Met andere woorden zijn het gedachten over een handeling of over de eigenschappen van de mens als onderdeel van zijn handelingen. Zo zijn verhuur, verkoop, het handelen met woekerrente, bewaring, vertegenwoordiging (wikala), gebed (Salah), het aanstellen van een kalief, de uitvoering van de vastgestelde straffen (Hudud) van Allah , het feit dat de kalief een moslim moet zijn en de getuige rechtvaardig moet zijn en de heerser een man moet zijn, enzovoort; al deze zaken worden beschouwd als onderdeel van de sharia-regels. De eenheid van Allah (Tawhid), de Boodschap (Risalah), de opstanding (ba'th), de waarachtigheid van de Boodschapper ﷺ, de onfeilbaarheid van de Profeten, het feit dat de Qur'ān de spraak van Allah (kalam) is, de verantwoording (hisab) en de straf ('azaab), enzovoort; al deze zaken worden beschouwd als onderdeel van de geloofsleer (Aqeedah). Dus de geloofspunten (‘aqa’id) zijn gedachten die worden geloofd. En de sharia-regels zijn de richtlijnen die betrekking hebben op de handeling van de mens. Zo is het gebed van de twee rakats van fajr een sharia-regel wat betreft het verrichten ervan. En het geloof dat zij van Allah zijn, vormt de geloofsleer (Aqeedah). Dus het verrichten van de twee rakats Sunnah van fajr is Sunnah. Als men het niet verricht, wordt men niet verweten. Als men het wel verricht, zal men de beloning krijgen zoals de twee rakats (Sunnah) van het Maghrib-gebed, waarvan beide hetzelfde zijn wat betreft de sharia-regel. Wat betreft de geloofsleer (Aqeedah), dan is het geloof in de twee rakats van fajr een vaststaand feit; het verwerpen ervan is ongeloof (Kufr) omdat zij zijn bewezen via tawatur (recurrentie in overlevering). Wat betreft het geloof in de twee rakats van Maghrib, dit is gewenst, maar als men ze verwerpt, wordt dit niet beschouwd als Kufr omdat zij zijn bewezen via speculatieve (zanni)
In other words they are thoughts regarding an action or the attributes of the human being as being part of his actions. Thus, leasing, selling, dealing with usury, custody, representation (wikala), prayer (salah), appointing a Khalifah, implementation of the punishments (Hudud) of Allah , the fact that the Khalifah should be a Muslim and the witness be just and the ruler be a man etc All of these are considered to be from the Sharī’ah rules. Oneness of Allah (Tawheed), The Message (Risalah), resurrection (ba'th), truthfulness of the Messenger, infallibility of the Prophets, that fact that the Qur’ān is Allah's speech (kalam), reckoning (hisab) and torment ('azaab) etc, all of these are considered part of the ‘aqīdah (creed). Thus, the articles of belief (‘aqa’id) are thoughts that are believed. And the Sharī’ah rules are the address which relates to the action of the human being. Thus, the two rakats of fajr is a Sharī’ah rule in terms of praying them. And the belief that they are from Allah constitutes ‘aqīdah (creed). So praying the two rakats Sunnah of fajr is Sunnah. If one does not pray it he is not blamed. If he prays it he will get the reward like the two rakats (Sunnah) of Maghrib prayer, both of which are the same in terms of the Sharī’ah rule. As for in terms of the ‘aqīdah (creed), belief in the two rakats of fajr is a definite matter, rejecting them is disbelief (kufr) because they have been proven by way of tawatur (recurrent lines of transmission). As for belief in the two rakats of Maghrib, it is requested but if one rejects them it is not considered kufr because they have been proven by speculative (zanni)
bewijs dat een overlevering door enkelingen (Khabar al-Ahad) is. De overlevering door enkelingen (Khabar al-Ahad) is geen bewijs in de artikelen van het geloof (Aqeedah). Het afhakken van de hand van de dief is een regel van de sharia, maar het feit dat het van Allah (SWT) komt en het geloof daarin behoort tot de geloofsleer (Aqeedah). Het verbod op rente is een regel van de sharia. Maar het geloven dat het een regel van Allah (SWT) is, maakt deel uit van de geloofsleer (Aqeedah), enzovoort.
evidence which is a solitary report (khabar al-ahad). The solitary report (khabar al-ahad) is not a proof in the articles of belief ('aqaid). Cutting the hand of the thief is a Sharī’ah rule but the fact that it is from Allah and believing in it is from the 'Aqeeda. The prohibition of usury is a Sharī’ah rule. But, believing that it is rule from Allah is part of the 'Aqeeda etc.
Daarom is er een verschil tussen de geloofsleer (Aqeedah) en de sharia-regel. Geloofsleer (Aqeedah) is Iman, wat de definitieve overtuiging is die in overeenstemming is met de werkelijkheid op basis van bewijs (Daleel). Hierin is besluitvaardigheid en zekerheid vereist. De sharia-regel is de aanspraak van de Wetgever met betrekking tot de daden van de dienaren. Hierin is speculatieve kennis (zann) voldoende. Dus, het begrijpen van een gedachte en het geloof in de vraag of deze een werkelijkheid heeft of niet, is onderdeel van de geloofsleer (Aqeedah), en het begrijpen van een gedachte en het beschouwen ervan of niet als een oplossing voor een handeling van een mens, is een sharia-regel. Om de gedachte als een oplossing te beschouwen, is het speculatieve (zanni) bewijs (Daleel) voldoende. Echter, om te geloven in de aanwezigheid van de werkelijkheid van een gedachte, moet men over definitief bewijs (dalīl qat'i) beschikken.
Therefore, there is a difference between the ‘aqīdah (creed) and the Sharī’ah rule. ‘aqīdah (creed) is Imān, which is the definite belief which is in agreement with the reality based on evidence. In this decisiveness and certainty is required. The Sharī’ah rule is the address of the Legislator pertaining to the actions of the servants. In this speculative knowledge (zann) is sufficient. Thus, comprehension of the thought and the belief in whether it has a reality or not is part of the ‘aqīdah (creed) and the comprehension of a thought and considering it or not considering it as a solution for an action of a human being is a Sharī’ah rule. In order to consider the thought as a solution the speculative (zanni) evidence is sufficient. However, in order to believe in the presence of a reality of a thought, one must have definite evidence (dalīl qat'i).