En Hij Ta’Aalaa zei:
And He Ta’Aalaa said:
2 – Dalaalat Ul-ishaarah
2 – Dalaalat Ul-ishaarah
De definitie ervan:
Its definition:
Dalaalat ul-Ishaarah is de Dalaalah (indicatie) van de Lafzh (formulering) op een betekenis of rechtsregel (Hukm) die noch oorspronkelijk, noch volgend, bedoeld was. Het komt echter overeen met de betekenis waarvoor de spraak is geformuleerd. Dalaalat ul-Ishaarah wordt daarom niet begrepen uit de Mantooq An-Nass (de uitgesproken formulering van de tekst), oftewel uit de Harfiy-betekenis (dat wil zeggen, letter voor letter), wat Dalaalat ul-Ibaarah wordt genoemd. In plaats daarvan wordt het begrepen uit de betekenis waartoe de betekenis van de tekst heeft geleid. Sommige van de Usooliyeen (geleerden van Usool) hebben dit type Dalaalah de Mafhoom van de Nass genoemd (dat wil zeggen, de geïmpliceerde en begrepen, maar niet uitgesproken betekenis). Dat betekent dat de aangeduide betekenis, die niet is aangeduid via de ‘Ibaarah (expressie) (dat wil zeggen, door de formulering), een andere betekenis noodzakelijk maakt, en dat wordt Dalaalat ul-Ishaarah genoemd (dat wil zeggen, de indicatie van een betekenis door implicatie of aanduiding). Dat komt omdat de Nass (tekst) er via Ishaarah (aanduiding/impliciet) naar leidt en niet via de weg van ‘Ibaarah (expressie). Om die reden spreken zij over deze Dalaalah (indicatie) als zijnde de Dalaalah van de Lafzh op een betekenis van zijn betekenis, oftewel op de betekenis die niet bedoeld was vanuit de ‘Ibaarah (expressie). En zij noemen het (ook) Dalaalah Al-Iltizaamiyah (indicatie door noodzakelijkheid), omdat de betekenis van de Alfaazh (geformuleerde uitdrukkingen) een andere betekenis noodzakelijk maakt die Dalaalat ul-Ishaarah wordt genoemd.
Dalaalat ul-Ishaarah is the Dalaalah (indication) of the Lafzh (wording) upon a meaning or Hukm that is not intended either originally or in following. It is however corresponding to the meaning for which the speech has been framed for. The Dalaalat ul-Ishaarah is therefore not understood from the Mantooq An-Nass (expressed wording of the text) i.e. from the Harfiy meaning (i.e. letter for letter) which is called Dalaalat ul-Ibaarah. Rather it is understood from the meaning that the meaning of the text has guided to. Some of the Usooliyeen (scholars of Usool) have called this type of Dalaalah the Mafhoom of the Nass (i.e. implied and understood but not expressed meaning). That means that the indicated to meaning, which has not been indicated through its ‘Ibaarah (expression) (i.e. by its wording), necessitates another meaning, and that is called Dalaalat ul-Ishaarah (i.e. indication of a meaning by implication or indication). That is because the Nass (text) guides to it by way of Ishaarah (indication/implicitly) and not by the way of ‘Ibaarah (expression). For that reason, they talk about this Dalaalah (indication) as being the Dalaalah of the Lafzh upon a meaning of its meaning i.e. upon the meaning that was not intended from the ‘Ibaarah (expression). And they (also) call it Dalaalah Al-Iltizaamiyah (indication by necessity) because the meaning of the Alfaazh (worded expressions) necessitates another meaning called the Dalaalat ul-Ishaarah.
Dit maakt de Dalaalat ul-Ishaarah in behoefte aan diepgang in termen van onderzoek en reflectie om hiervan bewust te worden. Dat komt doordat er behoefte is aan de aanwezigheid van een werkelijke overeenstemming tussen de betekenis die de tekst aangeeft in zijn ‘Ibaarah (uitdrukking) door zijn ‘Alfaazh’ (woorden) en de betekenis die de tekst aangeeft door zijn Ishaarah (indicatie of impliciet).
This makes the Dalaalat ul-Ishaarah in need of depth in terms of examination and reflection in order to be aware of it. That is because it is in need of the presence of a real correspondence between the meaning that the text indicates in its ‘Ibaarah (expression) by its ‘Alfaazh’ and the meaning that the text indicates to by its Ishaarah (indication or implicitly).
Voorbeeld:
Example:
Allah Ta’Aalaa zei:
Allah Ta’Aalaa said:
En overleg met hen in de zaak (Aali ‘Imraan 159).
And consult them in the matter (affairs) (Aali ‘Imraan 159).
Het vers (Ayah) geeft in zijn ’Ibaarah (uitgedrukte bewoording) aan dat het van de Haakim (heerser) in de Islam wordt gevraagd om de moslimgemeenschap (Ummah) te raadplegen met betrekking tot het beheer van hun zaken.
The Aayah in its ’Ibaarah (expressed wording) indicates that is demanded from the Haakim (ruler) in Islaam to consult the Ummah in respect to the caretaking of their affairs.
Deze betekenis vereist het tot stand brengen van een groep (fractie) uit de moslimgemeenschap (Ummah) die wordt geraadpleegd met betrekking tot het beheer van de zaken van de moslimgemeenschap (Ummah), aangezien het niet mogelijk is om elke individuele persoon uit de moslimgemeenschap (Ummah) te raadplegen. Dit is vervolgens de betekenis die niet (direct) wordt bedoeld vanuit de context of de formulering (Siyaaq) van het vers (Ayah), noch in de oorsprong noch in het vervolg. De Dalaalah (indicatie) van het vers (Ayah) op deze betekenis vertegenwoordigt de Dalaalat ul-Ishaarah.
This meaning necessitates the bringing about of a grouping (faction) from the Ummah who are consulted in relation to the caretaking of the affairs of the Ummah, as it is not possible for every individual from the Ummah to be consulted. This then is the meaning that is not intended (directly) from the context or framing (Siyaaq) of the Aayah whether in origin or in following. The Dalaalah (indication) of the Aayah upon this meaning represents the Dalaalat ul-Ishaarah.
Nog een voorbeeld:
Another example:
Allah (SWT) zei:
Allah (swt) said:
En de duur van het dragen en het voeden van het kind is dertig maanden (Al-Ahqaaf 15).
And his (the child’s) carrying and weaning is thirty months (Al-Ahqaaf 15).
En zijn (het kind) afwenen is in twee jaar (Luqmaan 14).
And his (the child’s) weaning is in two years (Luqmaan 14).
Uit de twee verzen (Ayah's) kan door middel van Al-Ishaarah (impliciete indicatie) worden begrepen dat de kortste of minimale periode van de zwangerschap 6 maanden is, en dit is duidelijk uit het observeren van de twee verzen (Ayah's), aangezien hun begrip dit noodzakelijkerwijs vereist (begrip).
It is understood from the two Aayaat by way of Al-Ishaarah (implicit indication) that the least or minimum period of time for the pregnancy is 6 months and this is clear from observing the two Aayah as their understanding necessitates that (understanding).
Nog een voorbeeld:
A further example:
De Boodschapper van Allah ﷺ zei in verband met de Zakah ul-Fitr:
The Messenger of Allah (saw) said in relation to the Zakaat ul-Fitr:
“Maak hen niet tot een behoeftigen die om dergelijke zaken vragen op een dag zoals deze.”
“Make them in no need of asking on the like of this day”
De Dalaalat ul-‘Ibaarah in de overlevering (Hadith) volgens de Alfaazh (woordelijke uitdrukkingen) en de Harfi (woord voor woord) betekenis wijst naar de vereiste om de Sadaqat ul-Fitr op de dag van ‘Eid te voldoen. Dat wil zeggen, terwijl de Dalaalat ul-Ishaarah wijst en leidt naar de volgende Ahkaam:
The Dalaalat ul-‘Ibaarah in the Hadeeth according to its Alfaazh (worded expressions) and its Harfi (word for word) meaning guides to the request of discharging the Sadaqat ul-Fitr on the Day of ‘Eid. That is whilst the Dalaalat ul-Ishaarah indicates and guides to the following Ahkaam:
- Zakat ul-Fitr wordt niet genomen behalve van degenen die daartoe in staat zijn, omdat het niet voorstelbaar is dat de Fuqaraa (armen) voorzien in de behoeften van anderen dan zijzelf.
- Zakat ul-Fitr is not taken except from the capable because it is not conceivable for the Fuqaraa (impoverished) to provide sufficiency to other than them.
De Zakah al-Fitr wordt niet aan anderen gegeven dan de Fuqaraa, omdat zij degenen zijn die behoefte hebben aan genoegzaamheid zonder te hoeven vragen.
- The Zakaat ul-Fitr is not given to other than the Fuqaraa because they are the ones in need of being made sufficient from asking.
- Het is noodzakelijk dat het beschikbaar wordt gesteld voordat men naar het Eid-gebed gaat, zodat de vervulling van de behoefte of de voldoendeheid voor de gehele dag van Eid kan worden gerealiseerd.
- It is necessary for it to be made available before going out for the ‘Eid prayer so that the removal of the need or the sufficiency can be realised for the entire day of ‘Eid.
- Het is niet toegestaan om het uit te keren aan anderen dan de islamitische Fuqaraa’ (armen), omdat de uitspraak van de Boodschapper van Allah ﷺ was: “Op een dag zoals deze” en het een ‘Eid is voor de moslims, en daarom wordt de Fitr aan de moslims gegeven om te voorkomen dat zij in behoefte zijn op de dag van hun ‘Eid.
- It is not allowed for it to be dispensed to other than the Muslim Fuqaraa’ (poor) because the statement of the Messenger of Allah (saw) was: “In the like of this day” and it is an ‘Eid for the Muslims and so the Fitr is given to the Muslims to make them not in need on the day of their ‘Eid.
Gevolglik leidt de overlevering (Hadith) naar al deze Ahkaam via Ishaarah, omdat zij Ahkaam vertegenwoordigen die de betekenis van de overlevering (Hadith) noodzakelijk maakt. Het is de betekenis van de Alfaazh die leidt en naar hen wijst, en niet de Alfaazh (woorderingen) zelf of alleen.
Consequently, the Hadeeth guides to all of these Ahkaam by way of Ishaarah because they represent Ahkaam which the meaning of the Hadeeth necessitates. It is the meaning of the Alfaazh that guides and indicates to them and not the Alfaazh (wordings) themselves or alone.
Het is jullie toegestaan om seksuele gemeenschap te hebben met jullie echtgenotes in de nacht van As-Saum (het vasten) (Al-Baqarah 187)
It is made lawful for you to have relations with your wives on the night of As-Saum (the fasts) (Al-Baqarah 187)
Uit de ‘Ibaarah van de Nass (de bewoordingen (Alfaazh) van de Ayah (vers)) wordt de toelaatbaarheid begrepen om seksueel contact te hebben met de echtgenote tot het laatste deel van de nacht van de (dagen van) het vasten.
From the ‘Ibaarah of the Nass (text) (i.e. from the worded expressions (Alfaazh) of the Aayah) the permissibility of being intimate with the wife until the last part of the night of the (days of) fasting) is understood.
En uit de Dalaalat ul-Ishaarah wordt begrepen dat het voor de vastende persoon toegestaan is om in de ochtend in de staat van Janaabah (onreinheid) op te staan. Dat komt doordat intimiteit met de echtgenote in het laatste deel van de nacht vereist dat de vastende persoon de ochtend begint in een staat van onreinheid, zonder dat dit zijn vasten Faasid (vervalst) maakt (Opmerking van de vertaler: Voor verdere voorbeelden verwijzen wij naar het boek: ‘Al-Wajeez Fee Usool ul-Fiqh’ door Dr. Abdul Kareem Zaidaan).
And from the Dalaalat ul-Ishaarah it is understood that it is permissible for the fasting person to arise in the morning in the state of Janaabah (impurity). That is because intimacy with the wife in the last part of the night necessitates that the fasting person starts the morning in a state of impurity without that making his fast Faasid (corrupted) (Translators note: For further examples please refer to the book: ‘Al-Wajeez Fee Usool ul-Fiqh’ by Dr Abdul Kareem Zaidaan.