Al-adaa’ (het vervullen) en Al-qadaa’ (het inhalen van wat is gemist)
Al-adaa’ (performance) And Al-qadaa’ (making Up For What Has Been Missed)
Al-Adaa’: Het is het uitvoeren van het verplicht (Wajib) op de tijd die ervoor door de Shar’a is vastgesteld.
Al-Adaa’: It is the undertaking of the Waajib in its time that has been specified for it by the Shar’a.
Al-Qadaa’: Het nakomen van de Wajib (verplicht) na het verstrijken van de door de Shar’a bepaalde tijd.
Al-Qadaa’: The undertaking of the Waajib after the passing of the time specified for it by the Shar’a.
De Adaa’ Al-Waajib (de verplichte uitvoering) met betrekking tot de ondername of uitvoering ervan wordt wat betreft de tijd verdeeld in twee categorieën: Muqayyad (beperkt) en Mutlaq (onbeperkt).
The Adaa’ Al-Waajib (The obligatory performance) in respect to its undertaking or performance is divided into two categories in regards to the time: Muqayyad (restricted) and Mutlaq (unrestricted).
1 - Al-Waajib Al-Muqayyad: Dit is wat de Shaari’ heeft gevraagd om te worden gedaan op de wijze van een Talab Jaazim (een beslissend verzoek) binnen een specifieke tijd(spanne). Dit wordt verdeeld in twee categorieën:
1 - Al-Waajib Al-Muqayyad: It is what the Shaari’ has requested to be done by way of a Talab Jaazim (decisive request) within a specific time (frame). This is divided into two categories:
A – Al-Waajib Al-Muwassa’: Datgene waarvan de tijd voor de uitvoering is vastgesteld, waarbij ruimte of mogelijkheid wordt geboden om het en andere zaken van dezelfde soort of categorie (Jins) binnen die tijd uit te voeren.
A – Al-Waajib Al-Muwassa’: That which the time for its performance is specified providing room or space for it and other than it from its same kind or type (Jins) to be performed within it.
Dit is datgene waarbij de vastgestelde tijd voor de uitvoering ervan een overschot heeft (d.w.z. een overschot aan de tijd die nodig is om het uit te voeren). Zo is Salah uzh-Zhohr bijvoorbeeld een Wajib Muwassa’ aangezien de tijd voor de uitvoering ervan is vastgesteld tussen het Zawaal van de zon vanaf het meridiaan tot de tijd dat Salah ul-‘Asr begint. Gevolglik heeft de Mukallaf in deze voor hem vastgestelde tijdsperiode de keuze om het gebed (Salah) in elk deel daarvan uit te voeren. De Wajib wordt door de Mukallaf in alle segmenten van de tijd gedurende de periode vervuld, en daarom vervalt de Wajib van hem (d.w.z. hij zou het hebben vervuld) door de uitvoering ervan binnen een willekeurig moment van de vastgestelde tijdsperiode.
This is that in which the specified time for its performance is in surplus of it (i.e. in surplus of the time needed to perform it). So Salaat uzh-Zhohr for example is a Waajib Muwassa’ as the time for its performance has been specified between the Zawaal of the sun from the meridian until the time when Salaat ul-‘Asr begins. Consequently, in this time period that has been specified for it the Mukallaf has the choice to undertake the Salaah in any part within it. The Waajib is fulfilled by the Mukallaf in all of the segments of time during the period and therefore the Waajib falls from him (i.e. he would have fulfilled it) by his performance of it within any time of its specified time period.
Bijgevolg, indien de Mukallaf het gebed (Salah) zou uitstellen vanaf het begin of de vroege tijd, terwijl hij de vastberadenheid had om het te verrichten en vervolgens zou sterven voordat de tijdperiode was verstreken zonder het te hebben uitgevoerd, zou hij Allah Ta’Aalaa niet ontmoeten als iemand die ongehoorzaam was (met betrekking tot die specifieke verplichting). Echter, indien de Mukallaf het meest waarschijnlijk achtte dat hij zou sterven tijdens de gespecificeerde tijdperiode van het gebed (Salah), zoals wanneer hij bijvoorbeeld de tijd van zijn executie zou weten, dan zou hij ongehoorzaam zijn aan Allah (SWT) door het uit te stellen vanaf de vroege of begin-tijd. Dat is omdat het, met betrekking tot de Wajib Al-Muwassa’, in de geest van de Mukallaf het meest waarschijnlijk moet zijn dat hij de verplichting binnen de tijdperiode ervan zal nakomen, en indien dit niet het meest waarschijnlijk is, dan is het voor hem niet toegestaan (Halal) om het uit te stellen.
Consequently, if the Mukallaf was to delay the Salaah from its beginning or early time whilst he was resolved to perform it and then died before the passing of the time period without having performed it, he would not meet Allah Ta’Aalaa as someone who had been disobedient (in respect to that specific obligation). However, if the Mukallaf believed it most probable that he would die during the specified time period of the Salaah, like if he was to know the time of his execution for example, then he would be disobedient to Allah (swt) by delaying it from its earlier or beginning time. That is because in respect to the Waajib Al-Muwassa’ it must be most probable in the mind of the Mukallaf that he will undertake the obligation within its time period and if it is not most probable then it is not Halaal for him to delay it.
B – Al-Waajib Al-Mudayyaq (de beperkte verplichting met betrekking tot de tijd):
B – Al-Waajib Al-Mudayyaq (the narrow obligation in respect to time):
Dit is datgene waarvan de tijd voor de uitvoering ervan is vastgesteld, terwijl er geen ruimte of mogelijkheid wordt geboden voor iets anders van dezelfde soort of type (Jins).
This is that which the time for its performance is specified whilst providing no room or space for other than it from its own kind or type (Jins).
Dit verwijst naar de verplichting die een specifieke tijd heeft voor de uitvoering ervan, zonder overschot of extra tijd, en dit is vergelijkbaar met het vasten van Ramadhaan, aangezien de tijd ervan niet uitbreidt of ruimte biedt, behalve voor het uitvoeren van het verplichte vasten binnen die periode.
This refers to the obligation that has a specific time for its performance without surplus or extra time and this is like the fasting of Ramadhaan as its time does not expand or provide room except for the performance of the obligatory fast within it.
2 – Al-Waajib Al-Mutlaq (de onbeperkte verplichting):
2 – Al-Waajib Al-Mutlaq (the unrestricted obligation):
Dit is wat de Shaari’ heeft gevraagd via een beslissend verzoek (Talab Jaazim) zonder een specifieke tijd voor de uitvoering ervan te hebben gespecificeerd. Dit is vergelijkbaar met de Kaffaraat (boetedoeningen) en de Mutlaq Nudhoor (onbeperkte geloften). Of het is als het voorbeeld van de hadj, die een specifieke tijd voor de uitvoering ervan binnen het jaar heeft gekregen, maar de uitvoering ervan niet heeft verplicht tot een specifiek jaar. De uitvoering van deze soorten verplichtingen is vereist van de Mukallaf indien hij in staat is om ze tijdens zijn leven te ondernemen, terwijl de verplichting van hem vervalt indien hij niet in staat is om ze tijdens zijn leven te ondernemen en er daar geen straf voor op hem rust in het hiernamaals (Akhirah). Dat is omdat Allah een persoon niet zwaarder belast dan zijn capaciteit of vermogen. Echter, indien de voorwaarden voor de uitvoering ervan zijn vervuld en hij inschat dat hij zeer waarschijnlijk zal overlijden voordat hij eraan toekomt en hij het toch niet onderneemt, dan zou hij zondig zijn.
This is what the Shaari’ has requested to be done by a decisive request (Talab Jaazim) without having specified a specific time for its performance. This is like the Kaffaraat (expiations) and the Mutlaq Nudhoor (unrestricted vows). Or it is like the example of the Hajj which has been provided with a specific time for its performance within the year but has not compelled its performance to a specific year. The performance of these types of obligations are required from the Mukallaf if he is capable of undertaking them during his life whilst the obligation falls from him if he is unable to undertake them during his lifetime and there is no punishment due upon him as a result of that in the Aakhirah. That is because Allah does not burden a person above his capacity or capability. However, if the causes for its undertaking have been met and he views that he is most likely to pass away before its undertaking and yet does not undertake it, then he would be sinful.
Al-Qadaa:
Al-Qadaa:
Al-Qadaa’ verwijst naar het uitvoeren van de Wajib (verplicht) na het verstrijken van de tijd die hiervoor door de Shar’a is vastgesteld.
Al-Qadaa’ refers to the undertaking of the Waajib after the passing of its time that has been specified for it by the Shar’a.
De Qadaa’ heeft betrekking op het verplicht (Wajib) dat beperkt (Muqayyad) is tot een specifieke tijd, of die tijd nu Muwassa’ (was uitgebreid en bood ruimte) was, zoals de tijd voor het gebed (Salah), of Mudayyaq (geen uitgebreide ruimte), zoals het vasten van Ramadhaan.
The Qadaa’ relates to the Waajib which is restricted (Muqayyad) to a specific time whether that time was Muwassa’ (was extended and had room) like the time for the Salaah or Mudayyaq (no extended room) like the fasting of Ramadhaan.
Het Qadaa’ van het Wajib is verplicht (Wajib) voor degene die daartoe in staat is. Dat komt doordat het vervullen van het Wajib op de juiste tijd een uitvoering is van wat hem verplicht is, en indien de tijd verstrijkt zonder dat de persoon het Wajib heeft vervuld terwijl hij daartoe in staat was, dan blijft zijn verantwoordelijkheid voortbestaan en is het voor hem verplicht (Wajib) om het te vervullen via het Qadaa’. Het nalaten van het Wajib dat de uitvoering van het Qadaa vereist, is van drie soorten:
The Qadaa’ of the Waajib is obligatory upon the one who is capable. That is because the undertaking of the Waajib in its time represents a performance of what is obliged upon him and if the time passes without the person having undertaken the Waajib whilst he was capable of it then his responsibility would remain active and it is obligatory for him to fulfil it through the Qadaa’. The leaving of the Waajib that demands the performance of the Qadaa is of three types:
1 – Datgene wat de Mukallaf opzettelijk laat:
1 – That which the Mukallaf leaves deliberately:
Als de Mukallaf het uitvoeren van een verplicht (Wajib) doelbewust (‘Amd) nalaat, zoals het gebed (Salah) of het vasten (Sawm), dan is hij zondig en is Al-Qadaa’ verplicht op hem.
If the Mukallaf leaves the performance of the Waajib intentionally (‘Amd) like the Salaah or Sawm then he is sinful and Al-Qadaa’ is obligatory upon him.
2 – Datgene wat de Mukallaf uit vergeetachtigheid heeft nagelaten:
2 – That which the Mukallaf left out of forgetfulness:
Als de Mukallaf het uitvoeren van het verplicht (Wajib) nalaat vanwege vergeetachtigheid (Sahw), dan wordt de Qadaa’ verplicht (Wajib) voor hem, maar hij begaat geen zonde. De Boodschapper van Allah ﷺ zei:
If the Mukallaf leaves the performance of the Waajib due to forgetfulness (Sahw), the Qadaa’ becomes obligatory upon him but there is no sin upon him. The Messenger of Allah (saw) said:
Wie slaapt over het (verrichten van het) gebed (Salah) of het vergeet, dan moet hij bidden wanneer hij het zich herinnert (Al-Bukhaari en Muslim).
Whoever sleeps from (performing) the Salaah or forgets it, then he should pray when he remembers it (Al-Bukhaari and Muslim).
Als de persoon in dit geval de Qadaa’ niet verricht voor wat hij heeft gemist, zou hij dan zondig zijn.
If in this case the person does not perform the Qadaa’ for what he missed he would then be sinful.
3 – Datgene wat de Mukallaf laat vanwege een excuus (‘Udhr):
3 – That which the Mukallaf leaves due to an excuse (‘Udhr):
Als de Mukallaf het uitvoeren van een Wajib (verplicht) nalaat vanwege een Shar’i (islamitisch) ‘Udhr (excuus) dat de uitvoering ervan verhindert, dan is het voor die persoon een plicht om Qadaa’ te verrichten voor die handeling nadat de belemmering (of het excuus) is verdwenen. Dat is vergelijkbaar met de Haa’id (menstruerende vrouw) of de Nufasaa’ (vrouwen die bloed verliezen na de bevalling) met betrekking tot Ramadhaan. Dat komt doordat de Shaari’ haar een speciale toestemming heeft gegeven om niet te vasten en haar heeft belet te vasten tijdens de Haid en Nifaas, terwijl het voor haar verplicht is om Qadaa’ te verrichten voor wat zij heeft gemist nadat zij rein is geworden. Wat het gebed (Salah) betreft, dan heeft Allah Ta’Aalaa de Haa’id en de Nufasaa’ vergeven van het verrichten van Qadaa’ voor wat zij hebben gemist.
If the Mukallaf leaves the performance of the Waajib dues to a Shar’iy ‘Udhr (excuse) that prevents its performance, then it is a duty for that person to make Qadaa’ for that action after the passing of that preventer (or excuse). That is like the Haa’id (menstruating woman) or the Nufasaa’ (women who are bleeding post birth) in respect to Ramadhaan. That is because the Shaari’ has given her a special permission not to fast and prevented her from fasting during the Haid and Nifaas whilst it is obligatory for her to make Qadaa’ for what she missed after she has become purified. As for the Salaah then Allah Ta’Aalaa has pardoned the Haa’id and the Nufasaa’ from making Qadaa’ for what was missed.
De Musaafir (reiziger) en de Mareed (zieke persoon) moeten Qadaa’ inhalen als zij niet vasten in de Ramadhaan, hoewel de reis en de ziekte verschillen van de Haid (menstruatie) en de Nifaas (bloeding na de bevalling). Dat komt doordat dit twee excuses zijn die de persoon niet beletten om het vasten te verrichten, vanwege de Qawl van Allah Ta’Aalaa:
The Musaafir (traveller) and Mareed (sick person) must make Qadaa’ if they do not fast in Ramadhaan although the travel and sickness differ from the Haid (menstruation) and the Nifaas (post childbirth bleeding). That is because they are two excuses which do not prevent the person from performing the fast due to the Qawl of Allah Ta’Aalaa:
En vasten is beter voor jullie (Al-Baqarah 184).
And for you to fast is better for you (Al-Baqarah 184).
Wat betreft degene die de dood of een groot onheil vreest vanwege het vasten, dan zal hij ongehoorzaam zijn als hij het voedsel laat staan vanwege de misdaad die dit begaat tegen de Rooh (dat wil zeggen het lichaam), wat een Haqq (recht) van Allah Ta’Aalaa met betrekking tot hem vertegenwoordigt; daarom is het voor hem verplicht om zijn vasten te verbreken of niet te vasten (Iftaar).
As for the one who fears death or a great harm due to the fasting then he will be disobedient for leaving the food due to its crime against the Rooh (i.e. body) which represents a Haqq (right) of Allah Ta’Aalaa in respect to him and therefore it is obligatory for him to break his fast or not fast (Iftaar).