaardiging voor onthuld in enige van de teksten van de Qur'ān en de profetische traditie (Sunnah). Daarom kan er geen tekst worden gevonden die navolging (Taqlid) verbiedt. Integendeel, de teksten en de realiteit van de moslims in de tijd van de Boodschapper ﷺ en de metgezellen (Sahabah) en de realiteit van de metgezellen (Sahabah) wijzen allemaal op de toelaatbaarheid van het beoefenen van navolging (Taqlid).
These verses are texts about the subject of belief (imān) and disbelief (kufr) and nothing else. This text does not include any ‘illah (reason) and nor is there any reasoning found in any other text. Therefore, it should not be said that the consideration is for the generality of the wording and not for the specificity of the cause. This (principle) is correct with respect to the cause (sabab). It is the event which was the cause of revelation but it is not correct in regard to the subject matter of the verse. The consideration is for the subject of the verse. And the generality (‘umum) is restricted to the subject of the verse only. It is general in regards to everything that the meaning of the verse includes in terms of the subject and not in regards to everything that the verse does not include. Nor should it be said that it is regarding belief and disbelief, rather it is proper to interpret it as applicable to the muqallidin considering that the hukm revolves around an ‘illah whether it was present or absent. This cannot be claimed since no ‘illah can be found in the ayah and no ‘illah can be found for the ayah. The reason is that it does not include any justification and nor is there any justification revealed for it in any of the text’s of the Qur’ān and the Sunnah. Therefore no text can be found which prohibits Taqlīd. Rather the texts and the reality of the Muslims in the time of the Messenger PBUH and the Sahabah and the reality of the Sahabah all indicate the permissibility of practising Taqlīd.
“Wanneer degenen die gevolgd werden, degenen die hen volgden, afwijzen (zich onschuldig verklaren van).” [TMQ Baqarah: 166]
“When those who were followed, disown (declare themselves innocent of ) those who followed (them)” [TMQ Baqarah: 166]
En omdat de islamitische rechtsregel (Shar’i Hukm) die een persoon aanneemt, ofwel door hemzelf is afgeleid of door iemand anders is afgeleid: als hij deze zelf afleidt, dan is hij een zelfstandig rechtsgeleerde (Mujtahid), en als iemand anders deze afleidt en hij neemt deze over, dan heeft hij de mening van iemand anders overgenomen, oftewel hij heeft de mening van iemand anders gevolgd. En het volgen van de mening van iemand anders is navolging (Taqlid), of hij dit nu heeft overgenomen zonder een bewijs of met een niet-bindend bewijs. De muttabi’ (volger) is daarom een muqallid. Eveneens betekent ittiba’ (het volgen van iemand anders) dat u de mening van een zelfstandig rechtsgeleerde (Mujtahid) volgt op basis van wat voor u duidelijk is geworden wat betreft de bewijzen, zonder dat u een oordeel velt over dit bewijs, dat wil zeggen, zonder dat u gebonden bent aan dit bewijs. Als u een oordeel velt over het bewijs en u kent de wijze waarop de rechtsregel (Hukm) daaruit wordt afgeleid, en u stemt in met de afleiding van de rechtsregel (Hukm) en de rechtsregel (Hukm) zelf, dan is het bewijs waarop de rechtsregel (Hukm) rust bindend geworden voor u. Dan is uw mening gelijk geworden aan de mening van de zelfstandig rechtsgeleerde (Mujtahid). In dat geval bent u een zelfstandig rechtsgeleerde (Mujtahid) en geen muqallid. Hieruit wordt duidelijk dat ittiba’ (volgen) Taqlid is en dat de volger (muttabi’) een muqallid is, ook al kent hij de bewijzen.
And because the hukm Shar’i that a person adopts, either he has deduced it himself or it has been deduced by someone else, If he himself deduces it then he is a mujtahid and if someone else deduces it and he adopts it then he has adopted the opinion of someone else i.e, followed the opinion of someone else. And following the opinion of someone else is Taqlīd whether he adopted without a proof or with a non-binding proof. The muttabi’ (follower) therefore is a muqallid. As well, ittiba’ (following someone else) means that you follow the opinion of a mujtahid based on what has become clear to you in terms of evidence without you passing judgement on this evidence that is, without you being bound by this proof. If you pass judgement on the evidence and you know the manner of deducing the hukm from it and you agree to the inference of the hukm and the hukm itself then the proof on which the hukm rests has become binding on you. Then your opinion has become like the opinion of the mujtahid. You are in this case a mujtahid and not a muqallid. From this it becomes clear that ittiba’ (following) is Taqlīd and that the follower (muttabi’) is a muqallid even though he knows the evidence.