Het belang van de Qur’aan in relatie tot de andere Adillah (bewijsmiddelen)
The importance of the Qur’aan in relation to the other Adillah (sources of evidence)
De Qur’aan heeft een bijzondere belangrijkheid en betekenis die deze onderscheidt van de overige bewijzen (Daleel) zoals de profetische traditie (Sunnah), consensus (Ijma’), analogie (Qiyas) en andere. Deze betekenis manifesteert zich in de volgende zaken:
The Qur’aan has a special importance and significance that distinguishes it from the remainder of the Adillah Al-Ijmaaliyyah like the Sunnah, Ijmaa’, Qiyaas and others. This significance manifests in the following matters:
1) De Qur’aan Al-Kareem is de Kalaam (spraak) van Allah in zijn Lafzh (formulering) en in zijn Ma’naa (betekenis). Bijgevolg worden de profetische Ahaadeeth niet beschouwd als zijnde van de Qur’aan, omdat de Alfaazh (formuleringen) ervan niet van Allah zijn, zelfs als de betekenissen ervan door Allah zijn geïnspireerd. De Tafseer van de Qur’aan wordt ook niet beschouwd als zijnde van de Qur’aan, net zoals de vertaling van de Qur’aan naar andere niet-Arabische talen niet als de Qur’aan worden beschouwd. Mensen verrichten een daad van aanbidding door de Qur’aan te reciteren vanwege het feit dat het de Kalaam van Allah is, wat een speciale eigenschap is die uniek voor de Qur’aan is en niet wordt aangetroffen in enige andere Adillah (bewijs).
1) The Qur’aan Al-Kareem is the Kalaam (speech) of Allah in its Lafzh (wording) and in its Ma’naa (meaning). Consequently, the Prophetic Ahaadeeth are not considered to be from the Qur’aan because its Alfaazh (wordings) are not from Allah even if its meanings have been inspired from Allah. The Tafseer of the Qur’aan is also not considered to be from the Qur’aan just as the translation of the Qur’aan into other non-Arabic languages are not considered to be the Qur’aan. People undertake an act of worship by reciting the Qur’aan due to it being the Kalaam of Allah which is a special quality that is particular to it and is not found within any other Adillah.
2) De Qur’aan Al-Kareem is aan ons overgeleverd via Tawaatur en dit geldt voor elk afzonderlijk vers (Ayah). Elk vers (Ayah) is Qat’iy Ath-Thuboot (zeker in overlevering) met betrekking tot het feit dat het van Allah Ta’Aalaa is. Gevolgelijk wordt alles wat niet via Tawaatur is overgeleverd, niet beschouwd als zijnde uit de Qur’aan, zoals bijvoorbeeld datgene wat is overgeleverd van Abdullah Ibn Mas’ood (ra) toen hij de Qawl van Allah Ta’Aalaa reciteerde:
2) The Qur’aan Al-Kareem has been transmitted to us by Tawaatur and this applies to every single one of its Aayaat. Each Aayah is Qat’iy Ath-Thuboot (definite in transmission) in respect to it being from Allah Ta’Aalaa. Consequently, anything that has not been transmitted by Tawaatur is not considered to be from the Qur’aan like that which was related from Abdullah Ibn Mas’ood (ra) for example when he recited the Qawl of Allah Ta’Aalaa:
En wie de middelen niet vindt, dan moet hij drie dagen vasten (Al-Baqarah 196).
And whoever does not find the means then he should fast three days (Al-Baqarah 196).
Toen hij dit vers (Ayah) las, voegde hij het woord ‘Mutataabi’aat’ (opeenvolgend) toe na de drie dagen, en dienovereenkomstig wordt deze lezing begrepen als een Koranexegese (Tafsir) van de drie dagen met betrekking tot het feit dat zij opeenvolgend zijn, in overeenstemming met de mening van Abdullah Ibn Mas’ood (moge Allah tevreden met hem zijn).
When he read this Aayah he added the word ‘Mutataabi’aat’ (consecutive) after the three days and as such this reading is understood to represent a Tafseer of the three days in respect to them being consecutive in accordance to the opinion of Abdullah Ibn Mas’ood (ra).
Dat is terwijl de overgrote meerderheid van de profetische overleveringen (Hadith), die aan ons zijn overgeleverd, niet massaal overgeleverd (Mutawatir) zijn in hun overlevering, aangezien het voornamelijk Khabar Aahaad zijn, wat betekent dat ze Zhanniy Ath-Thuboot zijn (niet definitief in overlevering) met betrekking tot het feit dat ze van de Boodschapper van Allah (peace be upon him) zijn.
That is while the vast majority of the Prophetic Ahaadeeth, that have been transmitted to us, are not Mutawaatir in their transmission as they are mostly Khabar Aahaad which means that they are Zhanniy Ath-Thuboot (not definite in transmission) in respect to them being from the Messenger of Allah (saw).
3) De Qur’aan Al-Kareem is beschermd tegen elke toevoeging of weglating (of verwijdering) vanwege de Qawl van Allah Ta’Aalaa:
3) The Qur’aan Al-Kareem is safeguarded from any addition or omission (or deletion) due to the Qawl of Allah Ta’Aalaa:
Voorwaar, Wij zijn het Die de gedenken (Dhikr) (Al-Qur’aan) hebben geopenbaard en voorwaar, Wij zijn het Die het zullen beschermen (Al-Hijr 9).
Verily it is Us who have revealed the Dhikr (Al-Qur’aan) and verily it is us who will safeguard it (Al-Hijr 9).
Daarom is het voor een schepping niet mogelijk om er iets aan toe te voegen of er iets van weg te nemen, omdat Allah Ta’Aalaa heeft gegarandeerd en toegezegd dat het bewaard en beschermd zal worden. In tegenstelling hiermee hebben we gezien dat er mensen zijn geweest die iets hebben toegevoegd aan de overleveringen (Hadith) van de Boodschapper van Allah ﷺ, hetzij uit onwetendheid en goede bedoelingen, hetzij in een bewuste poging om te bedriegen en tegen de Islam te strijden. De sahih overleveringen (Hadith) worden dan enkel onderscheiden door de overleveraars en geleerden van de overlevering (Hadith), zoals Al-Bukhaari, Muslim en At-Tirmidhi onder anderen.
Therefore, it is not possible for a creation to add to it or take anything away from it because Allah Ta’Aalaa has taken over and guaranteed that it will be preserved and safeguarded. In contrast we have seen that there have been those who have added to the Ahaadeeth of the Messenger of Allah (saw) either out of ignorance and good intention or in a deliberate attempt to scheme and fight against Islaam. The Saheeh Ahaadeeth are then only distinguished by the relaters and scholars of Hadeeth like Al-Bukhaari, Muslim and At-Tirmidhi amongst others.
4) De Qur’aan Al-Kareem is de Asaas (basis) en is het eerste referentiepunt voor de islamitische sharia, terwijl de Hujjah (bewijs en geldigheid) van de andere Adillah zoals de profetische traditie (Sunnah), consensus (Ijma’) en analogie (Qiyas) daaruit wordt afgeleid. Daarom nemen wij de profetische traditie (Sunnah) over, omdat Allah Ta’Aalaa in de Qur’aan heeft gezegd:
4) The Qur’aan Al-Kareem is the Asaas (basis) and is the first point of reference for the Islamic Sharee’ah whilst the Hujjah (proof and validity) of the other Adillah like the Sunnah, Ijmaa’ and Qiyaas is derived from it. As such we take the Sunnah because Allah Ta’Aalaa has said in the Qur’aan:
En wat de Boodschapper jullie brengt, neem het aan, en waar hij jullie van verbiedt, weerhoud u ervan (Al-Hashr 7).
And whatever the Messenger brings to you take it and whatever he forbids you from abstain from it (Al-Hashr 7).
En wij nemen de consensus (Ijma’) van de Sahaba over, omdat Allah Ta’Aalaa hen (collectief) heeft geprezen in de Qur’aan:
And we take the Ijmaa’ As-Sahaabah because Allah Ta’Aalaa has praised them (collectively) in the Qur’aan:
En de eersten [in het geloof] onder de Muhaajireen en de helpers (Ansar) en degenen die hen volgden in goede zeden – Allah is tevreden met hen en zij zijn tevreden met Hem, en Hij heeft voor hen tuinen bereid waaronder rivieren stromen, waarin zij voor eeuwig zullen verblijven. Dat is de grote overwinning (At Taubah 100).
And the first forerunners [in the faith] among the Muhaajireen and the Ansaar and those who followed them with good conduct - Allah is pleased with them and they are pleased with Him, and He has prepared for them gardens beneath which rivers flow, wherein they will abide forever. That is the great attainment (At Taubah 100).